nummer
nummer 20 / 13-05-2009
  • Commentaren
  • Artikelen
  • Columns
  • Dichters_en_denkers
 

Stuur «De taal verloederd nu eenmaal» door






5 + 6 = annuleer
13-05-2009
LeesPrint
De taal verloederd nu eenmaal Taalproblemen en de wegen naar mogelijke oplossingen

Alom wordt geklaagd over de steeds gebrekkiger taalbeheersing van de jeugd. Maar is het erg dat niet iedereen zo goed in taal is? Bovendien hebben we nu de spellingchecker.

JOOP VAN DER HORST
Stuur een link naar dit artikel per e-mail door naar een bekende

WAT IS ER TOCH aan de hand met de Nederlandse taal? We horen zorgelijke geluiden. Nu zijn het weer Rotterdamse studenten die niet behoorlijk kunnen schrijven. Voor een simpele instaptoets haalt de meerderheid geen voldoende en 59 procent denkt dat je ‘onmiddellijk’ met één l schrijft. Vorig jaar waren het pabostudenten die jammerlijk presteerden. Of de basisschool, met een niveau voor taal en spelling dat veel te wensen overlaat. Zelfs minister Plasterk van Onderwijs is daar nu van overtuigd. Om nog maar te zwijgen van de ontlezing, de invloed van sms-taal, de vele Engelse woorden en de uitspraak op tv, waar je eigenlijk steeds meer mensen zou moeten ondertitelen. Er is inderdaad een stroom van ergernissen en klachten. Wat moeten we daarvan vinden?
De reacties zijn grofweg in twee groepen te verdelen. Aan de ene kant heb je de mensen die bagatelliseren: het valt allemaal erg mee. Ook hoor je wel eens dat klachten over de jeugd al zo oud zijn als de wereld. Aan de andere kant zijn er de mensen die actie willen: de school aanspreken op zijn plichten, zonodig het onderwijs veranderen (‘terug naar de tijd dat er nog gewoon les werd gegeven’), strengere eisen stellen, instapcursussen, leesbevordering, een Nederlandse Académie Française instellen. Kortom, aan suggesties geen gebrek.
Ik denk dat beide kampen het mis hebben. En ik denk dat dat komt doordat men onvoldoende zicht heeft op wat er momenteel aan de hand is. Daarom vind ik dat de meeste reacties hun doel voorbij schieten, of zelfs regelrecht schadelijk zijn.

DAT ER ECHT IETS gaande is met onze taal lijkt me overigens onloochenbaar. Ik doe dus niet mee met de bagatelliseerders. Het gemiddelde niveau van spellen is vandaag lager dan dertig jaar geleden. De gemiddelde beheersing van de standaardtaal bij studenten is zwakker dan vroeger. En de uitspraak op radio en tv varieert inderdaad veel meer dan enkele decennia geleden. Of er werkelijk minder boeken worden gelezen, is niet duidelijk, maar de leesstromen zijn wel veranderd: meer web. Je kunt de veranderingen volgens mij moeilijk ontkennen. Negeren is zelden wijs. Aan de andere kant is niet duidelijk of dit allemaal slecht is. Dat de huidige toestand anders is dan vijftig jaar geleden betekent niet per se dat hij minder goed is. Daarom doe ik ook niet mee met de klagers. Over de wenselijkheid of onwenselijkheid van al deze zaken is er trouwens merkwaardig weinig discussie.
Wat vooral ontbreekt, is het besef dat veel van deze kwesties samenhangen. Spelling heeft te maken met leesgedrag en leesgewoontes; lezen heeft te maken met schrijven; veranderende lees- en schrijfpatronen hebben hun weerslag op het onderwijs, en allemaal hebben ze te maken met een sterk veranderde sociale structuur van de samenleving, de visie op de rol van het onderwijs en de opkomst van nieuwe technieken, zoals internet, e-mail en sms. Ik noem dat geheel onze taalcultuur. De meeste reacties betreffen alleen maar een onderdeel en gaan voorbij aan het grotere geheel. Dat is een feilloos recept om de plank mis te slaan.

