De Groene Amsterdammer

Exclusief

De Groene Amsterdammer jaargang 2014 nummer 16

Iedereen

De harde werkelijkheid in Play Van Abbe, 3

De kunstenaar als politiek activist

'Het museum? Best mogelijk dat 't over een halve eeuw niet meer bestaat', zegt directeur Charles Esche in de kelder van het Van Abbemuseum. Radicale geluiden bij een opmerkelijke tentoonstelling. 

door PAUL KEMPERS

ER IS NIETS wat mensen prettiger vinden dan begrijpelijke uitleg bij weerbarstige kunst. Pierre Janssen, presentator van Kunstgrepen, het best bekeken kunstprogramma ooit op de Nederlandse tv, was er een meester in. Zijn optreden als professioneel kunstfluisteraar die 'de kunst aan de gewone man bracht' bleef generaties kijkers in het geheugen gegrift, vooral door Janssens bezwerende manier van spreken en beweeglijke motoriek. Ook Janssens opvolger, de aimabele directeur van het Rijksmuseum Henk van Os, mocht op sympathie rekenen. Als presentator van Avro's Beeldenstorm voerde hij de kijkers mee langs kunstschatten van over de hele wereld, de moderne kunst inbegrepen. Van Os' welluidende stem en betrouwbare voorkomen - tot ons sprak een professor die het gewicht van eeuwen kunst moeiteloos op de museale schouders torste - deden de tv-stoel in relaxstand kantelen, waarna de educatieve overdracht een fluitje van een cent was. Kunsthistorisch bijgepraat schakelde de kijker door naar een knokfilm op een commerciële zender, als volleerde homo zappens postmodern schakelend tussen hoge en lage cultuur.
De reductie van kunst tot een verzameling plaatjes aan de museumwand, fraai in beeld gebracht en voorzien van geruststellend commentaar ('Niet één kunstwerk is zo gek als het eruitziet') is precies wat de gedreven samenstellers van De principes van verzamelen - Het verzamelen van principes hebben willen vermijden. De derde aflevering in de serie Play Van Abbe - een ambitieuze serie tentoonstellingen, performances, discussies en lezingen waarin de rol van het kunstmuseum in de 21ste eeuw wordt onderzocht - is dan ook een oproep aan de bezoeker om zich te deconditioneren. Wilt u een risicoloze schoonheidservaring en heerlijk ontspannen door de zalen wandelen terwijl u A.J. Krophollers ontwerp voor de oudbouw van het Van Abbemuseum bewondert? Langs de topstukken van de historische avant-garde drentelen terwijl u de radicale ideeën van El Lissitzky achteloos terzijde schuift? Dat mag, maar eigenlijk is het gat van de deur nog te goed voor u; u hebt immers toegegeven aan het typische bourgeoisverlangen om de kunst op face value te beoordelen, als een interessant samenraapsel van vormen, kleuren en lijnen die een gestileerd gevoel van ontroering en schoonheid oproepen. Van kritische bewustwording is dan geen sprake, laat staan dat u weet heeft van de politieke potentie van kunst.
Om de luie kijker wakker te schudden en een alternatief te geven voor blockbusters in de trant van Rembrandt en Saskia: Een paar apart! of Gazprom in Groningen: Met de Russische meesters lekker warm de winter door hebben museumdirecteur Charles Esche en zijn staf een tentoonstelling samengesteld die het denken wil prikkelen. De principes van verzamelen is een uitnodiging aan het publiek om dieper door te dringen in de 'trias abbensiana' maatschappij, kunst en esthetica; kijken en zien, betoogt Esche in een handzaam begeleidend schrijven, hebben immers een politieke betekenis, een opvatting die je oud-Van Abbe-directeuren als Rudi Fuchs of Jan Debbaut niet zo gauw zal horen verkondigen.
Kunstenaars uit onder meer Roemenië, Polen, Israël en de Palestijnse gebieden zijn uitgenodigd om na te denken over hoe het museum voor moderne kunst verzamelt, welke keuzes het daarin maakt en welke rol de hedendaagse kunstenaar daarin speelt. De complexe opdracht resulteerde in zaalopstellingen waarin de genodigden hun eigen werk als archief presenteren, keuzes maken uit de beeldverzamelingen van officiële en niet-officiële media, afgestoten archieven onder hun hoede nemen of zelf samengestelde museale verzamelingen presenteren, waartoe ook persoonlijke verhalen, (kunsthistorische) documenten en gebeurtenissen worden gerekend.
