nummer
nummer 41 / 07-10-2009
  • Commentaren
  • Artikelen
  • Columns
  • Dichters_en_denkers
 

Stuur «Maatschappelijk verantwoord onderdrukken» door






4 + 9 = annuleer
07-10-2009
LeesPrint
Maatschappelijk verantwoord onderdrukken Hoogwerkers versus mensenrechten in Israël

In de joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever is een soort juridisch niemandsland ontstaan. Dat trekt bedrijven aan. Een Nederlandse firma is nauw betrokken bij het schenden van mensenrechten.

SIMONE KORKUS
Stuur

ARIEL, WESTELIJKE JORDAANOEVER – Op de groene heuvels langs snelweg 5 op de Westelijke Jordaanoever ligt de joodse nederzetting Ariel. De rode pannendaken van de eengezinswoningen steken fel af tegen de azuurblauwe lucht. Dertig jaar geleden werd deze forensennederzetting, zo’n tien kilometer achter de afscheidingsmuur, uit de grond gestampt; zij telt nu twintigduizend settlers. Achter de ijzeren toegangspoort met een bewaker die zorgvuldig iedere bezoeker checkt – Palestijnen worden niet toegelaten – verrijst een comfortabele wereld met rustige langgerekte asfaltwegen, supermarkten, scholen, woonblokken – keurig vierkant met speelpleinen voor de kinderen en parkeerhavens voor ouders – een zwembad en een universiteit. De werkstad Tel Aviv is slechts vijftien autominuten verwijderd en de prijzen van huizen zijn redelijk. Voor wie zijn werkkring naast de deur zoekt, is er het moderne industriegebied van Ariel met zo’n 110 fabrieken. Een tweede industriepark, ‘Ariel West’, met een terrein van zo’n twintig hectare is in aanbouw en zal werk bieden aan tweeduizend werknemers. Op het eerste gezicht een perfecte locatie voor Israëlische yuppies en gezinnen met kinderen.




Kennelijk is de bouw en instandhouding van Ariel en de andere 160 joodse kolonies ook een interessante business. Onlangs keurde de Israëlische minister van Defensie Barak de bouw van nog eens 455 nieuwe eenheden goed. De nederzettingen worden grotendeels gefinancierd door de overheid, die nog eens een slordige tweeënhalf miljard sjekel (een half miljard euro) betaalt voor extra kosten per jaar aan aannemers, producenten en toeleveranciers – aldus de Israëlische krant Ha’aretz.


Een van die toeleveranciers is het Nederlandse bedrijf Riwal. Materieel van deze Dordtse kranenverhuurder werd onlangs door een medewerkster van de Israëlische vrouwenvredesorganisatie The Coalition of Women for Peace in Ariel gesignaleerd. Diverse hoogwerkers van Riwal waren druk bezig om in het nieuwe industriepark van de nederzetting fabrieksgebouwen op te zetten. In 2006 kwam Riwal al in opspraak nadat bij toeval werd ontdekt dat het bedrijf via zijn Israëlische vestiging – Riwal Israel – materieel verhuurde voor de bouw van de Israëlische afscheidingsmuur. Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag bestempelt die afscheiding als illegaal. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Bot noemde de betrokkenheid van Nederlandse bedrijven bij de bouw van die muur en activiteiten die in strijd zijn met de richtlijnen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, ongewenst.


De relatie tussen Riwal Nederland en Riwal Israel was in eerste instantie door holdingconstructies onduidelijk, maar een in opdracht van de vredesorganisatie UCP door Profundis uitgevoerd onderzoek bracht aan het licht dat de Nederlandse holding Lima BV uit Spijkenisse – de eigenaar van Riwal Israel – en de Nederlandse Riwal-groep in dezelfde handen zijn, namelijk van Dick Schalekamp en Prodelta Holding, dat weer toebehoort aan de Israëliër Doron Livnat. Livnat is een telg uit een invloedrijke Israëlische transportfamilie en lid van het CIDI (Centrum Informatie en Documentatie Israël). In een rapportage van RTV Rijnmond in juli 2006 erkende Riwal zijn betrokkenheid. Het beloofde de activiteiten te staken, maar werd een jaar later door minister Verhagen op de vingers getikt omdat bleek dat de Riwal-kranen nog steeds aan de muur werkten.