OM TE BEGINNEN twee belangrijke opmerkingen. In de eerste plaats: niet alleen Nederland heeft problemen met zijn taal, maar heel Europa. In Duitsland zijn er problemen met het Duits, in Frankrijk met het Frans, in Italië met het Italiaans en in Engeland met het Engels. Overal gaat het om hetzelfde: slechte beheersing van de spelling, ontlezing, afnemende taalvaardigheid, sms-taal, veel woorden uit andere talen, dalende schoolprestaties, enzovoort. In feite zijn de zorgen in omringende landen zelfs groter dan in Nederland, waar het nog relatief rustig is. Interessant is ook dat men overal denkt dat de problemen zich enkel daar voordoen. In Duitsland heerst de gedachte dat alleen het Duits in zwaar weer is geraakt en dat het elders allemaal goed gaat. In Frankrijk is er veel media-aandacht voor taal en onderwijs, maar alleen Franse taal en Frans onderwijs; niemand lijkt te weten wat er elders gebeurt.
Dit gaat zelfs zo ver dat bijna ieder land ook zijn eigen verklaring heeft voor de (eigen) taalproblemen. Italië schrijft het toe aan de invoering van de commerciële televisie rond 1970. In Spanje denkt men dat het allemaal komt door het einde van het Franco-regime, waarna het hek van de dam was. Duitsers zijn ervan overtuigd dat het naziverleden nog steeds de Duitse taal belast, bijvoorbeeld in films en documentaires, en dat daarom Duitsers graag naar het Engels grijpen. En in Nederland hoor je geregeld dat alles komt door de informalisering van de samenleving.
Misschien zijn al die verklaringen een klein beetje waar. Maar omdat het overal in Europa om dezelfde ontwikkeling gaat, kunnen ze beslist niet de hele waarheid zijn. Het gaat om een algemeen Europees verschijnsel. Daarom is het vreemd dat bijvoorbeeld de commissie-Dijsselbloem, over ons Nederlandse onderwijs, waar ook het taalonderwijs een heet hangijzer is, enkel met binnenlandse verklaringen kwam aandragen (ministers, parlement, onderwijshervormingen, enzovoort). Gezien de algemene Europese situatie kan dit geen afdoende analyse zijn. Er is meer aan de hand.
Tweede belangrijke opmerking: de huidige situatie van taal, spelling en onderwijs is echt nieuw. In de voorbije decennia is er meer veranderd dan in de vijfhonderd jaar ervoor. Tussen het schrijven met een ganzenveer en een balpen is in een half millennium minder veranderd dan bij de overgang naar toetsenbord en tekstverwerker. Het internet heeft voor geheel nieuwe manieren van lezen en zoeken gezorgd, nooit eerder gezien. Wij lezen en schrijven beslist anders dan tien of twintig jaar geleden. De didactiek van het talenonderwijs is eveneens in de laatste decennia meer veranderd dan in de vijfhonderd jaar ervoor. En het boek, vijf eeuwen lang de onbetwiste marktleider voor opslag en verspreiding van kennis, heeft door het internet voor het eerst in zijn geschiedenis serieuze concurrentie gekregen.
Ook helemaal nieuw is dat de standaardtaal, eeuwenlang het exclusieve domein van een kleine elite, nu voor iedereen is. Of eigenlijk moet ik zeggen: dat nu van iedereen verwacht wordt dat hij of zij de standaardtaal beheerst. Nog geen halve eeuw geleden ging maar een minderheid van de bevolking naar een middelbare school, nu een meerderheid. En het aantal studenten van universiteiten en hogescholen is misschien wel vertienvoudigd. De standaardtaal is altijd iets van een elite geweest, de rest zweeg in het openbare leven. Dat is nu helemaal anders. Hoe ingrijpend ook de opkomst van het internet mag zijn, ik denk dat een nog belangrijker verandering heeft plaatsgevonden in de populatie van een gemiddelde middelbareschoolklas of een gemiddeld universitair collegelokaal. Democratie is hoorbaar.

