De Groene Amsterdammer

Sluiten

ESSAY: De multiculturele benadering heeft nu echt gefaald

De desintegratie van Europa

Europese leiders vallen het 'multiculturalisme' aan in een doorzichtige poging de sympathie van rechtse kiezers te winnen. Maar tegelijkertijd brengen ze tientallen jaren van pogingen om toenadering te zoeken tot moslimminderheden in gevaar.

door JONATHAN LAURENCE EN JUSTIN VAÏSSE

EEN VOOR EEN hebben de leiders van de drie grootste immigratielanden van Europa plechtig verklaard dat ze een beleid afwijzen dat al lang geleden is opgehouden te bestaan. In de afgelopen paar maanden hebben de Duitse bondskanselier Angela Merkel, de Engelse premier David Cameron en de Franse president Nicolas Sarkozy laten weten dat multiculturalisme niet langer het Europese uitgangspunt zal zijn voor integratie van immigranten.
'De multiculturele benadering, wat inhoudt dat we gewoon naast elkaar leven en dat we blij zijn met elkaar, heeft ten diepste gefaald', zei Merkel in een toespraak in oktober 2010. 'Onder de doctrine van staatsmulticulturalisme hebben we verschillende culturen gestimuleerd om gescheiden levens te leiden, apart van elkaar en apart van de mainstream. We zijn er niet in geslaagd ze een visie te bieden van een samenleving waar ze graag bij zouden willen horen', zei Cameron in februari 2011. 'Het multiculturalisme is een mislukking. Eerlijk gezegd komt het erop neer dat wij in onze democratieën te veel aandacht hadden voor de identiteit van de migrant en te weinig voor de identiteit van het land dat hem opnam', verkondigde Sarkozy later die maand op de Franse televisie.
Deze opmerkelijk veel op elkaar lijkende uitspraken zouden kunnen wijzen op een drastische koerswijziging in de verhouding van Europa tot haar moslimpopulaties, die het object zijn van deze veronderstelde hervormingen. De toespraken moesten een beeld creëren van politieke leiders die het lot van hun natie volledig in de hand hebben en dapper een nieuwe koers uitzetten voor hun maatschappij. Maar de realiteit is veel minder groots. Merkel, Cameron en Sarkozy proberen de rechtervleugel van hun electoraat het hof te maken door een stroman - het multiculturalisme - aan te vallen en verder erg weinig concrete voorstellen te doen voor de nieuwe koers die ze propageren.Ook negeren ze al het harde werk van jaren, en brengen het zelfs in gevaar, van hun eigen ministeries van Binnenlandse Zaken, die probeerden een nieuwe generatie van veeleisend maar eerlijk beleid voor lokale moslimorganisaties te verfijnen en te stroomlijnen. Ondertussen stoken deze nationale leiders het vuur op waarvan ze hopen dat het in hun toespraken zal zitten: een groeiend rechts-populisme gebaseerd op de afwijzing van de islam.
De anti-immigrantenopinies die in Europa voor het eerst te horen waren aan het eind van de twintigste eeuw wonnen aan intensiteit door alle terrorisme-zenuwen na de millenniumwisseling en werden versterkt door een ontluikend anti-islamsentiment in het eerste decennium van deze eeuw. De schadelijke politieke impact van de economische crisis van 2008-2009 wordt nu gevoeld, en het gevolg is een serieuze populistische golf die over West-Europa spoelt.
Die golf krijgt over het algemeen vorm in extreem-rechtse partijen - ook al incorporeren sommige daarvan, zoals in Nederland en Engeland, ook liberale elementen als de verdediging van homo- en vrouwenrechten. (De English Defence League heeft zowel joodse als homoseksuele takken.) Maar al die populistische bewegingen hebben één ding gemeen: ze zijn expliciet anti-islam. Net zoals antisemitisme de gemeenschappelijke noemer was van populistische bewegingen in de jaren dertig is de vastberaden focus op moslimimmigratie hét wezenskenmerk geworden van anti-establishmentpartijen in het huidige Europa. Het logische gevolg is dat de centrum-rechtse partijen verder naar rechts opschuiven, uit angst om hun kiezers kwijt te raken.
En die angst is terecht. In Duitsland was Merkels toespraak bedoeld om in te spelen op het brede nationale debat dat begon naar aanleiding van de bestseller van Thilo Sarrazin, Deutschland schafft sich ab, en om toenadering te zoeken tot een uitgesproken nativistische vleugel van haar regeringscoalitie. Sarrazin, een voormalig Bundesbank-bestuurder die oorspronkelijk uit de sociaal-democratische SPD komt, heeft ruim een miljoen exemplaren verkocht van zijn boek, dat de achteruitgang van Duitsland door de moslimimmigratie aan de kaak stelt. In Engeland moet Cameron zowel zijn populistische vleugel als de British National Party in het oog houden. In Nederland pakt premier Mark Rutte het dragen van hoofddoekjes aan, net als andere religieuze uitingen van moslims, door ambtenaren en mensen die een werkloosheidsuitkering ontvangen, in ruil voor de parlementaire steun van de anti-islamfactie van Geert Wilders. In Frankrijk hield Nicolas Sarkozy, die in 2007 kiezers wist weg te halen bij Jean-Marie Le Pens Front National door het thema van 'nationale identiteit' aan te snijden, in 2009 het vuur brandend met een officieel debat over het onderwerp en in 2010 met nog een debat over het dragen van de boerka. In het afgelopen voorjaar kondigde zijn partij, UMP, opnieuw een debat aan over 'islam en laïcité', zoals Frankrijk het beleid van religieuze neutraliteit noemt.