Ook de bouw van joodse nederzettingen is volgens de internationale gemeenschap illegaal. Israël bestrijdt dat. ‘Als Israëliërs geen huizen op de Westelijke Jordaanoever mogen bouwen, dan moet het ook aan Palestijnen verboden worden. Dit is betwist gebied. We moeten hierover nog onderhandelen’, reageerde de Israëlische premier Netanyahu op de voorwaarde van president Obama van bevriezing van de nederzettingen.
Israël houdt deze gebieden sinds de Zesdaagse Oorlog van 1967 bezet en mag volgens de Vierde Geneefse Conventie als bezettende macht geen eigen burgers naar bezette gebieden verhuizen en moet de Palestijnen fatsoenlijk behandelen. De nederzettingen zijn voor een deel gebouwd op geconfisqueerde grond die aan Palestijnen toebehoort of die op onrechtmatige wijze onteigend is, en dus zijn eigendomsrechten van Palestijnse burgers geschonden. Dat mag volgens het Internationaal Hof niet. Nu bouwt Riwal hieraan mee.




VANUIT BRUQIN, het Palestijnse dorpje dat aan de voet van Ariels industriepark ligt, zien de muren en prikkeldraadafrasteringen van de nederzetting er dreigend uit. Bruqin is een stil dorp, waar de bewoners altijd leefden van de olijfbouw. Maar de bouw van de industriegebieden heeft het leven van de tweeduizend dorpelingen voorgoed veranderd. Ariel heeft de laatste jaren tachtig hectare landbouwgrond van Bruqin in beslag genomen voor de bouw en uitbreiding van het industriepark.
‘Onze olijfgaarden zijn met de grond gelijk gemaakt’, zegt Abdallah Samara, burgemeester van Bruqin. Maar Bruqin kampt nu met een veel urgenter probleem dan de onteigening van grond. Het industriegebied van Ariel loost regelmatig zijn industrieel afvalwater op het land van Bruqin. Samara: ‘Dat water is vervuild en heeft onze gewassen aangetast.’


Yoesef Habash van het Palestijnse gezondheidsinstituut in Ramallah noemt de gezondheidstoestand in Palestijnse dorpen rond Ariel zorgwekkend. Door de bouw van de afscheidingsmuur en de Israëlische afsluitingspolitiek kunnen Palestijnse werknemers die vroeger (wit of zwart) in Israël werkten het land niet meer in en boeren zijn door de muur van hun land gescheiden en werkloos. In de Palestijnse gebieden is nauwelijks werk. Verder is er de stress die de bezetting met zich meebrengt. Soms zijn de dorpen dagen of weken volledig afgesloten en kunnen de bewoners niet naar hun werk of naar school. Maar in Bruqin is er nog iets anders aan de hand. ‘We hebben een alarmerende toename van kankerpatiënten. Uit bodemonderzoek blijkt dat de grond vervuild is door de dump van industrieel afval uit het al bestaande industriegebied. Dit heeft uiteraard gevolgen voor de gewassen maar ook voor het drinkwater’, aldus Habash.
Meirav Amir, medewerkster van het Israëlische Who Profits, dat de economische activiteiten van joodse kolonies en ondernemingen in Palestijnse gebieden onderzoekt, beschrijft de situatie als volgt: ‘Voor Israëliërs en bedrijven is vestiging in en de bouw van joodse nederzettingen aantrekkelijk want de staat betaalt, kolonisten betalen minder belasting en het toezicht op de naleving van de wet is geringer. Kortom, er is een soort juridisch niemandsland ontstaan. We hebben situaties van onteigening van Palestijns land, illegale bouwactiviteiten en het tewerkstellen van Palestijnse werknemers tegen te lage lonen geconstateerd.’
Die situatie trekt ook buitenlandse bedrijven. Een willekeurige greep uit de lange lijst van Who Profits met buitenlandse overtreders: het Franse Veolia, dat betrokken was bij een tramproject naar Israëlische kolonies en nu weer een afvaldump in de Jordaanvallei heeft opgezet; het Zweedse Volvo, dat gepantserde bussen aan joodse nederzettingen levert; de Belgische Dexia-bank, die leningen verstrekt aan joodse settlements, en het Nederlandse Unilever, dat ondanks zijn aankondiging in 2008 van verkoop van zijn aandeel nog steeds eigenaar is van een Israëlische zoutjesfabriek in een joodse nederzetting op de Westelijke Jordaanoever.


