De Groene Amsterdammer

Exclusief

De Groene Amsterdammer jaargang 2014 nummer 17

Pamflet: Minder hippe onzinstudies, graag

Leuke studies met een & erin

door Ewald Engelen

beeld Milo

Mbo, hbo en wo moeten iets minder horig zijn aan de arbeidsmarkt. En iets meer algemene vorming zou zo gek nog niet zijn. door Ewald Engelen beeld Milo Leuke studies met een & erinMbo, hbo en wo bieden tezamen maar liefst vijfhonderd studies aan, waaronder talloze die toegang bieden tot slechts één gespecialiseerd beroep. Iets minder horigheid aan de arbeidsmarkt en iets meer algemene vorming zou zo gek nog niet zijn.

Lezen

Iedereen

Rudi Fuchs en het Bureau Integriteit

De eindeloze verdachte

Amsterdam breekt al een jaar lang zijn hoofd over een merkwaardige invoerregeling van kunst. Intussen wacht Rudi Fuchs, ex-directeur van het Stedelijk Museum, op de bevindingen van het Bureau Integriteit.

door Pieter van Os


Het is deze maand een jaar geleden dat het Bureau Integriteit van de gemeente Amsterdam een onderzoek begon naar Rudi Fuchs, in augustus vorig jaar nog directeur van het Stedelijk Museum. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt of Fuchs begin 2002 misbruik heeft gemaakt van zijn positie door zijn vriend Karel Appel te hulp te schieten bij het invoeren van vijf van zijn eigen kunstwerken. Op verzoek van de kunstenaar had Fuchs een onjuist briefje geschreven om te voorkomen dat Appel de gangbare omzetbelasting moest betalen die over geïmporteerde kunst dient te worden afgedragen.
Voor de kunstwereld was het duidelijk. Appel heeft de reputatie van een nietsontziende gierigaard, en nu bracht zijn gierigheid hem ertoe Fuchs te betrekken in zijn pogingen de Nederlandse belasting te ontduiken. Maar voor de onderzoekende gemeenteambtenaren lag het minder duidelijk. Dat bleek al bij navraag in april, toen de verantwoordelijken bij het Bureau Integri teit er blijk van gaven in de veronderstelling te verkeren — net als de dagbladen — dat er over kunst invoerrechten moeten worden betaald. Dat is niet zo. Fiscalisten en douane bevestigen dat kunst daarvan is vrijgesteld. Het gaat in deze kwestie slechts om de heffing van btw (het lage tarief van zes procent) over de geschatte waarde van de geïmporteerde kunst. (Zie De Groene Amsterdammer van 12 april).
Eenmaal afgerond zal het verslag van het onderzoek naar burgemeester Job Cohen gaan, die de kwestie vervolgens in het college aan de orde stelt. Dat is nog niet gebeurd. Een gemeentelijke woordvoerder bevestigt dat het onderzoek een jaar na dato «formeel» nog altijd in volle gang is. Niemand kan een indicatie geven van het aantal maanden dat nog nodig is, noch van het aantal mensen dat op de zaak zit en hoeveel uren die daar per week aan kwijt zijn. Wel is duidelijk, zo bevestigt de woordvoerder, dat moet worden achterhaald wat de mores binnen de kunstwereld zijn. Kortom, of het buitengewoon onkies is wat Fuchs heeft gedaan, of dat zijn handelwijze de laatste drie jaar schering en inslag was bij het Stedelijk en andere kunstinstellingen. Als dat laatste het geval is, kan dit Fuchs enigszins ontlasten.

Voor de gemeente is te hopen dat er meer aan de hand is dan dat ene Appel-briefje, «een slordigheidje» zoals Fuchs het noemt. Fuchs wacht deze maand al een jaar op de uitslag van het onderzoek. Bovendien is door de bekendmaking van het onderzoek de schade aan zijn reputatie al volledig.
De kwestie begon ooit achter gesloten deuren. Eigenlijk begon ze in januari 2000, toen de eerder op het ministerie mislukte ambtenaar Stevijn van Heusden werd aangesteld als zakelijk directeur. Zijn opdracht was erop toe te zien dat Fuchs niet te veel geld uitgaf. Dat lukte hem klaarblijkelijk niet, althans, de schulden bleven. Wel lukte het Van Heusden een onregelmatigheid te ontdekken. Hij schakelde daarop een kennis in: directeur Jeroen Steenbrink van het gemeentelijke Bureau Integriteit dat kort daarvoor was gezuiverd van een directeur die niet zo onkreukbaar was.
Het bleef stil. Totdat in april van dit jaar een verslaggever van Het Parool de declaratieformulieren van gemeenteambtenaren bekeek. Die gegevens zijn openbaar. De gemeenteambtenaar met de meeste declaraties, Rudi Fuchs, bleek ook taxibonnen te hebben gedeclareerd waarop hij zelf «naar bureau integriteit» had laten zetten, in plaats van, bijvoorbeeld, «het stadhuis», wat ook had gekund. De beer was los. Voorpaginanieuws.
Enige maanden voordat bekend werd dat de gemeente aan zijn integriteit twijfelde, had Fuchs al laten weten op te stappen. Maar nadat het onderzoek naar Fuchs openbaar was geworden, vertelde burgemeester Cohen hem dat het onmogelijk was iets aardigs te zeggen op een afscheidsreceptie. De gemeente stelde het officiële afscheidsfeestje uit «tot nader order». Fuchs liet weten dat het wat hem betreft al niet meer hoefde.
Vervolgens bereikte de dagbladen het bericht dat behalve de gemeente ook justitie een onderzoek zou verrichten naar de Appel-brief. Het nieuws dat het openbaar ministerie had besloten het niet verder te laten komen dan een «feitelijk» onderzoek, dat in de regel voorafgaat aan een mogelijk strafrechtelijk onderzoek, haalde geen enkele krant. Zo’n feitelijk onderzoek dient om te bepalen of er genoeg reden is iemand aan te merken als verdachte.

