De Groene Amsterdammer

Exclusief

De Groene Amsterdammer jaargang 2014 nummer 43

Iedereen

Dode kamer

Dode kamer luidt de titel van de achtste bundel van Erik Spinoy. De dichter is een beheerste en ingehouden lyricus, die met chirurgische trefzekerheid een plek aanwijst en opensnijdt. Die mengeling van bedeesdheid en doeltreffendheid is al langer het stijlkenmerk van Spinoy. Hij dichtte zowel over het fascisme (Boze wolven, 2002) als over 'the summer of love' (L, 2004). En toch is het in zijn nieuwste bundel dat zijn rare cocktail van poëtische vormelijkheid en thematische radicaliteit aan het bruisen slaat.

door Erik Lindner

De bundel Dode kamer opent met een lyrische suite. Dat is onverwacht in een oeuvre waarin veel geëxperimenteerd wordt en dat veel uiteenlopende vormen kent. Niet eerder is hij als dichter zo toegankelijk en ontroerend geweest als in deze reeks. De locatie laat zich makkelijk gissen: Medellin in Zuid-Amerika, waar Erik Spinoy recent voordroeg. De schok van het andere continent, de vervreemding, de situatie die hij in Colombia aantreft, het heeft een groot effect op hem. Erik Spinoy is de dichter van de kalme en beheerste waarneming die ogenschijnlijk onderkoeld blijft. Ook terwijl zich drama afspeelt. Het geeft zijn werk suspense.

'Hagelwit' is een mooie maar ongebruikelijke aanduiding voor een weersomstandigheid. In Dode kamer wordt eerst een regendag aldus genoemd en even later een zonsopgang. De openingsreeks lijkt een serie stillevens. Ook de mensen die erin optreden zijn stilgezet. Opvallend is de kleurschakering: Spinoy spreekt van 'viltslap neonlicht'. Er is een plein 'glinsterend na een bui of bruin/ van wolken waaiend stof'. Tijdens 'de nooit zo dode windval// woelt een bries onrustig/ in rookkleurige vitrage'. Zijn gedichten zijn niet mysterieus volgens de gangbare poëtische duiding, de waarnemingen zijn concreet en direct voorstelbaar: 'schemer waarin als een lichtsnoer gloeien/ de limoenen op de rug van venters'.

De reeks rijgt impressies aaneen. Na een aantal gedichten valt op dat telkens de slotstrofe een opmaat aan het gedicht geeft en uit een sterk, beklijvend beeld bestaat: 'Vlakbij staat achteloos een ander restaurant/ in brand.' Een anekdote waarin een 'aangezicht nog bruiner dan/ en rimpelig als een walnoot' ontroert. Die leest als een zacht en stemmig liefdesgedicht. Is dit gedicht wel Spinoy? ben je geneigd je af te vragen. De gedichten zijn waarnemingen, zoals de dichter het zelf omschrijft 'door roerloos steeds// onfeilbaar schuin te zien'. Verkeer heet 'maisgeel' (zonder trema op de i) en later doemt dat geel opnieuw op bij taxi's. Dergelijke wendingen fungeren als elementen in een thriller. De ingehouden lyriek klinkt des te verzengender in de omvangrijke reeks. In geen van de veertien gedichten breekt de spanning. Vaak komt geluid aan bod: een motor hoest in het ene gedicht, dan is er een propeller die snort, vervolgens zijn er trucks die denderen, tot aan de 'kankerhoest' van zelfontbranders. Er klinkt een tenorstem van 'de scherpe met het hagelwitte overhemd/ waarop het bloedspoor loopt van de zeer dunne stropdas'.

Anekdotes worden verhaald. Iemand overleefde de gifwolk van een sproeivliegtuig. Een ander verbleef in een boomhut in het oerwoud 'waar bij het opstaan schoen na schoen werd nagezien/ of zich daarin niets glibberigs verstak'. Het continent waar de dichter zich bevindt, heet een 'dodelijk net/ zovele knopen waarin ronder vlees/ verrimpelend gevangen zit'.

Dit hoogtepunt in zijn oeuvre is een derde van de bundel Dode kamer. De titel komt voor in de tweede reeks, die bestaat uit gedichten die Erik Spinoy schreef bij het werk van Ann Veronica Janssens. Het is prettig haar beelden erbij te zien en dat gebeurt ook op de website www.tegenlicht.org, waar onder 'factory 5' de gedichten in fragmenten worden afgewisseld met beelden van de Belgische kunstenaar. De beelden helpen de gedichten: ze vallen er direct aan te relateren. De zij-figuur in de gedichten is Janssens, generatiegenoot van Spinoy. Veel van haar materiaal, zowel kunstwerken als dat waarmee die gemaakt zijn, staat in de gedichten vermeldt.

