De Groene Amsterdammer

Exclusief

De Groene Amsterdammer jaargang 2014 nummer 30

Iedereen

De schaduw van de president

Egypte na de revolutie: de opstand is een tweede fase ingegaan - en er is hoop. Na de ongelooflijke uitbarsting van woede die leidde tot het aftreden van de Egyptische president Hosni Moebarak hoopten Egyptenaren op een definitieve breuk met het verleden.

door Dirk Wanrooij

Er werd gesproken over een revolutie waarbij het oude regime was weggevaagd door de macht van het volk. Zelfs Obama, een van de belangrijkste bondgenoten van Moebarak, roemde het Egyptische protest en stelde dat het land nooit meer hetzelfde zou zijn. Nu, meer dan vier maanden nadat de eerste massademonstraties het regime uitdaagden, is de macht in handen van een militaire interim-regering. Deze beweert de personificatie van de revolutie te zijn en zegt het land te leiden naar verkiezingen in het najaar en, uiteraard, democratie. Maar op straat heerst verwarring en activisten zijn sceptisch.

Vanaf het moment dat het Egyptische leger het Tahrirplein op reed, positioneerde het zich als een belangrijke en schijnbaar neutrale speler in de binnenlandse politiek. De eerste reacties waren positief, het leger greep in om de demonstranten te beschermen tegen het buitensporige geweld van politie en veiligheidsdiensten, en zou zich nooit tegen het Egyptische volk keren, zo was de gedachte.

De scènes van die avond waren onvergetelijk. Te midden van honderdduizenden mensen reden legervoertuigen het plein op onder luid gejuich van de aanwezigen. Terwijl de geweerschoten van de in het nauw gedreven politie nog altijd te horen waren op de achtergrond heette de menigte het leger welkom. Het was 28 januari en de stemming was alsof de strijd reeds gestreden was.

Niets bleek minder waar. In de daaropvolgende dagen klampte president Moebarak zich wanhopig vast aan het pluche waar hij zich de afgelopen dertig jaar comfortabel had gewaand. Wat volgde was een felle strijd tussen de laatste aanhangers van het wankelende regime en een volhardende massa demonstranten. Het Egyptische leger stond erbij en keek ernaar. Een enkele keer plaatsten soldaten tanks tussen de strijdende partijen, maar de passiviteit van de strijdkrachten leidde toen al tot frustratie.

De betogers hielden stand, maar bleken desondanks niet in staat om een definitieve klap uit te delen aan de spartelende president. Pas toen arbeiders van meer dan veertig fabrieken door het hele land op 8 februari besloten hun gewicht in de strijd te gooien door te staken, viel het doek voor de president die begin deze maand 83 werd. Op 11 februari nam een militaire raad de macht over en verklaarde de revolutie geslaagd.

 

Volgens Aïda Seif Al-Dawla, coördinator van het Al-Nadeem centrum voor psychologische rehabilitatie van slachtoffers van geweld en marteling, was deze machtsovername slechts een afleidingsmanoeuvre om de status-quo te beschermen. Zij benadrukt dat dezelfde generaals die nu het land leiden altijd in dienst van Moebarak hebben gewerkt en de ruggengraat vormden van het regime. In haar ogen spelen de militairen een vuil spel door het ene te zeggen en vervolgens het tegenovergestelde te doen. 'Ze proberen de mensen te overtuigen van hun revolutionaire ambities, maar de feiten spreken tegen hen.'

Ze doelt op het autoritaire gedrag van de militaire raad die sinds de machtsovername en het daaropvolgende referendum van 19 maart per decreet wetten uitvaardigt. Wetten die sterk doen denken aan de repressie onder het vorige bewind. Zo zijn de lokale media volledig aan banden gelegd, en worden burgers berecht door militaire tribunalen waarbij geen advocaat aanwezig kan zijn en hoger beroep niet mogelijk is.

Als psychiater krijgt Seif Al-Dawla bovendien veel te maken met slachtoffers van marteling en andersoortig geweld door de militaire politie. 'Het leger hanteert nu dezelfde methodes als de veiligheidsdiensten deden onder Moebarak, marteling als middel om angst te zaaien en gehoorzaamheid af te dwingen', aldus Seif Al-Dawla.

