nummer
nummer 12 / 20-03-2009
  • Commentaren
  • Artikelen
  • Columns
  • Dichters_en_denkers
 

Stuur «De toekomst van bedrukt papier» door






1 + 3 = annuleer
20-03-2009
LeesPrint
De toekomst van bedrukt papier De Openbare Mening

Gasthoofdredacteur H.J.A. Hofland maakt zich zorgen over de toekomst van bedrukt papier: kranten hebben ernstige problemen. In deze Groene Amsterdammer laat hij de huidige stand van zaken in de geschreven journalistiek onderzoeken en vraagt hij aandacht voor de belangrijke rol van de krant voor het publieke debat en het functioneren van de democratie.

 


H.J.A. HOFLAND
Stuur een link naar dit artikel per e-mail door naar een bekende

DE DEMOCRATIE KAN ALLEEN GOED functioneren als ze steunt op een goed geïnformeerde openbare mening. Dankzij de serieuze media kan het publiek zich dagelijks op de hoogte stellen van wat zijn vertegenwoordigers, de politici en de bestuurders uitvoeren en nalaten, of ze hun beloften houden, welke fouten ze maken, in welke doolhoven van corruptie ze terecht zijn gekomen. Ze worden dag in, dag uit gecontroleerd door deskundige journalisten die, onafhankelijk als ze zijn, alles in de media openbaar maken. Zo ontstaat de publieke opinie. En dan, op de dag van de verkiezingen, kan de terzake kundige kiezer beslissen wie zijn stem verdient.
Dat was al een sprookje. In deze tijd wordt het met de dag ongeloofwaardiger. Niet dat er geen journalisten meer zijn die hun best doen om de waarheid van politiek en bestuur, het bedrijfsleven, misdaad en rechtspraak te openbaren, maar de publiciteit die hun specialisme is, is in het gedrang. De gedrukte krant is stervende, zeggen sommige helderzienden. Als een prehistorisch dier heeft het bedrukte papier met nieuws, analyse en opinie zijn tijd gehad. De evolutie heeft een nieuwe wending genomen. We zijn digitaal geworden! En over hooguit een paar generaties kun je dit soort papier alleen nog in het museum bekijken.

HET IS WEL een begrijpelijke voorspelling. Al op z’n minst een jaar of twintig wordt de krant steeds zwaarder belaagd. De afbraak is definitief begonnen met het einde van de Koude Oorlog, in 1989. Voor dat jaar was het lezend publiek gepolitiseerd, of het wilde of niet. Internet bestond nog niet. Het nieuws over de tegenstelling, de wedijver tussen de twee machtsblokken was onvermijdelijk en het stond in de krant. De Koude Oorlog bracht levensbedreigende ontwikkelingen met zich mee. Oost en West hadden hun eigen helden en het Westen had ook zijn verraders, meelopers, slappelingen, en de vijand in eigen gelederen. De Koude Oorlog was een werelddrama waarbij ieder denkend mens dagelijks betrokken was. En de betrokkenheid werd voor het grootste deel veroorzaakt door het bedrukte papier en de televisie.
Zonder dat we het toen beseften is met de val van de Berlijnse Muur geleidelijk een einde aan deze betrokkenheid gekomen. Nadat de Sovjet-Unie verslagen was, is er nog even een discussie geweest over wat er met het ‘vredesdividend’ moest worden gedaan. Daarna werd de publieke aandacht gevangen gehouden door Saddam Hoessein die Koeweit had veroverd en weer werd verjaagd. Maar de poging van president Bush sr. om een ‘nieuwe wereldorde’ te stichten, is letterlijk weggelachen. Wereldwanorde zul je bedoelen! Die wanorde kon het Westen zich veroorloven. Dacht het.
Zo werd de grote depolitisering bevestigd. Al eerder waren via de televisie fun, entertainment en sport aan hun onweerstaanbare opmars begonnen. Het destijds beroemde boek van Neil Postman, Amusing Ourselves to Death, was verschenen in 1985. De politiek leek op sterven na dood. Kort na het fiasco van de Nieuwe Wereldorde begonnen de Joegoslavische burgeroorlogen. Op het journaal was dagelijks te zien hoe oude steden aan puin werden geschoten. We hebben duizenden burgers gedeporteerd zien worden. Onder toezicht van de televisiecamera’s zijn omstreeks tweehonderdduizend mensen vermoord, zonder dat Europa de besluitvaardigheid kon opbrengen om in te grijpen. Een in quarantaine gehouden bloedbad. Uiteindelijk is onder leiding van Amerika met bombardementen een einde aan de slachtpartij gemaakt, ook onder toezicht van de televisie.
In 1998 verscheen in Amerika het boek Life: The Movie van Neal Gabler. Hij beschreef daarin onder meer hoe ook het nieuws tot een show werd verwerkt. Verre oorlogen werden behandeld als een reality soap waar de kijker zelf niets meer mee te maken had en die alleen dienden om hem geboeid te houden en tot slot zijn gratuite verontwaardiging uit te spreken. Dat is de volgende fase in de depolitisering, de onthechting van de werkelijkheid.
De gedrukte pers voelde de concurrentie en begon haar eigen aandeel in het divertissement te leveren. If you can’t beat them, join them. De kranten werden vrolijker, met steeds meer katernen die niets met het nieuws te maken hadden. Meer sport, lekker eten, mode, film, roddel, auto’s, verre reizen, persoonlijk geluk. En heel veel hype, de truc om van een mug een olifant te maken. Kranten die wilden overleven, zo goed mogelijk, dat wil zeggen als winstgevende ondernemingen, werden de bedienden van de nieuwe, niet-geformuleerde ideologie: die van het consumentisme.

HEEFT HET GEHOLPEN? Nee. Althans niet op de langere termijn. Want terwijl het consumentisme de geest van de massa’s veroverde, begon internet zich te ontwikkelen tot het nieuwe medium: the electronic highway. Idealisten van het eerste uur zagen internet als de totale vervulling van de democratie. Voortaan zou iedereen, zonder aanzien des persoons, vrij zijn om aan de hele wereld te laten weten wat hij van alles vond. En ook kon hij voortaan, zonder tussenkomst van eigenwijze redacties, de wereld melden wat hem was overkomen. Daarmee was de grondslag voor de burgerjournalistiek gelegd; de blogger was geboren.
Dit alles heeft zich ontwikkeld in de jaren negentig, de Roaring Nineties. In grote trekken was het voor het Westen een zorgeloze tijd. Sombere profeten voorspelden dat de natuurlijke hulpbronnen uitgeput zouden raken en de zeeën leeggevist en waarschuwden dat het klimaat al aan het veranderen was. Dat kon je alleen in een paar serieuze kranten lezen. Met de Concorde vloog je in drieënhalf uur van Londen naar New York, met tienduizenden gingen de toeristen naar Thailand of Antarctica, koning Fun was de baas.
Het met symboliek geladen einde, de vervulling van het decennium, is de zaak-Monica Lewinsky. De machtigste man ter wereld liet zich door een stagiaire oraal behandelen. Het meisje vertelde het aan haar vriendin. Zij vertelde het verder, aan Matt Drudge, die een website had. Hij bevorderde dit incident tot wereldnieuws, er kwam een speciale aanklager, Kenneth Starr, die een rapport schreef dat een bestseller werd. Drudge werd gekocht door de mediagigant Rupert Murdoch, protoreactionair en president van News Corp. Ten slotte overleefde de president het impeachment. De manier waarop het Lewinsky-schandaal werd behandeld was een nederlaag voor de politiek en voor de kritische media die aan deze wanprestatie niets hebben kunnen doen.
Tot 11 september 2001 heeft de maatschappij van het Westen overwegend in de droom van het consumentisme en de fun geleefd. Na de aanslagen leek de werkelijke wereld te worden herontdekt. Maar na de oorlog tegen de Taliban, die in het Westen algemeen als gerechtvaardigd werd beschouwd, begon het grootscheepse bedrog dat resulteerde in de oorlog tegen Saddam Hoessein. Kritische schrijvers als Bob Woodward, Seymour Hersh en Vincent Bugliosi en media als The New Yorker en The Nation tekenden verzet aan. Ze bleken machteloos, niet alleen tegen de propaganda zoals die door Washington en aan Washington verwante media was ontketend. Ook The New York Times en CNN behoorden tot de slachtoffers. Ten slotte ontstond er een collectieve razernij die uitliep op de rampzalige oorlog waarvan wij nog lang de lasten zullen dragen, en het volk van Irak nog langer.

NEDERLAND KREEG zijn eigen nationale catastrofe. Omstreeks de eeuwwisseling was het in ruime kring al duidelijk dat het eens geprezen poldermodel was vastgelopen. Hans Wijers en Nout Wellink hadden beredeneerd verklaard dat het de hoogste tijd was voor iets anders. Dit iets anders werd Pim Fortuyn, die zei wat hij dacht en deed wat hij zei, en die verder verklaarde dat de islam een achterlijke godsdienst was. Zeggen wat je denkt enzovoort kan een mooie eigenschap zijn, maar het is geen politiek programma; integendeel, het kan een recept voor chaos zijn.
Fortuyn bleek een politieke goudader te hebben opengelegd. Wel was duidelijk dat hij niet zozeer een politicus was als wel de profeet van de nieuwe, gedepolitiseerde burger. Maar ook hij zou, als hij na de verkiezingen leider van de grote beweging was geworden, compromissen hebben moeten sluiten. Ik heb hem toen een dwaallicht en een kwibus genoemd. Frits Bolkestein liet weten dat we met Fortuyn als premier internationaal ‘een pleefiguur’ zouden slaan. Bezorgde commentatoren zagen hem als de leider van een antidemocratische beweging, een nieuwe Mussolini. De razernij was losgebroken. De leider achtte zich gedemoniseerd. Hij werd door een gek vermoord en daarna kregen we de zomer van de kogelbrieven en op internet de doodsbedreigingen.
De openbare mening was de kluts kwijt. De serieuze media zagen het gebeuren, rapporteerden, analyseerden, gaven hun mening. Vergeefs. Nadat de LPF ten onder was gegaan, niet door verzengende mediakritiek maar als gevolg van interne ruzies en gebrek aan een uitvoerbaar politiek programma, kwam de beweging van Rita Verdonk. Principieel van hetzelfde laken een pak en met een overeenkomstig einde.
En nu hebben we Geert Wilders, volgens Maurice de Hond virtueel op het ogenblik de grootste partij van Nederland en evenmin met een samenhangend politiek programma. Het verbieden van de Koran, een film maken en het bestrijden van ‘de’ moslims is geen programma dat hier ook maar een schijn van een kans op uitvoering heeft. Het drukt een gevoel uit, maar het biedt geen oplossing. Door de opkomst van het profetendom in onze politiek is het centrum wel steeds verder naar rechts geschoven. Tegelijkertijd is een uitvoerbare oplossing van wat daar als het hoofdprobleem wordt gezien, de ‘islamisering’, niet dichterbij gekomen. Politiek als de kunst van het mogelijke is in deze kringen een verjaarde formule.

EEN VAN DE KRACHTEN die tegenwicht kunnen bieden wordt gevormd door de onafhankelijke serieuze media. Ze hebben de mogelijkheden en die worden door de redacties gebruikt. Maar kennelijk is dat onvoldoende. Sinds een jaar of tien heeft zich in de openbare mening een magma van ontevredenheid, gevoel van miskenning, verongelijktheid gevestigd. Daar worden de journalisten als linkse meelopers, politiek correcte verraders en lidmaten van de linkse kerk beschouwd. De journalistiek is in Nederland nooit een beroep geweest waarmee je je een hoog maatschappelijk aanzien kon verwerven. Sinds Fortuyn is dat niet verbeterd. De afgelopen tien jaar is het politieke landschap ten koste van het oude bestel gefragmentariseerd en tegelijkertijd heeft zich in de journalistiek, ook door de invloed van internet, een culturele polarisatie voltrokken. De ‘nieuwe media’ met de mening van de bloggers zijn voor een groot deel van de publieke opinie toonaangevend geworden. Dit is de gedigitaliseerde stem des volks.
Dat was al zo voor de crisis begon. De afgelopen twintig jaar hebben de gedrukte media met redelijk succes de tegenspoed overleefd. Ze zijn economisch wel verzwakt, maar ze hebben zich aangepast zonder hun wezen prijs te geven. Ze zijn onafhankelijk gebleven, hebben hun onderzoek naar verdachte zaken gedaan, hun mening gegeven. Daarmee hebben ze een groot publiek weten vast te houden. Nu komt na alle tegenslag de economische crisis, en onder deze omstandigheden blijkt dat de zwakste media het niet meer kunnen volhouden. Regionale kranten verdwijnen, in Amerika dreigen grote dagbladen met nationale allure ten onder te gaan. Daarmee wordt een fundament van de westerse democratie in zijn voortbestaan bedreigd.
Het nieuws, onbevooroordeeld gebracht, toegelicht door deskundigen, behoort tot de publieke voorzieningen. Redacties van de serieuze media zijn instituten waar honderden specialisten werken. Met onverbiddelijke regelmaat leveren ze het product op basis waarvan de burgerij tot een gefundeerd politiek oordeel komt. Het zou logisch zijn om de productie van dit drukwerk ook tot de publieke voorzieningen te rekenen, zoals gas, water en licht. Tientallen jaren geleden heeft Han Lammers voorgesteld om drukfabrieken op te richten, staatsbedrijven waar iedereen (na gebleken geschiktheid) tegen kostprijs zijn krant zou kunnen laten drukken. Nu wil minister Plasterk hier en daar subsidies uitdelen. Zal dat effect hebben? Of komen we het pas te weten als het te laat is?
Kranten die economisch zwakker staan, worden handelswaar. De twee belangrijkste ‘kwaliteitskranten’ – NRC Handelsblad en de Volkskrant – hebben een buitenlandse eigenaar gekregen, zonder dat dit in het openbaar meer dan een bezorgd gemompel bij de direct betrokkenen heeft veroorzaakt. Kwaliteitskranten zet ik tussen aanhalingstekens omdat deze term de indruk van een niet gerechtvaardigde verhevenheid wekt. De Telegraaf heeft een andere journalistieke formule en een andere politieke instelling, maar het vakmanschap waarmee deze krant wordt gemaakt en de invloed op de openbare mening zijn op z’n minst even groot. Maar De Telegraaf is een campagnekrant. Dat is iets heel anders.
De nieuwe Belgische eigenaar van NRC Handelsblad en de Volkskrant, Christian Van Thillo, is een aimabele man, maar over wat hij met zijn nieuwe eigendommen gaat doen laat hij zich niet uit. Misschien wil hij NRC Handelsblad verkopen. Aan wie? Welke garantie is er dat de volgende eigenaar niet aan die krant wil prutsen? Ja, de Volkskrant en NRC Handelsblad zijn elitaire kranten. Dat is geen nadeel. Een natie kan niet zonder een politiek-literaire elite, zoals ze ook niet kan zonder een medische elite, een juridische elite of een elite van ingenieurs. Het zou het beste zijn dat de twee kranten zich verzelfstandigen. Dat ze op de een of andere manier voor hun eigen exploitatie verantwoordelijk worden waardoor ze ophouden handelswaar te zijn. Onafhankelijkheid is niet te koop.