Het doorgeven van informatie lijkt voor deelnemers als Lia Perjovschi, Akram Zaatari, Zofia Kulik en Michal Heiman belangrijker dan het vinden van een pakkend beeldende vorm, en dat is precies in lijn met de in het huidige Van Abbe gangbare opvatting van de kunstenaar als socioloog en politiek activist. Wie bijvoorbeeld wil weten hoe het is om in de bezette gebieden van de West Bank te wonen, aan de voet van de Israëlische muur, kan kennis nemen van de videodocumentaire Pasolini Pa* Palestine, waarin Ayreen Anastas in de voetsporen treedt van Pier Paolo Pasolini. Voor het vinden van geschikte locaties voor de speelfilm Il vangelo secondo Matteo reisde de politiek geëngageerde regisseur in 1963 door Israël, Syrië en Palestina; Anastas reist Pasolini achterna en stuit op de Muur, nederzettingen, verwoeste Arabische dorpen en verbitterde verhalen van Palestijnen die geen kans op verbetering zien. De persoonlijke documentaire - Anastas werd in 1968 in Bethlehem geboren - wordt artistiek gezien pas interessant wanneer vlekkerige, zwaar gerasterde zwart-witopnamen van Pasolini opdoemen: het bijna letterlijk vervaagde verleden onder handbereik, een beroemde Italiaanse regisseur gevangen in beelden die vrijwel nooit worden vertoond. Dan is er sfeer en lading, wat niet gezegd kan worden van de rest van de film die vooral een politiek geïnspireerde aanklacht is.
Verzamelingen nemen fysiek ruimte in en hebben de neiging uit te dijen. De Belgische kunstenaar Denmark maakte een van de interessantste bijdragen: van het exces, de stortvloed van informatie in archieven vervaardigde hij Archief 3, een 'rolarchief van archieven van afgestoten archieven', waarvoor hij tijdschriften, boeken, kunstpublicaties en kranten 'versneed, vergruisde, verpulverde, verbrandde, schuurde en inbond'. De in piepschuimen bakjes, weckflessen en plastic zakjes bijeengebrachte restoverblijfselen zijn keurig gerangschikt en gestapeld - archieven om te bekijken en te betasten, niet om te raadplegen; een poging om de manische informatie-overload een tijdelijk halt toe te roepen en een bescheiden monument voor de 'duizenden tonnen onverkochte dagbladen en magazines' die jaarlijks achterblijven.
Minder speels zijn Denmarks collega's Sean Snyder en Akram Zaatari, die zich bekommeren om de oorlog in Irak en de politieke situatie in Libanon; Snyder laat in een compilatie van videobeelden en foto's zien hoe het bezette Irak een afzetmarkt is geworden voor luxe consumptiegoederen, Zaatari documenteert de invloed van de vele gewelddadige conflicten die Libanon al sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw teisteren, onder meer in eigen video-opnamen van de Israëlische invasie in 1982 en foto's van uit de gevangenis gesmokkelde brieven van Libanese politieke gevangenen.
De hoeveelheid in de tentoonstelling bijeengebracht materiaal oogt indrukwekkend, maar de verwerking ervan stuit op problemen. Talking heads, classificatiesystemen, 'mentale plattegronden', monotone voice-overs en in het achterhoofd het wurgende besef dat het met de wereld nooit meer goed komt: niet het beeld is oppermachtig in het Van Abbe, maar de pratende mond die het denkwerk articuleert dat aan de tentoonstelling is voorafgegaan. In de woorden van curator Galit Eilat: het wordt tijd dat de kunstwereld het eenzijdig westerse, door negentiende-eeuws imperialisme bepaalde perspectief van de kunstgeschiedenis opzij zet. In de woorden van Charles Esche ('Ik streef naar een weerbarstige ontmoeting tussen museum en bezoeker; een "homeopatische" presentatie van politiek geladen kunst is niet interessant'): het wordt tijd ons te bevrijden van de ouderwetse verering van het kunstobject en het daarmee verbonden verhaal van de kunstenaar als scheppend genie wiens creativiteit een goddelijk mysterie is. Tijd voor andere opvattingen van het museum, dat als archief van verhalen, beelden en menselijke ervaringen motor van maatschappelijke verandering zou kunnen zijn.