Amir: ‘We signaleren aanhoudend buitenlandse bedrijven die investeren in settlements of er zaken mee doen. Het onderzoek is moeilijk, omdat men via allerlei juridische en holdingconstructies met Israëlische bedrijven opereert. Bedrijven zijn vaak betrokken bij verschillende activiteiten op de Westelijke Jordaanoever. Als ze ten gevolge van onze acties de ene activiteit staken, dan gaan ze vervolgens met een andere activiteit verder. Ook zijn er bedrijven die aankondigen dat ze hun aandeel in de activiteiten willen verkopen, maar de verkooponderhandelingen worden tot in lengte van dagen gecontinueerd en intussen gebeurt er niets. De bedrijven trekken zich dus niet terug uit de Westelijke Jordaanoever.’



Tal Pery, de directeur van Riwal Israel, reageert verbaasd als ik hem telefonisch om opheldering vraag. Hij weet van niets. Enkele dagen later antwoordt hij per e-mail: ‘Riwal (Israel) verhuurt zijn materieel aan klanten, voornamelijk aannemers – onder hen Israëliërs, Arabieren en Palestijnen – op dezelfde manier: onbemand. Wij hebben geen controle op het werk of de locatie. Het is mogelijk dat een aannemer Riwal-hoogwerkers gebruikt in Ariel. Je kunt ons werk vergelijken met een internationaal autoverhuurbedrijf.’


Blijft de vraag of je dat maatschappelijk verantwoord ondernemen kunt noemen. Volgens professor Cees van Dam, verbonden aan King’s College Londen en de Universiteit Utrecht en gespecialiseerd in maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), is Riwals reactie onaanvaardbaar. Hij formuleert het zorgvuldig: ‘Maatschappelijk verantwoord ondernemen is niet een juridische norm. Het betekent dat een onderneming meer doet dan de wet naleven en zich niet alleen richt op de economische prestatie maar ook met respect voor de mensenrechten handelt en toeziet op de gevolgen voor de mensen en het milieu.’
Het maatschappelijk toetsingskader is neergelegd in de richtlijnen van de OESO, waarvan Nederland lidstaat is en die door Israël worden onderschreven en door het bedrijfsleven omarmd. In de richtlijnen staat respect voor mensenrechten centraal. Ondernemingen moeten due diligence betrachten en zorgvuldig nagaan of men geen rechten van anderen negatief beïnvloedt en, als dit het geval is, deze negatieve invloed beëindigen. Van Dam: ‘Maatschappelijk verantwoord ondernemen betekent dat een onderneming zich niet alleen richt op de economische activiteit, maar ook toeziet op de gevolgen voor de mensen en het milieu. Riwal is door het verhuren van materiaal voor de bouw van nederzettingen in bezet gebied nauw betrokken bij het schenden van mensenrechten. Dat Riwal niet zelf de hoogwerkers gebruikt maar ze verhuurt, maakt niet uit. Riwal had horen te bedingen dat het materieel niet gebruikt mag worden voor de bouw van nederzettingen en daarop moeten toezien. Riwal hoort de mensenrechten van de bewoners van de bezette gebieden te respecteren en dat doet het hier niet, net als destijds bij de bouw van de muur.’