Stuur een link naar dit artikel per e-mail door naar een bekende

reacties op dit artikel
Herman 19 mrt 10:27

Zo, dit artikel ook weer online gelezen. Die Groene hoef ik ook niet meer te kopen. Fijn.

Jordy 19 mrt 12:59

@ Herman. Wat een ongelooflijk flauwe reactie, of is deze grappig bedoeld? Het is een mooie analyse van HJA en in de rest van het blad, niet online, staat meer moois.

Erick 20 mrt 17:49

De vooronderstelling die uit dit artikel spreekt is dat serieuze onafhankelijke media alleen kranten kunnen zijn. En als Hofland even de tijd neemt om na te denken, zal hij ook inzien dat dat wel onzin móet zijn. Immers, kwaliteit is gebonden aan de werkwijze en het niveau van journalisten en niet aan een bepaalde manier van distributie.
Op dit moment hebben de kranten nog de grootste redacties en kan daardoor als enige deze rol nog vervullen. Maar blijft dat eeuwig zo? Dat lijkt me onwaarschijnlijk, to say the least.
De verdwijning van kranten naar de marge is niet alleen onvermijdelijk, maar ook noodzakelijk. En daarmee eigenlijk ook de maatschappelijke relevantie van die kranten.

Believe me, de behoefte aan kwalitatief goede journalistiek is groter dan ooit en groeit nog steeds, maar de manier van consumeren en selecteren van media is veranderd.

De Militante Agnost 20 mrt 23:55

Ik kan het niet nalaten even schaamteloos mijn eigen blog te promoten - de opkomst het fenomeen heeft immers de hele discussie aangezwengeld. Natuurlijk heeft gedrukt papier geen toekomst, maar juist daarom zullen kwaliteitsmedia floreren.

http://www.demilitanteagnost.nl/2009/03/20/de-k...

FRIEST 22 mrt 09:19

En toch verwondert me de licht paniekerige toon doorheen heel dit verhaal . Het lijkt wel of de wereld niet zal doordraaien zonder een bepaalde soort bedrukt papier. Als de tijd rijp is moet eender wat plaats maken voor het volgende. Dat men zich zorgen maakt over "dat volgende" is begrijpelijk maar het zal het gebeuren niet tegen houden.
Een onmisbaar geacht ambacht of vak dat verdwijnt onder druk van de omstandigheden, het is natuurlijk niets nieuw. Mijn grootvader was begin vorige eeuw een ambachtelijk schoenmaker. Heel zijn leven maakte hij schoenen, toen een luxe product, voor de rijke mensen. Iedere klant van hem had zijn persoonlijke leest waarop mijn grootvader die schoenen optrok. Hij drukte daarbij die leest daarbij zo stevig in zijn maagstreek dat hij op 50 jarige leeftijd aan maagkanker is gestorven. Maar tijdens zijn laatste jaren waren de schoenfabrieken in opkomst, schoenen zouden gemaakt worden aan de lopende band, zoals auto’s dus. Dat leidde tot een fiks misverstand tussen mijn grootvader en mijn vader die hem in het vak moest opvolgen. Die laatste zag meer in een aansluiting zoeken bij die “machinale schoenen”. Maar dat werd door zijn vader met klem afgewezen. Het was volgens mijn grootvader totaal uitgesloten dat zoiets persoonlijks als een schoen, - denkt u dat er twee dezelfde voeten bestaan? – aan de lopende band zou gemaakt worden. En als dat dan toch zou gebeuren, hoeveel soort gebrekkige en kreupele mensen er zouden komen, allemaal wegens die mishandelde voeten. Niks zo persoonlijk als een paar schoenen…. Hij kreeg ongelijk, mijn vader kreeg gelijk.
Elke maatschappelijke verandering brengt een bepaalde dosis collateral dammage met zich. Onvermijdelijk. In dit geval het verdwijnen van een compleet ambachtelijk vak. Wie kon zich dat voorstellen, een wereld zonder schoenmakers? Zonder NYT?
Panta rei, inderdaad.

Hugo Stephan Verbrugh 22 mrt 10:44

Onder de titel

Henk Hofland over de ontlezing als moment in de evolutie: de parabel van de knàlgele Rolls Royce

heb ik zojuist een reactie geplaatst in mijn Volkskrantblog Middernachtszon.

Hofland en co-auteurs geven een voortreffelijke diagnose van de tijdgeest, maar zien zelf nog maar ten dele wat de ware impact is van communicatie, van LEVEN in cyberspace

Henk Blanken 22 mrt 15:19

Wat een pijnlijke ironie. Schrijft Henk Hofland eindelijk dat alomvattende stuk over de toekomst van de journalistiek en de papieren kranten, is De Groene in en om Groningen overal uitverkocht. Gelukkig lees ik dan online, want dat heeft De Groene prima voor elkaar. En ga ik op mijn eigen blog op zijn verhaal in.

maarten van den oever 22 mrt 17:54

21-3-2009

Beste redactie,

Als er iets is wat het Groenenummer (12,jrg 133) over de media vooral leert , is het dat droefenis niet de beste leidraad is voor analyses. Dat blijkt als we onszelf vragen stellen bij enkele van de vooronderstellingen die met name in de bijdragen van Hofland naar voren komen.

Is het bijvoorbeeld een vanzelfsprekendheid dat er in de samenleving een groep professionals moet zijn met een soort voorrecht op de rol van mediator. Hofland meent op grond van de voorhistorie van wel, maar baseert dat op weinig anders dan een veronderstelde kwalitatieve voorsprong van journalisten op anderen.
Uiteraard waren en zijn er in het verleden voldoende theorien en opvattingen geweest om de maatschappelijk bevoorrechte rol van journalisten te rechtvaardigen, maar sinds de tijd van de naieve opvattingen over de hypodermic needle is er inmiddels wel wat gebeurd. Enzensberger, Negt en Kluge en vele anderen na hen waaronder zowat alle mediaonderzoekers zullen u kunnen uitleggen dat mediaconsumenten geen willoze sponzen zijn en dus niet afhankelijk van het journalistieke voorwerk om tot het juiste oordeel te komen. Journalisten kunnen nodig zijn, maar dat zij de democratie bewaken, als intelligente elite tegenover de domme intellectuele lompenproletariers, getuigt van een niet bijster onbevooroordeelde beroepshouding.

En dan stelt zich uiteraard de vraag naar de veelgeroemde kwaliteit van de informatie, waarmee de media een monopolisering van de informatietoegang tot het publiek claimen. Is het werkelijk zo dat op heikele momenten waarbij het in een democratie draait om beslissingen die door de bevolking, de echte publieke opnie, gedragen moeten worden, dat daar de journalisten de waarheid boven tafel halen en zo de democratie met juiste informatie beschermen?? Of is eerder het tegendeel waar en zien we dat juist op cruciale momenten, daar waar de beslissingen genomen moeten worden door een land die beslissend zijn voor leven en dood van mensen, de journalistiek het steeds consequent af laat weten.? In het debat van de drie heren in De Groene wordt de Irakkwestie als een geisoleerd fenomeen voorgesteld, maar dat is wel geheel en al bezijden de waarheid. Alle grote naoorlogse conflicten en slachtpartijen zijn door vrijwel alle kranten in vrijwel alle westerse landen met instemmend gejuich en dito berichtgeving ingeluid, of het nu Korea, Vietnam, Guatemala, Iran, Algerije, Chili, Argentinie of welke andere locatie betrof, ook al was er op die momenten wel degelijk andere informatie voorhanden en hadden de journalisten wel degelijk de mogelijkheid om die andere informatie te publiceren. De media maken deel uit van de heersende machtsstrukturen en zullen dus ook niet tegen de belangen van die machtsstrukturen in publiceren en dat gegeven kan maar beter niet genegeerd worden.

Ik denk dat het debat te smal gevoerd wordt. De toekomst van de gedrukte pers staat niet op zichzelf en kan niet begrepen worden zonder de veranderingen in de samenleving en de openbaarheid. Sinds de tijd dat het gedrukte woord het alleen recht had op de toegang tot de burgers is er wel wat veranderd en die veranderingen plaatsen het gedrukte woord in een totaal andere context waarin het ook een totaal andere rol te vervullen heeft. Om maar enkele markante veranderingen te noemen:
De informatioestroom is ongelooflijk verbreed; informatie is om ons heen, in de voortdurend aanstaande radio's en tv's, in onze werkgereedschappen, in alle opschriften, in de informatie die uit de organisatorische lijninfo komt; de samenleving is geinformatiseerd en de gedrukte bladen spelen daar enkel een kleine en ondergeschikte rol meer in. Informatie is omgeving geworden, behoort tot onze kleding, en is niet meer een curieus papier wat ons des ochtends informeert over verre en vreemde gebeurtenissen.
Informatie is zelfs zo een levensnoodzaak geworden dat gelijktijdigheid of toch het streven daarnaar een wezenskenmerk van de opoenbaarheid is geworden. Niemand wil nog een essentiele gebeurtenis pas uren later horen. Vliegtuigen die flats invliegen, al is het in een ander werelddeel, we willen toch niet tot morgen wachten om dat te vernemen. Gelijktijdigheid tussen gebeurtenis en bericht is iets dat elke burger meer en meer nastreeft.
En dan is er Hoflands smalende benadering van het intellectueel lompenproletariaat. Die is niet zozeer interessant om zijn inhoud maar eerder om de totale wereldvreemdheid die eruit spreekt. De aantallen middelbaar - en hoger geschoolden in de samenleving liggen anno 2009 iets anders dan anno pakweg 1850. Het publiek van de media is hooggeschoold, ze kunnen en willen heus wel denken, en doen dat ook en laten dat denken niet vervangen door voorschriften van journalisten. Het schone van de hedendaagse democratie is nu juist dat de opinionleaders breder aanwezig en tegelijk minder nodig zijn. Het archaische wereldbeeld als zouden mediaconsumenten afhankelijk zijn van het goede advies aandragende journalisten is lichtelijk belachelijk.

Maar meest belangrijk in mijn opinie is dat de verhouding tussen politiek en media wezenlijk gewijzigd is. Vrijwel 150 jaar hebben we kunnen geloven in het ideaal van een vrije pers, die, als ze vrij kon functioneren, een op zichzelf staande macht zou zijn, een soort vierde poot naast de trias politica, Het simpele wereldbeeld van elkaar in evenwicht houdende factoren die door hun samenspel de democratie zouden garanderen is echter al lang een fictie geworden. Op wezenlijke momenten bestaat die vrijheid van de pers niet en steunt zij ohnehin het vaderland, zij het dat ze dat voor het publiek niet wil weten. Het enige, maar niet onbelangrijke verschil sinds 2001 is, dat westerse regeringen nu zelfs de schijn van een neutrale openbaarheid niet meer wensen op te houden. De openlijke oprichting door de regering Bush van een bureau voor tegeninformatie, c.q. -vervalsing maakte duidelijk dat westerse overheden het zelfs niet meer nodig vinden om hun machtsgreep op de media te verhullen. De media zijn niet vrij in hun meningsuiting en het publiek zoekt dus terecht naar andere informatie. De openbaarheid is een strijdtoneel en het is daar het publiek dat het hardst moet vechten om aan zijn trekken te komen.

Toch geloof ik dat in de nieuwe multimediale informatievoorziening de gedrukte pers een rol kan spelen, maar dan die van de achtergrondanalyse, van het studieuze moment, waar cruciale spelers in de samenleving hun informatie willen uitwisselen met belanghebbenden, zelfs al zijn dat maar intellectuele lompenproletariers.

