De Groene Amsterdammer

Sluiten

DUITSTALIG BELGIË

De triangelspeler van België

In de aanhoudende Belgische kabinetscrisis is naast de Vlamingen en Walen ineens een derde speler aangeschoven: de Ostbelgen. Weten zij zelf wie ze zijn?

door JOOST DE VRIES EN ALEX TIELEMANS

OP ZATERDAGMIDDAG marcheert een kleine honderd man door de dorpsstraat van Eupen, België. Omdat het landschap van de boven-Eiffel aangenaam golft en de dorpsstraat bergaf loopt, loopt iedereen met ingehouden pas. Mannen en vrouwen in Tiroler klederdracht met instrumenten, jongens van een jaar of zestien in Lederhosen en het voltallige college van b. en w.
In Eupen is elk jaar het eerste weekend van augustus een Tiroler festival. Met achttienduizend inwoners is Eupen de hoofdstad van de Duits sprekende gemeenschap van België. Van oudsher voelt het zich verwant met Zuid-Tirol, eveneens een Duitstalig gebied dat in een anderstalig land ligt (Italië).
Als de colonne bij het dorpsplein komt, lopen de bewoners en winkeliers uit. De winkeltjes bieden vooral souvenirs, chocolade en moeilijk te dateren mode. De muzikanten beginnen te spelen. De leden van het college schudden handjes met de toeschouwers en de jongens in Lederhosen staan erbij en kijken ernaar. Pubers in lederhosen zien er net even iets ongemakkelijker uit dan gewone pubers.


Opeens waren ze in het nieuws, de Duitse Belgen. We praten over niet meer dan 73.000 man, nog geen 0,7 procent van de bevolking. Toch werd een aantal weken geleden de minister-president van de Deutschsprachige Gemeinschaft (DG), Karl-Heinz Lambertz, door koning Albert gevraagd als speciale bemiddelaar in de kabinetscrisis van de Vlamingen en Walen. Want hoewel je ze bijna zou vergeten, ook de DG’ers lijden onder de politieke patstelling in België.
Ze zijn numeriek te verwaarlozen, maar hebben vrijwel dezelfde bevoegdheden als de Walen en Vlamingen. Sinds de taalgrenzen in 1963 in België werden vastgesteld kreeg de DG steeds meer bevoegdheden, totdat ze in 1984 culturele autonomie kreeg. Inmiddels heeft ze een eigen parlement en is ze het kleinste wetgevende gebied in de Europese Unie. Op een budget van 170 miljoen euro heeft ze vierduizend mensen in dienst: ambtenaren, artsen en docenten.
Maar wie zijn de Duitse Belgen? De vraag is of ze dat zelf weten. In een land dat cultureel zo gespleten is als België is identiteit nooit vanzelfsprekend. Identiteit is altijd iets wat gedefinieerd wordt in contrast met de rivaliserende groep. Doen de Walen het zo, dan doen wij Vlamingen het zus, en omgekeerd. De DG’ers hebben geen antagonist en zij zijn niemands antagonist; elk idee van identiteit zullen ze zelf moeten construeren. Iets wat alleen maar lastiger wordt gemaakt doordat er in de Deutschsprachige Gemeinschaft zo’n elfduizend Duitsers wonen, in Eupen alleen al heeft één op de vier inwoners een Duits paspoort.
Natuurlijk worden er wel pogingen ondernomen om zoiets als een ostbelgische cultuur te vormen. Zo staan in het parlement van de DG kunstwerken opgesteld van kunstenaars uit het gebied, en werd een aantal jaren geleden een bloemlezing samengesteld van Duitstalige Belgische dichters, Nachrichten aus Ostbelgien. Een gedicht van ene Alex Benker vat het identiteitsvraagstuk redelijk duidelijk samen:
Mein land
ist kein volk
nur ein künstliches Gebilde
Ich bin ohne Vaterland
Gut so.
Dit gedicht is meteen redelijk exemplarisch voor de kwaliteit van de poëzie in bloemlezing (pover), maar het samenstellen er van het illustreert in ieder geval dat de behoefte leeft de identiteit openbaar te cultiveren.
Alle goede bedoelingen ten spijt: nu al kan gesteld worden dat Eupense culturele happening van het jaar niet van eigen bodem komt. Eind september wordt hier, in verband met zijn ‘literair cordon sanitair’ om Nederland, die nieuwe roman van Arnon Grunberg, Onze Oom, gepresenteerd.

