De Groene Amsterdammer

Sluiten

De schepper vertelt

Eigenlijk had de roman 'De schepper' moeten heten. Mulisch' nieuwste gaat over niets anders. En tegelijk over alles waar ook zijn vorige boeken over gaan. Zo bouwt de schrijver voort aan dat ene hechte, organische oeuvre.

door Xandra Schutte

OP DE EEN of andere manier liep ik met het hardnekkige idee rond dat de nieuwe roman van Harry Mulisch De schepper zou heten. Die titel heeft ook iets logisch. Zes jaar geleden publiceerde Mulisch De ontdekking van de hemel, de vuistdikke meesterproef waarin hij zijn verbeelding en ideeën samenbalde. Het is niet meer dan vanzelfsprekend dat als de hemel eenmaal is ontdekt, men een tweede stap zet en de schepping onder de loep neemt. De nieuwe Mulisch heet echter bescheiden De procedure - iets wat op van alles en nog wat kan slaan. Maar als in het tweede hoofdstuk van het boek het woord procedure onnadrukkelijk opduikt, is meteen duidelijk dat het om het scheppen van leven gaat. Preciezer gezegd: om manieren van scheppen. En na lezing van de roman is het duidelijk dat mijn hardnekkige idee zo raar nog niet is: De procedure had net zo goed De schepper kunnen heten.
De procedure is, zij het in korter bestek, net als De ontdekking van de hemel een zeer veelomvattende roman waarin het weidse gebaar, de brede verbanden en de verplettende pretentie niet worden geschuwd. Om het even voert Mulisch de lezer van het hedendaagse Nederland naar het zestiende-eeuwse Praag, van Californië naar Venetië en Cairo. Alsof het niets is verwijst hij naar kabbalistische studies, Paracelsus, Nietzsche, Hegel, Kafka, Freud, Ovidius en Watson & Crick, de ontdekkers van het DNA-molecule. Aan de meest uiteenlopende zaken weidt hij essayistische bespiegelingen. Een willekeurige greep: de geboorte van Adam en Lilith, hiëroglyphen, het schrijven, piramides, het Hebreeuwse alfabet, biochemie, het monster van Frankenstein, de hegeliaanse dialectiek en muziek.
MAAR ALS Mulisch' nieuweling één centraal thema heeft, dan betreft dat het scheppen. Natuurlijk schrijft hij over het schrijven, over het scheppen van een andere wereld dan die waarin hij leeft. Schrijven is, betoogt hij hier niet voor het eerst, een wonderlijke manier van scheppen. De schrijver vertelt een verhaal, maar tegelijk is hij niet de verteller daarvan omdat het verhaal, als het goed is, uiteindelijk zichzelf vertelt. De eigenlijke verteller van het verhaal is het verhaal zelf. Juist omdat de verteller bestaat en niet bestaat - en dus een logische onmogelijkheid is - is hij vergelijkbaar met een scheppende god.
De procedure handelt niet alleen over de wording van een roman. Op alle mogelijke manieren gaat het boek over het ontstaan van leven. Er worden kinderen in geboren - tot in de kleinste details beschrijft Mulisch daarbij de conceptie, de eerste kiem van leven, en de bloederige geboorte. Hoe lijflijk je de geboorte ook beschrijft en hoeveel je er ook van weet, het onthult niets over het raadsel van het ontstaan van leven. Het is een oergebeurtenis waar je als man al helemaal buiten staat. Vandaar dat vrouwen moeders zijn en mannen makers. Omdat vrouwen kunnen baren zijn zij misschien de ware heren van de schepping; omdat mannen niet kunnen baren, proberen ze, of het nu in de kunst is, de magie of de wetenschap, de kiem van het leven te vinden.
Mulisch probeert het raadsel niet alleen te ontrafelen door na te denken over het schrijven, hij gaat ook te rade bij alchimisten, kabbalisten en biochemici. Wat deze gemeen hebben is dat ze uit dode materie iets levends te voorschijn willen toveren. De alchimisten probeerden de homunculus, een kunstmatig gemaakte miniatuurmens te fabriceren; sommige kabbalisten trachtten, door het ontcijferen van de symboliek achter schrifttekens en cijfers, de golem te maken; de biochemici zoeken naar een procedure die uit iets doods iets levends wekt. Het is bekend dat bij Mulisch, al alchimist in de wieg, de wording van de roman en het - kunstmatig - doen ontstaan van leven nauw samenhangen.
HET BOEK begint met een waarschuwing. Al in de eerste zin van De procedure is een ik aan het woord die je als de ik van de schrijver identificeert. Die ik reflecteert over het begin van een roman. Hij kan met de deur in huis vallen en beginnen met een zin als: 'De telefoon ging.' Dat doet hij niet. Aan 'spanning' en 'actie' is hij nog niet toe. 'Wie onmiddellijk meegesleept wil worden', schrijft hij, 'ten einde de tijd te doden, kan dit boek beter meteen dichtslaan, de televisie aanzetten en op de bank achterover zakken als in een warm schuimbad.'