Maarten van den Oever
Antwerpen
ludov123@gmail.com?

stan van houcke 22 mrt 23:41

Niemand minder dan Gustave Flaubert schreef in 1866 dit over de commerciele pers: 'U heeft het over de verdorvenheid van de pers; die maakt mij zo doodziek dat kranten me een regelrechte lichamelijke walging bezorgen. Ik lees liever helemaal niets dan die verfoelijke lappen papier. Maar men doet al het mogelijke om er iets belangrijks van te maken. Men gelooft erin en men is er bang voor. Dat is de wortel van het kwaad. Zolang de eerbied voor het gedrukte woord niet uit de wereld is geholpen, komen wij geen stap verder. Breng het publiek de liefde voor het grote bij en het zal de kleine dingen in de steek laten, of liever gezegd het zal de kleine dingen zichzelf laten utischakelen. Ik beschouw het als een van de gelukkigste omstandigheden van mijn leven dat ik niet in kranten schrijf. Het doet mijn beurs geen goed, maar mijn geweten vaart er wel bij en dat is het voornaamste.' En vijf jaar later schreef de grote Franse auteur in een brief aan George Sand: 'De hele droom van de democratie bestaat uit het verheffen van de proletarier tot het domheidspeil van de burgerman. Die droom is al gedeeltelijk verwezenlijkt. Hij leest dezelfde kranten en heeft dezelfde hartstochten.'

Flaubert had een buitengewoon knap inzicht in de psyche van de moderne massamens. Hij besefte eerder dan wie dan ook dat ondanks de vooruitgang de dwaasheid niet zou wijken, een feit dat volgens zijn collega Milan Kundera 'de grootste ontdekking was van een eeuw die zo trots was op haar wetenschappelijke rede... de dwaasheid vervaagt niet ten overstaan van de wetenschap, de techniek, de vooruitgang of het moderne, integendeel, met de vooruitgang gaat ook zij vooruit!... de moderne dwaasheid betekent niet de onwetendheid, maar de gedachteloosheid van pasklare ideeen... De flaubertiaanse ontdekking is voor de toekomst van de wereld belangrijker dan de meest schokkende gedachten van Marx of Freud. Want je kunt je de toekomst wel voorstellen zonder de klassenstrijd of zonder de psychoanalyse, maar niet zonder de onweerstaanbare opkomst van pasklare ideeen die, ingevoerd in computers, gepropageerd door de massamedia, het gevaar met zich meebrengen binnenkort een macht te worden die elk oorspronkelijk en individueel denken verplettert en zo de werkelijke essentie van de Europese cultuur van onze tijd verstikt. Zo'n tachtig jaar nadat Flaubert zijn Emma Bovary bedacht had, in de jaren dertig van de vorige eeuw, zal een ander groot romancier, Hermann Broch, spreken over de heroische inspanningen van de moderne roman die zich verzet tegen de golf van kitsch, maar er tenslotte door gevloerd zal worden. Het woord kitsch verwijst naar de houding van degene die tot elke prijs zoveel mogelijk mensen wil behagen. Om te behagen dien je je te conformeren aan wat iedereen wenst te horen, in dienst te staan van de pasklare ideeen, in de taal van de schoonheid en de emotie. Hij beweegt ons tot tranen van zelfvertedering over de banaliteiten die wij denken en voelen. Na meer dan vijftig jaar wordt de kernspreuk van Broch nu alleen nog maar meer waar. Op grond van de dwingende noodzaak te behagen en zo de aandacht van het grootst mogelijke publiek te trekken, is de esthetiek van de masamedia onvermijdelijk die van de kitsch en naarmate de massamedia ons gehele leven meer omsluiten en infiltreren, wordt de kitsch onze dagelijkse esthetiek en moraal.'

En zo is het. De krant in onze samenleving ontmaskert de leugen niet, maar verspreidt hem, de krant vernietigt de domheid niet, maar propageert haar in de jacht op hoge oplages, vermenigvuldigt de domheid honderdduizendvoudig, de hele dag door. Hoe luid een krant ook de eigen voortreffelijkheid mag rondbazuinen, de krant blijft een verspreider van pasklare ideeen, voorgekookte opvattingen die de lezer de indruk moeten geven dat dit, en niets anders, de werkelijkheid is.

Vooruit, nog één, een uitspraak van Arthur Schopenhauer: 'Een massa slechte schrijvers leeft alleen van de onnozelheid van het publiek dat niets anders wil lezen dan wat vandaag wordt gedrukt -- de journalisten. Een passende naam! Vertaald betekent het: dagloners.'

Er zit ook een paradox in het denken van Henk Hofland: enerzijds stelt de oude meester dat kranten het 'fundament van de westerse democratie' zijn, maar anderzijds spreekt Hofland afkeurend over 'de gedigitaliseerde stem des volks'. Hofland is net als ik huiverig voor de Vox Populi. Maar zonder de 'stem des volks' is er geen sprake van 'westerse democratie'. Dit is de paradox van de westerse intellectuele elite van na de Tweede Wereldoorlog. Ze praten er liever niet over in het openbaar, maar diep in hun hart geloven ze niet echt in 'de democratie', waarbij de 'stem des volks', de meerderheid dus, het voor het zeggen zou hebben. De democratie moet geleid worden door de elite en ‘het publiek moet zijn plaats weten,’ zodat ‘verantwoordelijke mensen… niet gestoord door het gestamp en het gebrul van een verbijsterde kudde’ hun beleid kunnen bepalen. De enige ‘functie’ in een 'democratische' samenleving van ‘onwetende en bemoeizuchtige buitenstaanders’ was die van ‘geïnteresseerde toeschouwers,’ aldus in de jaren twintig van de vorige eeuw de vooraanstaande Amerikaanse journalist Walter Lippmann. Op die manier denken de woordvoerders van de macht nog steeds, en zo dachten ze al in de begindagen van het Assyrische rijk.
stan van houcke

stan van houcke 24 mrt 12:23

Beste Henk, geachte collega,

je stelt dat de commerciele massamedia 'onafhankelijk [zijn] gebleven.' Welnu, deze bewering staat haaks op het volgende: in 1937 verscheen het boek America's 60 Families, geschreven door de Amerikaanse wetenschapper Ferdinand Lundberg, die zijn leven lang de ware macht bestudeerde. Hij schrijft in het hoofdstuk getiteld The Journalism of Pecuniary Inhibition het volgende: 'The most authoritative statement of the press philosophy of the dominant capitalists was given by The Wall Street Journal, central organ of finance capital, on January 20, 1925, as follows: "A newspaper is a private enterprise, owing nothing to the public, which grants it no franchise. It is therefore 'affected' with no public interest. It is emphatically the property of the owner, who is selling a manufactured product at his own risk. If the public does not like his opinions or his method of presenting news the remedy is in its own hands. It is under no obligation to buy the paper... Without in any way belittling the President's remarks to a recent gathering of editors, it may be said that those editors, except where they own their own newspapers, take their policy from their employers... But for ridiculously obvious reasons, there are many newspaper owners willing enough to encourage the public in the delusion that it is the editor of a newspaper who dictates the selection of news and the expression of opinion. He only does so subject to the correction and suggestion of the proprietor of the paper'',' aldus de stem van het kapitaal zelf.
Nu mijn vraag aan jou: kranten vertegenwoordigen net als alles in de wereld bepaalde belangen. Waarom wil jij nu, net als Jan Marijnissen, het enige recht dat een burger heeft om zich tegen die belangen te keren (door de krant niet te kopen), teniet doen door deze kranten met belastinggeld in staat te stellen 'informatie' te verspreiden die de lezer niet wil hebben?
Ik vraag dat ook omdat de NRC al jarenlang voorstander is van de zogeheten neoliberale 'vrije markt'. Waarom zouden burgers nu ineens 'de vrije markt' moeten gaan financieren? Dat zou toch absurd zijn, want kenmerk van die 'vrije markt' is nu juist dat de gemeenschap daar geen greep op heeft en dat die markt zichzelf reguleert. Waar geen markt voor is, is geen markt voor, dat is altijd de logica van de NRC geweest. Waarom gaat die logica in dit geval niet meer op?

stan van houcke 25 mrt 13:20

Beste Henk, geachte collega,

met grote stelligheid beweer je het volgende: 'Regionale kranten verdwijnen, in Amerika dreigen grote dagbladen met nationale allure ten onder te gaan. Daarmee wordt een fundament van de westerse democratie in zijn voortbestaan bedreigd. Het nieuws, onbevooroordeeld gebracht, toegelicht door deskundigen, behoort tot de publieke voorzieningen. Redacties van de serieuze media zijn instituten waar honderden specialisten werken. Met onverbiddelijke regelmaat leveren ze het product op basis waarvan de burgerij tot een gefundeerd politiek oordeel komt. Het zou logisch zijn om de productie van dit drukwerk ook tot de publieke voorzieningen te rekenen, zoals gas, water en licht.'

In hun uitgebreid gedocumenteerde studie Manufacturing Consent. The political economy of the Mass Media concluderen de Amerikaanse geleerden Edward S. Herman en Noam Chomsky over de berichtgeving van de -- in jouw woorden -- 'grote dagbladen met nationale allure' in de VS: 'In contrast to the standard conception of the media as cantankerous, obstinate, and ubiquitous in their search for truth and their independence of authority, we have spelled out and applied a propaganda model that indeed sees the media as serving a "societal purpose," but not that of enabling the public to assert meaningful control over the political process by providing them with the information needed for the intelligent discharge of political responsibilities. On the contrary, a propaganda model suggests that the "societal purpose" of the media is to inculcate and defend the economic, social, and political agenda of privileged groups that dominate the domestic society and the state. The media serve this purpose in many ways: through selection of topics, distribution of concerns, framing of issues, filtering of information, emphasis and tone, and by keeping debate within the bounds of acceptable premises,' aldus onder ander Chomsky, die door de New York Times omschreven wordt als 'arguably the most important intellectual alive.'

Beide wetenschappers schrijven tenslotte: 'As we have stressed throughout this book, the U.S. media do not function in the manner of the propaganda system of a totalitarian state. Rather, they permit -- indeed, encourage -- spirited debate, criticism, and dissent, as long as these remain faithfully within the system of presuppositions and principles that constitute an elite consensus, a system so powerful as to be internalized largely without awareness. No one instructed the media to focus on Cambodia and ignore East Timor. They gravitated naturally to the Khmer Rouge and discussed them freely -- just as they naturally suppressed information on Indonesian atrocities in East Timor and U.S. responsibility for the agression and massacres. In the process, the media provided neither facts nor analyses that would have enabled the public to understand the issues or the bases of government policies toward Cambodia and Timor, and they thereby assured that the public could not exert any meaningful influence on the decisions that were made. This is quite typical of the actual "societal purpose" of the media on matters that are of significance for established power; not "enabling the public to assert meaningful control over the political process," but rather averting any such danger. In these cases, as in numerous others, the public was managed and mobilized from above, by means of the media's highly selective messages and evasions. As noted by media analyst W. Lance Bennett: "the public is exposed to powerful persuasive messages from above and is unable to communicate meaningfully through the media in response to the messages... Leaders have usurped enormous amounts of political power and reduced popular control over the political system by using the media to generate support, compliance, and just plain confusion among the public".'

Mijn vraag aan jou is nu op grond van welke feiten kom jij tot een volstrekt andere conclusie?

stan van houcke 26 mrt 13:45

Beste Henk, geachte collega,

Je schrijft in De Groene:

'Redacties van de serieuze media zijn instituten waar honderden specialisten werken. Met onverbiddelijke regelmaat leveren ze het product op basis waarvan de burgerij tot een gefundeerd politiek oordeel komt. Het zou logisch zijn om de productie van dit drukwerk ook tot de publieke voorzieningen te rekenen, zoals gas, water en licht.'

Met andere woorden, zonder de commerciele massamedia is onze parlementaire democratie ten dode opgeschreven. In zekere zin heb je gelijk, maar dan in de betekenis zoals de Britse auteur John Berger die in zijn boek Stemverheffing geeft: ‘Consumptie en communicatie zijn tegenwoordig verenigd in een diabolische vennootschap, en uit deze vennootschap bestaat datgene wat wij kennen als de media. Eerst en vooral vertegenwoordigen de media een economisch contract waardoor alles wat er in de wereld gebeurt wordt gekoppeld aan het mechanisme van de verkoop.'

In 1984 concludeerde de Amerikaanse historicus Marvin Olasky dat de grondlegger van de public relations-industie, Edward Bernays, in het begin van de twintigste eeuw 'een van de eersten' was geweest 'to realize fully that American 20th Century liberalism would be increasingly based on social control posing as democracy, and would be desperate to leran all the opportunities for social control that it could.' En de Amerikaanse historicus Stewart Ewen kwam in zijn studie PR! A Social History of Spin tot de slotsom dat al vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw 'the mass media, dominated by commercial interests, would provide subservient channels through which as broad public might be schooled to a corporate point of view.'

Het was deze Edward Bernays, neef van Freud, die in zijn boek Crystallizing Public Opinion al in 1923 over en voor zijn rijke opdrachtgevers schreef: 'The minority has discovered a powerful help in influencing majorities. It has been possible so to mould the mind of the masses that they will throw their newly gained strength in the desired direction. Propaganda is the executive arm of the invisble government.' Het spreekt voor zich dat hij rijkelijk beloond werd voor zijn inzicht in 'the concious and intelligent manipulation of the organized habits and opinions of the masses', dat een 'indispensable feature of democratic society' is geworden, zoals hij zelf het zo treffend omschreef. Vanaf toen wist de 'intelligent few', deze 'invisible wire pullers', zoals Bernays hen noemde, hoe ze 'continuously and systematically' de voorname taak van 'regimenting the public mind' het best konden uitvoeren. Als geen ander wist Joseph Goebbels hoe goed het werk van Bernays te gebruiken was, de nazi had Bernays' boek Propaganda onder handbereik in zijn werkkamer.

