![]() |
IN NEDERLAND maakten twee boeken meteen na de Tweede Wereldoorlog korte metten met de droom van de wederopbouw: De avonden en De tranen der acacia's. Ze waren geschreven door twee jonge auteurs: Gerard (Kornelis van het) Reve en Willem Frederik Hermans. Hun boeken waren en zijn van een ongekende zeggingskracht. Ze ademen - de titels zijn veelzeggend - een sfeer van ondergang en verdriet. 'In puinhopen voel ik mij prettig', stelt de jonge Arthur Muttah in De tranen der acacia's vast, 'ergens anders hoor ik niet thuis.' In het laatste hoofdstuk van De avonden wordt het nieuwe jaar niet ingeluid met wijn, maar met een fles zure bessen-appelsap. Misschien niet eens zo bedoeld, maar het is van een diep schrijnende symboliek: Frits van Egters weet dat het nooit meer goed komt.
| Tweet |
Sommige artikelen zijn online alleen beschikbaar voor vaste-abonnees.
Geen toegang? Klik dan hier om u te abonneren of neem voor slechts vier euro week-toegang tot het gehele digitale archief en lees De Groene van deze week tevens in pdf op uw scherm of iPad.
Als u wel al een abonnement op de Groene Amsterdammer heeft maar nog geen gebruikersnaam en wachtwoord, klik dan hier om u te registreren.
Wachtwoord vergeten? Klik hier om deze opnieuw op te geven.



















