De Groene Amsterdammer

Sluiten

Van de straat dankzij Onder de Pannen

‘Bij Cornelus kom ik thuis’

In Amsterdam nemen sommige bewoners een dakloze huurder in huis, voor een jaar, om minder eenzaam te zijn, om mensen in nood te helpen of om iets bij te verdienen. Mede mogelijk gemaakt door de gemeente.

door Liza Noteris

beeld Bob Bronshoff

De dag voordat Arre Zuurmond beëdigd werd tot gemeentelijke ombudsman van Amsterdam vroeg hij, vermomd als zwerver, een slaapplaats aan. Alleen de directeur van de sociale dienst was op de hoogte. Zuurmond zou in geld­problemen verkeren door een echtscheiding met torenhoge schulden. Hij liet zijn pak en stropdas in de kast hangen en klopte in sobere kledij aan bij het daklozenloket van de gemeente. Na een viertal intakegesprekken was zijn aanvraag rond: hij had recht op een bed. Maar er was een wachtlijst van acht maanden. De loketbediende adviseerde hem in de tussentijd bij een vriend te logeren. Maar de pseudo-dakloze ombudsman kon niet terecht bij zijn goede vriend, want die was ­bijstandsgerechtigd en zou gekort worden op zijn uitkering.

Zijn eerste missie als kersverse ombudsman was duidelijk: Zuurmond ging op zoek naar een duurzame oplossing voor het grote aantal nieuwe daklozen van Amsterdam. Begin oktober 2013 bracht hij een handvol directeuren van belanghebbende organisaties samen. De vraag die hij op tafel wierp: wat zou er gebeuren als een deel van de veertigduizend bijstands­gerechtigden in Amsterdam een dakloze in huis neemt? En als ze daar ook een mooi centje voor terug zouden krijgen?

Binnen vijf minuten had de groep vijf regels bedacht die zich tegen de regeling verzetten: de Huurwet, de kostendelersnorm, het familierecht, de Belastingwet en de Participatiewet. Maar het experiment moest er komen. Het duurde ongeveer een jaar voordat juristen zogeheten workarounds hadden gevonden om de regels te omzeilen.

Problemen met inloggen?