Edward Bernays, tesamen met andere vooraanstaande Amerikaanse intellectuelen, waarschuwde de elite al een eeuw geleden voor de gevaren van de democratie. Immers, op die manier konden grote groepen burgers een greep krijgen op hun eigen toekomst en deze ontwikkeling zou de macht van de elite drastisch beperken. In 1947 schreef Bernays een belangrijk artikel voor het prestigieuze Annals of the American Academy of Political and Social Sciences, getiteld 'The Engineering of Consent'. Bernays stelde daarin dat 'the engineering of consent is the very essence of the democratic proces, the freedom to persuade and suggest.' Het zal duidelijk zijn dat die 'freedom' alleen in handen kan zijn van de machtigen en rijken, die de middelen hebben om die 'freedom' vorm en inhoud te geven. Voor alle duidelijkheid wees Bernays erop dat de gemiddelde Amerikaan 'has only six years of schooling... [Therefore] democratic leaders must play their part in... engineering consent... Today it is impossible to overestimate the importance of engineering consent; it affects almost every aspect of our daily lives.'

Voor zijn invloedrijke wetenschappelijke bijdragen werd Bernays in 1949 geëerd door de prestigieuze American Psychological Association. Hoe invloedrijk de inzichten van Bernays waren werd hetzelfde jaar nog eens duidelijk gemaakt door Fortune. De redactie van dit tijdschrift stelde zonder enige ironie dat 'it is as impossible to imagine a genuine democracy without the science of persuasion [ i.e. propaganda] as it is to think of a totalitarian state without coercion. The daily tonage output of propaganda and publicity... has become an important force in American life. Nearly half of the contents of the best newspapers is derived from publicity releases; nearly all the the contents of the lesser papers... are directly or indirectly the work of PR departments.'

Henk, deze informatie schept toch een volstrekt ander beeld van de commerciele massamedia dan het beeld dat jij schetst. Misschien ten overvloede, maar toch voor alle duidelijkheid, al in de jaren twintig van de vorige eeuw benadrukte de vooraanstaande Amerikaanse publicist Walter Lippmann dat journalisten als ‘gespecialiseerde klasse’ de taak hebben om de ‘gemeenschappelijke belangen… die voor het overgrote deel de publieke opinie ontgaan’ zo te presenteren dat ze door de massa aanvaard werden, waarbij natuurlijk de ‘gemeenschappelijke belangen’ eerst en vooral de rijken dienden. Met andere woorden: de media moesten de visie van de machtigen propageren.

In de fascinerende BBC-serie Century of Self verklaart onze collega Adam Curtis over de grondlegger van de public-relations industrie: 'In 1939 Edward Bernays, Sigmund Freud's nephew, created a vision of a future world in which the consumer was king. It was at the World's Fair in New York, and Bernays called it democracity. It was one of the earliest and most dramatic portrayals of a consumerist democracy, a society in which the needs and desires of individuals were read and fulfilled by business and the free market.' De Amerikaanse historicus Stuart Ewen beschreef het zo: 'The World's Fair created a spectacle in which all of these concerns were met and they were met by Westinghouse and General Motors and the American Cash Register Company. Company after company presented itself as a sort of centerpiece of a society in which human desire and human want and human anxiety would all be responded to, and it would all be met purely through the free enterprise system. There was this sort of notion that the free market was something that was not guided by ideologies or by political power. It was something that simply was guided by people's will.' Adam Curtis: 'This was the model of democracy that both new Labour and the American Democrats had bought into in order to regain power. They had used techniques of consumers and they had accepted Bernays' claim that this was a better form of democracy. But in reality the World's Fair had been an elaborate piece of propaganda designed by Bernays for his clients, the great American corporations. Privately Bernays did not believe that true democracy could ever work. He had been profoundly influenced in this by his uncle's theory of human nature. Freud believed that individuals were not driven by rational thought but by primitive unconcious desires and feelings. And Bernays believed that this meant it was too dangerous to let the masses ever have control over their own lives. And consumerism was a way of giving people the illusion of control while allowing the responsible elite to continue managing society.'

In 1933, het jaar dat Hitler democratisch aan de macht kwam, schreef de gezaghebbende Amerikaanse hoogleraar Harold Lasswell in de Encyclopedia of the Social Sciences dat aangezien de 'masses are still captive to ignorance and superstition' de komst van de democratie 'compelled the development of a whole new technique of control, largely through propaganda.' Want, zo stelt Lasswell, propaganda is 'the one means of mass mobilisation which is cheaper than violence, bribery or other possible control techniques.' En om een hoog technologische massamaatschappij zo efficient mogelijk te laten draaien is propaganda de goedkoopste en veiligste manier voor de elite om de massa gehoorzaam te houden. Let wel, Lasswell was geen marginale figuur met wat maffe standpunten. Hij werd en wordt nog steeds alom bewonderd. Dit is wat de Nederlandse versie van Wikipedia over hem meldt:
'Lasswell was één van de meest creatieve en invloedrijke wetenschappers van zijn tijd.Door gebruik te maken van een scala van psychologische en sociologische methoden in een discipline die tot dan toe alleen gebruik maakte van historische, juridische en filosofische methoden werd Harold Lasswell de grondlegger van de hedendaagse politieke wetenschap en met name de politieke psychologie. Ook op het gebied van de communicatiewetenschappen heeft hij met zijn communicatiemodel een grote invloed gehad. Op het gebied van beleidsstudies was het Harold Lasswell die de richting aangaf met de omschrijving waaraan deze (toen) nieuwe discipline moest voldoen (multi-disciplinair, probleem oplossend, expliciet normatief).' Zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Harold_Lasswell

Als een van de belangrijkste adviseurs van de politieke en economische elite verklaarde Lasswell dat propaganda onmisbaar was in een democratie omdat 'men are often poor judges of their own interests' en dus bewerkt moeten worden om zaken te steunen die ze normaal niet zouden steunen. De commerciele massamedia spelen in dit proces een doorslaggevende rol, dat was en is nog steeds de algemene opvatting van de toonaangevende westerse intellectuele elite. Ook de invloedrijke Lippmann, een fervent adept van de imperialistische presidenten Theodore Roosevelt en Woodrow Wilson, was uiterst sceptisch over de mogelijkheid van een ware democratie in een complexe moderne samenleving. Het gewone volk kon zijn eigen belangen niet zomaar gaan formuleren, want dan zou het een chaos worden. Het publiek mocht tijdens verkiezingen zijn stem geven aan - door coöptatie gekozen – beleidsbepalers en verder niets. Om dit proces mogelijk te maken en zo glad mogelijk te laten verlopen, moest de pers worden gebruikt. Zij was verantwoordelijk voor ‘het fabriceren van consensus… een zelfbewuste vaardigheid en standaard instrument van een regeringen die namens het volk besturen.’ Keer op keer onderstreepte Lippmann het belang dat journalisten de juiste ‘reflexen’ ontwikkelden en voldoende ‘geconditioneerd’ zouden worden waardoor ‘de aandacht van de media natuurlijk voor een belangrijk deel gestuurd’ kon worden ‘door de politieke machten.’ Hij besefte de propagandistische waarde van een gecontroleerde pers, die er diep van doordrongen is dat ze ‘moet… kiezen.’ Als lid van Wilson’s Commissie voor Publieke Informatie, speciaal in het leven geroepen om de oorlogspropaganda te coördineren, was hij erin geslaagd de sentimenten zo te bespelen dat de aanvankelijke brede oppositie tegen Amerikaanse deelname aan de Eerste Wereldoorlog uiteindelijk als sneeuw voor de zon verdween.

Maar zoals gesteld, niet alleen Lippmann, die onder president Wilson als assistent van de minister van Oorlog diende, was zo negatief over de wenselijkheid van een echte democratie. Het was de heersende opvatting in brede kringen van de Amerikaanse elite. Zo verklaarde Robert Lansing, minister van Buitenlandse Zaken onder president Wilson, dat de grote massa van de bevolking ‘onwetend en geestelijk onvolwaardig’ was en dus via de pers in de juiste richting gemanipuleerd moest worden. En ook Reinholdt Niebuhr, hoogleraar Praktische Theologie uit New York, de ‘officiële theoloog van het establishment,’ waarschuwde voor ‘de domheid van de gemiddelde mens… het proletariaat,’ die niet de rede volgde maar het geloof en daarom door de media gevoed moest worden met ‘emotioneel krachtige oversimplificaties,’ die dienden om de ‘noodzakelijke illusie,’ in stand te houden. De illusie dat de VS een echte democratie was, waarbij iedere burger in alle vrijheid de politieke koers van zijn land bepaalt, en de pers 'onafhankelijk' is. Dezelfde illusie dus die jij, Henk, tegen beter weten in, verspreidt. Volgens Niebuhr moet men ‘de verantwoordelijkheden van de macht onder ogen zien,’ zodat de ‘noodzakelijke illusie’ kon blijven bestaan. Die was noodzakelijk wilde de economische en politieke elite ongestoord haar werk kunnen doen, wat in de praktijk neerkwam op het uitbuiten en onderdrukken van het ‘proletariaat’ dat wereldwijd ‘onwetend en geestelijk onvolwaardig’ was. Het volk moest door de media gedisciplineerd worden en gedirigeerd, anders zou de westerse beschaving ten onder gaan, zo vreesde Niebuhr. Het resultaat van deze strategie is niet uitgebleven, want ondanks of beter nog dankzij de overvloed aan massamedia is de constatering van John Berger correct dat ‘er grote delen van de… arbeiders en middenklasse bestaan die zich niet helder kunnen uitdrukken als gevolg van de grootscheepse culturele deprivatie. De middelen om datgene wat ze weten te vertalen in gedachten is hen ontnomen… Ze bezitten geen voorbeelden die ze kunnen volgen, waarbij woorden ervaringen duidelijk maken.’ Een avondje televisie kijken en men weet wat Berger bedoeld. ‘Wat kan er, uitgezonderd halve waarheden, grove simplificaties of onbenulligheden, overgebracht worden aan dat halfgeletterde massale gehoor, dat… overal de voorstelling mag bijwonen?’ zo schreef de hoogleraar George Steiner, die aan Yale en Oxford doceerde.

Het was de voormalige hoofdredacteur van Trouw, en huidige hoofdredacteur van Vrij Nederland, Frits van Exter die het zo fraai verwoordde toen hij tegenover Extra, een tijdschrift dat de media kritisch volgde, onder de kop: 'De conditionering van de kudde' het volgende verklaarde: 'Lezers horen wantrouwend te zijn tegenover de media ... De aandacht van de media [wordt] natuurlijk voor een belangrijk deel gestuurd … door de politieke machten … Dat geldt voor de nationale politiek, maar natuurlijk ook voor de internationale politiek … Het heeft voor een deel te maken met de vluchtigheid van het medium. Deels ook volgen de media elkaar, sommige zijn dominanter, en andere lijden aan kuddegedrag … Als je volgend bent, dan betekent dat als een autoriteit, of iemand die gekozen is om een bepaald gezag uit te oefenen, zegt “ik vind dit een belangrijk onderwerp, daar gaan we nou es wat aan doen,” dat je dat ook bekijkt. De dingen waar hij (sic) het niet over heeft, die volg je dus minder… het werkt voor een deel reflexmatig. Reflexen zijn het, je bent daar geconditioneerd in.'

Henk, mijn vraag nu aan jou is: waarom zou de belastingbetaler dit systeem moeten gaan subsidieren?

A van der Velden 26 mrt 23:40

Stan heeft het bij het juiste eind. Het is jammer dat wij in Nederland nog geen equivalent hebben van http://dailycensored.com/ of zelfs van The Nation, waarin John Nichols en Robert McChesney hebben ontleed hoe het er voor staat met de media en wat er nodig is (geen commerciële, maar onafhankelijke media die via belastingbijdragen worden gefinancierd): men leze hun uitstekende analyse (in de meeste kwaliteitskranten tegenwoordig al een te intellectueel woord) 'The Death and Life of Great American Newspapers' (http://www.thenation.com/doc/20090406/nichols_m...).

stan van houcke 27 mrt 12:30

Beste Henk, geachte collega,

In de VPRO-gids van deze week schrijft Arnon Grunberg naar aanleiding van zijn verblijf in Bagdad: 'Net zoals de toerist in een vakantieoord maakt ook de journalist in een oorlogsgebied deel uit van een industrie. Hoe hij ook te werk gaat, de mogelijkheden om aan die industrie te ontkomen zijn minimaal.' Het valt mij telkens weer op hoe helder niet-journalisten de journalistiek kunnen analyseren, in tegenstelling tot onze collega's.
In de uitgebreid gedocumenteerde studie Manufacturing Consent. The political economy of the mass media concluderen de Amerikaanse geleerden Edward S. Herman en Noam Chomsky onder andere het volgende: 'Given the imperatives of corporate organization and the workings of the various filters, conformity to the needs and interests of privileged sectors is essential to succes. In the media, as in other major institutions, those who do not display the requistite values and perspectives will be regarded as "irresponsible", "ideological," or otherwise aberrant, and will tend to fall by the wayside. While there may be a small number of exeptions, the pattern is pervasive, and expected. Those who adapt, perhaps quite honestly, will then be free to express themselves with little managerial control, and they will be able to assert, accurately, that they perceive no pressures to conform. The media are indeed free -- for those who adopt the principles required for "societal purpose".'
Dat wat betreft de ideologische achtergrond, maar ook qua opzet en functioneren van de commerciele massamedia valt het een en ander af te dingen op jouw stelling dat de media 'onafhankelijk' zijn en op die manier een 'produkt leveren op basis waarvan de burgerij tot een gefundeerd politiek oordeel komt.' Zo constateren Herman en Chomsky: 'The technical structure of the media virtually compels adherence to conventional thoughts; nothing else can be expressed between two commercials, or in seven hunderd words, without the appearance of absurdity that is difficult to avoid when one is challenging familiar doctrine with no opportunity to develop facts or argument... The critic must also be prepared to face a defamation apparatus against which there is little recourse, an inhibiting factor that is not insubstantial... The result is a powerful systyem of induced conformity to the needs of privilege and power. In sum, the mass media of the United States are effective and powerful ideological institutions that carry out a system-supportive propaganda function by reliance on market forces, internalized assumptions, and self-censorship, and without significant overt coercion. This propaganda system has become even more efficient in recent decades with the rise of the national television networks, greater mass-media concentration, right-wing pressures on public radio and television, and the growth in scope and sophistication of public relations and news management.'