foto: Merav Amir

Stuur

reacties op dit artikel
jose 09 okt 01:07

Riwal heeft het podium voor War Child in Den Haag gebouwd.
Den Haag is nu een jaar War Child stad,kosten nog moeite worden gespaard en het publiek krijgt brood en spelen.
Riwal verdient in ieder geval flink geld met het opbouwen van het podium en War Childmedewerkers hebben nog nooit van Riwal gehoord .
De cheer leaders van de gemeente Den Haag.
Nederland in de top 10 van grootste wapenexporteurs van de wereld maar wel samen dansen op het vredesteken op de internationale dag van de vrede,georganiseerd door War Child.
Nederland,onze regering die het Goldstone rapport onevenwichtig vind en daarmee de bezetting,oorlog en misdaden bagataliseert.
War Child werkt ook in de Gaza,hoe wrang kun je het maken

catfish 09 okt 13:45

Sinds de bouw van de afscheidingsbarriere zijn is het aantal aanslagen in Israel met 95% gedaald. Er vallen 85% minder doden. Riwal redt mensenlevens als het daaraan bijdraagt. Riwal draagt bij aan het in stand houden van de mensenrechten.

Omdat er in Israel minder aanslagen zijn, is een meerderheid van de bevolking voor een tweestatenoplossing. Hoe riskant het voor Israel ook is om van het toch al kleine gebied (tweederde van het oppervlak van Nederland) nog eens gebied af te staan aan mensen die hebben beweerd de Joden de zee in te willen drijven. Riwal draagt dus bij aan steun voor het vredesproces.

Over de wenselijkheid van nederzettingen kun je debatteren. Maar de reden - en dat moet Korkus toch wel weten - dat de verbindingswegen naar nederzettingen en Palestijnse gebieden zijn opgesplitst, is dat Israelische auto's steeds onder vuur werden genomen of bekogeld. Daarvoor waren ze voor iedereen toegankelijk.

En als je beweringen doet over ernstige milieuvervuiling, moeten die wel feitelijk onderbouwd zijn, niet zoals Korkus doet in dit artikel.

De Arabische liga besloot in 1967: 'nee tegen onderhandelingen, nee tegen vrede, nee tegen Israel'- de drie nee's van Khartoum. Dat was het antwoord op Israel's aanbod om de zojuist veroverde gebieden af te staan in ruil voor vrede. De Arabische wereld houdt de Palestijnen al sinds 1967 arm en onderdrukt en bewijst ze voornamelijk lippendienst. Was de Arabische wereld uit op vrede en mensenrechten, dan was er nu helemaal geen bezet gebied geweest.

Helaas is de bril van Korkus zo sterk gekleurd dat ze zelfs de door haar aangevoerde mensenrechten uit het oog verliest.

adri nieuwhof 09 okt 14:15

Regeringen van landen van de Europese Unie, inclusief Nederland, hebben de plicht om op te treden tegen Israël's schendingen van het internationaal recht. VN Rapporteur voor de Mensenrechten in de Palestijnse bezette gebieden, Richard Falk, riep op 9 juli in Den Haag op dat burgers en maatschappelijke organisaties hun verantwoordelijkheid nemen, waar hun overheden falen. Dat kan bijvoorbeeld door geen producten uit de bezette gebieden te kopen, pensioenfondsen en banken op te roepen niet te investeren in bedrijven die profiteren van de bezetting. Het ABP investeert in Veolia. Laat het ABP het goede voorbeeld geven en het geld van hun verzekerden uit Veolia terug trekken. De verzekerde (werknemers) zijn via de vakbeweging vertegenwoordigt in het ABP. Ik stel voor dat vakbonden het voortouw nemen en pleiten voor desinvestering uit bedrijven die profiteren van Israël's bezetting van Palestina, om te beginnen Veolia!

rob groenhuijzen 09 okt 23:38

Wanneer een Westers land een niet-westers land bezet, hebben Westerse leiders alle begrip voor deze misdaad.