HET IS VAN BELANG om te zien dat onze meningen en ideeën over taal en spelling geen universele waarden zijn. Ze zijn ergens in de loop van de geschiedenis ontstaan, en we weten zelfs tamelijk precies wanneer: in de Renaissance. Dat is in onze landen ongeveer in de zestiende eeuw. Daar ontstond een visie op taal die in de volgende eeuwen dominant werd in heel Europa. Het is deze taalcultuur die momenteel ten einde loopt.
Wat zijn de kenmerken van die Renaissance-taalcultuur? In de eerste plaats dat ze geschreven taal beschouwde als taal-bij-uitstek en gesproken taal slechts als secundair. In de tweede plaats dat ze het talige continuüm verkavelde. In de Middeleeuwen bestond er maar één taal, het Latijn, plus een continuüm van gesproken regionale taal. De Renaissance verkavelde dit tot afzonderlijke talen (Frans, Italiaans, Spaans, Duits, Nederlands, enzovoort). De achtergrond was angst voor taalverandering. De standaardtalen, product van verkaveling, zijn ontworpen en gecultiveerd als een dam tegen de dreigende taalverandering: uitbanning van interne variatie en afweer van externe invloeden.
Deze taalcultuur van de Renaissance heeft vorm gegeven aan onze spellingen, onze woordenboeken, onze grammatica’s, onze manier van lezen en schrijven, ons onderwijs, de alfabetische ordening, de afschaffing van de afkorting en de bijzondere plaats van het schoolvak Latijn, overal in Europa. En inderdaad, ze heeft de verschillende standaardtalen opgeleverd met hun regels en normen, primair schrijfregels en schrijfnormen.
Tot ongeveer 1860, 1870. Dan vertonen zich de eerste scheuren. Dan wordt voor het eerst gesteld dat gesproken taal primair is, dan wordt voor het eerst gezegd dat taal wezenlijk een continuüm is en de opsplitsing in talen – meervoud – een fictie. Ook dan al krijgt de gesproken taal de instrumenten voor haar nieuwe belangrijke rol door de uitvinding van de telefoon en de grammofoon (1876/1877). En Melville Dewey geeft met zijn numerieke DDC een alternatief voor de alfabetische ordening (1876 – het systeem dat later aangepast is tot ons UDC). In dezelfde jaren verschijnen ook de eerste schrijfmachines met een toetsenbord dat niet ABCDEF te zien geeft maar QWERTY.
Toch duurt het nog bijna een eeuw voordat de taalcultuur van de Renaissance werkelijk begint in te storten: vanaf circa 1970. Maar dan gaat het ook snel. In luttele decennia verandert het talenonderwijs grondig (gesproken taal krijgt een serieuze plaats; groeiende kritiek op de grammatica-vertaalmethode), het Latijn als schoolvak wordt marginaal (in Nederland vanaf de Mammoetwet, 1968), de spelling blijkt voor velen te moeilijk geworden, en dan komen er de computer en het internet, zodat we anders gaan lezen en schrijven, en de gsm. En wat misschien wel het meest opmerkelijk is: overal in Europa, en overal in dezelfde jaren.
De standaardtaal is slechts één aspect van de taalcultuur van de Renaissance, maar misschien wel het aspect dat de meeste aandacht trekt. In ieder geval zien we nu dat het continuüm langzaam maar zeker bezig is om zich te herstellen. De variatie binnen de talen is, ook in het openbare leven, prominenter aanwezig dan in voorgaande eeuwen en de grenzen tussen de talen worden diffuus. Ze waaieren uiteen en mixen. Ook, en misschien wel vooral, het Engels, dat intussen wereldwijd minstens uit een tiental Engelsen bestaat, waarbij de wederzijdse verstaanbaarheid afneemt.
Ondertussen staan we met één been al in een nieuwe taalcultuur, die zo grondig anders is, en zo jong, dat je er nog nauwelijks zicht op hebt.
Hoe komt zoiets? Die vraag is waarschijnlijk net zo moeilijk te beantwoorden als de vraag waarom in de zestiende eeuw de Renaissance zich over Europa verbreidde. Zoveel is zeker dat het niet gaat om een tijdelijke inzinking, een mode, een hype. Wat wij thans meemaken met onze talen is een langetermijnbeweging waarvan het begin al minstens 150 jaar geleden is. Het valt niet te verwachten dat die ontwikkeling in de komende decennia ineens zal omkeren. Waarschijnlijker is het dat we nog wel een poos op de ingeslagen weg zullen voortgaan.
Is dit erg? Daarover verschillen de meningen. Het gaat in ieder geval niet om mijn persoonlijke mening. Die is van geen belang. In mijn boek Het einde van de standaardtaal: Een wisseling van Europese taalcultuur (Meulenhoff 2008) heb ik alleen maar een groot aantal feiten op een rij gezet, veelal bekende feiten, maar tot nu toe heeft niemand ze zo op een rij gezet. Die rij is, dunkt me, spectaculair. Sommigen zullen zeggen: verontrustend, alarmerend. Anderen: hoopgevend, bevrijdend. De een treurt om Engelse leenwoorden en slordigheid in de toepassing van aloude regels. De ander juicht om de bevrijding van de taal uit zijn Victoriaanse keurslijf en om de frisse wind van internationale oriëntatie. De een blijft gehecht aan wat verdwijnt, de ander kijkt reikhalzend uit naar wat komt. Wie heeft er gelijk? Zoveel lijkt me zeker dat de (naaste) toekomst inderdaad nogal anders zal zijn dan we eeuwenlang gewend waren. Dit is nauwelijks een voorspelling; je zou ook kunnen zeggen: de tegenwoordige situatie is al compleet anders dan we eeuwenlang gewend waren. Maar nog niet iedereen beseft het.
Hoe men ook reageert, de gevolgen zullen immens zijn, voor ons onderwijs, voor de spelling en voor ons lezen en schrijven. We zullen bijvoorbeeld moeten wennen aan een leven zonder standaardtaal.