Henk, van buiten naar binnen kijkend krijgt men doorgaans een heel ander beeld dan van binnen naar buiten kijkend, dat spreekt voor zich. In toenemende mate is een steeds groter deel van de burgerij sceptisch over het werk van journalisten. En met recht, door internet leert men hoe betrekkelijk de journalistieke 'waarheid' is, en hoe de pers 'met onverbiddelijke regelmaat' ongefundeerd bericht. Zoals op elk gebied van het menselijk bestaan spelen in de journalistiek belangen een centrale rol. Juist in de journalistiek. Die belangen vertekenen de werkelijkheid. Soms een klein beetje, soms in ernstige mate, zoals in talloze studies wordt aangetoond. Mijn vraag aan jou is nu op grond waarvan jij met zoveel stelligheid meent dat de commerciele massamedia 'met onverbiddelijke regelmaat het product [leveren] op basis waarvan de burgerij tot een gefundeerd politiek oordeel komt'?

stan van houcke 28 mrt 14:24

Beste Henk, geachte collega,

Zoals je weet staat ons vak niet in hoog aanzien. In toenemende mate is er onder brede lagen van de bevolking kritiek op de wijze waarop het journalistieke metier wordt beoefend. Die kritiek komt niet alleen van de heffe des volks maar ook van de kant van intellectuelen, zoals ik in mijn reacties van de afgelopen dagen heb laten zien. Die kritiek moet door een journalist serieus worden genomen, zeker wanneer men wilt dat de commerciele pers met belastinggeld wordt gesubsidieerd. Vandaar dat ik je opnieuw enkele uitspraken voorleg van geleerden die de commerciele massamedia hebben bestudeerd.
Het was al in de jaren zestig dat de Amerikaanse socioloog C. Wright Mills schreef: 'De machthebbers verschaffen de opinies en de middelen waarmee die gerealiseerd kunnen worden. Mensen bestaan in de mediamarkten alleen als massa; hun acties verlopen parallel omdat hun opinies parallel verlopen, en hun opinies zijn parallel omdat ze alle uit één bron afkomstig zijn: die van de media. [...] De mensen zijn, zelfs als ze handelen, meer toeschouwers dan medespelers. Het publiek van de massamaatschappij handelt bij acclematie, bij plebisciet. Passief staat het toe, actief klapt het in de handen. Het is geen handelen dat uit eigen, autonome beslissingen of initiatieven voortkomt; het is geconditioneerde reactie op gecontroleerde stimuli die van het centrale beheerapparaat uitgaan. Omdat het publiek van de massamaatschappij markt voor de media en geactiveerde massa is geworden, is de discussiefase van het proces van opinievorming vrijwel uitgeschakeld.'

Volgens Mills is 'het doel van de opinie-organisatoren om de bevolking in een voortdurende staat van emotionele onderworpenheid te houden... Immers, als het maar eenmaal gelukt is om een mentaliteit van volgzaamheid en gehoorzaamheid te kweken, is het niet moeilijk meer om de mensen te doen geloven en te doen voelen wat men maar wil... hun opinies zijn parallel omdat ze alle uit 1 bron afkomstig zijn: die van de media.'

Op het volgende opmerkelijike feit wees Noam Chomsky toen hij over de verlichtingsfilosoof David Hume het volgende schreef: 'in considering his First Principles of Government, he expressed his puzzlement over ''the easiness with which the many are governed by the few" and "the implicit submission with which the men resign their own sentiments and passions to those of their rulers". "When we enquire by what means this wonder is brought about", Hume concluded, "we shall find, that as Force is always on the side of the governed, the governors have nothing to support them but opinion. It is therefore, on opinion only that government is founded; and this maxim extends to the most despotic and most military governments, as well as to the most free and most popular.'''

Een praktisch voorbeeld waar de macht van de opiniemakers toe leidt geeft de angelsaksische sociaal wetenschapper Alex Carey in zijn boek Taking the Risk out of Democracy: 'While the image-makers... re-created and projected Nixon so that he won more popular votes than any previous presidential candidate in American history... the presidential tapes reveal, the President and his highest aides and ministers were plotting, in the diction and the moral temper of a clique of Mafia thugs, how they might use the power of the presidency even further to corrupt and deceive. Nor is there any longer, unfortunately, substantial reason to believe that, if Kennedy or Johnson had been reckless enough to put the reality behind their public images on as many spools of tape as Nixon, their credibility gaps would have been notably less.'
Henk, deze visie staat diametraal tegenover jouw opvatting. Onder andere Carey stelt dit: 'Contrary to common assumptions, propaganda plays an important role -- and certainly a more covert and sophisticated role -- in technologically advanced democratic societies, where the maintenance of the existing power and privileges are vulnerable to popular opinion.'
Nu mijn vraag aan jou: op grond van welke feiten meen jij dat 'met onverbiddelijke regelmaat' de commerciele massamedia 'het product [leveren] op basis waarvan de burgerij tot een gefundeerd politiek oordeel komt'? En wat bedoel je nu precies met de kwalificatie 'gefundeerd'?

stan van houcke 29 mrt 13:55

Beste Henk, geachte collega,

Je schrijft in De Groene Amsterdammer:

'Redacties van de serieuze media zijn instituten waar honderden specialisten werken. Met onverbiddelijke regelmaat leveren ze het product op basis waarvan de burgerij tot een gefundeerd politiek oordeel komt. Het zou logisch zijn om de productie van dit drukwerk ook tot de publieke voorzieningen te rekenen, zoals gas, water en licht.'

De stelligheid van jouw bewering is volgens mij onjuist. Uit de praktijk weet jij net als ik dat het overgrote deel van wat de commerciele pers bericht niet het produkt is van onafhankelijke specialisten die 'met onverbiddelijke regelmaat het product [leveren] op basis waarvan de burgerij tot een gefundeerd politiek oordeel komt.' Integendeel, het meeste 'nieuws' komt via persbureau's binnen of wordt overgeschreven dan wel nagepraat. Ik geef een recent voorbeeld. Gisteren publiceerde de New York Times het volgende bericht:

'Spanish Court Weighs Inquiry on Torture for 6 Bush-Era Officials.
By MARLISE SIMONS
Published: March 28, 2009
LONDON — A Spanish court has taken the first steps toward opening a criminal investigation into allegations that six former high-level Bush administration officials violated international law by providing the legal framework to justify the torture of prisoners at Guantánamo Bay, Cuba, an official close to the case said.'
Zie: http://www.nytimes.com/2009/03/29/world/europe/...

Dit bericht gaat nu de wereld rond, want het is groot nieuws. Overal op aarde nemen journalisten deze informatie over. Hoe komt het dat Marlise Simons als eerste met dit nieuws verschijnt? Dat is simpel, zij is de correspondente in Parijs van The New York Times. Zoals we weten is de journalistiek een slagveld waar allerlei belangen worden uitgevochten. Bepaalde autoriteiten hebben bepaalde belangen en laten daarom informatie lekken naar de belangrijkste krant ter wereld en niet naar bijvoorbeeld de NRC of een andere krant uit een tamelijk onbelangrijk landje als Nederland. Het enige dat die kranten kunnen doen is het bericht van Marlise Simons overnemen en dat gebeurt dus ook. En op die manier worden de commerciele massamedia gebruikt door bepaalde belangen om hun belangen veilig te stellen. 'De democratie' heeft daar doorgaans niets mee te maken. Belangen van mensen die in de positie verkeren om die belangen te verdedigen, daar draait het om.

Nu mijn vraag aan jou, gezien hetgeen ik hierboven beschrijf, op grond van welke feiten baseer jij de stelligheid waarmee je dit schrijft: 'redacties van de serieuze media zijn instituten waar honderden specialisten werken. Met onverbiddelijke regelmaat leveren ze het product op basis waarvan de burgerij tot een gefundeerd politiek oordeel komt'? Hoe 'gefundeerd' is 'gefundeerd', wanneer wij journalisten maar al te vaak weten wat voor belangen er achter de schermen meespelen?

stan van houcke 30 mrt 13:52

Beste Henk, geachte collega

Jij schreef schrijft ‘DE DEMOCRATIE KAN ALLEEN GOED functioneren als ze steunt op een goed geïnformeerde openbare mening. Dankzij de serieuze media kan het publiek zich dagelijks op de hoogte stellen van wat zijn vertegenwoordigers, de politici en de bestuurders uitvoeren en nalaten, of ze hun beloften houden, welke fouten ze maken, in welke doolhoven van corruptie ze terecht zijn gekomen. Ze worden dag in, dag uit gecontroleerd door deskundige journalisten die, onafhankelijk als ze zijn, alles in de media openbaar maken. Zo ontstaat de publieke opinie.’

Een van die ‘deskundige journalisten die, onafhankelijk als ze zijn’ in de praktijk ‘de publieke opinie' vormen is Salomon Bouman. Drie decennialang lang was hij correspondent in Israel en vormde zo 'de opinie' van de NRC-lezer. In de inleiding van mijn boek De oneindige oorlog schreef ik over deze collega, die zichzelf als zionist definieert: ‘Mei 2008 verklaarde de voormalige NRC-journalist Salomon Bouman tegenover een zaal vol academici in het Haagse Institute for Social Studies dat de verdrijving in 1948 van ten minste 750.000 Palestijnse burgers uit wat nu Israël is ‘geen oorlogsmisdaad’ was omdat dit ‘het resultaat [was] van een oorlog’. Volgens deze voormalige correspondent in Israël van de Nederlandse ‘kwaliteitskrant’ waren tijdens het bewind van de Arbeiderspartij de Israëlische autoriteiten niet expansionistisch geweest. Dat gebeurde pas na 1977 onder rechts, de Likoed. Een bewering die hij al eerder in de NRC in de volgende bewoordingen had gedaan: ‘Het realisme van het linkse seculiere zionisme, zoals David Ben-Goerion dat beleed, werd naar de achtergrond gedrongen.’ Hetzelfde realisme dus dat ertoe had geleid dat onder aanvoering van Ben-Goerion Palestina in 1948 etnisch gezuiverd werd en meer dan de helft van het aan de Palestijnen toegewezen land door zionistische troepen werd veroverd. Boumans bewering staat ook haaks op uitspraken van Ben-Goerion zelf, zoals deze: ‘Ik ben tevreden met een deel van het land, maar alleen op basis van de gedachte dat we na de stichting van de staat een sterke macht opbouwen – en we de verdeling van het land zullen afschaffen en we ons over het hele Land van Israël zullen verspreiden.’ 36 jaar lang heeft Bouman lezers en luisteraars bericht vanuit de context dat Israël het slachtoffer was geweest van ‘Arabische agressie’. Zijn opmerking dat het met terreur etnisch zuiveren van ‘de Joodse natie’ geen oorlogsmisdaad was, is illustratief voor de berichtgeving van niet alleen ‘de slijpsteen voor de geest’ maar van die van alle westerse commerciële massamedia. De oorzaak van wat eufemistisch het Israëlisch-Palestijnse conflict heet is achter de horizon verdwenen en zo wordt nagenoeg elk verzet van de verdreven en onderdrukte Palestijnse bevolking als een uitwas geportretteerd. Dit boek wil de feitelijke context van het conflict belichten. Ik doe dat via interviews met Joodse en Palestijnse betrokkenen die één kenmerk gemeen hebben: ze verafschuwen onrecht. Door het benadrukken van de context van oorzaak en gevolg is het onvermijdelijk dat lang gekoesterde mythen over Israël doorgeprikt worden. Mythen die als rechtvaardiging gelden voor het Israëlische expansionisme.’

Buitenlandse en Nederlandse Juristen, gespecialiseerd in het internationaal recht, die Bouman tijdens de bijeenkomst in het Institute for Social Studies uitlegden dat het kenmerk van oorlogsmisdaden is dat die nu juist tijdens een oorlog plaatsvinden, slaagden er niet in om de voormalige NRC-correspondent op andere gedachten te brengen. Henk, het is slechts één van de talloze voorbeelden die de stelligheid van jouw beweringen ondergraven. Omdat ik zelf de afgelopen jaren intensief de berichtgeving over Israel en Palestina heb gevolgd blijf ik even stilstaan bij het werk van Salomon Bouman:

Vorige week donderdag stelde hij het volgende in jouw en zijn krant: 'Door toedoen van Barak worden de socialisten meegesleept in de verrechtsing van de Israëlische politiek. Daarmee is het lot van de Arbeidspartij als de humanistische ziel van de joodse staat bezegeld. Het is ondenkbaar dat de Arbeidspartij zich kan rehabiliteren van de grote nederlaag bij de jongste algemene verkiezingen... De partij die trots aan de wieg stond van de stichting van de staat Israël in 1948, werd teruggeworpen tot vierde partij met slechts dertien zetels in de Knesset... Likud was door de massale stichting van nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever uit op annexatie van dat gebied. Hoewel ook de socialistische regeringen nederzettingen stichtten, zagen zij er vanaf nederzettingen te bouwen in dicht door Palestijnen bewoonde gebieden. Likud doorbrak dat taboe. Mede daardoor escaleerde het Israëlisch-Palestijnse conflict.'