Over dit vaak bekritiseerde, bij de idealen van Jean Leering, Willem Sandberg en Chris Dercon aansluitende museale vergezicht sprak Esche met de Amerikaanse cultuurfilosoof en activist Brian Holmes. De twee uur durende discussie, onderdeel van de KIOSK for Useful Knowledge-serie, een initiatief van Hannah Hurtzigs Mobile Academy, is nu te volgen in zaal B0-06. Het split screen weergegeven gesprek blijkt een onderhoudend discours over de condition muséale, waarin de directeur en de vrijdenker hun zorgen over het functioneren van hedendaagse kunst delen met het publiek. Het onderhoud werd een dag voor een door Holmes geleid symposium opgenomen. Daarin bogen de deelnemers zich over de mogelijkheden voor kunstenaars om uit het bereik van 'art world' te treden en zich in de samenleving te manifesteren; hamvraag: hoe kunnen kunst, theorie en actie samenkomen in een progressieve kunstpraktijk? In zijn twee jaar geleden door het Van Abbe uitgegeven traktaat Escape the Overcode: Activist Art in the Control Society schetste Holmes al - helaas in een taalteisterend hyperjargon - de contouren van een nieuw kunstenaarschap. Het boek ligt als zwijgende derde gesprekspartner op tafel en is het startpunt voor de levendige gedachtewisseling tussen Esche en Holmes, die een helderder prater dan schrijver blijkt.
In de lange discussie schetsen de twee een waar horrorbeeld van de hedendaagse cultuur. Wij blijken te leven in een maatschappij die zich het best laat omschrijven als McMoney World, een materialistisch paradijs en spiritueel vacuüm, bevolkt door consumptieslaven en spektakelzuchtigen die tot in de verste uithoeken van hun bestaan worden bespied, gemanipuleerd en bedrogen door een op totale controle gefixeerde overheid, de kwaadwillige leverancier van neoliberale schijndemocratie. Opdracht aan de kunstenaar: ontwricht de kunstwereld - een gesloten circuit van op geld en aanzien beluste handelaren, autoritaire musea, galeries, critici en 'gezaghebbende' tijdschriften - en zorg dat je werk 'extradisciplinair' effectief wordt. Knoop aan bij wat in de van marxistische wietdampen doortrokken seventies 'institutionele kritiek' heette, en ontwikkel jezelf tot selfmade econoom, politiek analist, cyberdeskundige of allround mediasaboteur. Dit wordt de taak van de 21ste-eeuwse kunstenaar: gaten schieten in de orde van alledag, 'onderliggende machtstructuren' analyseren en nieuwe samenwerkingsverbanden aangaan, het liefst in een eigentijds, digitaal beeldidioom dat zich onttrekt aan de kunstmarkt. Om de heerschappij van homo economicus (Holmes) te breken kan men zich het best verenigen in activistische netwerken: denk bijvoorbeeld aan de ondermijnende activiteiten van de Yes Men tijdens Wereldhandelsorganisatie-bijeenkomsten, het Spaanse webcollectief Hackitectura, het Critical Art Ensemble en discussiegroepen als 16 Beaver Group, waarin kunstenaars, wetenschappers, vormgevers, architecten en computerspecialisten elkaar treffen om alternatieven te bedenken voor de exploitatiedrift van het kapitalistisch systeem.
Het is niet weinig wat de twee overhoop halen in hun door witte wijn aangestuurd gesprek ('Jij nog een glaasje, Brian?') in de kelders van het Van Abbe, en het wekt dan ook geen verbazing dat Esche ('Moeten wij altijd maar doorgaan met verzamelen?') op beschaafde toon laat weten dat het 'best mogelijk is dat het museum over een halve eeuw niet meer bestaat'. Of dat een aantrekkelijke gedachte is, valt te bezien. Maar als het ervan komt, dan is de in zaal B0-06 geuite wens om de instituties te overstijgen gehoord, en is die verderfelijke plek waar men zich kritiekloos onderdompelt in 'de roerloze en kalme wateren van het esthetisch welbehagen' (Esche) definitief overwonnen. Amen.

De principes van verzamelen - Het verzamelen van principes: Play Van Abbe, Deel 3. Te zien tot 1 februari, daarna nog in delen, zie www.vanabbemuseum.nl. Brian Holmes: Escape the Overcode: Activist Art in the Control Society, 400 pagina's, uitgave Van Abbemuseum, 2009

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?