Nu het imago van BP in duigen ligt, wordt pas goed duidelijk hoe effectief de 'groene' reclamecampagnes van BP, Shell en andere oliemaatschappijen waren. De vervuilers maakten van hun zwakke plek hun kracht.

NOG EEN PAAR DAGEN en oliemaatschappij BP is het negatiefst beoordeelde bedrijf in de Verenigde Staten. Met de olielekkage in de Golf van Mexico begon BP aan een spectaculaire val op de Amerikaanse BrandIndex. Het op drie na grootste bedrijf ter wereld schoot al langs Toyota, met zijn ongelukken-auto's, en zal weldra langs Goldman Sachs scheren, de bank die lange tijd op eenzame diepte verkeerde wat aanzien bij consumenten betreft. Daarmee is een zorgvuldig opgebouwd imago geruïneerd, dat draaide om maatschappelijke betrokkenheid, innovatie en vooral duurzaamheid: BP als groene steunpilaar van de samenleving. Tot de ramp met het boorplatform Deepwater Horizon leek dat imago onkwetsbaar voor bedrijfsongelukken waarbij tientallen mensen omkwamen, voor grote lekkages in Canada, voor wereldwijde angst om klimaatverandering, voor aanvallen van stichtingen als CorpWatch en Greenpeace.
Bij de laatste speelt naast ontzetting om de ramp ook tevredenheid mee dat BP zijn groene imago kwijt is. 'Het was frustrerend dat alle olie- en energiemaatschappijen om het hardst riepen hoe schoon ze waren. Het was gewoon niet terecht', zegt Greenpeace-campagneleider Ike Teuling. 'BP staat net als andere oliebedrijven niet voor duurzaamheid, maar voor het oppompen van olie tot de laatste resten, om daar winst op te maken - ze staan voor niets anders.'
Dat bedrijven staan voor veel meer is nu juist al een decennium lang de grote trend in branding, het opbouwen van een positief imago rond merken. Aanleiding waren massale consumentenacties, onder invloed van het antiglobalisme, die eind jaren negentig enkele bedrijfsgiganten grote imagoschade hadden toegebracht - met name Nike en zijn sweatshops en Shell dat olieplatform Brent Spar wilde afzinken.
Naomi Kleins No Logo maakte verzet tegen grote bedrijven tot het nieuwe activisme. Niemand wilde daar het nieuwe slachtoffer van zijn. 'Er zijn inderdaad bepaalde triggers geweest in het verleden waar we onze communicatie naar buiten toe op hebben aangepast', zegt Shell-woordvoerder Andre Romeyn. 'We realiseerden ons dat we niet alleen op rationele en feitelijke gronden het debat konden voeren, dat we daarmee de hearts and minds van de samenleving soms niet bereikten.' Het pad werd gewezen door het succes van kleine bedrijven als Ben & Jerry's en The Body Shop - niet winst, maar verantwoorde groei en bijdragen aan een betere samenleving was zogenaamd hun doel. In een mum van tijd werd deze formule door grote bedrijven geannexeerd, in de bedrijfsformule opgenomen als corporate social responsibility en in reclamecampagnes centraal gesteld. Hoe goed dat kon werken, werd bewezen door BP.
EEN JAAR OF TIEN geleden was BP na een reeks overnames en fusies uitgegroeid tot een van de grootste bedrijven ter wereld, maar met een relatief bescheiden naamsbekendheid. De pr-afdeling zocht naar een nieuw, wereldwijd herkenbaar logo en imago. Het moest iets worden dat 'emotionele affiniteit voorbij het product zelf' uitdrukte, vertelden betrokkenen in reclamevakblad AdWeek. Een nieuwe slogan, geënt op de bedrijfsnaam, deed dat: Beyond Petroleum - meer dan olie alleen, een bedrijf dat ver vooruit dacht en dat de wereld nog van energie zou voorzien als de olie al lang op was. Het nieuwe logo werd een groene zon.