SOMMIGE ASPECTEN van de taalcultuur van de Renaissance worden moeiteloos prijsgegeven, of hun einde wordt zelfs toegejuicht. Over de marginalisering van het Latijn als schoolvak, ooit het paradepaardje van de Renaissance, doet bijna niemand meer moeilijk. Zelfs op de categoriale gymnasia lijkt het geen geliefd vak. Wie kiest voor een gymnasium doet dat veelal om andere redenen dan om het Latijn. De aandacht voor gesproken taal in ons onderwijs is alom als een verbetering gezien, weinigen willen terug naar de oude grammatica-vertaalmethode. Het alfabetische ordenen schuift ongemerkt naar de marge. Het internet wordt als een grote stap voorwaarts ervaren, net als e-mail. Maar bij spelling en de standaardtaal ligt het anders.
Toch blijven ook spelling en standaardtaal natuurlijk niet buiten schot als de hele taalcultuur waarvan ze deel uitmaken op de schop gaat. Vandaar dat ik weinig heil verwacht van restauratiepogingen. Of zelfs maar van je hakken in het zand zetten. De geschiedenis is niet echt tegen te houden, laat staan terug te draaien (gesteld al dat we dat wenselijk vonden). Wie de heerlijk homogene standaardtaal van 1950 en het Polygoonjournaal terug wil, moet driekwart van onze middelbare scholieren wegsturen en ervoor zorgen dat ze voortaan braaf hun mond houden. (En de rest vooral op de ouderwetse manier veel Latijn leren, en niet internetten of sms’en natuurlijk.) De standaardtaal blijkt ongeschikt voor massaconsumptie. Dan moet je niet teruggrijpen naar het veleden maar op zoek gaan naar nieuwe oplossingen voor onze nieuwe situatie. Inderdaad, precies wat onze voorouders in de Renaissance ook gedaan hebben: oplossingen gekozen voor de situatie van toen.
Niet de standaardtaal heeft de toekomst maar de variatie, het talige continuüm. Welnu, probeer in je onderwijs daar op in te spelen. Negeer het niet, bestrijd het niet; ga ermee aan de slag. (Zoals her en der in het onderwijs, soms ondanks de officiële lijn, ook al wordt gedaan.) En het zal hard nodig zijn, gezien de grote communicatieproblemen die op ons afkomen.
Erken dat een goede taalbeheersing in woord en geschrift niet voor iedereen bereikbaar is. Voor de meesten zelfs niet. Nooit geweest ook, trouwens. Wij leven (nog) in de wonderlijke situatie dat we voor allerlei beroepen gerust specifieke eisen stellen qua intelligentie, sociale vaardigheden, kennis en opleiding, maar een goede taalbeheersing zou iedereen moeten hebben. Onzin natuurlijk. In feite wordt bij communicatie in onze samenleving de lat hoger dan ooit gelegd, zo hoog dat het merendeel van de mensen daar niet aan kan voldoen. Hou op met hun dat te verwijten, of met de school in gebreke te stellen. Ook niet iedereen kan minister of chirurg of laborante of damkampioen worden.
Dan de spelling. De bestaande spelling is ontworpen voor boekenlezers en mensen die met een kroontjespen schrijven. Voor die situatie was het een heel goede spelling. Erken dat dit niet het profiel is van het overgrote deel van de tegenwoordige gebruikers. Wie nu schrijft, gebruikt een toetsenbord en een tekstverwerker met spellingcontrole. Me dunkt dat we een spelling nodig hebben die tegemoet komt aan de tegenwoordige situatie van de meeste gebruikers. Dat betekent: een spelling waar de computer mee overweg kan. Concreet: ‘onmiddellijk’ met twee keer d en twee keer l is geen probleem, maar wel ‘gebeurd’ of ‘gebeurt’. De jongste spellinghervorming, die enkel over beuzelarijen ging, heeft een historische kans gemist om onze spelling dichter bij onze eigen tijd te brengen.
Het einde van de Renaissance-cultuur is beslist niet het einde van alle cultuur. En het einde van de standaardtalen is niet het einde van de taal. Integendeel. Volgens mij ligt de kracht van iedere cultuur in het scheppen van eigen vormen voor nieuwe situaties. Dat gebeurt ook links en rechts. Het probleem is alleen dat de meeste mensen dat nog niet in de gaten hebben.

Joop van der Horst, hoogleraar taalkunde aan de Katholieke Universiteit Leuven, schreef Geschiedenis van de Nederlandse syntaxis (2008), een diachroon overzicht van het vroegste Nederlands tot heden. Vorig jaar publiceerde hij ook Het einde van de standaardtaal: Een wisseling van Europese taalcultuur

Stuur een link naar dit artikel per e-mail door naar een bekende

reacties op dit artikel
Lia 14 mei 15:07

Opvallend dat er in de kop van dit artikel gelijk al een taalfout staat: verloederd moet verloedert zijn!

Rutger 14 mei 16:52

Eh, Lia, die kop is natuurlijk ironisch bedoeld. (Ik schrijf expres niet \'bedoelt\'.)

lydia rood 14 mei 20:12

Het is een grap, toch? Want zó erg kan de taal van de Groene-redactie nog niet verloedert zijn.

Peer Zedenleer 15 mei 12:45

Wat een slap sociaal jaren zestig-verhaal. Het lijkt mij simpel: taalverloedering is een vorm van degeneratie. Neem nou het Tamil; al duizenden jaren stabiel.
Wie verdedigt dat een gedegen kennis van de eigen taal niet bij een opleiding hoort, verdedigt een vergaande debilisering van de maatschappij.
Weet Joop van der Horst wat er aan de hand is? Dat zou toch wel erg aanmatigend zijn. Hij zet \'feiten\' op een rij, en suggereert daarmee de \'werkelijkheid\' te kennen. Het is eenvoudiger: als de massa gaat gelden als norm, regeert de domheid. En dat is een waarheid die ook is terug te vinden in de huidige politieke enqueteverhoudingen.
Wel vervelend dat de spellingschecker hier niet werkt en ik nou moet zoeken naar de ê.

Petra 16 mei 03:40

1)Wat is ontlezing?
2)Spelling heeft niets te maken met leesgedrag en leesgewoontes.
3)Heeft meneer van der Horst weleens 13e,14e en15e eeuwse teksten gelezen? In het vroege Nederlands? Eventueel ook Franse, Italiaanse, Duitse en Engelse? En het potjes Latijn uit die tijd?
4)Renaissance is dus onzin.
5)Wat is standaardtaal?
6)In andere landen gebruikt men een ander toetsenbord dan QWERTY.
7) Ik neem aan dat verloederd als grap bedoeld is. Mislukte grap dus.

