Stuur «Watvindenwijvanditboek.nl» door
![]() | ![]() |
De ruimte die kranten voor boekbesprekingen reserveren, wordt kleiner, en op internet duiken steeds meer recensie-websites op. Is internet de redding van de literatuurkritiek?
| Tweet | ![]() |
LITERAIRE onheilsprofeten, weest niet bevreesd. De literaire kritiek, sinds haar professionalisering in de negentiende eeuw wel vaker bedreigd, zal niet verdwijnen. Ze zal hoogstens in een andere vorm terugkeren. Vergeet vooral niet dat voor de Tweede Wereldoorlog dagbladen nauwelijks aandacht besteedden aan literatuur en pas in de jaren zeventig met kunstbijlagen begonnen. Hierin was literatuur in eerste instantie gewoon één van de kunsten, maar een groeiend aantal abonnees en de daarmee samenhangende toename van advertentie-inkomsten maakten steeds dikkere bijlagen mogelijk en uiteindelijk zelfs een apart boekenkatern.
Die tijd is voorbij. Kranten moeten bezuinigen en literatuur is weer één van de kunsten geworden. Sterker nog, de meeste jongeren hebben beduidend meer interesse in de film die een Oscar wint dan in een boek van de laatste Nobelprijswinnaar voor de literatuur.
Voor de mensen die zich midden in het debat over de crisis in de literatuurkritiek bevinden – voornamelijk critici – is het begrijpelijkerwijs lastig om deze feiten te accepteren. Daarom zijn er zo veel oeverloze discussies vol met schijnoplossingen. Dat de literatuurkritiek zichzelf opnieuw moet uitvinden, dat de commercialisering moet worden tegengegaan. Dergelijke observaties getuigen van weinig historisch besef, want zonder de commercialisering was de expansie van de literatuurkritiek niet eens mogelijk geweest. The Washington Post heft zijn befaamde ‘Book World’ op, nadat al tientallen Amerikaanse kranten hun boekenkatern geïntegreerd hebben in de kunstsectie of helemaal zijn gestopt met het recenseren van literatuur. In Nederland staan de boekenkaternen ook onder druk, met als laatste gerucht dat de Volkskrant overweegt te stoppen met ‘Cicero’ – de Apocalyps is nabij.
DE DRAMATISCHE TOON was lange tijd ook te horen in klaagzangen over de negatieve invloed van internet op de professionele kritiek. Internet zou een plek zijn waar amateurs ongestraft onzin kunnen verkondigen en waar de ene mening niet meer waard is dan de andere. Amateurs zouden zo het oordeel van de professionals wel eens kunnen ondermijnen. Gelukkig is dat beeld nu aan het veranderen, want ook op internet blijkt de mening van een expert nog altijd meer waard dan die van een leek. Sinds enkele jaren wordt internet zelfs gezien als een plek waar de literaire kritiek zich zou kunnen hervinden.
Deze kentering begon toen een aantal dag- en weekbladen hun recensies op internet gratis toegankelijk maakten. NRC Handelsblad heeft zelfs een aparte site opgezet, NRC Boeken, waarop een archief van recensies van de laatste tien jaar is geplaatst en op fora over literatuur kan worden gediscussieerd. Voor de literatuurliefhebber biedt dit het voordeel dat hij nu een gedifferentieerd beeld van een boek kan krijgen door achtereenvolgens recensies van verschillende recensenten en platforms te lezen. Ook zijn er meer mogelijkheden om met de recensent en andere lezers in discussie te gaan, waarmee het eenrichtingsverkeer van het traditionele dagblad is verdwenen.
WAT WIL JE als criticus nog meer dan een onmetelijk digitaal universum, waar alle ruimte is voor specialisatie, kwaliteit en interactief debat over literatuur? Het logische antwoord: geld. Een digitaal recensieplatform als nrcboeken.nl bestaat alleen bij de gratie van een papieren versie, waar professionele critici betaald krijgen voor hun stukken. Het is zeer de vraag of een professionele recensiesite zonder subsidies zou kunnen overleven, laat staan dat critici een salaris geboden kan worden. Dat is ook de reden dat er buiten deze aan de traditionele media gelieerde websites nog geen digitale recensiepodia te vinden zijn waar een team van professionele, betaalde critici zich bezighoudt met het beoordelen van het cultuuraanbod. De dag dat een recensent door een recensiesite wordt weggekocht bij een dagblad lijkt nog ver weg. Als die dag al ooit komt.