De grote oliebedrijven, de Zeven Zusters, waren altijd voorzichtig geweest om zichzelf groener af te schilderen dan de anderen. Maar vanaf 2004 hamerde een peperdure, mondiale reclamecampagne erin hoeveel BP voor het milieu deed: door onderzoek naar en investeringen in alternatieve energie, door het steunen van allerlei lokale projecten, door tips aan consumenten voor zuinig rijden en energiebesparing. Marktonderzoek wees uit dat het werkte: in de Verenigde Staten, veruit de grootste oliemarkt ter wereld, vonden consumenten BP veel milieubewuster dan zijn concurrenten en ook BusinessWeek doopte BP 'the Green Corporation'. BP's verkoop steeg in de Beyond Petroleum-periode enorm.
De campagne was wel degelijk ergens op gebaseerd. Als eerste oliegigant was BP uit een coalitie van klimaatsceptici gestapt, onderschreef het publiekelijk het gevaar van klimaatverandering en pakte het de CO2-uitstoot in zijn eigen fabrieken aan. BP verliet daarop ook de lobbyclub voor oliewinning in het poolgebied en kondigde een investering van acht miljard dollar in duurzame energie aan. BP was al groot in de zonne-energie en stortte zich nu ook op biobrandstof, wind, waterkracht - en dat alles bestierd vanuit een eigen hoofdkwartier voor alternatieve energie in Londen.
Milieuorganisaties keken met gemengde gevoelens toe. Enerzijds was het mooi dat een oliegigant iets aan zijn vervuiling deed, terwijl bijvoorbeeld ExxonMobil zijn slechte milieureputatie alleen maar bleef bekrachtigen. Op de Pick Your Poison-index van de Amerikaanse ngo Sierra Club kreeg BP dan ook een goede notering. Maar anderzijds bleef BP een reus in een destructieve, vervuilende bedrijfstak met het zo snel mogelijk oppompen en opfikken van 's werelds olievoorraden als kernactiviteit - overigens in dienst van een groeiend consumentenleger dat zijn fixatie op de literprijs af en toe inruilt voor hysterische woede tegen een oliereus.
Met vier procent van zijn budget stak BP weliswaar meer in alternatieve energie dan zijn concurrenten, maar afgezet tegen de investeringen in oliewinning bleef het allemaal erg mager. De milieuclaims van BP waren vaak zozeer opgerekt en overdreven dat ngo's regelmatig naar reclame-arbiters stapten wegens valse reclames - en dat vaak wonnen. BP's groene imago werd Greenpeace ten slotte zo gortig dat de milieuorganisatie vanaf 2008 met de goed bekkende term 'Greenwashing' in de tegenaanval ging. BP kreeg van Greenpeace de 'Smaragden Penseel' uitgereikt voor de excellente verfklus die het milieuvervuilende bedrijf groen had geverfd. Bij een wedstrijd om de beste persiflage op BP's groene beeldmerk kreeg Greenpeace talloze van de olie en smerigheid druipende logo's binnen.
Het zette niet veel zoden aan de dijk: BP bleef volgens marktonderzoekers een ijzersterk merk. Tot ergernis van milieuclubs hadden andere oliemaatschappijen BP's succesvolle marketingstrategie inmiddels gevolgd. Shell bijvoorbeeld, dat minder in alternatieve energie investeerde dan BP maar nog steeds een basis had voor zijn milieuclaims: ook Shell schroefde zijn eigen CO2-uitstoot omlaag, het was marktleider in biobrandstof en investeerde nu ook in zonne- en windenergie - goed voor een middennotering op de Pick Your Poison-index. Maar ook Shell overdreef zijn milieubewustheid, door bijvoorbeeld investeringen in teerzand te promoten als duurzame energiewinning. Bij andere oliemerken, zoals Chevron en ExxonMobil, was de basis voor mooi klinkende claims en campagnes nog smaller.
DE ECONOMISCHE CRISIS van 2008 leek de scepsis van Greenpeace te onderschrijven. De markt voor duurzame energieproducten en -bedrijven stortte in en oliebedrijven draalden niet om hun geld daar weg te halen. BP schroefde zijn duurzame investeringen van 1,4 miljard dollar omlaag tot onder een miljard per jaar en sloot zijn duurzame-energiehoofdkantoor in Londen. Overschot aan vierkante meters, vertelde BP-baas Tony Hayward, terwijl BP's duurzame-energiebaas opstapte om meer tijd met haar kinderen door te brengen. Bij Shell, waar het vrouwelijke hoofd van de gas- en elektriciteitsdivisie ook stopte, ging een aantal groene trajecten de deur uit. 'Ik verwacht niet dat wind, zonne-energie en waterstof verder zullen groeien bij Shell', zei toenmalig bestuursvoorzitter Jeroen van der Veer in 2009.