De discussie zoals Israël deze wil
Sinds 2005 heeft Hamas Israël beschoten. Gevolg 3 doden. Israël schoot sinds 2005 tot aan de Gaza oorlog 546 Palestijnse burgers waaronder 72 kinderen dood.
De NGO’s in de regio hebben waargenomen dat Israël in 2008 begonnen is met schieten en dat de raketaanvallen van Hamas een reactie waren.
In 2008 werd een bestand van 6 maanden tussen Hamas en Israël gesloten. Tijdens de recente Gaza oorlog liet Israël de internationale pers niet in Gaza toe. Deze had de tijd om uit te zoeken wie het bestand in die 6 maanden het eerst geschonden had: Israël. Mag Hamas zijn burgers beschermen tegen aanvallen van een andere staat?

Discussie
Zolang de analyses over deze zaken gaat, is Israël tevreden. Er wordt niet gediscussieerd over Israëls (voort)bestaan.
Deze discussie vindt plaats op een ander niveau. Dat stijgt uit boven de reactionaire bedoelingen van Netanyahu en de lijdensverhalen van pro-Palestijnse groeperingen. De werkelijke discussie gaat over Westerse rooftochten, de globalisering, de gevolgen ervan en hoe de Israëlische samenleving is veranderd.
In de Arabische wereld: wordt sinds 2006 geschreven en gepraat over Israël’s politieke onmacht en staatkundige ondergang. Al Jazeera: bijvoorbeeld op 15.01.2009: “Israel’s looming catastrophe”.

Israël’s economische ontwikkeling
Wat is er sinds 1990 veranderd waardoor Israël’s leiding meer propaganda en oorlogstaal gebruikt? In 2006 vermoordt Israël 1300 burgers in Libanon, daarna in 2008/9 in Gaza opnieuw een zelfde aantal, maar Israël kan politiek en militair geen overwinningen boeken. Is geweld het enige dat het land na 2000 te bieden heeft?
Israël richtte zich vanaf 1948 economisch op de eigen bevolking. Internationale merken (Shell, Sony, Toyota, e.d.) namen geen prominente positie in en pas in 1991 wordt het eerste McDonalds restaurant geopend. Daarna volgen meer internationale bedrijven en gaat ook Israël deel uitmaken van de internationale zakenwereld. Er komen (joodse) investeerders van buiten Israël die meer invloed krijgen omdat hun bedrijven vele malen groter zijn dan nationale Israëlische ondernemingen.
Voor de eerste staat Israël niet voorop. Deze bedrijven hebben grotere belangen in de rest van de wereld en zij zijn geïnteresseerd in een “vreedzame” economie met goedkope (Palestijnse) arbeidskrachten. Vanuit deze groep komen de initiatieven voor Oslo, Camp David en andere voorstellen voor een vredesregeling (Madrid). Alle pogingen worden getorpedeerd, met name door klein (religieus) rechts. Rabin wordt vermoord en Barak saboteert de Camp David akkoorden.
Zionistische idealen verwateren door het grootkapitaal en zoals gebruikelijk bij internationale ontwikkelingen in Westerse landen spant nationaal rechts in een bondgenootschap met het leger zich in om de “idealen van weleer hoog te houden” (Mussolini, Hitler). De duidelijkste representant van deze groep in Israël is Sharon. Hij onderneemt in 2000 de mars naar de Tempelberg, pleegt met het leger een coup en brengt rechts en later extreem rechts aan de macht. Tegelijkertijd neemt de druk van het internationale kapitaal elk jaar toe en is Sharon gedwongen concessies te doen (bijvoorbeeld: de ontmanteling van de nederzettingen in Gaza).