Toch zijn er buiten de digitale versies van de traditionele kranten en tijdschriften genoeg websites te vinden waarop boeken worden gerecenseerd en debatten over literatuur plaatsvinden. Sommige sites zijn wat serieuzer van toon dan andere. Zo is de site boekgrrls.nl bijvoorbeeld meer een digitaal boekenkransje dan een recensieplatform, ook omdat de Boekgrrls zich openlijk als amateur presenteren. Andere recensiesites, zoals Recensieweb en 8Weekly, stellen zich minder bescheiden op. Zij presenteren zich weliswaar als ‘vrijwilligersites’, maar ook als ‘deskundig’ en willen graag een bijdrage leveren aan het cultuurdebat. Het is een interessante tussenvorm, die laveert tussen de professionele literatuurkritiek in de traditionele media en het pretentieloze werk van de Boekgrrls. De websites hebben niet alleen een professionele uitstraling, maar zijn ook actief op zoek naar erkenning door de gevestigde media en de literaire wereld. Recensieweb vermeldt bijvoorbeeld trots voor het eerst op de achterflap van een boek te zijn geciteerd en geeft een aantal links die moeten bewijzen dat de site ook door de ‘oude media’ wordt opgemerkt.
Volgens Jos Joosten, hoogleraar Nederlandse letterkunde in Nijmegen, zijn deze sites dan ook niet bezig zich te onderscheiden van de gedrukte media, maar willen ze er juist op lijken: ‘Het is verleidelijk de internetcritici als avant-gardepioniers te zien, maar de netcritici willen niet zozeer iets anders, maar vooral meer van hetzelfde. Kritieken op Poëzierapport of Recensieweb zijn papieren recensies die alleen niet op papier geschreven zijn.
’Leuzen als ‘De jongste cultuurhaard van Nederland’ (8Weekly) en ‘Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen’ (Recensieweb) lijken in tegenspraak met Joostens woorden, maar in de praktijk is er, behalve het medium, inderdaad weinig sprake van vernieuwing. Kritieken hebben de traditionele vorm en typische recensiegemeenplaatsen lijken hier nog meer voor te komen dan in de krant. 8Weekly slaagt er wel in een overzichtelijke en aantrekkelijke selectie te maken van het cultuuraanbod – het doel dat deze site zich stelt – maar dat komt ook doordat de site zich niet alleen op literatuur concentreert. Recensieweb doet dit wel en zegt juist zijn kracht te ontlenen aan het feit dat er niet wordt geselecteerd: ‘Wij recenseren álle nieuwe Nederlandse literatuur en laten de selectie aan de lezers over.’ Een interessant streven, vooral voor debutanten die in de gedrukte media geen aandacht krijgen, maar het levert wel het probleem op dat de site vaak hopeloos achter de feiten aan loopt. Zo werd Suezkade van Jan Siebelink pas op 14 januari gerecenseerd, toen half Nederland het boek – verschijningsdatum 9 september 2008 – al had gelezen. Hiermee gaat het idee van de recensent als ‘voorproever’ wel heel nadrukkelijk verloren.
RECENSIEWEB en 8Weekly worden vaak beschouwd als ideaal opleidingsinstituut voor ambitieuze jonge recensenten in spe. Hoewel pageviews niet altijd het hele verhaal vertellen – hoeveel unieke bezoekers gaan erachter schuil? Wat doet een bezoeker precies op de site? – kunnen de sites met zeventigduizend (8Weekly) en vijftigduizend (Recensieweb) bezoekers per maand op aanzienlijke aandacht rekenen. Jonge schrijvers hebben zo een mogelijkheid hun stukken voor een relatief groot publiek openbaar te maken. Maar zijn het eigenlijk wel jonge schrijvers die voor deze websites schrijven?