Ike Teuling van Greenpeace is niet verbaasd, wel teleurgesteld: 'Deze bedrijven zijn zo ontzettend groot. Als zij tien procent van hun investeringen in duurzame oplossingen zouden steken, zou dat al zoveel opleveren. Maar er gaat maar een fractie naar duurzame energie en dat wordt nu ook teruggeschroefd. Het bewijst waar de prioriteiten van oliebedrijven liggen: niet bij de toekomst van energie, maar bij olie. Zelfs in biobrandstof, waar zowel BP als Shell wel in blijft, is duurzaamheid niet hun eerste prioriteit.'
Niet waar, stelt Shell-woordvoerder Andre Romeyn. 'Duurzaamheid is nog steeds een prioriteit voor ons', zegt hij. 'Het klopt dat we niet meer actief zijn in zonne-energie. Maar dat is een verschuiving, geen terugtrekking: we zijn nog steeds actief op het gebied van waterstof en windenergie maar zetten nu vooral in op de ontwikkeling van nieuwe generaties biobrandstof. We brengen meer focus aan in onze activiteiten op het gebied van vernieuwbare energie.'
Van BP valt helaas geen steekhoudende repliek op te tekenen. Wellicht onder invloed van het drama in de Golf van Mexico is de communicatieafdeling in Nederland teruggevallen op vijandigheid en geslotenheid. 'Ik heb u een nummer in Londen gegeven en als u daar geen gebruik van wilt maken is dat uw keuze', is het antwoord van BP-woordvoerder Rianne Daane op vragen die soms expliciet Nederland betreffen. In Londen wordt vooral benadrukt hoe erg BP de ramp in de Golf van Mexico vindt.
Het is dan ook een pr-dreun die BP moet verwerken. Niet alleen nu. Het bedrijf zal in de toekomst een stuk nauwkeuriger aan zijn klanten moeten uitleggen waar de milieu- en duurzaamheidsclaims in zijn reclames en bedrijfspresentaties precies op gebaseerd zijn. Met alleen een groene zon komt BP niet meer weg.
De beelden zijn gemaakt in het kader van een actie van Greenpeace om een nieuw logo te ontwerpen voor BP. www.greenpeace.org.uk/bp
|
Daan Neleman 28 jun 13:24
Er goed en genuanceerd artikel. Zowel Greenpeace als Milieudefensie zetten de grote oliemerken flink op hun plaats. Jarenlang hebben zowel Shell als BP hun duurzaamheidclaims zodanig opgeblazen dat we het idee hadden met groene bedrijven te makken te hebben. Niet dus zo laat de tragische gebeurtenis in de Golf van Mexico zien. Ik heb hier zelf over geschreven op mijn eigen blog, maar dan meer vanuit merkperspectief: http://bit.ly/dl4ljl |
|
A. Goossens 29 jun 00:27
@Daan Neleman Kunt u eens uitleggen wat u de gebeurtenis in de Golf nu precies vertelt, nu u zo stellig aangeeft dat de duurzaamheidsclaim opgeblazen is? Ik verbaas me telkens over de bombarie van volslagen leken over dit soort zaken. Ze spelen graag de generaal na de oorlog. Volgens mij hebt u geen flauw benul WAT er in de Golf gebeurd is, maar volgt u de gevolgen slechts in de media. Ene Jean-Pierre reageerde veel genuanceerder op uw 'berichtje'. Die wees fijntjes op de rol van de overheden in het oliespel. En even zo fijntjes op de oppervlakkige terreur van milieu-organisaties en overig groen activistisch spul jegens grijpbare organisaties. Zoals indertijd de wereldberoemde Brent-Spar terreur die contraproductief werkte, gewoon omdat Greenpeace geen flauw benul had waartegen ze eigenlijk protesteerde. Begrijp mij goed. Geen centje medelijden met olie giganten. Maar ook net zo weinig op met de morele verontwaardiging van vele lieden die geen flauw benul hebben van de olie industrie en dus van dit soort obligate bijdragen leveren als dat de tragische gebeurtenis in de Golf van Mexico laat zien dat oliemaatschappijen opgeblazen duurzaamheidsclaims plachten te uiten. Vermoedelijk is dat gegeven wel juist, maar dat verklaren vanuit de ramp in de golf kan Daan Neleman vermoedelijk niet. |
|
Nap 29 jun 00:56