Welnu, dit is kort samengevat de mythe die Salomon Bouman decennialang als correspondent in stand heeft proberen te houden. Het is de propagandaversie van sociaaldemocratische zionisten als Bouman zelf. In het kader daarvan was de berichtgeving van de NRC over Israel altijd tendentieus, maar belangrijker nog is dat wat al die jaren door de krant verzwegen werd. Bepaalde zienswijzen en onthullingen over de ware geschiedenis van 'de joodse staat' werden angstvallig buiten de kolommen gehouden. Ik geef als voorbeeld de volgende uitspraak van de vooraanstaande joods-Israelische intellectueel Benjamin Beit-Hallahmi, een zienswijze die de NRC-lezer nooit via Salomon Bouman zal vernemen:
'Hoewel overal in de moderne wereld het kolonialisme verworpen is, is Israël nog steeds een koloniale garnizoensstaat.' Beit-Hallahmi, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Haifa, doceerde in de VS, Engeland en Frankrijk, is auteur van talloze studies waaronder Original Sins. Reflections on the History of Zionism and Israël. Ik interviewde hem voor De oneindige oorlog. Hij zei onder andere dit over zijn landgenoten, een uitspraak die haaks staat op de beweringen van Bouman:
'Politiek links en rechts zijn beide van mening dat Israël de staat van de Joden moet zijn en dat anderen dus niet welkom zijn. Het enige verschil tussen hen is dat rechts openlijk expansionistisch is en links meer in het geheim. Ben-Goerion en de rest van het linkse leiderschap leken altijd gematigd en redelijk, zij ontkenden zowel dat er sprake was van een conflict met de Arabieren als dat ze streefden naar een exclusief Joodse staat. Dit alles was niet meer dan een briljante truc, een grote tactische pose, waarachter men zich kon verschuilen. Ben-Goerion wist maar al te goed dat geweld de enige manier was waarop de zionisten hun zin konden doordrukken. Alleen met een leger kon hij de Palestijnen verdrijven en terwijl de rechtse leiders vurige toespraken hielden over de noodzaak van een grote Joodse krijgsmacht, was hij al vanaf 1925 in alle rust bezig met de opbouw van een professioneel leger. De overtuiging dat Israël een Joodse staat moet zijn, is een van de belangrijkste redenen dat rechts in Israël heeft gewonnen, een marxistisch kolonialisme kan niet lang bestaan, dat spreekt voor zich. De poging van de eerste generatie Israëli’s om een linkse staat te creëren is dan ook faliekant mislukt. Het was ook absurd; men kan geen gelijkheid verwachten in een overduidelijk discriminerend systeem. Het was onvermijdelijk dat deze ongerijmdheid niet verborgen bleef. De eerlijkheid van rechts over de kolonialistische werkelijkheid is vanzelfsprekend attractiever voor kiezers. Zeker na al die jaren zionistische scholing kunnen de Palestijnen alleen nog maar gezien worden als ongewenste gasten en als vijanden. Een politiek gebaseerd op etnische zuivering om het gebied Joods te kunnen maken, kan natuurlijk niet links, humaan, vooruitstrevend en democratisch zijn. Als men eenmaal het principe aanvaardt dat de staat Joods moet zijn, zijn de reactionaire consequenties een natuurlijk gevolg, en dat proces versterkt zichzelf. Vandaar dat de kiezers steeds meer rechts gingen stemmen. Het zionisme kan uit principe niet toestaan dat de Palestijnen hun politieke rechten uitoefenen omdat dit het einde van de zionistische onderneming zou betekenen. Het ware kwaad is de beroving van de inheemse bevolking en het creëren van een gebied waar die oorspronkelijke bewoners niet meer bestaan, óf nog wel bestaan, maar dan zonder dezelfde rechten als de Joden. Dat is kort gezegd het hele systeem hier. Zonder dit massale onrecht zou een joodse staat niet mogelijk zijn geweest en over dat feit bestaat in Israël geen verschil van mening. Hetzelfde geldt voor de indianen in Amerika, en de Zuidzeevolkeren in Australië en Nieuw-Zeeland, hun rechten moesten worden genegeerd om het gebied te kunnen koloniseren. Natuurlijk verzinnen ook de Israëli’s allerlei rechtvaardigingen om het onrecht voor zichzelf acceptabel te maken. Een illustratief voorbeeld geeft de historicus Benny Morris, die redeneert dat ook de laatste 150.000 Palestijnen die in 1948 wisten te blijven, verdreven hadden moeten worden, dan zouden we volgens hem van het hele probleem zijn af geweest. Zijn opvatting is dat de Palestijnen weliswaar een groot onrecht is aangedaan, maar dat dit onrecht wordt opgeheven omdat het rechtvaardigheid voor de Joden betekende. En rechtvaardigheid voor de Joden is belangrijker dan onrecht voor de Palestijnen. Veel Joden in Israël, ook onder de intellectuelen, delen dit standpunt. Met andere woorden: Joden hoeven zich niet druk te maken om andere mensen. Wij hebben zo veel geleden dat we het recht hebben anderen onrecht aan te doen. Wij moeten alleen voor onszelf opkomen. Dat is de gedachtegang. Maar in de praktijk werkt deze rechtvaardiging zelfs niet in Israël. Als men een halve eeuw geleden een opinie-onderzoek had verricht over de vraag of de Palestijnen dezelfde rechten zouden moeten krijgen als de Joden, dan was de reactie geweest: “Wie zijn de Palestijnen?” De term Palestijnen bestond toen niet, werd althans niet gebruikt, en nu wordt die permanent en overal gebruikt. Dat is de grote overwinning van de Palestijnse nationale beweging. Kortom, de laatste vijftig jaar wordt in toenemende mate niet alleen het onrecht tegen de Palestijnen erkend, maar ook de noodzaak dat ze hun rechten kunnen uitoefenen. En dat is een enorme omslag. Vandaag de dag zijn er andere stemmen te horen die twijfel verwoorden over de rechtschapenheid van het zionisme of die erkennen dat de Palestijnen een niet te rechtvaardigen onrecht is aangedaan. Een Israëlische biljonair, Idan Ofer, die het halve land bezit verklaart publiekelijk dat wij herstelbetalingen aan de Palestijnen moeten verstrekken, net zoals de Duitsers herstelbetalingen aan ons gaven vanwege de Holocaust. Dat is een voorbeeld van wat er nu in Israël wordt gezegd. Probeert u zich eens voor te stellen wat voor oproer er was ontstaan als hij dit in New York had gezegd. Het opmerkelijke is dat hij een vergelijking maakte met de Holocaust, zonder meteen te zeggen dat die twee hetzelfde zijn, maar hij zei wel dat wij de Palestijnen een groot onrecht hebben aangedaan. Langzaam maar zeker beginnen mensen anders te denken, om de situatie te kunnen veranderen. En dat is een radicale breuk met het verleden. Idan Ofer zei niet voor niets: “Wij moeten betalen. Wíj!” Dus niet anderen, zoals tot nu toe het geval is. Joods-Israëli’s gaan er namelijk onmiddellijk van uit dat Europa wel zal betalen om de problemen van de Palestijnse vluchtelingen op te lossen. Nee, stelt Ofer, wij zullen ditmaal een offer moeten brengen, als we de realiteit willen veranderen. En het gaat niet alleen om geld, als wij het conflict echt willen oplossen zullen we ook anders met macht moeten omgaan. Israël moet niet langer meer naar alleenheerschappij streven, als men een werkelijke verandering wil, dan zullen de zionisten de macht moeten delen met onder andere de Palestijnen.’
Maar nu Henk, deze zienswijze zal men niet snel in de NRC aantreffen, dit past niet in de pro-Israel berichtgeving van de krant die zichzelf afficheert als 'kwaliteitskrant' die 'de nuance' zoekt.

Als NRC commentator schreef jij in De Groene Amsterdammer:
'Redacties van de serieuze media zijn instituten waar honderden specialisten werken. Met onverbiddelijke regelmaat leveren ze het product op basis waarvan de burgerij tot een gefundeerd politiek oordeel komt. Het zou logisch zijn om de productie van dit drukwerk ook tot de publieke voorzieningen te rekenen, zoals gas, water en licht.'

Net als SP-voorman Jan Marijnissen pleit jij nu voor het subsidieren van de commerciele massamedia met belastinggeld, omdat zonder de commerciele pers 'de democratie' niet goed zou kunnen 'funcioneren'. Ik betwijfel dat, ik geef toe dat een bepaalde vorm van democratie, de parlementaire democratie met alle daaraan verbonden belangen van de commerciële massamedia bedreigd worden, maar dat daarmee ‘DE DEMOCRATIE’ in gevaar zou komen betwijfel ik ten zeerste.

Henk, mijn vraag aan jou is nu: vanwaar die stelligheid van jouw bewering? Op welke feiten baseer jij deze veronderstelling?

stan van houcke 31 mrt 11:57

Beste Henk, geachte collega,

Dankzij een reactie van meneer of mevrouw A van der Velden 26-03-2009 22:40 op jouw artikel las ik een analyse van de commerciele massamedia van de volgende twee mensen:

'About John Nichols
John Nichols, a pioneering political blogger, has written The Beat since 1999. His posts have been circulated internationally, quoted in numerous books and mentioned in debates on the floor of Congress.
Nichols writes about politics for The Nation magazine as its Washington correspondent. He is a contributing writer for The Progressive and In These Times and the associate editor of the Capital Times, the daily newspaper in Madison, Wisconsin. His articles have appeared in the New York Times, Chicago Tribune and dozens of other newspapers. more...
About Robert W. McChesney
Robert McChesney is Gutgsell Endowed Professor in the Department of Communication at the University of Illinois. He hosts the program Media Matters on WILL-AM every Sunday afternoon from 1-2PM central time. He and John Nichols, The Nation's Washington correspondent, are the founders of Free Press, the media reform network, and the authors of Tragedy and Farce: How the American Media Sell Wars, Spin Elections, and Destroy Democracy (New Press). He has written 16 books and his work has been translated into 15 languages. more...'

Beiden komen in The Nation tot de volgende conclusie:

'The place to begin crafting solutions is with the understanding that the economic downturn did not cause the crisis in journalism; nor did the Internet. The economic collapse and Internet have greatly accentuated and accelerated a process that can be traced back to the 1970s, when corporate ownership and consolidation of newspapers took off. It was then that managers began to balance their books and to satisfy the demand from investors for ever-increasing returns by cutting journalists and shutting news bureaus. Go back and read a daily newspaper published in a medium-size American city in the 1960s, and you will be awed by the rich mix of international, national and local news coverage and by the frequency with which "outsiders"--civil rights campaigners, antiwar activists and consumer advocates like Ralph Nader--ended up on the front page.'
Lees verder: http://www.thenation.com/doc/20090406/nichols_m...

Met andere woorden: de commerciele massamedia zijn al lange tijd, net als alles in onze westerse cultuur, een onderdeel van wat de Britse schrijver John Berger op deze manier verwoordt: 'Consumptie en communicatie zijn tegenwoordig verenigd in een diabolische vennootschap, en uit deze vennootschap bestaat datgene wat wij kennen als de media. Eerst en vooral vertegenwoordigen de media een economisch contract waardoor alles wat er in de wereld gebeurt wordt gekoppeld aan het mechanisme van de verkoop.'

Binnen deze context komt de volgende stelling van jou in een heel ander daglicht te staan: 'Dankzij de serieuze media kan het publiek zich dagelijks op de hoogte stellen van wat zijn vertegenwoordigers, de politici en de bestuurders uitvoeren en nalaten, of ze hun beloften houden, welke fouten ze maken, in welke doolhoven van corruptie ze terecht zijn gekomen. Ze worden dag in, dag uit gecontroleerd door deskundige journalisten die, onafhankelijk als ze zijn, alles in de media openbaar maken. Zo ontstaat de publieke opinie.’

Opmerkelijk aan deze woorden is dat je de economische macht in ons leven geheel buiten beschouwing laat. Het is juist deze ondemocratische macht die net als in een totalitair systeem ongecontroleerd door de gemeenschap de koers bepaald. En inderdaad, de punditti, zoals Norman Mailer de opiniemakers geringschattend noemde, bepalen 'de publieke opinie'. Maar Henk, dat is nu juist het probleem, de opiniemakers van de commerciele massamedia met al hun belangen bepalen wat de waarheid is voor honderden miljoenen westerse burgers. De afgelopen decennia hebben de alles behalve onafhankelijke media het neoliberale model verkocht als het beste model voor de mensheid. Sterker nog, het werd na de val van de Sovjet Unie ook door de NRC gepresenteerd als het einde van de geschiedenis.

Mijn vraag nu aan jou is nu: op grond van welke feiten ben jij het oneens met de hierboven geciteerde intellectuelen en meen jij dat de commerciele pers 'onafhankelijk' is?

Berend de Vries 31 mrt 16:24

Gaat Henk nog antwoord geven of doet hij dat alleen op papier en na drie stempels van het door advertenties betaalde journalistengilde?

stan van houcke 01 apr 14:28

Beste Henk, geachte collega

Jij schreef: ‘DE DEMOCRATIE KAN ALLEEN GOED functioneren als ze steunt op een goed geïnformeerde openbare mening. Dankzij de serieuze media kan het publiek zich dagelijks op de hoogte stellen van wat zijn vertegenwoordigers, de politici en de bestuurders uitvoeren en nalaten, of ze hun beloften houden, welke fouten ze maken, in welke doolhoven van corruptie ze terecht zijn gekomen. Ze worden dag in, dag uit gecontroleerd door deskundige journalisten die, onafhankelijk als ze zijn, alles in de media openbaar maken. Zo ontstaat de publieke opinie.’