MAAR DEZE LEIDERS vechten tegen een spook. Het veelbekritiseerde 'multiculturalisme', dat alle drie de leiders steeds weer onder vuur nemen, is eigenlijk een politiek anachronisme. De oorspronkelijke betekenis ervan - gemeenschappen toestaan dat ze gesegregeerd van de maatschappij leven of op een of andere manier buiten het gezag van de staat - is al lang losgelaten door Europese landen.
Het huidige oproer over de 'compatibiliteit' van de islam met Europese waarden had meer betekenis in het begin van de jaren negentig, toen er nog lammetjes werden geslacht in badkuipen, buitenlandse imams het land in kwamen op toeristenvisums en bidden in de buitenlucht de enige optie was voor veel moslims. In die tijd vielen de religieuze praktijken van moslims in Duitsland - en elders in Europa - nog steeds onder Buitenlandse Zaken, en niet onder het binnenlands beleid. Duitsland, Engeland en Frankrijk, die samen zo'n tweederde van de zestien miljoen moslims in Europa herbergen, hebben in de afgelopen twintig jaar hard gewerkt om de praktijk van de islam in lijn te brengen met die van andere grote religieuze gemeenschappen, en werkten ondertussen samen met moslimgroepen om gewelddadige extremisten te marginaliseren. Na jarenlang de islam buiten de binnenlandse instituties te hebben gehouden, begonnen openbare autoriteiten het geloof te behandelen als een binnenlandse religie, stimuleerden moslims om het burgerschap van het land aan te nemen en probeerden islamitische organisaties erbij te laten horen. Tientallen hooggeplaatste landelijke politici - onder wie Sarkozy - besteedden begin deze eeuw erg veel middelen en politiek kapitaal aan het toezien op dat proces, en niemand kon zeggen dat hun oplossingen multiculturalistisch waren. Toch willen de leiders van Europa dat beeld van zich af schudden. Wat willen ze nu precies veranderen?