Wat is nu de stand van zaken? Het openbaar ministerie kan zelfs de naam van Rudi Fuchs niet meer in de dossiers vinden. De voorlichter veronderstelt dat het dossier ergens onder op een stapel van een openbaar aanklager ligt. Voorgoed.
In het geval van Paul Russel, jurist en Eerste Kamerlid voor het cda, ligt dat anders. Hoewel een legertje woordvoerders er bij deze zaak dagenlang een sport van maakt naar elkaar te verwijzen, is duidelijk dat het proces-verbaal dat de douane tegen hem heeft opgemaakt wel zal leiden tot een serieus onderzoek, al hoeft vervolging daar niet noodzakelijkerwijs op te volgen. In juni ontdekte de douane op Schiphol dat Russel bij terugkomst uit de Verenigde Staten een tekening van Rembrandt in zijn tas had zonder een «aangifte ten invoer» te hebben gedaan. De verschuldigde zes procent btw zou zijn uitgekomen op 17.500 euro. Russel verklaarde niet op de hoogte te zijn van zijn verplichting het schilderij aan te geven. Dat is ongeloofwaardig, aangezien Russel niet alleen advocaat is maar ook lid van de adviesraad van het veilinghuis Sotheby’s, een bedrijf waar dagelijks wordt nagedacht over de kosten van in- en uitvoer van kunst. Bovendien luidt een van Nederlands rechtsprincipes dat iedereen de wet dient te kennen, hoe onrealistisch die aanname ook is.
Russels verweer zou aan kracht winnen wanneer hij de hele invoerregeling rond kunst ter discussie stelt. De regeling wordt namelijk met de dag onhoudbaarder. Sinds de «ready-made» urinoirs van Marcel Duchamp en de Brillo-dozen van Andy Warhol door critici, kunstkopers en publiek zijn geaccepteerd als kunstwerken, is er geen eensluidende definitie van kunst meer te geven. Of het moet de onder theoretici gangbare omschrijving zijn dat alles kunst is wat zich als kunst laat presenteren.
De Hoge Raad wordt van deze ruime omschrijving minder zenuwachtig dan menig museumbezoeker. In een arrest aangaande invoerrechten over kunst beperkte het hoogste rechtscollege de definitie tot de anachronistische, maar toch even wijdlopige definitie «al dan niet ingelijste schilder stukken of tekeningen die door kunstenaars zijn vervaardigd».
Maar wat zijn «kunstenaars»? En wat is bijvoorbeeld de status van een manuscript van een schrijver? Of van verschillende los te vervoeren onderdelen van een installatie? En wat te denken van de zeer dure kunstwerken van de vermaarde hedendaagse kunstenaar Sol LeWitt, die vanuit zijn atelier aanwijzingen geeft aan kunstenaars in een ver buitenland, die zijn «masterplan» dienen uit te voeren om een kunstwerk te laten ontstaan aan gene zijde van de grens?
Er bestaan geen objectieve criteria meer om vast te stellen wat kunst is. En het is bijna net zo moeilijk om vast te stellen wat de waarde of verwachte prijs van kunst is. Bij de film bestaat de zogenaamde prijsprint regeling. Alleen de nominale waarde, van blik, doos en tape, wordt berekend. Bij beeldende kunst zal de belastingdienst met zo’n regeling veel geld mislopen. Zolang de wet bestaat, zal de belastingdienst zelf de verwachte opbrengst bij een mogelijke verkoop vaststellen. Ze zullen er altijd naast zitten. Prijsvorming in de kunstwereld is een buitengewoon grillige en ingewikkelde materie, zoals het vorig jaar verschenen proefschrift Pratende prijzen van Olav Velthuis laat zien.
Omdat er maar geen kamervragen worden gesteld over de onmogelijke en arbitraire btw-regeling bij kunstinvoer heeft Fuchs niets aan deze complicaties en overwegingen. Hij zal nog moeten wachten op de uitkomst van het onderzoek naar zijn integriteit.

Fuchs is een olifant. Misschien was hij een slechte directeur, wellicht zelfs een ramp voor het museum. Maar de vraag blijft: is dat een vrijbrief om hem ongeremd te beschieten, met alle middelen die je hebt, zelfs na zijn ontslag?
Voormalig burgemeester van Amsterdam Schelto Patijn vindt het een vreemde zaak. In zijn ambtsperiode heeft hij zich hard gemaakt voor de daad- en slagkracht van het gemeentelijke integriteitsbureau. «Ik begrijp dit eigenlijk niet goed. Als je iets onoorbaars hebt gevonden, zijn er twee mogelijkheden. Of je geeft de zaak door aan personeels zaken, dan kunnen ze aldaar stappen ondernemen tegen de werknemer. Of je stapt naar het OM, als de bevindingen erg genoeg zijn. Maar in dit geval lopen beide paden dood. Personeelszaken en de burgemeester kunnen in het ergste geval overgaan tot ontslag. Maar Fuchs heeft al ontslag genomen. En ook het OM had zelf al besloten een onderzoek te starten.»
Voor Patijns opvolger Cohen valt te hopen dat er meer is gevonden dan een leugentje voor een bevriende kunstenaar. Bijvoorbeeld dat de voormalige directeur duizenden euro’s uit het museum verduisterde, onderhands een Picasso verkocht of de restauratie van Barnett Newmans Cathedra stiekem zelf ter hand heeft genomen in zijn eigen garage. Om geloofwaardig te blijven mag het Bureau Integriteit het nu niet meer voor minder doen.

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?