Uit het volgende citaat uit een recensie van Henk Bergman, recensent op Recensieweb, blijkt iets heel anders: ‘Zelf was ik zeventien toen Ik Jan Cremer uitkwam. Helemaal groen op seksgebied was ik niet, maar ik herinner me wel dat ik over dingen las waarvan je het bestaan hoogstens vermoedde.’ Bergman werd twee jaar na de Tweede Wereldoorlog geboren en is zelfstandig juridisch en fiscaal journalist. Ook andere vaste medewerkers van Recensieweb kunnen moeilijk het predikaat jeugdig krijgen: Dinie Schoorlemmer is weliswaar pas afgestudeerd in de letteren, maar werd geboren in 1943, Nico Voskamp is sinds 1957 ‘altijd gek geweest op lezen en schrijven’ en historicus Jona Lendering komt uit 1964. Ook in de rest van het colofon zijn veel dertigers en veertigers te vinden die naast hun andere werk een passie voor literatuur hebben. Discriminatie op basis van leeftijd is verboden, maar zijn dit de nieuwe gidsen die ons moeten leiden?
DEZE FEITEN plaatsen het opiniestuk met de veelzeggende titel ‘De goede recensies staan niet op het internet’, dat schrijver Herman Stevens na enkele negatieve online recensies van zijn boeken publiceerde in NRC Handelsblad, in een nieuw perspectief. Hij schrijft hierin: ‘Wat bij internetrecensenten ontbreekt is belezenheid. Een kwestie van leeftijd.’ Het gebrek aan vernieuwing en kwaliteit – al zijn er ook goede recensies tussen te vinden – is geen kwestie van leeftijd, maar van ervaring en talent. Voor deze sites is het lastig talentvolle en ervaren critici aan zich te binden, want daar is geen geld voor. 8Weekly slaagt er nog het best in met advertentie-inkomsten het hoofd boven water te houden, maar Recensieweb wordt gesteund door het VSB Fonds en het Prins Bernhard Cultuurfonds, zoals ook de Vlaamse site Poëzierapport steun ontvangt van het Vlaamse Fonds voor de Letteren.Lidewij van Bakel, hoofdredacteur van 8Weekly, constateert hetzelfde probleem: ‘Afgelopen jaren hebben we gekeken of het haalbaar is om een aantal mensen te betalen. Vooral voor de hoofdredactie en de redactiechefs is de tijdsinvestering eigenlijk te groot om er fulltime bij te werken. Juist daar willen we graag professionaliseren, maar dat is tot nu toe niet haalbaar gebleken en ik verwacht ook niet dat dit op korte termijn zo zal zijn.’
Volgens Thomas Vaessens, hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, is op internet ‘in principe een betere literatuurkritiek mogelijk, want een aantal factoren die het onmogelijk maken om in kranten diepgaand over literatuur te schrijven – voornamelijk de beperkte ruimte – speelt op internet geen rol.’ Maar hij ziet ook de noodzaak van geld: ‘Hoe minder kranten serieus over literatuur schrijven, hoe belangrijker het is dat de internetkritiek van niveau is. Daarom is het nodig dat op internet een infrastructuur ontstaat waarin ook voor betrekkelijke leken zichtbaar wordt welke critici ertoe doen en welke niet. Er moet hiërarchie ontstaan en concurrentie. Dus hebben we een systeem van honoraria nodig. Als zo’n systeem er niet komt, zullen mensen met grote literaire en kritische kwaliteiten – ontwikkeling, belezenheid, helderheid – elders andere dingen gaan doen waarvoor ze wél betaald krijgen. En dan ziet het er slecht uit voor de literaire cultuur.’