De reeks is geschreven in opdracht van het tijdschrift DWB. De kunstwerken van Ann Veronica Janssens en gedichten van Erik Spinoy zijn tentoongesteld in een woning. Hoofdredacteur Hugo Bousset sprak daarbij over de hoogst problematische relatie tussen kunst en literatuur. Die relatie wordt op de spits gedreven in deze serie. Ik lees ze liever op de site met de beelden erbij dan in de bundel. De manier om het spreekwoordelijke praatje bij het plaatje tegen te gaan is overlap: Spinoy benoemt letterlijk hoe het is gemaakt. Dat levert voor gedichten nogal ongebruikelijke wendingen op, als 'MDF' en 'Martin MAC2000 Performance/ apparaat'. In het tweede gedicht uit de serie citeert Spinoy Descartes, die zich in 1613 op een ijskoude winterdag urenlang in een warme kamer opsloot. Zijn gedachten raken er ontheemd, wezenloos, zonder verband.

 

Dode kamer is geen onlogische titel bij het werk van Janssens. In een van haar installaties wordt een kamer vol rook geblazen en daarin werkt ze met kleuren. Het geeft zo'n dichte mist dat de bezoeker nauwelijks een hand voor ogen ziet. Er is overduidelijk een verwantschap tussen kunstenaar en dichter in dit geval. 'Ze strekt de handen uit// gebaar dat nooit voltooid raakt'. Er wordt niets aangeraakt. Een dode kamer heeft geen echo, geen akoestiek. Ann Veronica Janssens maakte met een van haar werken zo'n kamer. De dichter staat erin en beziet 'de zoutgebleekte schoenpunt'. Verder

 

klinkt in deze dode kamer bonzend

als uw bloedstroom niets

 

dan de ontkenning die het alles draagt:

 

een vloedlijn die gedachteloos ruisen scheidt

 

van helmgras zingend altijd

van betekenis.

 

De beelden verduidelijken de gedichten: 'zo'n vissig zilveren fiets' is een fiets met wielen met aluminium gevuld. De associatie vissig is volstrekt natuurlijk als je hun reflectie ziet. Daarop volgt een beeldrijm met muntstukken. De afbeeldingen van kunstwerken worden op de website tussen de strofes door herhaald, het maakt de gedichten instructief en vergroot de kracht van de relatie tussen de teksten en de beelden. Als Spinoy het woord 'oorzaakloos' gebruikt, klinkt dat als een poging tot definitie van haar werk. Met 'doe nooit iets/ door enig algoritme te voorzien' spreekt hij in de gebiedende wijs zowel lezer als kunstenaar toe. En ook deze definitie is veelzeggend: 'Ze doet voor niemand goed.// Haar treft geen schuld daarom.'

Ook de derde en laatste serie van Dode kamer heeft een gebruiksaanwijzing. Die is eenvoudig. De reeks bestaat uit herinneringen aan de kindertijd. Punt. Dat klinkt triviaal, maar zonder die toevoeging valt de reeks beelden absoluut niet te lezen. De reeks bestaat uit een aaneenschakeling van dergelijke herinneringen. Opnieuw zijn er veel precies aangeduide objecten. Hagelwit kwam al terug in de reeks bij het werk van Ann Veronica Janssens, daar als beschrijving van een 'zomerregendag'. De jeugdwaarnemingen zijn zeer plastisch. Veel wordt precies aangeduid: bakeliet, korrelig beton, fijngemalen baksteen. Het maakt de snapshots tastbaar: 'de vacht van een roetzwarte kat/ die in de zon te glanzen lag'. Er klinkt 'de kosmos in een oud tv-toestel'. Sommige herinneringen zijn pijnlijk en bepaald niet voor de teerhartigen. Er zijn mespunten rakelings dicht bij organen en lichaamsdelen en er is 'een pop die Hollands praat'.

 

Tijdens de overzichtstentoonstelling van het werk van Bruce Nauman in 1998 maakte hij in het Centre Pompidou een kamer. In die kamer stond helemaal niets. Er klonk alleen zacht de dreigende stem van Nauman die repetitief de regel 'get out of this room!' opdreunde. De kunstenaar had geen behoefte aan gezelschap, het was een kamer voor hemzelf. De bezoeker werd goed duidelijk gemaakt dat hij er te veel was. Een eigen kamer is iets anders dan een dode kamer. Lang in een dode kamer verblijven geeft evengoed ruimte voor onlogische gedachten, hallucinaties zou je ze haast noemen. Een verblijf in de Dode kamer van Erik Spinoy is een overweldigende ervaring.

 

Erik Spinoy, Dode kamer. De Bezige Bij Antwerpen, 64 blz., € 19,95

 

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?