Christa Jonkergouw 17 mei 11:39

Natuurlijk heeft spelling met leesgedrag en leesgewoontes te maken. Spelling is namelijk niet uitsluitend het gevolg van regeltjes leren en toepassen. Spelling heeft ook te maken met woordbeeld. En daarom zal het altijd misgaan bij \'gebeurt\' en \'gebeurd\'. Je zult zelden of nooit \'schrijfd\' tegenkomen. \'Gebeurt\' en \'gebeurd\' maken namelijk allebei deel uit van ons dagelijkse woordbeeld. En hoe meer je leest, hoe meer je ziet in welke situaties je \'gebeurt\' schrijft en in welke situaties het \'gebeurd\' moet zijn, hoe makkelijker je het goed zult doen.

Overigens bemerk ik nu ik wat ouder word, dat het soms wat lastiger wordt. Dat woorden die ik vroeger automatisch goed schreef, nu soms verkeerd uit mijn toetsenbord rollen.

Nederlands is moeilijker als je denkt.

Ruud Harmsen 17 mei 14:17

Goed artikel. Alleen zie ik de standaardtalen niet verdwijnen, en verwacht ik ook verder veel minder wezenlijke veranderingen dan de auteur.

Tom van Teijlingen 18 mei 12:46

Wat een geweldig artikel. Een verademing een intelligent stuk te lezen over een onderwerp waar gewoonlijk enkel over gekakeld wordt. Een originele analyse die ik als zeer inspirerend ervaar.

Jeroen Fransen (Jenamy) 19 mei 02:23

Een bevlogen analyse, en zeer goed geschreven. Is het alleen niet wat te nihilistisch om te zeggen dat de standaardtaal gewoon verdwijnt? Communicatie wordt alleen maar belangrijker dezer dagen, en natuurlijk zorgt dat ook voor diversiteit.
Ik denk eerder dat we moeten erkennen dat de taal aan veel invloeden onderhevig is, een aantal daarvan door technologie gekatalyseerd. Ook is er in heel Europa een tekort aan docenten, dus weinig tijd per leerling, en een verschuiving van de aandacht naar alle vakken behalve het nederlands.
Het docententekort is niet meer op te lossen, dat zou te duur zijn.
In de technologie ligt dan ook een stukje van de oplossing: gebruik de technologie om leerlingen weer meer te laten oefenen, niet minder. Spelling, stijl, grammatica, organisatie, al die zaken zijn nu te testen en op al die vlakken kan technologie helpen met training, dankzij de vooruitgang op het gebied van natuurlijke taal technologie.
Dit lijkt misschien alsof ik voor eigen parochie preek, maar ik geloof hier echt in en dit is de reden dat we met Jenamy gestart zijn.

Michel Buijs 19 mei 10:28

In het artikel van Joop van der Horst, dat ik grotendeels met instemming heb gelezen, blijft naar mijn mening een belangrijke vraag ongesteld. Deze vraag, die waarschijnlijk op dit moment moeilijk te beantwoorden valt, luidt: wie neemt in dezen het voortouw? Ik kan als docent wel besluiten \"een spelling die tegemoet komt aan de tegenwoordige situatie van de meeste gebruikers\" te accepteren, maar een dergelijke spelling wordt in de vigerende maatschappelijke omstandigheden niet geaccepteerd: van auteurs van officiële documenten als bezwaarschriften, sollicitatiebrieven en — getuige de discussie op deze pagina over de schrijfwijze van \'verloederd\' —artikelen in tijdschriften en kranten, ook op internet, wordt — vooralsnog — verwacht dat zij de officiële spelling hanteren.
Een aankondiging mijnerzijds voorafgaand aan een tentamen dat verkeerde spelling tot aftrek van punten leidt, heeft onmiddellijk effect, in die zin dat ik bij met de hand geschreven tentamens zie dat d- en t-fouten door studenten zelf worden gecorrigeerd. Zoals van mij niet iedereen kennis van het Latijn hoeft te hebben, maar ik wel constateer dat velen ervaren dat kennis van deze taal een positief effect heeft op het gevoel voor en inzicht in het taalsysteem van de eigen taal, zo vind ik niet dat iedereen altijd correct hoeft te spellen, maar merk ik wel dat menigeen zich maar al te graag bewust is van het belang van een goede taalbeheersing in woord en geschrift, gegeven de waarde die de huidige maatschappij daaraan hecht. Dientengevolge vrees ik dat ik mijn studenten tekort doe wanneer ik hun spel- en stijlfouten níet corrigeer.

Edith van Dijk 19 mei 18:42

ZONDER TAALTUCHT NOOIT DENKTUCHT

schreef J.L. Heldring al op 6-1-1978 in de NRC.

Zo is het, taalkennis is nodig om je gedachten goed te verwoorden.

Basiskennis van het ABN is en blijft essentieel. Al het andere is gewauwel uit groepsculturen.

Edith van Dijk

E.C. van Dijk 19 mei 19:56

Taalverloedering

Heeft de weledelgeleerde heer Joop van der Horst met opzet taal- en spellingfouten in zijn stuk geschreven? Te beginnen met de kop: De taal verloederd i.p.v. verloedert? Wilde hij de kennis van de Groene-lezers testen?