Toch loont het de moeite om de ontwikkelingen op internet goed te volgen, want het geschetste beeld kan zomaar veranderen. Zo zingt de naam van ene Achille van den Branden (‘Ofschoon nog geen vijftig, heeft alle boeken ter wereld gelezen’; pseudoniem afkomstig uit Tom Lanoye’s verhalenbundel Een slagerszoon met een brilletje) al een tijdje rond in het literaire circuit. Hij of zij (of gaan er méér mensen achter schuil?) bekritiseert andere recensiesites (‘Vijftig te mijden zinswendingen in recensies n.a.v. het lezen van enkele recensies op Recensieweb’) en plaatst vrijwel elke dag ‘geheel belangeloos’ een zeer lezenswaardige recensie. Misschien heeft internet dan toch een verrassing voor ons in petto, de terugkeer van iemand die lang is weggeweest: de kunstpaus.
Literatuur op het web:
Recensieweb
8Weekly
NRC Boeken
Boekgrrls
Poëzierapport
Achille van den Branden
De Contrabas
De Recensent
De Recensie
| Tweet | ![]() |
|
Johan 27 mrt 09:57
Leuk stukje, maar die 'ontmaskering' van Recensieweb is een beetje mal natuurlijk. Alsof je op je veertigste niet de ambitie mag hebben om je als recensent te profileren. (Overigens wordt onder het kopje 'Literatuur op het web' meer dan eens naar De Contrabas verwezen.) |
|
Daan Stoffelsen 18 apr 16:08
Deze brief is al enige tijd geleden als reactie op Tom de Boers stuk. Geachte redactie, Is leeftijd een kwaliteitseis? Die vraag kwam in mij op na lezing van het stuk over online literaire kritiek in De Groene Amsterdammer van 20 maart, waarin lukraak uitgevoerd demografisch onderzoek ten grondslag lijkt te liggen aan een negatief oordeel over Recensieweb. Het is geruststellend dat we geen gezichtsloos monster meer zijn (volgens Marja Pruis, in haar column van 31 oktober 2008), maar blijkbaar zijn we nu een gerimpelde, traditionele massa, en ik krijg toch het gevoel dat we ons daar voor moeten schamen. Ik deel de uitgangspunten van Tom de Boer dat internet grote mogelijkheden biedt voor literaire kritiek, dat maar een deel daarvan benut wordt, en dat geld vooralsnog de grote sta-in-de-weg is. Maar de behandeling van Recensieweb als voorbeeld is uiterst eigenaardig. Het uitgangspunt van de auteur, dat onze site avant-garde (is dat niet iets van vroeger? Een soort kunststroming?), vernieuwend zou willen zijn, is niet het onze – kwalitatief goede alternatieven voor het traditionele recensiemodel zijn er volgens ons niet. Navraag had volstaan voor een correctie van die hypothese. De redenering dat zo'n opgelegd vernieuwingsmodel of een kweekvijverfunctie samenhangt met leeftijd, zou ik evenmin voor mijn rekening willen nemen. Trouwens, leeftijd? Het artikel noemt nadrukkelijk een viertal 'oudere' recensenten, en ik ben natuurlijk nog maar 27, wellicht te jong om dat soort statistieken te kunnen duiden, maar de meeste recensies zijn geschreven door twintigers, en, veel belangrijker nog, dat doet niets af aan de kwaliteit van hun stukken, of die van de dertigers, veertigers, vijftigers en zestigers. Ook al verschijnen ze vier maanden na publicatie van het boek, iets wat voor de stukken van 'Achille van den Branden' een minimum is. Hem zij het kunstpausdom gegund, maar op basis waarvan eigenlijk? In tegenstelling tot de uitstekende scriptie die aan dit artikel ten grondslag ligt, lijkt het in dit artikel over literaire kritiek eigenlijk niet te gaan over wat goede kritiek is, of over literatuur. Gaat dit stuk dan wel over literaire kritiek? Het begon zo veelbelovend, maar het eindigt als makkelijke journalistiek: slecht onderzoek, associatieve argumentatie en suggestieve opmerkingen. Als dat papieren journalistiek is, dan streven wij toch maar naar avant-garde. Met vriendelijke groet, namens de redactie (gemiddeld 26 jaar), en onze recensenten Henk Bergman, Jona Lendering, Dinie Schoorlemmer en Nico Voskamp, Daan Stoffelsen |




