Lange tijd is het voor centrum-rechtse partijen in Europa normaal geweest om rechtse standpunten in te nemen over onveiligheid, immigratie en de islam - zo werd bijvoorbeeld decennialang de 'lepenisering' van de Franse politiek bekritiseerd door links - maar de huidige populistische wending brengt verscheidene praktische en politieke problemen met zich mee. Een essentieel verschil tussen het anti-islamgevoel en eerdere golven van anti-immigratiesentiment is dat de gemeenschappen waar het om gaat niet langer immigranten zijn, maar burgers, en dat de toestroom van nieuwe immigranten enorm is teruggelopen. De oude extreem-rechtse retoriek waarin buitenlanders de schuld kregen van maatschappelijke of economische problemen ('twee miljoen werklozen = twee miljoen immigranten' was Le Pens verkiezingsleus in 1983) werkt niet meer omdat de logische consequentie - ze allemaal het land uitzetten - wettelijk onmogelijk is.
Maar werkt de mildere taal die Europese leiders op dit moment hanteren dan beter? De retoriek van Cameron bijvoorbeeld betreft zowel zijn recept voor wat 'een oprecht liberaal land doet' - staan voor 'vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, democratie, de rechtsstaat en gelijke rechten voor iedereen ongeacht ras, sekse of seksuele voorkeur' - als de betrokkenheidstest die hij voorstelt voor moslimorganisaties, bijvoorbeeld om te zien of ze 'geloven in universele mensenrechten'. Om 'erbij te horen' in Engeland hoef je klaarblijkelijk niet te vechten voor ofwel homorechten of het feminisme, aangezien vele autochtone groepen voor die test niet zouden slagen. Dat was de richting die enkele Duitse deelstaten in 2007 insloegen door kortstondig enkele vragen toe te voegen aan naturalisatieprocedures waarmee werd gekeken hoe moslim-kandidaten dachten over sharia-wetgeving, Israël en het samenwonen door mensen van hetzelfde geslacht.
Het vocabulaire van vandaag vertegenwoordigt een stap terug in de historie, naar de tijd toen regeringen liever oogkleppen opzetten dan de geschiedenis bij de hand te nemen. 'De islam hoort niet bij Duitsland', is de huidige vertolking, met dank aan de nieuwe Duitse minister van Binnenlandse Zaken Hans-Peter Friedrich, van de oude christen-democratische spreuk 'Duitsland is geen immigratieland' - ideologische obstructie vermomd als objectieve observatie. De recepten voor beleid zijn niet erg veel inspirerender. David Cameron heeft twee specifieke ideeën: stop overheidssubsidies aan intolerante moslimorganisaties en ontzeg een 'regeringsplatform' aan diegenen van wie de normen en waarden ons niet aanstaan. Het eerste heeft al plaatsgevonden als een bijeffect van de bezuinigingen van afgelopen oktober, en het tweede - het bestrijden van radicalisering in samenwerking met niet-gewelddadige islamistische groeperingen - is een punt van interne discussie in de coalitie, waar het draait om de vraag: is niet-gewelddadig extremisme een opstap naar of een stopbord voor terrorisme? Vice-premier Nick Clegg, van de Liberal Democrats, stelde als reactie op de toespraak van zijn baas: 'Als we werkelijk vertrouwen hebben in de kracht van onze liberale waarden moeten we er ook vertrouwen in hebben dat ze de inferieure argumenten van onze opponenten kunnen weerleggen. (...) Maar je wint een gevecht niet door de ring te verlaten. Je moet er instappen en winnen.'
De uitspraak van Clegg komt opvallend overeen met de logica van Sarkozy in 2003 toen hij kritiek afwees op zijn betrokkenheid bij islamitische groepen terwijl hij bij Binnenlandse Zaken was: 'Als je vindt dat de islam niet compatibel is met de Republiek, wat doe je dan met de vijf miljoen mensen van moslimorigine die in Frankrijk wonen? Schop je ze eruit, of zorg je ervoor dat ze zich bekeren, of vraag je ze hun religie niet te praktiseren? Met de Franse Raad voor de Moslimreligie organiseren we een islam die compatibel is met de waarden van de Republiek.' Overigens was Sarkozy volgens peilingen tot nu toe het populairst tussen januari en mei 2003, met 58 tot 59 procent, op het hoogtepunt van zijn betrokkenheid bij de Franse Raad voor de Moslimreligie.