Ja, taal verandert in de loop der tijden, maar ik ben van mening dat dit niet hoeft te betekenen dat de taal verslonst. Als de basiskennis goed is, kan een mens die nieuwe begrippen en woorden wel goed verwerken. En dat we een spelling moeten hebben waarmee de computer overweg kan is onzin. De computer moet zich aanpassen. Hieronder enkele taal- ervaringen.

1. Erken dat een goede taalbeheersing in woord en geschrift niet voor iedereen bereikbaar is. Mijn moeder kwam uit een arm Rotterdams gezin. Ze moest na de lagere school aan het werk op een hoedenatelier. Maar ze kon foutloos lezen en schrijven, zoals wij kinderen constateerden toen we zelf op school zaten. Dat had het voordeel dat ze op latere leeftijd cursussen kon gaan volgen voor een beroep waarin ze hevig geïnteresseerd was, en gewapend met de opgedane kennis een baan vond die haar immense voldoening gaf.

2. In het begin van de jaren zeventig ging ik naar een ouderavond van de basisschool van mijn zoon, die in de vijfde klas zat. Hij kon niet spellen en maar zeer moeizaam lezen. Wij ouders werden voorgelicht door het onderwijzend personeel. Wat voor leuke sociale projecten ze allemaal deden.
Ik hoorde het aan en toen de onderwijzer van de vijfde klas zijn verhaal had gedaan, onder meer over de goede boeken hij voorlas, stond ik op en zei: Dat is allemaal leuk en aardig, maar ik zou wel willen dat mijn zoon kon lezen, schrijven en rekenen als hij van de basisschool kwam. Niemand van de ouders viel me bij. En toen ik met een buurvrouw naar huis liep, zei ze: ‘Nou, jij hebt je ook niet geliefd gemaakt.’
Een paar weken later vroeg ik het hoofd van de school hierover te spreken. Tot mijn verbijstering kreeg ik te horen: u heeft wel gelijk, maar deze man komt van een nieuwe lichting van de pedagogische academie waar ze hebben geleerd dat als je maar genoeg met de leerlingen leest, ze de woordbeelden vanzelf opnemen en je geen tijd aan spellingregels hoeft te besteden.

3. Het verdwijnen van het Latijn doet de heer Van der Horst af als onbelangrijk. Wat een gotspe. Ik ben geen gymnasiast, maar ik ben tot op de dag van vandaag blij met de twee jaar verplicht Latijn die ik op de onderbouw van het lyceum heb gehad. Het is een gemak bij het leren van andere talen, vooral qua woordkennis, zoals ik merkte toen ik eens een cursus Spaans deed.

4. …het Engels, dat intussen wereldwijd minstens uit een tiental Engelsen bestaat. Ook opzettelijk ‘fout’ geformuleerd? In dit verband spreek je niet van Engelsen, maar van diverse of meerdere soorten Engels. Het zijn trouwens wel meer dan tien.

Debet aan de verloedering van de taal zijn volgens mij de vele onderwijshervormingen, te beginnen met de Mammoetwet die in 1968 werd ingevoerd. Sindsdien krijg je van de baisisschool ook geen basiskennis meer mee. En de jonge mensen die nu op de Pabo zitten kunnen zelf niet schrijven en rekenen. Soms slagen ze per ongeluk en moeten met hun gebrekkige kennis de volgende generatie ‘opleiden’.
Een neerwaartse spiraal.

5. Ook is het niet alleen iets dat in Europa speelt. In 1988 had ik een afspraak met een Canadese schrijver in zijn werkkamer aan de universiteit van Manitoba. Op de campus werd ik aangehouden door twee journalisten die wilden weten of ik ook niet vond dat het Engels in woord en geschrift van studenten zo erbarmelijk achteruit was gegaan.
Ik heb me eraf gemaakt door te zeggen dat ik een buitenlander was, maar toen ik het aan de schrijver vertelde, zei hij: O, dat… Ja, ze hebben het mij ook gevraagd. Ik heb geantwoord: Nee, integendeel, ik vind dat de toestand sterk verbeterd is omdat veel meer kinderen dan vroeger toegang hebben tot onderwijs, uit alle lagen van de bevolking. Toen zeiden ze: Dat is niet het verhaal dat wij hebben willen, en liepen door.

Zo kan ik nog uren doorgaan, maar ik laat het hier bij. Ter afsluiting: Het is essentieel dat de basiskennis van de taal op basisscholen goed onderwezen wordt.

E.C. van Dijk – Den Dolder

Piet Verkruijsse 21 mei 16:55

Nou moet Joop van der Horst het toch niet veel gekker maken! Dat hij (eigen) interpretatie van zaken uit het verleden als feiten presenteert, zij tot daar aan toe, zelfs dat hij als docent zich niet geroepen voelt of in staat acht een halt toe te roepen aan taalverloedering zij hem vergeven. Maar dat hij probeert de lezers van zijn artikel met drogredenen te bewerken, dat kan natuurlijk niet. Dat niet iedereen minister, chirurg of laborant kan worden, lijkt een feitelijke constatering, maar wellicht is het zuiverder om in plaats van \'kan\' \'wil\' te lezen, maar het kiezen voor (of uitverkoren worden tot) een beroep is toch van een andere orde dan mondeling of schriftelijk communicator worden.