Henk, over welke 'democratie' heb jij het? Ik vraag dat vanwege het volgende: aan het slot van de ongeveer 4 uur durende BBC-documentaire Century of Self verklaart de Amerikaanse voormalige minister van Werkgelegenheid Robert Reich:

'Fundamentally , here we have two different views of human nature and of democracy. You have the view that people are irrational, that they are bundles of unconscious emotions. That comes directly out of Freud, and businesses are very able to respond to that, that is what they have honed their skills doing, that is what marketing is really all about. What are the symbols, the music, the images, the words that will appeal to these unconscious feelings? Politics must be more than that. Politics and leadership are about engaging the public in a rational discussion and deliberation about what is best, and treating people with respect in terms of their rational abilities to debate what is best. If it is not that, if it is Freudian, if it is basically a matter of appealing to the same unconscious feelings that business appeals to, than why not let business do it? Business can do it better. Business knows how to do it. Business after all, is in the business of responding to those feelings.'

Adam Curtis, die de documentaireserie maakte, verklaarde over het huidige democratische model in zijn eigen land: 'New Labour are faced with a dilemma. The system of consumer democracy that they have embraced has trapped them into a series of short term and often contradictory policies. There are now groing demands that they will fulfill a grander vision, that they will use the power of government to deal with the problems of growing inequality and the decaying social fabric of the country. But to do this they will have to appeal to the electorate to think outside their own self interests and this will mean challenging the now dominant Freudian view of human beings as selfish, instinct-driven individuals, which is a concept of human beings that has been fostered and encouraged by business, because it produces ideal consumers. Although we feel we are free, in reality we, like the politicians, have become the slaves of our own desires. We have forgotten that we can be more than that, that there are others sides to human nature.'
Dit is het probleem in een notendop waarmee de westerse mens wordt geconfronteerd. Hij is niet langer een burger, maar een consument in een materialistische cultuur. Dit is het produkt van een mentaliteit die door Paul Mazer, een vooraanstaande bankier van de nu failliete Lehman Brothers, al in de jaren dertig van de vorige eeuw werd bepleit toen hij adviseerde: 'We must shift America from a "needs" to a "desires" culture, people must be trained to desire, to want new things even before the old has been completely consumed. We must shape a new mentality in America, man's desiresd must overschadow his needs.' Henk, ik hoef jou niet te vertellen dat het werk van de commerciele massamedia doorslaggevend is geweest bij die mentaliteitsverandering.
Over de grondlegger van de public-relation industrie zei Curtis: 'In 1939 Edward Bernays, Sigmund Freud's nephew, created a vision of a future world in which the consumer was king. It was at the World's Fair in New York, and Bernays called it democracity. It was one of the earliest and most dramatic portrayals of a consumerist democracy, a society in which the needs and desires of individuals were read and fulfilled by business and the free market.' De Amerikaanse historicus Stuart Ewen, auteur van PR! A Social History of Spin, vertelde: 'The World's Fair created a spectacle in which all of these concerns were met and they were met by Westinghouse and General Motors and the American Cash Register Company. Company after company presented itself as a sort of centerpiece of a society in which human desire and human want and human anxiety would all be responded to, and it would all be met purely through the free enterprise system. There was this sort of notion that the free market was something that was not guided by ideologies or by political power. It was something that simply was guided by people's will.' Adam Curtis: 'This was the model of democracy that both new Labour and the American Democrats had bought into in order to regain power. They had used techniques of consumers and they had accepted Bernays' claim that this was a better form of democracy. But in reality the World's Fair had been an elaborate piece of propaganda designed by Bernays for his clients, the great American corporations. Privately Bernays did not believe that true democracy could ever work. He had been profoundly influenced in this by his uncle's theory of human nature. Freud believed that individuals were not driven by rational thought but by primitive unconcious desires and feelings. And Bernays believed that this meant it was too dangerous to let the masses ever have control over their own lives. And consumerism was a way of giving people the illusion of control while allowing the responsible elite to continue managing society.'

Henk, waar het hier om draait, is het beeld van de massa, de Stem des Volks, waar intellectuelen als jij terecht bang voor bent. Maar daarbij lijk je te vergeten dat ook de Stem van veel Intellectuelen even plat en materialistisch is geworden. In Century of Self wijst Adam Curtis erop dat 'the problem for new Labour was that it believed the propaganda. They took it face value the idea prompted by business that the system invented to read consumers minds could form the basis for a new type of democracy. Once in power new Labour tried to govern through a system which Philip Gould called ''continuous democracy". But what worked for business in designing products led the labour government to a bewildering maze of contradictory whims and desires. For much of Labour's first term the focusgroup said the railways were not a high priority and Labour's policies faithfully reflected this. But now those same groups are blaming the government for not having invested more mony sooner in the railways.'

Stuart Ewen, die de vercommercialisering van de politiek intensief bestudeerde, stelt dan ook het volgende: 'It is not the people who are in charge, but that the people's desires are in charge. The people are not in charge, the people exercise no descion making power within this environment. So democracy is reduced from something which assumes an active citizenry to something which now increasingly is predicated on the idea of the public as passive consumers, What you essentially are delivering them is doggy treat.'

Met andere woorden: wat lijkt op een democratisering is in feite de verdere debilisering van de kiezers en de onmiddellijke bevrediging van hun kortzichtige begeerte. Daarom mijn vraag aan jou: over welke 'democratie' heb jij het?

Stan van Houcke 02 apr 13:36

Beste Henk, geachte collega,

Je schrijft:

'Onafhankelijkheid is niet te koop.'

Dat klopt, 'onafhankelijkheid is niet te koop'. Impliciet stel je daarmee dat de commerciele massamedia niet 'onafhankelijk' zijn. Maar opmerkelijk genoeg spreek je tegelijkertijd toch van 'onafhankelijke serieuze media'. Ik las gisteren deze beschouwing van een collega van ons:

'The Crisis Extends to the Media
26/03/2009

Whether we support it or not, globalization is an unstoppable force that
seems to be immune to deceleration despite the many prophesies and
predictions that assumed that because globalization was the cause of the
international financial crisis, it would be its first victim. The
globalization of the media, politics, the economy, and culture has become
the main source of debate and controversy following the financial crisis
and the crisis in the real estate market. Our debate will deal with the
media sector, which is a sector that almost completely embodies
globalization and the transformation of the world into a global village.
This is an industry that consumes hundreds of millions of dollars and
contributes to the complete convergence of human society.

The initial reaction to a crisis is precautionary withdrawal; this means
not expanding beyond local boundaries. The first actions taken by
international news networks was to close overseas bureaus that are not
concerned with their own internal position or deal with active points of
interest in order to reduce costs... It seems that the internet will be the only medium not to be hit by this economic crisis, and perhaps it will be the medium that will benefit most
from the crisis. The internet is the only means of communication that can
access the most isolated places in the world, and it is the medium that has
the largest impact on an increasing number of people in many parts of the
world and at a lower cost.'
Zie: http://aawsat.com/english/news.asp?section=2&am...

Het punt is Henk, of je het nu leuk vindt of niet, niet langer leven we in het tijdperk dat de journalisten het monopolie op de berichtgeving hebben. En dat feit is even revolutionair voor de samenleving als de uitvinding van de boekdrukkunst. De Gutenberg Bijbel luidde het begin van de Reformatie in omdat de gelovige zonder bemiddelling van wat Jan Marijnissen 'de explicateurs' noemt en jij 'een politiek-literaire elite' God's woord konden lezen en dus voor zichzelf konden bepalen wat 'de waarheid' was. Het tijdperk dat een kleine 'politiek-literaire elite' via de commerciele massamedia kon bepalen wat 'de waarheid' voor de massa was, is voorbij. Of dat goed of slecht voor de samenleving is, weten jij en ik niet, weet niemand. Wel weten we dat het zogeheten 'liberale' Verlichtingsmodel niet heeft kunnen voorkomen dat Auschwitz en Hiroshima plaatsvonden.

Aan dat zogeheten 'liberale' model kleeft nog een ander nadeel en wel het nadeel dat het alleen in schijn democratisch is. Laat ik als simpel voorbeeld deze website geven: Berend de Vries schrijft op 31-03-2009 14:2 'Gaat Henk nog antwoord geven of doet hij dat alleen op papier en na drie stempels van het door advertenties betaalde journalistengilde?' Je proeft hier irritatie in. Irritatie met het feit dat jij niet reageert. Irritatie en een zekere mate van verontwaardiging omdat je de schijn wekt de lezer niet serieus te nemen. Want laten we eerlijk zijn, Henk, mijn reacties zijn reacties van weliswaar een journalist, maar toch iemand uit de marge. Iedereen die niet de officiele versie van 'de werkelijkheid' propageert wordt op den duur gemarginaliseerd, wordt niet serieus genomen door de 'onafhankelijke serieuze media' zoals jij ze kwalificeert. Ook Berend de Vries weet inmiddels dat het niet de bedoeling is dat 'de werkelijkheid' van de zogeheten 'onafhankelijke serieuze media' serieus ter discussie wordt gesteld, net zo min als in de middeleeuwen het bestaan van God ter discussie kon staan. Elk tijdperk kent zijn eigen dissidenten die als irrelevant terzijde worden geschoven. Vandaar dat jij ook niet zult reageren en dat nu wekt steeds meer irritatie bij de mensen die niet zijn toegelaten tot 'de politiek-literaire elite'. Die reactie is geenszins verwonderlijk, want ondertussen weten deze mensen wel via het overweldigende aanbod aan informatie op internet dat 'de werkelijkheid' van de 'onafhankelijke serieuze media' slechts 1 werkelijkheid vertegenwoordigt, en dat de commerciele massamedia wel degelijk bepaalde belangen heeft die ze elke dag weer behartigen. Met als gevolg dat jij niet reageert Henk. Waarom zou je ook? Het verbetert je positie niet. Jij verdedigt een bepaalde vorm van 'democratie' die je aan de man brengt als 'de democratie' en die 'democratie' heeft geen behoefte aan dissidente versies van 'de werkelijkheid'. Dat is ook een van de redenen waarom zelfs De Groene Amsterdammer aan censuur doet door op deze website te controleren of een reactie wel geplaatst moet worden. Dat doet de redactie van dit 'democratische' weekblad niet achteraf, als mocht blijken dat de reactie onbetamelijk is, maar vooraf. Dat is een paternalistische houding die steeds minder wordt geaccepteerd door mondige lezers.

Een ware democratie is alleen mogelijk door verschillende versies van 'de werkelijkheid' te presenteren en daarover een serieuze discussie te voeren, die niet beperkt blijft tot een kleine 'politiek-literaire elite', maar die een zo groot mogelijk deel van de burgerij omvat. Of die gaat ontstaan via internet is nog onduidelijk, maar al wel is duidelijk dat de bestaande commerciele massamedia te laat hebben ontdekt dat de burgerij mondig was geworden en niet langer meer de officiele versie van de werkelijkheid voor zoete koek slikt. We zijn een nieuw tijdperk ingegaan Henk, en het subsidieren met belastinggeld van de oude zogeheten 'politiek-literaire elite' met zijn neoliberale en in feite ondemocratische 'werkelijkheid' is voorbij. Leve de toekomst!

stan van houcke 02 apr 18:15

Beste Henk, geachte collega

Jij schreef: ‘DE DEMOCRATIE KAN ALLEEN GOED functioneren als ze steunt op een goed geïnformeerde openbare mening. Dankzij de serieuze media kan het publiek zich dagelijks op de hoogte stellen van wat zijn vertegenwoordigers, de politici en de bestuurders uitvoeren en nalaten, of ze hun beloften houden, welke fouten ze maken, in welke doolhoven van corruptie ze terecht zijn gekomen. Ze worden dag in, dag uit gecontroleerd door deskundige journalisten die, onafhankelijk als ze zijn, alles in de media openbaar maken. Zo ontstaat de publieke opinie.’

Henk, over welke 'democratie' heb jij het? Ik vraag dat vanwege het volgende: aan het slot van de ongeveer 4 uur durende BBC-documentaire Century of Self verklaart de Amerikaanse voormalige minister van Werkgelegenheid Robert Reich:

'Fundamentally , here we have two different views of human nature and of democracy. You have the view that people are irrational, that they are bundles of unconscious emotions. That comes directly out of Freud, and businesses are very able to respond to that, that is what they have honed their skills doing, that is what marketing is really all about. What are the symbols, the music, the images, the words that will appeal to these unconscious feelings? Politics must be more than that. Politics and leadership are about engaging the public in a rational discussion and deliberation about what is best, and treating people with respect in terms of their rational abilities to debate what is best. If it is not that, if it is Freudian, if it is basically a matter of appealing to the same unconscious feelings that business appeals to, than why not let business do it? Business can do it better. Business knows how to do it. Business after all, is in the business of responding to those feelings.'