DE BEGRIJPELIJKE DRANG van Europese leiders om hun rechterflank in het oog te houden zou in politieke zin een averechtse uitwerking kunnen hebben. Regeringsleiders hebben de anti-islamstemming versterkt door die officieel en respectabel te maken. De discussies over 'nationale identiteit' en de boerka in Frankrijk waren schaamteloze avances naar de kiezers van het Front National. Maar zoals Le Pen zelf ooit opmerkte: kiezers hebben vaak liever het origineel dan de kopie. De strategie van Sarkozy houdt niet het extreem-rechtse probleem in Frankrijk in bedwang, zeker niet; ze lijkt juist te onderschrijven wat het Front National al zo lang roept: dat de moslims een bedreiging vormen voor de Franse identiteit. Marine Le Pen, Jean-Marie's dochter, die onlangs de leiding van de partij overnam, staat nu bijvoorbeeld in sommige peilingen bovenaan voor de eerste ronde van de presidentsverkiezingen van 2012. Kort geleden kwam ze scherp uit de hoek: 'Nog wat meer bla-bla over de islam en laïcité, en ik sta binnenkort op 25 procent' in de polls. Dat is exact wat er gebeurde.
Angst zaaien over de islam is ook geen winnende formule voor rust en kalmte in eigen land. Moslimburgers zouden er wel eens genoeg van kunnen krijgen om als doelwit te worden gekozen niet alleen door uiterst rechtse partijen maar ook door centrumregeringen zelf. Dat kan ertoe leiden dat zich een gemeenschappelijk doel aandient voor gescheiden en verscheiden moslimpopulaties, die nu verdeeld zijn door etniciteit en nationale origine en door sektarische en ideologische oriëntatie. Met andere woorden, het opleggen van beperkingen aan religieuze vrijheden zonder de garantie van fundamentele institutionele gelijkheid voor de islam zou ertoe kunnen leiden dat moslims gezamenlijk opstaan om religieuze waarden te verdedigen - precies wat regeringen zo graag vermijden.
De huidige ijdelheid van Merkel, Cameron en Sarkozy zou ook de geslaagde pogingen van de afgelopen tien jaar kunnen frustreren om moslimgemeenschappen te integreren, kan nieuwe kloven creëren en tenietdoen wat er aan subtiele politieke vooruitgang is geboekt in de afgelopen jaren, toen landen garanties afdwongen van islamitische groeperingen dat die de wet van de natie zouden respecteren en hun praktijken zouden aanpassen aan de lokale context. Religieuze moslimleiders mogen zich nu met recht afvragen, om maar een voorbeeld te noemen, wat het nut is van een raad die is ingesteld door de minister van Binnenlandse Zaken als de ene minister zegt: 'De islam is deel van Duitsland' (zoals Wolfgang Schäuble in 2006) waarna zijn opvolger stelt: 'Nee, dat is hij niet.'
De mensen die regeren staan voor een keuze, en het is de keuze waar ze al jaren voor staan: stroop je de mouwen op en help je bemiddelen tussen religieuze groepen, of houd je de manchetten gesloten en laat je buitenlandse regeringen en transnationale bewegingen het voor je opknappen? Die kwesties zullen niet zomaar verdwijnen. Recente demografische voorspellingen die zijn gepubliceerd door het Pew Forum verwachten voor Europa in de komende twintig jaar een algehele groei van moslimminderheden van zes procent van de totale populatie tot acht procent. In Italië, Engeland, België en Zweden zal in 2030 de moslimpopulatie waarschijnlijk verdubbeld zijn. Die moslims zullen steeds meer autochtone burgers zijn, geboren en getogen in hun respectieve samenlevingen. Ze zullen niet langer puur het object van beleidsdiscussies zijn, maar steeds meer aan het debat deelnemen als volwaardige leden van de samenleving met stemrecht, zij het nog steeds als een minderheid. Het soort burgers dat zij gestimuleerd worden te zijn, zal belangrijker zijn dan puur hun aantal.
Zullen politieke partijen actief op zoek gaan naar participatie van moslims? Zullen planners van scholen en universiteiten de problemen aanpakken die een etnisch diverse en economisch achtergestelde minderheid met zich meebrengt? Zal er een sfeer van religieuze vrijheid zijn en worden er pogingen gedaan om wederrechtelijke discriminatie te bestraffen? Of zullen de krachten van onverdraagzaamheid en wederzijds wantrouwen het uiteindelijk winnen? In het afgelopen decennium hebben we een paar bemoedigende voorbeelden gezien van 'staat-moskee-relaties', maar het nieuwe decennium heeft een ongunstige start gemaakt. Veel niet-moslims zijn duidelijk bezorgd over hun toekomst in een veranderend Europa. Maar mislukte integratie zou voor iedereen die het aangaat een nog veel beangstigender vooruitzicht moeten zijn.