Wat volgt is een lange beschouwelijke excursie naar de bijbel en de kabbala over de geboorte van leven. Het is een ingewikkelde excercitie waarin wordt beschreven hoe God uit klei Adam schept, hoe de wereld en Adam zijn begonnen met het woord, en hoe in de joodse mystiek de linguïstische creatie letterlijk wordt genomen. Er wordt ook in gerept over Sefer Jetsirah, 'Het Boek van de Schepping', een uiterst kort en ondoorgrondelijk geschrift dat waarschijnlijk door God zelf vervaardigd is en dat, als je het begrijpt, de sleutel tot het scheppen van leven bevat. In dit bespiegelende begin van de roman staan ook de opmerkingen over het schrijven als scheppen. En dan wendt de schrijvende ik zich opeens tot zijn 'transcendente collega' en wordt door middel van een imitatio dei de hoofdpersoon van de roman geboren. Zijn naam: Victor Werker.
HET IS, als je De procedure uit hebt, thematisch allemaal heel verantwoord: het scheppen van leven en het maken van een roman hebben veel met elkaar gemeen. Maar in die eerste hoofdstukken van het boek heeft de manier waarop Mulisch dit wil demonstreren behalve iets intrigerends ook iets onnozels en kinderachtigs. Na de geboorte en een korte introductie van het personage Victor Werker verplaatst Mulisch de handeling abrupt naar het zestiende-eeuwse Praag. Dat doet hij zo:
'Hou je vast! Onderaards gerommel, kraken, de wereld schudt, plotseling valt een dreigende slagschaduw over dit protocol. Wat is dit? Wat heb ik aangehaald? Er is plotseling iets in beweging gekomen en aan het botsen geraakt, als schuivende continentale schollen, ik moet de fabel van Victor Werker meteen weer onderbreken (...). Uit de kosmogonische chaos verrijst een kolossale, eruptieve formatie. Al die torens en bruggen! Die Burcht daar in de verte op de heuvel! Is dat niet Praag?'
In het gedeelte over Praag vertelt Mulisch uitgebreid over de beroemde rabbi Jehudah Löw ben Bezalel, die naar verluidt een golem heeft gemaakt om het joodse volk een beter lot te bezorgen. Mulisch laat rabbi Löw en zijn assistent aan de slag gaan met het geheime geschrift Sefer Jetsirah en hem uit maagdelijke, onbewerkte klei een mensenfiguur maken. Na het prevelen van kabbalistische formules verrijst uit de klei een golem, een kunstmatige mens die, eenmaal tot leven gewekt, een onvoorspelbaar eigen bestaan gaat leiden. Een gevaarlijk leven, want de golem vermoordt de assistent van de rabbi. In de onvoorspelbaarheid, dat moge duidelijk zijn, lijkt de golem op een roman. Eenmaal in gang gezet zijn beiden - 'hou je vast!' - onbestuurbaar.
DE WAT kinderlijke, al te expliciete demonstratie van de overeenkomst tussen golem en roman is een schoonheidsfoutje van een verder virtuoos en vermakelijk boek. De gewaarschuwde lezer kan maar beter niet afhaken: na het bespiegelende begin en het verhaal over rabbi Löw ontvouwt zich vanaf het vierde hoofdstuk de geschiedenis van Victor Werker. Die geschiedenis is wel degelijk vol 'spanning' en 'actie'. En meer dan dat: het verhaal over Victor Werker is niet alleen meeslepend, het is ook onverwacht ontroerend.
De in november 1951 geconcipieerde en in augustus 1952 geboren Victor Werker is biochemicus en in die hoedanigheid heeft hij veel weg van rabbi Löw. Als middelbare scholier las hij het boek van James Watson en Crick over de vondst van het DNA-molecule, de zogenaamde 'double helix'. Vanaf dan wil hij in hun voetsporen treden.
Net als beide grote geleerden doet hij een baanbrekende ontdekking, en wel die van de eobiont. Die ontdekking, die van hem een potentiële Nobelprijswinnaar heeft gemaakt, komt op het volgende neer: met de modernste middelen heeft hij een primitief organisme gefabriceerd uit anorganische materie. Met andere woorden: hij heeft uit iets doods iets levends gemaakt. De eobiont is een machine die zichzelf bouwt, legt Victor Werker uit, het resultaat van generatio spontanea. Hij stelt ook dat de eobiont daarin op de roman lijkt, want ook die 'is een machine die zichzelf bouwt en de lezer moet maar zien'.
In De procedure wordt niet alleen Victor Werkers wetenschappelijke loopbaan belicht, het gaat evenzeer over diens 'gewone' leven. Dat gebeurt in brieven die Victor Werker aan zijn ex-vriendin Clara schrijft. Of beter gezegd: de brieven zijn gericht aan hun eenjarige dochtertje Aurora, maar via haar probeert hij Clara te bereiken. Die brieven, die Victor Werker een soort dagboekachtige vorm heeft gegeven, meanderen nonchalant van zijn leven naar zijn werk en van zijn jeugd naar het moment van schrijven. Ze zijn tegelijkertijd een oefening voor een populair wetenschappelijk boek dat hij over de eobiont wil schrijven en een verklaring voor de kardinale fout die hij in zijn relatie met Clara heeft gemaakt. Die kardinale fout en de schrijnende gebeurtenis die deze veroorzaakte, laat ik in het vage. Alleen dit: als Victor Werker ze in zijn brieven opbiecht, zorgen ze voor een plotselinge schok en ontroering.