Patrick Ubags 22 mei 13:13

Zowel voorstanders als tegenstanders van de gedachte dat de taalbeheersing terugloopt, kunnen niet over de consequenties heen stappen. Die constateringen van daling manifesteren zich ook op het gebied van rekenen. Het gevolg is, dat de mogelijkheden langzaamaan kleiner worden. Als zelfs een hogeschool of universiteit -toch niet bepaald de categorie \"iedereen\"- zich nog en steeds vaker op de consequenties van taalgebreken moet richten, heeft dat gevolgen voor het uiteindelijke leerresultaat van dat onderwijs, aangezien het onderwijs voor een groot gedeelte talig is. Inzet van technologie verandert weinig aan die onontkoombare basis voor communicatie. Concreet komt het neer op minder begrip en meer uitval of als alternatief een dalend niveau bij die studenten in het Hoger Onderwijs. Daarmee krijgt de discussie of taalverloedering erg is, een extra dimensie die verder gaat dan de louter wetenschappelijke dimensies.

Rien Fiesler 02 jun 16:04

Een beetje late reactie misschien en daardoor misschien ook mosterd na de maaltijd.
Los van de taalfout in de titel die een hoogleraar taalkunde (is dat elite?) in mijn optiek toch niet zou moeten maken en waarmee hij zelf het bewijs levert dat we niet meer nadenken wanneer we iets opschrijven hoewel wetende dat de spellingcontrole niet denkt, is er een ander aspekt dat nergens in het artikel van Joop aan de orde komt en in mijn ogen wel heel cruciaal is.
De Nederlandse taal is de enige westeuropese taal die eigenlijk pas laat vastgelegd is in een soort voorgeschreven vorm. Voor die tijd is er altijd met onze taal \"aangerommeld\". Probeer maar eens een boek of tekst uit de zestiende, zeventiende of achtiende eeuw in de oorspronkelijke uitgave te lezen. Moeilijk leesbaar en vol uitdrukkingen die wij nu nooit meer hanteren of een andere betekenis hebben gekregen.
In Frankrijk, Engeland en de meeste andere europese landen is er wel een voorgeschreven vorm van gramatica en wijze van spelling ontstaan. Een boek uit die periode en uit die landen is ook nu nog meestal goed leesbaar. De Nederlandse taal is dus veel meer een veranderlijke maar ook een veranderbare taal terwijl elders meer gedaan wordt aan het voorkomen van \"taalvervuiling\".

Mijn eigen idee hierover is dat mondeling taalgebruik op welke manier dan ook zonder probleem kan wanneer we elkaar maar verstaan. Mijn Engels, Duits, Frans en Italiaans zijn ook beslist niet vlekkeloos maar gezien mijn geboorteplek wordt dat in de desbetreffende landen door de meeste bewoners wel geaccepteerd zo is mijn ervaring. Vooral wanneer ik voorstel om het gesprek, wanneer ze vinden dat ik hun taal te beroerd spreek, in het Nederlands voort te zetten. Dat is immers ook een erkende europese taal.

Drukken we ons echter schriftelijk uit dan is het toch de bedoeling dat we proberen het geschrevene zo helder mogelijk over te brengen en het zo op te schrijven dat de lezer het aantrekkelijk vindt er kennis van te nemen. Met andere woorden; \"we hebben ons verdiept in onze gesprekspartner en geprobeerd uit te vinden wat hij de prettigste manier vindt om het geschrevene voorgeschoteld te krijgen\".
Of ben ik nu weer elitair bezig?

Vriendelijke groet,
Rien Fiesler Uithoorn

Henk Reurslag 06 jun 01:52

Geinig, om hier even mee te kijken. Vooral de korte stukjes. En te zien dat al veel woorden zijn gewijd aan de \'fout\' in de kop. Voor mij het bewijs voor begrip. Bijna iedereen wil het het beste weten. Hoe treurig! Voor je als mens voorbij bent, ruk je nog even op, ten strijde tegen taalbederf.

Rudy Schreijnders 08 jun 13:17

Als Rien Fiesler niet begrijpt dat de \'taalfout\'in de kop bewust is aangebracht, zegt dat meer over zijn intelligentie dan zijn vaardigheid in het spellen.

dominique 10 jun 23:52

( Bedoelde u: grammatica ? ;-) )

Volgens mij kan iedereen leren schrijven zonder fouten, als de cursussen niet zo massaal en centraal georganiseerd waren voor de kinders.

Margit 12 jun 15:01

Het is atlijd leuk om te zien dat een onderwerp als spelling zoveel emoties losmaakt. Ik ben zelf heel erg met spelling bezig, maar dan vooral om te zorgen dat mensen geholpen worden, i.p.v. bekritiseerd. Bij veel zaken is het immers zo, dat je prima de logica in de taal kan aangeven. Het spellen van werkwoordsvormen is hier zeker een voorbeeld van. Kijk eens op http://www.taal-spelling.nl/Werkwoordspelling_v... als je hier meer over wilt weten.