Greenpeace,is dat niet die organisatie die blokken beton in zee dumpte en vissersnetten doorsneed bij de Deense kust.Ik mag geen vis eten ,geen vlees eten,geen kip,geen scharrel eieren eten,niet rechts stemmen. |
|
Jerome 29 jun 11:51
@ NAP U zegt "Ik mag geen vis eten ,geen vlees eten,geen kip,geen scharrel eieren eten,niet rechts stemmen." Wie houd je tegen? We leven in een vrij land. |
|
Daan Neleman 29 jun 12:44
@A. Goossen Geachte heer Goossen, Hartelijk dank voor uw repliek. Het is verre van mijn bedoeling de generaal te spelen in een spel dat veel te complex is voor een simpele geest als de mijne. Ook is het niet zo dat ik de verantwoordelijkheden van een ramp als deze volledig bij de oliebedrijven neerleg. We hebben hier te maken met een complex spel tussen overheden, bedrijven, NGO's en een niet te stillen honger naar olie bij consumenten. Hoe de verhoudingen in deze precies zijn: inderdaad, geen idee. De aantijging van u dat ik een volslagen leek zou zijn. In politiek, economisch opzicht ja. Vaktechnisch en qua merkkennis - en dit is het niveau waarop ik de discussie voer - heb ik wel degelijk kennis van zaken...a) Omdat ik er voor heb gestudeerd b) Omdat ik zelf voor bedrijven als Shell en Greenpeace heb gewerkt c) Omdat ik als bloggend journalist met decisions makers om tafel zit. Door me te voeden met informatie uit verschillende hoeken: merken, actiegroepen, mediabronnen vorm ik mijn mening. Wat uiteindelijk inderdaad niet meer is dan dat. Wat over blijft - en dit is waar het mij om te doen is - is een terechte kritiek op de communicatie van bedrijven als Shell en BP. Als de feiten zeggen dat beide bedrijven nog geen 10 % van hun totaal investeren in duurzaamheid. Terwijl de communicatie qua verhouding juist 90: 10 laat zien. Dan is het goed dat bedrijven als Greenpeace en Milieudefensie de communicatie van de oliegiganten spiegelen. Daarnaast heb ik wel een mening over de praktijken van oliebedrijven, maar laat mijn kennis mij in de steek als het gaat om het vellen van een moreel oordeel. Dat laat ik over aan mensen zoals u ... Of begrijp ik u dan verkeerd? |
|
Daan Neleman 29 jun 12:47
@ A. Goossens En mijn excuses voor het fout schrijven van uw naam! |
|
Nap 29 jun 13:22
Ik heb een aversie tegen actie groepen.In Canada is de top bijeen,jonge mensen die wellicht werkschuw zijn,vernielen andermans eigendommen,totaal geen respect voor mens en wat hen niet toebehoort.Wat is hun bijdrage aan een leefbare samenleving? Wat mij betreft mag er met scherp geschoten worden richting straattuig. |
|
A. Goossens 29 jun 13:41
@Daan Neleman Wellicht had ik me duidelijker kunnen uitdrukken. Mijn 'grief' zag slechts op uw (eerdere) verwijzing naar de olieramp in de Golf als vermeende ondersteuning voor het argument van de opgeblazen duurzaamheidslabels voor oliebedrijven. Ik zie het causaal verband namelijk geenszins aannemelijk gemaakt. Mijn intentie was niet u anderszins te afficheren als leek. Het zou u uit uw overige expertise overigens volslagen helder moeten zijn dat het de overheden zijn die de duurzaamheid van de industrie bepalen. Industrie zelf is nooit vanuit een ideëel standpunt duurzaam geworden. Slechts wanneer een symbiose ontstaat tussen duurzaamheid en rentabiliteit verenigt men zich met de duurzaamheidsidealen. Niemand heeft daarom de ramp in de Golf nodig om een duurzaamheidsballon te doorprikken. Daarbij is het sterk de vraag of juist in dat geval de oliemaatschappij wel (zo) laakbaar is als thans door de VS wordt gesuggereerd. De ramp in de Golf kan slechts één verwijzing terzake verpakken in deze fase van de gekende oorzaken (m.m.). Dat is dat een olieconcern zo groen is, zo duuzaam is, als de lokale overheid haar oplegt. In de VS speelt al sinds Bush jr de prominente wens de nationale consumptie van fossiele