NET ALS MULISCH' andere romans is De procedure voer voor exegeten. Het boek bevat volop spiegelingen, thematische herhalingen en betekenisvolle verbanden die niet onmiddellijk te doorgronden zijn. Een klein voorbeeld van zo'n herhaling: de dochter van de rabbi Löw heeft een drieling. De moeder van Victor Werker had bij diens geboorte zoveel moedermelk in overvloed dat ze behalve haar zoontje ook een op dezelfde dag geboren drieling zoogde. In de roman gaat Victor Werker op zoek naar zijn 'melkbroeders'.
Net als in bijvoorbeeld De ontdekking van de hemel speelt Mulisch in De procedure een pesterig spelletje met gegevens uit zijn eigen biografie. Victor is een van zijn eigen namen - hij is immers Harry Kurt Victor Mulisch gedoopt. In de uiterlijke beschrijving van verschillende mannelijke personages is een nauwelijks verhuld zelfportret van Mulisch te herkennen. Victor was, zo laat hij weten, negen pond toen hij werd geboren; dat is volgens Mijn getijdenboek precies evenveel als Mulisch zelf. Een precieus geklede oudere heer heeft een innige band met een teckel - laat Mulisch zelf twee teckels hebben. De moeder van Victor verhuist na haar scheiding met zijn vader, net als de moeder van Mulisch, naar San Francisco. En zo is er meer. In Mijn getijdenboek gaf Mulisch daar al een verklaring voor: 'Iedere schrijver werkt natuurlijk met het materiaal dat zijn leven hem verschaft, want hij heeft niets anders; zijn ervaringen en zijn verbeelding gaan steeds nieuwe combinaties aan en leiden zo tot zijn oeuvre.'
Mulisch heeft het vaak gezegd, en in De procedure zegt hij het andermaal: hij is een oeuvrebouwer. En dat oeuvre, stelde hij al decennia geleden, 'is, of behoort te zijn, een totaliteit, één groot organisme, waarin elk onderdeel met alle andere verbonden is door ontelbare draden, zenuwen, spieren, strengen en kanalen. (...) Het oeuvre is het nieuwe lichaam van de schrijver - een lichaam, dat hij zichzelf geschapen heeft, hechter, duurzamer dan hetwelk hij van zijn moeder heeft meegekregen.'
HET VERGELIJKEN van het schrijven met een alchimistisch proces en het inzicht dat een boek een levend organisme is, het is bijna zo oud als Mulisch zelf is, en nog veel ouder. In die zin zit De procedure met zenuwen, spieren, strengen en kanalen aan zijn oeuvre vastgehecht. Ook op de belangrijke rol die de lezer al in veel van Mulisch' vroege beschouwingen over het schrijverschap speelt, wordt gezinspeeld. Of het nu om het fabriceren van de golem gaat of om het maken van de eobiont, er zijn er twee voor nodig om uit niets iets te maken. Rabbi Löw heeft zijn assistent; Victor Werker is bijgestaan door zijn collega proximus Brock. Al helemaal in het begin van de roman, als het geschrift Sefer Jetsirah ter sprake komt, wordt gewezen op 'het voorschrift tot tweezaamheid'. Bij het levende organisme dat de roman is, bestaat de tweezaamheid uit schrijver en lezer.
Al is veel bekend, De procedure bevat allerlei gedachten en noties die je - opnieuw - aan het denken zetten over Mulisch' concept van de schrijver als schepper naast God. In De ontdekking van de hemel moeten de Tien Geboden terug naar de hemel omdat de mensen zich niet aan de goddelijke wet houden. De technologie heeft de mens eigenschappen gegeven die vroeger aan God waren voorbehouden. Vroeger kon God alles en de mens niets; nu kan de mens alles en is God machteloos. In De procedure borduurt Mulisch verder op de technologie die de mens van God los maakt, waarmee hij een eigentijds en verontrustend thema aanroert.
De moraal van de roman lijkt niet mis te verstaan. Het is een overbekende moraal bovendien: wie op de troon van de schepper gaat zitten en wil ingrijpen in leven en dood, sluit een pact met de duivel. Daarmee roept de technoloog onheil af over zichzelf en zijn naasten. Victor Werker heeft in zijn laboratorium dan wel een levend organisme geschapen, in zijn werkelijke leven heeft hij de dood voortgeplant. Met zijn eobiont legt hij tevens zijn eigen leven in de waagschaal. Tegenstanders van abortus en religieuze fundamentalisten verketteren zijn vinding en bedreigen hem met de dood. Maar de moraal is bij Mulisch niet alleen herkenbaar, zij is vooral dubbelzinnig en dubieus. Want niet alleen de wetenschapper is een schepper naast God, de schrijver is dat eveneens.

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?