De Groene Amsterdammer

Exclusief

De Groene Amsterdammer jaargang 2014 nummer 17

Pamflet: Minder hippe onzinstudies, graag

Leuke studies met een & erin

door Ewald Engelen

beeld Milo

Mbo, hbo en wo moeten iets minder horig zijn aan de arbeidsmarkt. En iets meer algemene vorming zou zo gek nog niet zijn. door Ewald Engelen beeld Milo Leuke studies met een & erinMbo, hbo en wo bieden tezamen maar liefst vijfhonderd studies aan, waaronder talloze die toegang bieden tot slechts één gespecialiseerd beroep. Iets minder horigheid aan de arbeidsmarkt en iets meer algemene vorming zou zo gek nog niet zijn.

Lezen

Iedereen

Bibliotheken

Over het voortbestaan van bibliotheken wordt druk gespeculeerd. De dichter die er de meest uitgesproken mening over heeft, is Paul Bogaert. In een gedreven stuk  voor De Brakke Hond herinnert hij zich zijn eigen bezoeken aan de leeszaal waar alles bijeen stond: tijdschriften, naslagwerken, fiches, knipselmappen, boeken.

door Erik Lindner

Het is duidelijk dat Bogaert zich betrokken voelt bij een nieuwe generatie die dat niet meer binnen bereik heeft. Een deel van de letterkunde is gedigitaliseerd, een deel niet. Tijdschrift en boeken worden deels bewaard. De versnippering duurt al een tijd, dat tussenmoment van beschikbaarheid van informatie. Bogaert maakt de snelste stap onder de Nederlandstalige dichters van niveau en zet iedere dichtbundel die niet meer leverbaar is integraal op zijn website.

Niet lang voordat ik debuteerde, verhuisde de Haagse openbare bibliotheek. Alles kwam op de plank. Soms merkte ik dat als ik een tijdschrift op zijn zijkant neerlegde ik het een paar weken later weer zo op kon pakken. Het was een domein met alles op een verdieping bijeen. Ik zou zonder die beschikbaarheid die ik daar had niet kunnen bespreken. Om een of andere reden heb ik bij een universiteitsbibliotheek alleen al bij de ingang het idee dat er een bewaker tev oorschijn springt die me een mitrailleur op de borst zet en zegt dat ik pas naar binnen mag als ik eerst opnieuw aan de kleuterschool begin en dan het hele traject doorloop en afmaak.

Het Nijmeegse cultureel centrum Lux organiseerde een programma getiteld 'Geen boeken meer op de plank'. Sjaak Driessen, vrolijke directeur van de bibliotheek in Wageningen, bedacht dat het ook kon betekenen dat alles was uitgeleend. Maar het ging natuurlijk over digitaliseren en de vraag wat dan nog precies een bibliotheek is. Grimmig detail was dat dezelfde dag bekend raakte dat in de provincie Gelderland drie van de zeven miljoen voor bibliotheken wordt wegbezuinigd. Frank Huysmans van de UvA zag evenwel toekomstmogelijkheden en pleitte voor één pas van alle mogelijke bibliotheken, van KB tot wijkbibliotheek. Dat lijkt me een goed plan.

Bijeenkomsten met een deels politiek en deels cultureel karakter zijn altijd een beetje ongemakkelijk. Het ene jargon is dwingender dan het andere. Op de eerste rij zat een wethouder van D66 die als de discussie te wild werd of een kant op ging die hem niet zinde zijn wijsvinger opstak die de gespreksleider meteen aanstuurde. Zelfs in Albanië heb ik zoiets wel eens progressiever meegemaakt. Het lijkt alsof iedereen een vinger aan de pols wil om de tijdgeest te vatten: de zaal was afgeladen vol. En juist in de retorica van een debat gaat die geest zo vaak verloren.