brandstroffen maximaal inheems te produceren. Het tweesporen beleid (consumptie verlagen, productie verhogen) wordt vooral gevoerd op het 'rechter' spoor, de productie verhogen. Exploratie in voorheen uitgesloten gebieden wordt toegestaan of onderzocht en de safety specs voor lastige sectoren (zoals de offshore) bewust licht gehouden. Bovendien wordt in de VS buitenlandse kennis terzake maximaal buiten de deur gehouden (overigens, zelfs NADAT de ramp was ingetreden heeft men nog een maand buitenlandse expertise tot opruiming buiten de deur gehouden). De zogenaamde 'deep water exploration / drilling' wordt door EP's [exploration and production companies] pas sinds enige jaren gedaan op dieptes die verder gaan dan zo'n 600 m. Kort daarvoor had men de slag gemaakt door dieper dan 300 m te gaan boren. Deze nieuwe avontuurlijke processen en technieken worden veel te lichtzinnig geaccellereerd door de EP's, waarbij men zich gesteund voelt door de druk van overheden om eigen strategische olie- en gasreserves aan te doen groeien. De onwerkelijke technische uitdagingen van dergelijke exploraties (en exploitaties) zijn allang bekend bij ingenieurs. De belangrijkste uitdaging ervan is dat men op zulke grote waterdieptes werkt dat de putten slechts bereikbaar zijn met speciale onbemande onderwater robots (meestal ROV's, Remote Operated Vehicle, genaamd). U kunt zich voorstellen dat de constructie op een put, de zogenaamde kerstbomen (vernoemd naar de typische vorm van de putconstructie), evenzo bijzonder lastig is aan te brengen en onderhouden. In die kerstboom zitten de veiligheidssystemen en de drukreduceersystemen (voor druk reductie - putten hebben vaak drukken (well-head pressure) van honderden, soms meer dan duizend bar-g). Op ontwerpen voor dergelijke constructies worden meestal toleranties (d.w.z. veiligheidsmarges) ingecalculeerd van twee- tot driemaal de operationele druk. Als dus een operationele wellhead druk op bijvoorbeeld 700 barg is uitgelegd, dan wordt deze op bijvoorbeeld 1400 barg geconstrueerd. Daarnaast bouwt men zogenaamde 'emergency shut down' (nood-sluit systemen) constructies in, meestal in meerdere gradaties. De laagste is vaak in de vorm van een afsluiterconfiguratie die al dan niet automatisch tot sluiting van de leiding moet leiden, en in de hoogste gradatie meestal een ingrijpende noodmaatregel als het duurzaam blokkeren van de leidingen door permanente solide materie, zoals betonnen of kunststof objecten die in een reduceerstuk kunnen worden ingebracht. Als dat alles faalt en een aanwezige beveiliging vormt geen remedie voor de opgetreden schade, heeft men een onvoorstelbaar probleem. Dat lijkt bij BP aan de orde in de Golf. Daarbij komt echter dat een overheid dergelijke ontwerpen door deskundigen laat toetsen. Industriële normen en specificaties gelden voor alle processen in de industrie, en nationale overheden hebben daarin evident een sleutelrol. In de VS lijkt de grote wens tot uitbreiding van de nationale productie te hebben geprevaleerd boven de noodzaak voor veiligheidheid (en de daaraan evident hoge investeringskosten). Vooralsnog weet niemand buiten een selecte groep insiders wat er in de Golf is gebeurd. De Amerikaanse regering heeft bakken boter op het hoofd door BP de volledige schuld toe te schuiven, maar dat is inherent aan het Angelsaksische rechtssysteem. In feite zal het er uiteindelijk vast op neerkomen dat BP samen met de Amerikaanse autoriteiten een te laagwaardige safety-spec heeft aanvaard voor de enorm risicovolle bezigheid van deepsea exploration. Lichtzinnigheid en/of bewuste aanvaarding van risico's zal vermoedelijk aan de orde zijn geweest. Terug naar uw hoofdzaak. De industrie is nooit uit zichzelf groen of duurzaam. Als het al het geval is dan