Volgens haar zijn er al minstens tienduizend civiele zaken behandeld door het leger. Dit terwijl de kopstukken van het oude regime berecht worden door civiele rechtbanken. Een onbegrijpelijke tegenstrijdigheid, zo lijkt het, maar volgens Seif Al-Dawla past het binnen de huidige dynamiek: 'Die kopstukken worden gebruikt als afleiding. Zij staan terecht terwijl het dictatoriale systeem intact wordt gelaten.'

Maar omdat het leger nog altijd een groot taboe is voor de media wordt over dergelijke zaken geen publiek debat gevoerd. Daar komt volgens Seif Al-Dawla nog bij dat veel mensen liever hun ogen sluiten voor de huidige misstanden: 'Er heerst een sterk besef, deels aangewakkerd door de propaganda van het leger, dat chaos het enige alternatief is, en dat idee boezemt angst in.'

 

Ramy Raoof, blogger, activist van het eerste uur en werkzaam bij het Egyptische Initiatief voor Persoonlijke Rechten, bevestigt dit. Zijn organisatie is een van de weinige mensenrechtenorganisaties die zich richten op mensenrechtenschendingen van het leger. 'Maar het lijkt wel of niemand op onze onderzoeken en verslagen zit te wachten', zegt hij. Het leger is voor Raoof en zijn organisatie onontgonnen terrein. Omdat het sinds jaar en dag verboden is om te rapporteren over de strijdkrachten is het altijd een erg obscuur instituut geweest. Sinds de machtsovername zijn deze restricties alleen maar toegenomen.

Op 22 februari ontvingen alle lokale Arabische media een brief waarin hun werd meegedeeld dat niet-geautoriseerde berichtgeving over de strijdkrachten verboden was. Kritische organisaties zoals die van Raoof worden er bovendien geregeld publiekelijk van beticht dat ze een buitenlandse agenda hebben. Dit maakt hun werk vrijwel onmogelijk.

De generaals in de militaire raad ontkennen intussen alle aantijgingen en spelen het spel van de revolutie geraffineerd mee. In een interview met Al-Shorouk, een voormalige oppositiekrant, stelt generaal Hamdi Badeen dat de militaire raad slechts de wensen van het volk vervult. De aantijgingen over martelingen en het gebruik van militaire tribunalen noemt hij 'vreemde inmenging' van 'elementen die het gemunt hebben op de integriteit van ons land'. De generaal beweert in het interview nog geen enkele klacht te hebben ontvangen over de manier waarop het leger zijn taken uitvoert. Mochten die klachten er zijn, dan zal het leger er serieus werk van maken, verzekert hij de lezers.

Het klinkt echter als een loze belofte. De militairen wekken niet de indruk hun revolutionaire pretenties waar te willen maken. Doorgevoerde hervormingen zijn vooralsnog oppervlakkig, en lijken slechts bedoeld om de ergste volkswoede te temperen. Veel van de sociale vraagstukken die de voedingsbodem vormden voor de massale demonstraties in januari zijn nog niet aangepakt en echte hervormingen laten volgens velen te lang op zich wachten.

Dergelijke misstanden werden vroeger mokkend geaccepteerd door een politiek apathisch gemaakte bevolking. Maar wat dat betreft is er wél veel veranderd. Demonstraties zijn in het huidige Egypte aan de orde van de dag, en de binnenlandse politiek is veruit het meest besproken onderwerp. Studenten demonstreren tegen politieke betrekkingen met Israël en voor beter onderwijs terwijl arbeiders openlijk ageren tegen hun corrupte bazen. Vrijwel elke vrijdag zijn er demonstraties om de autoriteiten te herinneren aan de macht van het volk. Hoewel de beweging versplinterd is, hebben verschillende jeugdbewegingen en politieke initiatieven uit onvrede met het huidige beleid opgeroepen tot een tweede revolutie op vrijdag 27 mei. Het is de vraag hoe breed dergelijke initiatieven gedragen worden.

