![]() |
IN DE OORLOG, als duizenden doden vallen, dragen de slachtoffers geen naam meer. In zijn indrukwekkende boek Kosovo: verslag van een oorlog revolteert Michel Maas, oorlogscorrespondent van de Volkskrant, tegen dat anonieme en lege gezicht van de oorlog. Het bij naam noemen van de dode slachtoffers groeit uit tot een obsessie. Hoe zou de vrouw hebben geheten van wie de verslaggever op 14 juni 1999 noteert dat ze door een Servische politieman in de rug werd geschoten, dat haar lijk zes weken aan de rand van de weg heeft gelegen, dat het daarna met benzine werd overgoten en in brand gestoken? Niemand weet het. Wat rest is een geblakerde massa, botten, een stomp ruggegraat, een hand. Het inventariseren van geuren, lichaamsdelen en voorwerpen op plaatsen waar ze niet thuishoren - lijkenlucht, lompen, matrassen, een teddybeer, een wieg - is een bezweringsformule, een surrogaat voor de onmacht die waarschijnlijk iedereen overvalt die beseft dat de poging om emoties over te brengen gedoemd is om zonder effect en vooral zonder resultaat te blijven.
| Tweet |
Sommige artikelen zijn online alleen beschikbaar voor vaste-abonnees.
Geen toegang? Klik dan hier om u te abonneren of neem voor slechts vier euro week-toegang tot het gehele digitale archief en lees De Groene van deze week tevens in pdf op uw scherm of iPad.
Als u wel al een abonnement op de Groene Amsterdammer heeft maar nog geen gebruikersnaam en wachtwoord, klik dan hier om u te registreren.
Wachtwoord vergeten? Klik hier om deze opnieuw op te geven.



