is er een grote eigen baat. Dat er veel mensen zijn die geloven dat SHELL, BP, EXXON of wie dan ook in dat oligopolie zelfstandig duurzaamheid nastreven toont hen te naief voor woorden. Het is ook helemaal prima dat dit kritisch wordt bejegend door milieu- en overige belangengroepen. Men zou echter niet naar casussen moeten zoeken waar de kwestie onduidelijk is, zoals de Brent Spar (die in essentie veel beter afgezonken had kunnen worden dan, zoals door Greenpeace afgedwongen, zogenaamd duurzaam op land gesloopt) of de Golframp van nu. Kijk gewoon naar de praktijk van reguliere exploratie in Afrika of bijvoorbeeld Kazachstan. Duidelijker krijg je het niet dat oliemaatschappijen om mens en milieu geen zier geven en iedere tegengestelde bewering louter en alleen PR retoriek is. |
|
Daan Neleman 29 jun 14:50
Geachte heer Goossens, Dank voor uw gebalanceerde uiteenzetting. In alle eerlijkheid moet ik toegeven dat ik door mijn sterke focus op merken & communicatie de rol van overheden heb onderschat. Wel ben ik ervan overtuigd dat bedrijven in de toekomst niet zonder een gesterkte moraal zullen overleven. Mede onder druk van de steeds sterker wordende consument - die zich steeds vaker in belangengroepen gaan verenigen. Tegelijkertijd ben ik het met u eens dat in deze ramp sprake is van een gedeelde verantwoordelijkheid tussen BP en de Amerikaanse overheid. Het belang van hen om BP de zwarte piet toe te schuiven ontbreekt in zijn geheel in het publieke debat. Ook ben ik het met u eens dat de ramp in de Golf van Mexico niet nodig is om de ballon van de duurzaamheidsclaims in communicatie door te prikken. Wel heeft dit er voor gezorgd dat het publiek - gestimuleerd door Greenpeace - een sign-war in gang heeft gezet. www.greenpeace.org.uk/bp Misschien met als gevolg dat er weer een geheel tegenovergesteld beeld ontstaat. Toegegeven ik ben hier zelf mede schuldig aan. Als het niet zwart is, is het wit lijkt het adagium. Terwijl de 'waarheidsvinding' in het midden ligt. Hartelijk, Daan Neleman |
|
A. Goossens 29 jun 16:41
@ Daan Neleman Dit soort grote rampen, die uiteraard ook door de primair betrokkenen altijd gevreesd worden, zijn vaak goed voor een zelfregulerend effect. Zoals de ramp met de Piper Alpha (platform, Noordzee) de HSE (Health, Safety and Environment) specificatie voor PE in de Noordzee enorm heeft verscherpt. Net zo als de ramp in het Hemeltje in Volendam de brandveiligheidseisen voor publieke ruimte deed verscherpen en ook de rampen bij Schiphol (vreemdelingendetentie) en Enschede (explosieven opslag nabij bebouwde kom) hun indirecte effecten niet misten. Daarvoor hebben we Greenpeace en andere organisaties nauwelijks nodig. Greenpeace en aanverwante belangengroepen zouden juist de verscholen misstanden veel prominenter op de kaart moeten zetten. Ofwel, niet meewerken aan de put dempen (i.c. letterlijk) als het kalf verdronken is, maar preventief de maat nemen. Ik was bijvoorbeeld, in tegenstelling tot de door mij zeer geachte reageerder 'NAP', zeer geporteerd van de stenenstort ten bate van de visstand. Het categorisch ontkennen van de grote gevaren voor de visstand door overbevissing of vissen op paargronden komt kennelijk niet goedschiks op de agenda. Prima dat er dan kwaadschiks wordt gehandeld. We willen immers een ramp voorkomen. Dat rampen erg functioneel zijn om ernstige zaken op de kaart te zetten blijkt wel weer in de Golf. Het is echter van groot belang dat we ons als maatschappij realiseren dat onze overheden echter een grote rol spelen, maar wij consumenten net zo goed. Dat vele mensen zich laten vangen in het web van demagogische ondernemingen, die thans over elkaar heenvallen om zich tot 'de groenste' of 'de meest duurzame' onderneming te laten benoemen, typeert de