Adam Curtis, die de documentaireserie maakte, verklaarde over het huidige democratische model in zijn eigen land: 'New Labour are faced with a dilemma. The system of consumer democracy that they have embraced has trapped them into a series of short term and often contradictory policies. There are now groing demands that they will fulfill a grander vision, that they will use the power of government to deal with the problems of growing inequality and the decaying social fabric of the country. But to do this they will have to appeal to the electorate to think outside their own self interests and this will mean challenging the now dominant Freudian view of human beings as selfish, instinct-driven individuals, which is a concept of human beings that has been fostered and encouraged by business, because it produces ideal consumers. Although we feel we are free, in reality we, like the politicians, have become the slaves of our own desires. We have forgotten that we can be more than that, that there are others sides to human nature.'
Dit is het probleem in een notendop waarmee de westerse mens wordt geconfronteerd. Hij/zij is niet langer een burger, maar een consument in een materialistische cultuur. Dit is het resultaat van een mentaliteit die door Paul Mazer, een vooraanstaande bankier van de nu failliete Lehman Brothers, al in de jaren dertig van de vorige eeuw werd bepleit toen hij adviseerde: 'We must shift America from a "needs" to a "desires" culture, people must be trained to desire, to want new things even before the old has been completely consumed. We must shape a new mentality in America, man's desiresd must overschadow his needs.' Henk, ik hoef jou niet te vertellen dat het werk van de commerciele massamedia doorslaggevend is geweest bij die mentaliteitsverandering.
Over de grondlegger van de public-relation industrie zei Curtis: 'In 1939 Edward Bernays, Sigmund Freud's nephew, created a vision of a future world in which the consumer was king. It was at the World's Fair in New York, and Bernays called it democracity. It was one of the earliest and most dramatic portrayals of a consumerist democracy, a society in which the needs and desires of individuals were read and fulfilled by business and the free market.' De Amerikaanse historicus Stuart Ewen, auteur van PR! A Social History of Spin, vertelde: 'The World's Fair created a spectacle in which all of these concerns were met and they were met by Westinghouse and General Motors and the American Cash Register Company. Company after company presented itself as a sort of centerpiece of a society in which human desire and human want and human anxiety would all be responded to, and it would all be met purely through the free enterprise system. There was this sort of notion that the free market was something that was not guided by ideologies or by political power. It was something that simply was guided by people's will.' Adam Curtis: 'This was the model of democracy that both new Labour and the American Democrats had bought into in order to regain power. They had used techniques of consumers and they had accepted Bernays' claim that this was a better form of democracy. But in reality the World's Fair had been an elaborate piece of propaganda designed by Bernays for his clients, the great American corporations. Privately Bernays did not believe that true democracy could ever work. He had been profoundly influenced in this by his uncle's theory of human nature. Freud believed that individuals were not driven by rational thought but by primitive unconcious desires and feelings. And Bernays believed that this meant it was too dangerous to let the masses ever have control over their own lives. And consumerism was a way of giving people the illusion of control while allowing the responsible elite to continue managing society.'

Henk, waar het hier om draait, is het beeld van de massa, de Stem des Volks, waar intellectuelen als jij terecht bang voor zijn. Maar daarbij lijk je te vergeten dat ook de Stem van veel Intellectuelen even plat en materialistisch is geworden. In Century of Self wijst Adam Curtis erop dat 'the problem for new Labour was that it believed the propaganda. They took it face value the idea prompted by business that the system invented to read consumers minds could form the basis for a new type of democracy. Once in power new Labour tried to govern through a system which Philip Gould called ''continuous democracy". But what worked for business in designing products led the labour government to a bewildering maze of contradictory whims and desires. For much of Labour's first term the focusgroup said the railways were not a high priority and Labour's policies faithfully reflected this. But now those same groups are blaming the government for not having invested more mony sooner in the railways.'

Stuart Ewen, die de vercommercialisering van de politiek intensief bestudeerde, stelt dan ook het volgende: 'It is not the people who are in charge, but that the people's desires are in charge. The people are not in charge, the people exercise no descion making power within this environment. So democracy is reduced from something which assumes an active citizenry to something which now increasingly is predicated on the idea of the public as passive consumers, What you essentially are delivering them is doggy treat.'

Met andere woorden: wat lijkt op een democratisering is in feite de verdere debilisering van de kiezers en de onmiddellijke bevrediging van hun kortzichtige begeerte. Daarom mijn vraag aan jou: over welke 'democratie' heb jij het?

stan van houcke 03 apr 15:03

Beste Henk, geachte collega,

Op 25-02-09 schreef je in de NRC: 'meer dan ooit zijn de serieuze kranten de organen van – het hoge woord moet ermaar uit – een elite.' Hier zit een paradox in verscholen, want je hebt het over dezelfde 'elite' die ons naar het punt heeft geleid waar we nu zijn aanbeland, te weten de uitverkoop van bedrukt papier, de kranten. Het is dus dezelfde opiniemakende 'elite' op economisch, politiek en cultureel gebied die onze samenleving richting en inhoud heeft gegeven en die een ideologie heeft verspreid waarbij nu uiteindelijk jouw krant net als wc-papier op 'de vrije markt' wordt verhandeld. Kennelijk hebben de de 'serieuze kranten' -- in de ban van wat 'het einde van de geschiedenis' heette -- nooit een echt alternatief geboden. Dissidente stemmen zijn niet serieus aan het woord gelaten, met als gevolg dat de keerzijde van het neoliberalisme niet duidelijk zichtbaar werd.

Al meeer dan 20 jaar geleden constateerde de journalist Ryszard Kapuscinski hetzelfde wat nu ook jij beschrijft: 'Sinds de ontdekking dat informatie een product is die torenhoge winsten oplevert, is deze niet meer aan de traditionele criteria van waarheid en leugen onderworpen, maar is ze geleidelijkaan aan volkomen andere wetten ondergeschikt gemaakt, namelijk die van de markt, met hun streven naar steeds hogere inkomsten en naar een monopolie.' Het gevolg is dat de inhoud en de functie van informatie fundamenteel is veranderd, en daarmee ook de voorstelling van 'de werkelijkheid'. Kapuscinski: 'Vroeger had de correspondent van een krant, een persagentschap of de radio eeen hoge mate van zelfstandigheid en het recht op eigen initiatief -- hij zocht informatie, probeerde iets te ontdekken, iets te scheppen. Tegenwoordig is hij een pion die als een schaakstuk wordt verplaatst door zijn baas in de centrale (die zich aan het andere eind van de aardbol kan bevinden). Deze baas beschikt over informatie omtrent de gegeven gebeurtenis uit velerlei bronnen tegelijk, hij kan een heel ander beeld van de gebeurtenissen hebben dan de reporter ter plaatse. Zonder te wachten op de resultaten van het werk van zijn reporter informeert de centrale hem wat men van die gebeurtenis weet, en verwacht van hem louter en alleen een bevestiging dat de situatie er inderdaad zo voor staat als de centrale zich voorstelt.'

Mede door de opiniemakende 'elite' leven we nu in een fictieve werkelijkheid, met een virtuele waarheid, die elk moment weer kan veranderen, domweg omdat voor de neoliberale ideologie maar 1 'waarheid' echt bestaat, te weten het maken van winst. De gedachte dat men voor eenv een krant schrijft is een fictie, in werkelijkheid schrijft men voor bedrukt papier dat een zo hoog mogelijke winst moet opleveren.

Je schrijft: 'Door de crisis wordt ook de economische basis van de gedrukte pers ernstig aangetast. Met de gratis kranten en internet heeft het publiek al genoeg nieuwsbronnen, het kan de overvloed niet meer aan. En als je op een digitale krant iets leest wat je niet bevalt, kun je dat onmiddellijk laten weten. Van die faciliteit wordt dankbaar gebruik gemaakt. De internetkrant Nu.nl, een serieus nieuws medium, stelt de lezers instaat te reageren in de rubriek Nujij. Je weet vaak niet wat je leest. Hier heeft de zwijgende meerderheid duidelijk een stem gekregen. Nooit in de geschiedenis hebben zoveel zwijgende mensen een zo oorverdovend kabaal gemaakt.'

Daar heb je helemaal gelijk in, maar het is een beperkt gelijk. Men kan namelijk de Vox Populi nu ook in de NRC en andere Nederlandse zogeheten 'kwaliteitskranten' aantreffen, en ook daar kan de stem des volks onmiddellijk zijn mening kenbaar maken. Tegelijkertijd zijn er net als in de gedrukte media ook op internet talloze uitstekende informatie bronnen. Ik geef je er enkele die kennelijk aan jouw aandacht zijn ontsnapt: Alternet, Truthdig, Truthout, Globalnews, Huffington Post, Common Dremas, Information Clearing House, MediaChannel.org, Democracy Now, FAIR, War Times. En dit is slechts een kleine greep uit een uitgebreid aanbod van informatie voor en door een intellectuele 'elite', dat wil zeggen voor en door mensen die wezenlijk geinteresseerd zijn in de wereld waarin ze leven en daar een invloed op zouden willen uitoefenen. Vooral ook omdat, het hoge woord moet ermaar uit, 'de elite' waar jij op doelt, de zaak heeft uitverkocht en zich vet heeft laten mesten door de neoliberale ideologie. Er vindt via internet een grote democratisering plaats. Niet langer meer heeft de door jouw beschreven 'elite' een monopolie op de informatie, burgers kunnen nu zelf op zoek gaan naar informatie die breder is dan de commerciele massamedia kunnen en willen aanbieden. Mijn vraag aan jou is dan ook: waarom zou de belastingbetaler jouw 'elite' moeten subsidieren? Ik vraag dat vooral ook vanwege dit hoofdredactioneel commentaar van de invloedrijke Wall Street Journal waarin de werkelijkheid nog eens duidelijk wordt aangegeven:
'A newspaper is a private enterprise, owing nothing to the public, which grants it no franchise. It is therefore 'affected' with no public interest. It is emphatically the property of the owner, who is selling a manufactured product at his own risk. If the public does not like his opinions or his method of presenting news the remedy is in its own hands. It is under no obligation to buy the paper... Without in any way belittling the President's remarks to a recent gathering of editors, it may be said that those editors, except where they own their own newspapers, take their policy from their employers... But for ridiculously obvious reasons, there are many newspaper owners willing enough to encourage the public in the delusion that it is the editor of a newspaper who dictates the selection of news and the expression of opinion. He only does so subject to the correction and suggestion of the proprietor of the paper'',' aldus de stem van het kapitaal zelf.

Sonja 16 apr 14:16

Wanneer journalisten over de commerciële massamedia (al dan niet hun eigen werkgever) schrijven waarbij de termen "kwaliteitskrant" en "onafhankelijkheid" vallen, dan herinner ik me weer de dialoog die ik had met reder Papadopoulos op Kreta, die mij een boottochtje wilde aansmeren:

"But I am the best!"
"Why?"
"Because I know."

sjaakweg! 06 mei 15:38

Om nu de Telegraaf en in het verleden Spits en Metro tot serieuze journalistiek te etiketteren is meer gebaseerd op lafheid dan op feiten. Bovendien heeft NRC Handelsblad zich in de oorlog onderworpen aan de Duitse bezetters.
Onafhankelijke media bestaan niet, Zij werken in een kapitalistische maatschappij en zullen zich ten alle tijde aan afhankelijk zijn van de overheid, de financiers en de lezers..
Daarom is de column van Dhr Hofland beneden nivo, en wars van feitenkennis.

Hans de Jonge 20 okt 10:41

De reactie van Stan van Houcke onderschrijf ik volledig. Al 9 jaar probeer ik Henk Hofland te wijzen op de door Stan genoemde berichtgeving die hij volledig negeert. Het gevolg van dat negeren van Hofland is dat hij onophoudelijk hetzelfde verhaaltje afdraait in zijn columns en artikelen. De onderstaande link belicht nou juist zijn probleem. Omdat hij zich vaak in de VS bevindt moet de taal voor hem geen probleem zijn. In dit artikel wordt de toekomst van de gedrukte nieuwsmedia als problematisch bestempeld door juist dit negeren van berichtgeving als die van de heer Hofland. De redactionele kranten zullen daardoor over niet al te lange tijd veranderen in huis- aan huis blaadjes met overwegend reclame.
http://www.foreignpolicyjournal.com/2010/09/24/...

Likoed Nederland 07 feb 00:37

@stan van houcke

De gewenste etnische zuivering in 1948 van de Joden door de Arabieren mislukte, met uitzondering van Jordanie, de Westbank en Oost-Jeruzalem.
Tevens werden de Joodse gemeenschappen in de Arabische landen grotendeels op de vlucht gejaagd.

Omgekeerd was er geen geplande etnische zuivering, integendeel.
Zie: '1948, het ware verhaal'
http://www.likud.nl/verhaal1948.html

Goossens 08 feb 13:01

De laatste bijdrage bewijst maar weer eens dat dit onderwerp onbespreekbaar blijft, tenzij men aanvaardt dat zaken bizar uit hun verband worden gerukt. (En dat zegt iemand met Joods bloed ...).

Ricardo 08 feb 19:03

Inderdaad, maar ik ken Likoed in en buiten Nederland niet anders. Dezelfde redeneertrant ook als Wilders, en passant ontkennend dat niet iedere Israeliet extreem-nationalist of radicaal zionist is. Wie er tegenwoordig in Israël op de vlucht gejaagd is kun je natuurlijk makkelijk ook vanuit andere perspectieven bekijken. Zonder direct partij voor de een of ander te kiezen. Maar dan wordt je in dit soort kringen direct met grofheden buiten de discussie geplaatst. Men heeft blijbaar veel meer belang bij 'naming and shaming' en minder of niet bij het zoeken naar redelijke oplossingen voor iedereen.

stan van houcke 29 dec 12:20

de beweringen van likoed nederland dient de lezer met een korrelte zout te nemen. likoed nederland weigert zich te distantieren van het terrorisme van politici als voormalig premier menachem begin, de oprichter van likoed en leider van de zionistische terreurgroep de irgoen, verantwoordelijk voor onder andere het bloedbad in deir yassin.

reageer op dit artikel



Vul bovenstaande woorden in het tekstveld hieronder in.
Als de woorden niet goed leesbaar zijn dan kan je er op klikken.
Je krijgt dan twee nieuwe woorden.
Uit_het_dossierNext
Meest_gelezen