Nu zal het er in Nijmegen niet zo hard aan toe gaan als in Den Haag, waar ook een D66-wethouder van cultuur PVV-beleid aankondigt en drastisch bezuinigingen doorvoert. In Lux zinspeelde iemand in het publiek op de Deense variant, waarbij de presentator de rol van sidekick op zich nam en meteen op voetbal overging. Maar het is precies op dat punt dat de dreiging het meest duidelijk naar boven kwam. Forse bezuinigingen, aangestuurd door extreem-rechts, juist in dat heikele tussenmoment dat bibliotheken vernieuwen en anders met hun collecties omgaan en informatie nog niet gedigitaliseerd en ook niet meer op te vragen valt in papieren vorm.

Vrolijker nieuws deze week kwam uit Rotterdam, waar de C. Buddingh'-prijs voor het beste debuut uitgereikt werd aan Delphine Lecompte. Haar debuut heet De dieren in mij. De bundel leest als een opeenvolging van binnenpretjes. 'Daar gaat mijn vriend' roept ze en pardoes begint die al te vrolijk te struikelen 'over de verpakking van een tuinschaar'. Er staan wat wendingen in die het absurdisme wat sterk benadrukken: vriend valt op zijn 'goedige tronie' en heeft ook nog eens 'diabetische voeten'. Ook 'later gaf je me koekjes in mijn maag' is kindertaal en een vliegensvlugge samentrekking van een aantal handelingen. In een monoloog aan iemand op het sterfbed staat de zin 'hier groeit gaandeweg een haar op je tepelhof'. Wat bedoelt Lecompte met 'terwijl mijn lichaam jonge dieren opneemt'? Observeert ze ze, met het lichaam? Tilt ze ze op? Worden die dieren geïnhaleerd? Sommige wendingen zijn een beetje dubbelop. De herfst is een roadkill en dan ook nog eens 'een platgereden egel'.

Maar op momenten is Lecompte echt grappig en formuleert ze het heel leuk:

Al bij al zou ik deze nacht durven

aangenaam te noemen

ik zou ook durven

je te kussen

Daar! Dat ging goed.

'je bent te oud om wees te zijn' staat er in een gedicht over het horen krabben van een kat terwijl je toch niet thuis bent. 'er is nog ontzag/ boven gezag', schrijft Lecompte als ze de moderne tijd moet verdedigen tegen moraalridders. Op de kaft wordt Tom Waits genoemd en het juryrapport stelt dat haar gedichten op songteksten lijken. Met die vergelijking ben ik het niet eens op het niveau van het gedicht zelf. Hoogstens klinkt de manier waarop Lecompte in De dieren in mij in het leven staat aangenaam liederlijk.

Een vogel die bij het ochtendgloren fluit 'wil de nacht niet langer houden'. Door de gedichten spreekt een ontstellend symphatiek karakter. 'Blozen pubers gooien korsten/ naar glanzende eendenruggen/ en de blos heeft niets met koorts/ maar alles met eendenglans te maken', is een intrigerende waarneming. 'Soms denk ik dat ik dood ben/ en ik ben de enige die het niet beseft', schrijft Delphine Lecompte. Dat blozen komt vaker voor en soms zit ze of danst ze op de vensterbank. 'uren verglijden als/ zandkorrels door een verstopte zeef', is een opvallende wending. Het is een mengelmoes van absurdisme en speelse monologen. Als de ik-figuur aan het kaarten is staat er: 'zwijgen doe ik nu niet meer/ ik leid de aandacht af van mijn aas en mijn heer'.

Achter alle vrolijkheid dreigt er ook iets. 'iedere dag is onheilspellend/ tot het tegendeel is bewezen', schrijft ze. Een ander gedicht heet Tijd voor angst en daar schemert ernst doorheen. Maar de toon is in het algemeen heel erg plezant.

Debuutprijzen hebben een beetje een dubbele functie. Gun je de prijs aan een bundel waar een belofte in vervat zit, of juist aan een bundel die al goed is? De jury lijkt voor het laatste gekozen te hebben dit jaar. De dieren in mij is een vrolijk en een prettig oorspronkelijk werk.

 

Delphine Lecompte, De dieren in mij. Uitgeverij de Contrabas, € 12,50

 

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?