goedgelovigheid van de maatschappij zelf, niet zo zeer de pogingen van corporates om geld te verdienen. Uiteindelijk zijn het de bedrijven die het dichtste bij hun kerntaken/kerndoelen blijven en de overheden en consumenten die vooral groots verzaken. Overheden omdat ze graag speelgeld en macht verwerven, consumenten omdat ze stiekem toch wel graag weinig voor veel willen betalen. De onevenredige ophef die dan altijd ontstaat rond rampen, met alle dan opeens gebezigde moraliteiten, komen me dan ook altijd over als een vorm van moreel ramptoerisme. De verexcuserende 'ich habe es nicht gewusst' mantra is immers 'des mensch' en niet 'des Duitsers' ... |
|
Daan Neleman 29 jun 18:02
Ik heb een verwijzing naar deze discussie bij mijn blogpost geplaatst. Want deze discussie toont eens te meer aan. Discussies zijn er niet om gelijk te krijgen, maar om een mening te vormen die bijdraagt aan het publieke debat. |
|
Nap 29 jun 20:19
Ik heb niet de wijsheid in pacht.Ik heb geen universitaire opleiding danwel een academische opleiding gehad.De heren hierboven hebben dit wel,ik bazeer dit op de verstandige woorden en de vlijnscherpe analyse"s.Ik wil wel over de dingen na denken en inzicht krijgen hoe het een en ander in elkaar steekt.Gelijk hebben dan wel krijgen wil ik zeker niet.Als wij allemaal dirigent willen zijn kunnen wij geen muziek maken,een dirigent zonder muzikanten kan ook geen muziek maken.Ik heb moeite met actiegroepen (vaak zijn zij links)die geen geweld schuwen om hun doel te bereiken.In 1980 moest er een kraakpand ontruimd worden in de Paulus Potterstraat,de krakers staken mijn tram in brand,ternauwernood wist ik de tram te ontruimen.Op het Waterlooplein eveneens de jaren 80 waren rellen,de stenen vlogen langs de ramen van de tram.Pim Fortuyn werd vermoord door een dierenactivist,Folkert van der G. Dames die in de P.C.Hoofdstraat met een bontjas lopen worden lastig gevallen door hen die tegen bont zijn.Anarchisten in kraakpanden,andermans eigendommen vernielen,zelf nimmer gewerkt,maar wel eten uit de staatsruif.Aad costo kreeg een brandbom in zijn huis gegooid.Ik kan zo nog wel even door gaan.Kortom al die actie groepen die veelal links zijn,voor hen geldt, het doel heiligd de middelen.Maar het kan nog erger,per 1 oktober treed de anti kraakwet in werking,sommige gemeentelijke bestuurders hebben laten weten hier niet aan mee te willen werken.Ik zou ook wel eens burgelijk ongehoorzaam willen worden,en stoppen met belasting te betalen,ik heb er moeite mee dat het batig saldo van waternet,daar 780.000 euro word weggegeven.Duiventak..., u weet beide van zijn voormalige actie"s.Maar waar ligt dan de grens??,voor de een heligt het doel de middelen,voor de ander is het ondermeining van de rechtstaat cq.de democratie. |
|
Daan Neleman 30 jun 10:48
@NAP Je beschikt in ieder geval over een flexibele geest en dat is al heel wat. Waarschijnlijk ben je iemand die veel meer vanuit ervaring dingen beleeft. En dat valt ook te prijzen. Waar je naar mijn idee mee uit moet kijken is alleen het simplificeren van actiegroepen...het kan best zijn dat zij eenzijdig opereren ...maar door je hier frontaal tegen op te stellen creëeer je een gelijk kwaad: "Tegenover het kwade staat niet het goede, maar het andere kwaad..." Maar goed nu doe ik zelf alsof ik de wijsheid in pacht heb, terwijl ik er slechts over heb gelezen ;) |
|
Erik van Erne 30 jun 11:04
Goed dat nu langzaam maar zeker bij het grote publiek duidelijk wordt wat anderen al heel lang weten: de olieindustrie is een terk vervuilende industrie met een aaneenschakeling van olierampen, gasrampen, bedreigingen, uitputting, vervuiling, schending van mensenrechten en ga zo maar door. De communicatie wordt gekenmerkt door leugens, ontkenning en bagatalisering van de problemen. Het is maar een tiny spill in a big ocean ( BP Gulf of Mexico) het valt wel mee (Shell in Nigeria) lekkages zijn niet van ons (Venezuela). Oliewinning uit teerzanden is duurzaam (Shell Alberta). Crude Awakening: BP Oil Spill NWF Spec PSA http://goo.gl/d3Ea |