Dezelfde jeugdbewegingen die grotendeels verantwoordelijk werden gehouden voor de massaliteit van het protest begin dit jaar lijken een groot deel van hun aanhang te zijn verloren. Nu het aanvankelijke doel bereikt is, het aftreden van Moebarak, blijkt de jeugd even verdeeld als de rest van de bevolking. De 28-jarige apotheker Ahmed Abdel Aziz is een van de oprichters van de gevierde 6 april-beweging. Zijn beweging was een van weinige die in de aanloop naar de 25ste januari opriepen tot massale demonstraties. Het succes van de demonstraties plaatste de beweging in het centrum van de Egyptische jeugdbeweging en in de internationale schijnwerpers. Echter, een gebrek aan politieke ideeën maakt dat ze nu geen leiding kunnen geven aan de krachten die ze hebben losgemaakt. Ze waren een van de eerste groeperingen die door het leger werden uitgenodigd om over de toekomst van Egypte te praten, maar tegenwoordig staan ze aan de zijlijn.

Abdel Aziz vertrouwt echter nog altijd op de goede intenties van het leger en wijdt de verhalen over martelpraktijken en willekeurige arrestaties aan de onervarenheid van de strijdkrachten om met burgers om te gaan. 'Maar', voegt hij er met een glimlach aan toe, 'mocht het nodig zijn, dan roepen we op tot massademonstraties.'

 

Of het werkelijk zo makkelijk zal zijn, valt nog te bezien. De huidige autoriteiten proberen protest aan banden te leggen. Op 12 april vaardigde de militaire raad een wet uit die elke vorm van vreedzaam protest criminaliseert. Onder het mom van nationale eenheid wordt een ieder die het nu nog waagt om te protesteren weggezet als een onruststoker. Hoewel het leger niet van plan lijkt het verbod af te dwingen, heeft het sinds de machtsovername verschillende protestacties met grof geweld beëindigd, altijd in de avonduren, buiten het oog van de camera's, en consequent met doden, gewonden en tientallen arrestaties als gevolg.

Toch is de explosie van politieke activiteit en bewustzijn voor velen veruit het meest hoopgevende gevolg van het oproer. 'De bevolking is gepolitiseerd en daarmee is een moeilijk te stoppen proces in gang gezet.' Althans, dat is de mening van Mustafa Bassiouni, als analist verbonden aan het Al-Ahram Centrum voor Politieke en Strategische Studies. Hij is lid van de Democratische Arbeiders Partij, een partij die opkomt voor de rechten van de Egyptische arbeiders. Maar ook voor politieke partijen zijn er restricties. De generaals hebben regels opgesteld die stellen dat alle politieke partijen minsten vijfduizend leden en 250.000 pond (ongeveer 28.000 euro) moeten hebben. Met name dat geldbedrag kan voor een arbeiderspartij nog wel eens een obstakel vormen.

Bassiouni richt zich echter niet zozeer op de verkiezingen. Hij verwacht dat het revolutionaire proces zich verder zal verdiepen in de komende tijd, ongeacht de opstelling van het leger. 'We moeten niet vergeten', zegt hij, 'dat we nog altijd in een economische crisis zitten. Voedselprijzen rijzen de pan uit. Tegelijkertijd verspreidt de opstand zich nog steeds over de hele regio. Deze ontwikkelingen gaan in de komende maanden en jaren bepalend zijn.'

De opstand die begin dit jaar Egypte op haar grondvesten deed schudden, is een tweede fase ingegaan. Na het aftreden van Moebarak is het land in afwachting van wat komen gaat. Waar het leger aanvankelijk werd beschouwd als beschermheer van het volk zijn de meningen nu verdeeld. Steeds meer mensen twijfelen openlijk aan de bedoelingen van de generaals, en zien hen als een obstakel voor de gewenste veranderingen. Want hoewel de gehate president van het toneel is verdwenen, hangt zijn schaduw nog altijd boven zijn huidige plaatsvervangers.

 

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?