Jonathan Laurence is associate professor politicologie aan Boston College en schrijver van The Emancipation of Europe's Muslims. Justin Vaïsse is directeur onderzoek van het Center on the U.S. and Europe aan Brookings Institution.
Vertaling Rob van Erkelens

 

Nederland, gidsland

Gold Nederland met zijn progressieve overheid en gelijkheidsidealen decennialang in het buitenland als gidsland, sinds de Fortuyn-revolte is dat voorbeeldige imago uiteengespat. Met veel gekraak ging het breekijzer in de politieke consensus over de multiculturele samenleving als succes. Hoewel in het buitenland (Frankrijk en België) populistische partijen zich al langer opwierpen als de verdedigers van de nationale identiteit liep de Hollandse polder met deze radicale politieke klimaatverandering voor de troepen uit. Nederland werd weer gidsland – nu als samenleving die de relatie tussen migranten, in het bijzonder moslims, en de westerse waarden onomwonden aan de kaak stelde.
VVD’er Frits Bolkestein nam daarin het voortouw. Al in 1991 sprak hij tijdens zijn Luzernlezing, De integratie van minderheden, over de fundamentele beginselen van de democratische rechtsstaat die door de komst van ‘vele moslims’ onder druk zijn komen te staan. ‘Hun moet duidelijk worden gemaakt dat wij met de westerse principes – zoals scheiding van kerk en staat – niet kunnen en niet willen marchanderen. De integratie van minderheden is zó’n moeilijk probleem dat het alleen met durf en creativiteit kan worden opgelost. Voor vrijblijvendheid noch taboes is daarbij ruimte. Er is een groot debat nodig waaraan alle politieke partijen deelnemen, over wat mag en wat kan, wat moet en wat anders dreigt.’
Dat dit thema tien jaar later politiek salonfähig werd, had ook te maken met externe gebeurtenissen, zoals 9/11 en – voor onze samenleving – de moord op Theo van Gogh in 2004. Ieder ‘taboe’ werd losgelaten, álles moest – bijna als een nationale zelftherapie – maar eens luid en duidelijk gezegd worden. Ons islamdebat werd een soort exportproduct, met Ayaan Hirsi Ali als protagonist daarvan. Maar het gevoerde debat bleek vooral ook een symptoom van dieper gewortelde politieke verwarring. Het rechts-links-paradigma ging op de kop.
De gevestigde middenpartijen (CDA, PvdA) hebben inmiddels hun agenda fors aangepast aan het nieuwe, realistische (rechtse) klimaat over integratie en de islam. De moeizame totstandkoming van het minderheidskabinet met gedoogsteun van de PVV is daarvan het Haagse resultaat, met als kern een straffe overheid jegens migranten: aanpassen en eigen verantwoordelijkheid staan in het migrantenbeleid centraal.

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?