|
A. Goossens 30 jun 12:07
@Erik De wereld draait op fossiele brandstoffen, of we nu willen of niet. Dat zal nog zeker 50 jaar zo blijven. Het is wat ongenuanceerd om te stellen dat er sprake is van een aaneenschakeling van rampen. De wereld gebruikt ca 85 miljoen vaten olie per dag. Dat moet geproduceerd en vervoerd worden. Dat op zich zal en kan nooit risicoloos gebeuren. Daar waar autoriteiten zich hebben verdiept in de risico's en zich niet tegen lage kosten doen verrijken, worden zeer strenge veiligheidseisen opgelegd. Daar waar dit niet gebeurt, neigt de industrie zelf er te vaak naar geen remediërende actie te nemen, maar te grote risico's te aanvaarden. Dat geldt echter beslist niet alleen voor olie of gas industrie, maar voor alle industrie. De grondstoffenindustrie (diamant, koper, bauxiet, goud, etc.etc.) is bijvoorbeeld net zo goed schuldig aan vergelijkbare verwijten. Als u de gedachten hebt dat de olie industrie opvallend vaak met rampen en mensenrechtenschendingen is verbonden hebt u het mis. De schaal van de olie- en gasindustrie wordt door geen enkele vorm van industrie benaderd. Logisch dus ook, alleen al vanuit de base-case, dat er in de oliegerelateerde industrie regelmatig iets mis gaat. Communicatie gaat sowieso gepaard met leugens. Alsof we de afgelopen jaren niet massaal met leugens zijn geconfronteerd vanuit andere bronnen. DSB die roept kapot te zijn gemaakt, maar ondertussen juist consumenten kapot maakte. Energiereuzen die zeggen groene stroom te leveren maar slechts certificaten verhandelen om boekhoudkundig groen te leveren. Politieke leugens zijn niet te tellen en treffen ons dagelijks, zie de formatieperikelen thans. Kortom, het is een alledaagse zaak. Vraagt dat om berusting? Nee, wat mij betreft nooit. Het is echter van belang, zoals Daan Neleman in zijn laatste bericht volkomen terecht aangeeft, niet in het andere uiterste te vervallen. Oliemaatschappijen bestrijden is zinloos. Overheden - die ons vertegenwoordigen - dienen te worden aangesproken op hun autoriteit jegens oliemaatschappijen, en willekeurig iedere tak van industrie of handel. Dat is een constant proces. Activisme heeft zin, als de energie eruit via de juiste kanalen wordt geleid. Activisme is zinloos of contraproductief als het leidt tot rellerigheid en anarchie, zoals we bij iedere wereldtop G-8 of G-20 zien. Zinvol activisme gaat hand in hand met wetenschap, kennis en volwassenheid. Zinloos activisme is vaak verbonden met kennisloosheid, agressie en vooral puberale opstandigheid. |
|
Nap 30 jun 13:32
@Daan Neleman,ik ben 35 jaar ....bestuurder/kaartcontroleur geweest,dan sta je echt in de samenleving en ervaart men zijn medemens... in positieve en negatieve... zin.Waarnemen met mijn ogen,luisteren naar en andere en veel lezen.Als ik niet flexibel was geweest zou ik nu niet achter de pc zitten.Volgens mij kunnen wij thans niet zonder olie leven,de hele economie draait erop en om producten te maken is olie nodig.Er zal in de toekomst een alternatief moeten komen,o.a.wind en zonne energie,alsmede kernenergie.Ik las in 1973 een pocket boekje van de club van Rome."grensen aan de groei" met een bijdrage van de econoom Tindeman.Er is met dit rapport niets gedaan.Olie is goud,zoals het zout ten tijde van de VOC,producten uit de oost die werden ingezouten.Mijn ervaring is dat actiegroepen onverdraagzaam zijn,ik zeg het niet om ruzie mee te krijgen.Ra-RA heeft destijds branden gesticht,naar mijn inschatting is dit terreur. |


