Jan Hendriksen 30 jun 19:13

Kennelijk iets gemist? De vooruitgang is mij en andere die vast wensen te houden aan de standaardisering van het geschreven woord, een beetje ontgaan? Tsja, ook hier in dit artikel weer een lichtend voorbeeld van gedurig relativeren en zo erg is het toch allemaal niet. Maar taal, het geschreven woord is toch een vorm van communicatie? Maakt het daarbij wat uit of de Nederlandse taal pas later in de geschiedenis is gerubriceerd? Dat doet er nu echt niet toe lijkt mij en is een schijnargument. Is het niet zo dat onderwijs is bedoeld voor overdracht van kennis en kunde aan hen die zich deze vaardigheden nog eigen moeten maken? Daar ligt de essentie van de huidige problematiek, ook rondom het ontstellende gebrek aan vermogen zich vaardig in geschrift te kunnen uitdrukken. Dat leidt dan vanzelf ook tot een gebrek aan spreekvaardigheid. Verder dan één of twee lettergrepen in de zinsopbouw strekt dat hedentendage niet. One-liners; Daar gaan we voor. En dat terwijl de mogelijkheden tot vergaring van kennis en kunde nog nooit zo groot is geweest. Dat schijnt dan kennelijk onoverzienbaar, zeker verontachtzaamt door hen die dat juist zouden moeten stimuleren. Wat moet ik met het internetjargon? Wat moet ik met onbegrijpelijk samengestelde prietpraat? \"Ieder op ze eige\", is natuurlijk een uitzichtloze bedoening. Waarvoor is de grammatica eigenlijk bedacht? Het valt mij zo tegen van Joop van der Horst dat hij er niet toe kan komen te beweren dat taal en grammatica de beeldvorming bevorderd. Dat de verbeelding van het geschreven woord alleen maar kan ontstaan in deze context. Waar heeft u nu al die jaren voor op school gezeten? Nu het onderwijs in de hoek zit waar men vindt dat spelling eigenlijk niet zo belangrijk is, want het gaat om het woordbeeld. Hoe is het mogelijk dat onze kinderen de essentie van taal op deze manier wordt onthouden?
Dat geldt ook de rekenkunde, waarbij uitkomsten bij benadering al worden goedgekeurd. Daar zitten vast geen toekomstige ingenieurs bij, althans dat mogen we hopen. Wat is dit allemaal voor kul? Zij die de plicht hebben tot kennisoverdracht zijn daar of niet meer toe in staat, of hebben geen idee welke verwoesting men aanricht. Dat acht ik niet alleen een vorm van plichtsverzuim, dat vind ik misdadig. Groot woord, toegegeven, maar ik kan geen andere conclusie trekken. De wereld veranderd schrijft ter Horst, alsof elke ontwikkeling per definitie gunstig is.
Is het niet prachtig dat het Hebreeuws na duizenden jaren ook nu nog leesbaar is maar ook te begrijpen? Ik heb daarvan nog geen verkorte versie kunnen waarnemen en dat is maar goed ook.
Zijn mededelingen over andere Europese talen is gewoon onjuist.
In Duitsland is enige jaren geleden de nieuwe spelling met succes tegengehouden. Zelfs officiele ambtelijke stukken zijn in de \"oude\"spelling. Zowel in Frankrijk als Duitsland wordt gewaardeerd je in de taal van dat land te verstaan. Daar is Voltaire nog begrijpelijk leesbaar. Dat lijkt mij grote winst. Nee, mijnheer ter Horst uw verhaal is een kauwgumballenboom verhaal. Te gemakkelijk doet u afstand van de taal als middel elkaar te verstaan en te begrijpen. Dat vergt enige inspanning maar die is eigenlijk heel gering, als men de schoonheid van het geschreven woord ervaart.

Sijmen Schoon 31 jan 15:50

En de journalisten weten niet meer dat "het verloedert" met een 't' geschreven wordt...

Sijmen Schoon 31 jan 15:51

Oh, nu lees ik pas dat dat expres gedaan is :D

Nap 31 jan 16:26

Taal verloedering.Zelfs semi overheids bedrijven doen daar aan mee.Ik stond te wachten op de tram in de Paulus Potterstraat.Een mededeling met grote letters geschreven in het Engels,geen woord Nederlands dat het stedelijk museum door omstandigheden gesloten blijft.Ik dacht dat de voertaal in Nederland het Nederlands is, in woord en geschrift.Ik maak mij er voortaan niet druk om hoe hij geloofd,gelooft,geschreven moet worden.Als ik in de binnenstad wandel langs kleine bedrijfjes,staan op hun raam of reclame borden,wat zij doen ,in het Engels meestal.Brussel verfranst, Nederlands verengelst.Zal mijn tijd wel duren.En dan de brochures(vlugschriften)die in de Engelse taal in mijn brievenbus glijden.Die verscheur ik subiet en gaan meteen in de afval emmer.Nieuwelingen die een inburgering cursus moeten volgen,krijgen Nederlands te leren ,terwijl zij geconfronteerd worden met Engels.

reageer op dit artikel



Vul bovenstaande woorden in het tekstveld hieronder in.
Als de woorden niet goed leesbaar zijn dan kan je er op klikken.
Je krijgt dan twee nieuwe woorden.
Meest_gelezen