Het Palestijnse verzet
De belangrijkste ontwikkelingen vinden echter in de Palestijnse gebieden plaats. Jarenlang heeft Arafat een compromispolitiek gevoerd en Mahmoud Abbas zet dit voort. Na 2000 is Hamas daar niet meer toe bereid. De nood is hoog in Gaza. Israël gaf tot in de jaren ’90 (zeer weinig) geld voor onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur, etc. aan de inwoners in de bezette gebieden. Na 2000 wordt er elk jaar minder hulp aan Palestijnen gegeven en begint het roven uit de Palestijnse gebieden. Maar vanaf dat jaar ontwikkelt zich ook een tegenstander die zich niet meer laat omkopen.
Vanaf 2000 is Israël de oorlog aan het verliezen. Het jaar 2000 is het omslagpunt.
In het Westen vereenzelvigen we grof geweld met winnen. In 1960 begonnen de VS de oorlog met Vietnam te verliezen. Dat jaar vond daar de omslag plaats. Het einde kwam in 1975. In alle bevrijdingsoorlogen van Derde Wereldlanden met het Westen zijn er omslagpunten te traceren. In 1965 zouden de VS “Noord Vietnam naar het stenen tijdperk bombarderen”. In 2009 zal “elke vierkante centimeter van Gaza gebombeerd worden”.

Veroveringsvoorwaarden
Westerse bedrijven, regeringen en kolonisten moeten om vaste voet te krijgen in veroverde gebieden voldoen aan 3 voorwaarden::
1 een ‘oplossing’ vinden voor het inheemse bevolkingsprobleem
2 normale contacten met buurlanden hebben
3 onafhankelijk worden van Westerse sponsoren en zichzelf economisch en militair handhaven
Westerse kolonisten zijn daarin geslaagd in de VS, Canada, Australië en Nieuw Zeeland. Zuid Afrika redde het niet en ging in 1994 definitief kopje onder. Het wachten is nu op de volgende: Israël.
Wanneer extreem rechts (Netanyahu) strijd voert is het draagvlak in de samenleving te klein. Het niet lukken van (een van) de 3 voorwaarden gaat geld en doden kosten Het Westen maakt zich daar niet druk over. Wanneer een westers land verliest gaat het over tot genocide. Het internationale kapitaal, dat verantwoordelijk is voor de globalisering, trekt zich terug vanwege te grote belangen elders in de wereld. De druk op Israël om zich in te houden en essentiële zaken aan andere Westerse landen over te laten neemt toe. Zes maanden geleden wilde Israël Teheran’s atoominstallaties bombarderen.Bush weigerde categorisch.
Israël is ver gekomen, maar op alle 3 de fronten is de teruggang merkbaar. Er valt nog te roven van een kleiner wordend Palestijns grondgebied. Het einde van die roofmogelijkheid is in zicht.

Westerse veroveringen
Portugal, Spanje, Holland, Engeland, Frankrijk en enkele andere Europese landen hebben geprobeerd delen van de wereld te veroveren. Europa is ver gekomen, maar is in de jaren ’50, ’60 en ‘70 van de vorige eeuw geconfronteerd met de aanstaande nederlaag. Ook de VS zijn onbetrouwbaar. Zij verloren in 1975 van Vietnam.
In alle Westerse bezettingsoorlogen was het doel:
- in bezit nemen van land
- roven van water
- doden en vastzetten van verzetsstrijders
ontkennen van “inheemse” cultuur
Israël streeft sinds 1900 en na 1948, gesanctioneerd door het Westen, dezelfde doelen na en een dergelijke politiek roept vanzelfsprekend verzet op. Vroeg of laat ontstaat er een bevrijdingsbeweging die weet hoe een Westers land kan worden verslagen. Dachten communisten tot in de jaren ’60/70 dat deze taak aan hen voorbehouden was, na diverse voorbeelden in Azië, Latijns Amerika en Afrika is het duidelijk: er komt een groep die de politieke bevrijdingsstrijd boven aan zijn lijst zet.. Het maakt niet uit of dit een seculiere, communistische of religieuze organisatie is of een bundeling van diverse krachten. Wanneer guerrillaregels gehanteerd worden, gaat een Westerse bezetter ten onder. De voornaamste regels daarvan zijn:

1 Politieke strijd gaat boven militaire operaties
2 Steun van de bevolking voor de guerrilla komt voort uit een morele afkeer tegenover de bezetter
3 Maatschappelijke veranderingen veroorzaken het klimaat om in bezette landen guerrillaoorlogen te laten ontstaan. Het uitbreken van de oorlog vloeit voort uit de onmacht van de heersende (Israëlische) elite om een antwoord te vinden op uitdagingen van nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen in de 21e eeuw

Leiders in het Westen en vooral in Israël willen hun bevolkingen laten geloven dat zij de sterksten zijn. Politiek gezien is die fase voorbij. Het enige middel dat het Westen over heeft is: geweld. De Sovjet Unie had eind jaren ’80 ook alleen geweld over en ging kopje onder. Dankzij Gorbatsjov verliep dat proces zonder geweld. De Klerk en zijn partij kwamen in de jaren ’90 in Zuid Afrika tot hun zinnen en Nelson Mandela schafte de apartheidsstaat af. Israël heeft nu geen leiders die willen begrijpen welke ontwikkelingen zich in de wereld afspelen en wanneer zij moeten stoppen met hun apartheidsstaat. In het Westen beginnen leiders, door de economische crisis, in te zien dat met hun toenemende financiële afhankelijkheid van opkomende landen uit de Derde Wereld Israël niet langer te verdedigen is. De uitruil kan beginnen. Hei is tijd om na te denken hoe Palestina eruit gaat zien met joodse inwoners die op voet van gelijkheid leven met Arabische inwoners. Praat een keer met Nelson Mandela.

Serge 10 okt 15:53

Zeer relevant is, dat de verhuurcontracten van Riwal een clausule kunnen bevatten, die gebruik van het materiaal voorbij de Green Line verbiedt. Aan overtreding kan zelfs een boeteclausule worden verbonden. Dat zou controles ook lucratiever maken.

Riwal zal dan wel zeggen, dat dit de concurrentiepositie en de goede naam van het bedrijf binnen Israel aantast. Dat moge zo zijn, maar het alternatief is dus meewerken aan de grove schendingen van de 4e Conventie van Geneve en alle gemaakte vredesafspraken, die al deze bouw verbieden. Daar kiest Riwal blijkbaar voor.
Maar Riwal zegt dit allemaal niet. Als bedrijf is het volkomen gewend aan contracten en clausules, dus als ze dit niet eens noemen, dan is de wil om er serieus over na te denken dus domweg niet.

Brechtje van Bergen 11 okt 01:23

@ catfish
Hahahahahaha!! Riwal redt mensenlevens! Lang leve de muur! Gelukkig dan maar dat het internationaal recht niet wordt nageleefd!

Fijn om tussen al het deprimerende nog even hardop te kunnen lachen.

Ik vind de oplossing van Serge een goede, vooral ook omdat ik denk dat 'maatschappelijk verantwoord ondernemen' altijd ondergeschoven zal zijn aan winstbejag.

erik ader 11 okt 20:20

@catfish
Discussiëren met mensen die zich verschuilen achter een gefingeerde naam om eclatante onzin te verkondigen is niet mijn hobby, maar soms moet het even.

1e Die muur is het probleem niet, het is de plek, nl zo ver op Palestijns land dat er sprake is van zeer grove ontrechting van de Palestijnen: 10% van het land wordt geroofd, een nog groter percentage van het water van het gebied, 60.000 Palestijnen zijn opgesloten tussen de muur en de groene lijn en nog eens 10.000en Palestijnen worden afgesneden van hun landerijen, scholen en ziekenhuizen.
2e Over de wenselijkheid van nederzettingen kun je niet debatteren: ze zijn illegaal volgens internationaal recht, net als de bijbehorende infrastructuur, waaronder de verbindingswegen De enige staat die meent dat het anders is, is Israel.
(Tot die conclusie kwam Theodoor Meron trouwens al in 1967, een prominent jurist op het Israelische ministerie van Buitenlandse Zaken.)
3e "Het land voor vrede"-aanbod van Israel betrof niet, herhaal niet Gaza en de West Bank. Ook als de Arabische Liga het voorstel wel zou hebben omarmd zou er dus nog steeds bezet gebied geweest zijn. ( Teruggave van de Golan en de Sinaï waren overigens door Israel met onaanvaardbare voorwaarden omgeven.)

Als het geen onwil is om de feiten te kennen, maar slechts onkunde zou ik willen adviseren de boeken van Israelische auteurs terzake te raadplegen: Gershom Gorenberg,Avi Shlaim, Baruch Kimmerling, Meron Benvenisti; om er een paar te noemen.

Mieke 12 okt 23:37

De settlements zijn illegaal en een obstakel voor vrede. Dus is het bouwen aan settlements dat ook. Onze eigen Nederlandse overheid kan verhinderen dat Nederlandse bedrijven hieraan meedoen. Dat zou ze ook moeten doen, want het druist immers tegen haar eigen beleid in.

J.W.Polman 21 okt 00:26

Foute zaak: meewerken aan illegale onderdrukkende activiteiten!

Anna Klein 28 okt 10:15

Dit was een paar jaar geleden toch ook al in het nieuws? En ook toen bleek dat Riwal geen uitzondering was. Er lijkt niet echt gedegen onderzoek gedaan te zijn in dit stuk. Dit komt in de buurt van storm in een glas water en stemmingmakerij dus met oud nieuws. Valt me tegen van de Groene.

adri nieuwhof 09 nov 13:16

Beste Anna Klein,

Inderdaad, Riwal was in 2006 in het nieuws toen hoogwerkers bij de bouw van de muur betrokken waren. Toen in 2007 opnieuw Riwal hoogwerkers in actie bij de bouw van de muur bij Bethlehem werden gesignaleerd, waarschuwde minister Maxime Verhagen het bedrijf dat hij dit niet meer wilde zien. In 2009 is het weer raak. Nu wordt Riwal materieel ingezet bij illegale bouwactiviteiten in Ariel, een nederzetting in de bezette Palestijnse Westeliljke Jordaanoever.

Het artikel van Simone Korkus geeft een gedegen, feitelijk overzicht van de inzet van Riwal hoogwerkers bij illegale bouwactiviteiten van Israël op bezet Palestijns gebied.

Riwal lapt keer op keer het internationaal recht aan zijn laars en negeert bovendien de waarschuwing van onze minister van buitenlandse zaken. Dat is meer dan een storm in een glas water.

Saxomaniak 26 nov 00:06

Als ik een auto huur en daarmee een aanslag pleeg en er komen 1000 mensen mee om .... moeten we dan de eigenaar van het autoverhuurbedrijf aan de schandpaal nagelen ???

Vreemde zaak dat er zondebokken gezocht worden op deze manier !!!

Waarom wordt er niet naar de aard van muur gekeken en gaan we de mensen berechten die achter het ontstaan van de muur zitten ??

Want die raken nu compleet uit het zichtbeeld door dit soort onzin discussies.

Nap 26 nov 10:01

Dan moeten wij ook geen zaken doen en/of investeren in Arabische landen die Israel willen wegvagen.Anders gaat het rieken naar geselecteerd ongenoegen.

Saxomaniak 26 nov 19:21

Dan zullen we ook eens gaan kijken naar de wapenindustrie !!

Israel weet hier een flink boontje in mee te doppen...

reageer op dit artikel



Vul bovenstaande woorden in het tekstveld hieronder in.
Als de woorden niet goed leesbaar zijn dan kan je er op klikken.
Je krijgt dan twee nieuwe woorden.
Uit_het_dossierNext
Meest_gelezen