Zestig jaar terug was het identiteitsvraagstuk wel anders. In de Tweede Wereldoorlog werd de Deutschsprachige Gemeinschaft in de lijn van de Anschluss niet bezet, maar geannexeerd door de nazi’s. Verzet was er niet. De meeste DG’ers zagen het samengaan met Duitsland als een logische stap nadat het gebied bij de vredesonderhandelingen na de vorige wereldoorlog als ‘kriegsbaut’ aan België was vergeven. Als gevolg daarvan werden na de oorlog zestienduizend Duitstalige Belgen gearresteerd wegens collaboratie. Nog geen tien procent van hen werd ook daadwerkelijk veroordeeld, maar de toon was gezet. Vanuit de federale overheid werd een stevige denazificatie ingezet: er werd gehamerd op de Waalse identiteit, de officiële taal op scholen werd Frans.
‘Heel lang hebben de Walen ons als nazi’s beschouwd’, vertelt mevrouw Funk, een oudere vrouw die de toegangsbewijzen scheurt in het stadsmuseum in Eupen: ‘Het is pas sinds de afgelopen jaren dat wij weer openlijk trots durven te zijn op ons culturele erfgoed. Je zou kunnen zeggen dat wij nationalistisch mogen zijn sinds de Duitsers dat zelf ook weer voorzichtig zijn.’
Voelen de DG’ers zich eerder Duits of Belgisch? Aan de winkelruit van de lokale snackbar hangen wedstrijdvaantjes van Bayern München en FC Köln, dat dit jaar weer in de eerste Bundesliga uitkomt. Wie moedigen de DG’ers aan op voetbaltoernooien? ‘Desgevraagd zeggen wij DG’ers altijd keurig dat we bij interlands de Rode Duivels supporteren en niet Der Mannschaft. Dat is natuurlijk een hypothetische voorstelling; het is alweer een tijdje terug dat wij ons kwalificeerden voor een EK of WK’, zegt de eigenaar, Hans, een man met een snor zoals je ze alleen nog bij wiskundeleraren en sergeant-majoors lijkt te zien: ‘Wel kijkt iedereen in Eupen eerder naar de Bundesliga dan naar de nationale Eerste Klasse. Maar dat heeft vooral met de kwaliteit van het spel te maken. Sowieso kijkt men hier meer Duitse tv dan naar de zenders uit ons eigen land.’
Hans loopt op klompen door zijn snackbar. Nederlands is hij geenszins, alhoewel hij de taal bijna foutloos spreekt. Gek genoeg klinkt zijn accent met ingeslikte ‘n’ eerder Gronings dan Vlaams. ‘Vanwege mijn culinair métier kom ik regelmatig in contact met Hollandse toeristen’, zegt hij terwijl hij met gevoel voor dramatiek een hand frites in de frituur gooit.
Nog zo’n voor de handliggende lakmoesproef: in de snackbar worden geen Vlaamse frites geserveerd, ook geen Franse frites, maar frites van regulier formaat.

Het parlement van de Deutschsprachige Gemeinschaft staat prominent aan wat voor de hoofdstraat doorgaat, pal tegenover de kerk. Waar de hoofdstraat een onregelmatige mix van negentiende-eeuwse en nieuwbouwhuizen is, is het parlement een barok paleisje. Ooit was het een buitenverblijf van Duitse landadel, totdat het in de negentiende eeuw leeg kwam te staan en een sanatorium werd.
In 1984 kocht het parlement het pand op en verbouwde het voor omgerekend tien miljoen euro, maar inmiddels barst het uit zijn voegen. De werkkamer van minister-president Karl-Heinz Lambertz puilt uit van dossiers en andere zaken. Tussen drie staande vlaggen – die van België, de DG en Europa – is nog net het staatsieportret van koning Albert en koningin Paola te zien.
De minister-president, een man van het formaat berenworstelaar, in groene broek en bruine polo, steekt meteen van wal. Hij begint zijn verhaal in 1815 en eindigt bij vandaag. Van het congres van Wenen, toen België aan het koninkrijk der Nederlanden werd toegewezen, gaat hij via de Belgische onafhankelijkheid en de economische emancipatie van Vlaanderen naar de kabinetscrisis waar het land nu al maanden mee kampt.
Lambertz: ‘Er zijn binnen onze landsgrenzen twee visies op België, of eigenlijk drie, of nog liever: vier. De eerste is de Vlaamse, die ons land ziet als twee autonome gewesten, een Vlaams en een Waals. De Walen zien die twee autonome gebieden, plus Brussel als gedeeld gebied. De Brusselaars zien zichzelf als autonoom gewest. En wij zien vier autonome gewesten.’
Dat de Deutschsprachige Gemeinschaft van die eventuele vier gewesten het minst te zeggen heeft snapt Lambertz best: ‘In het concert van België zijn wij niet de componist van de muziek, of de dirigent, of de eerste violist. Wij zijn de triangelspeler, die één enkele “ping” moet slaan. Voor ons komen mensen misschien niet naar het muziekgebouw toe, maar als wij op het verkeerde moment “ping” doen, is het concert wel mislukt.’
Dat juiste moment is een kwestie van afwachten tot de volgende grondwetswijziging, iets wat met het oog op de kabinetscrisis vanzelf lijkt te komen. En nu, als bemiddelaar, zit Lambertz op de eerste rij als er iets te behalen valt. Wat willen de Ostbelgen eigenlijk?
‘Wij zouden meer autonomie willen. Officieel maken we nog deel uit van Wallonië, officieus zijn we autonoom. Nu hebben we volledig eigen zeggenschap over monumentenzorg, tewerkstelling en gemeentewerk, maar hierna hopen we ook zeggenschap te krijgen over ruimtelijke ordening en huisvesting.’
In de Belgische staatskunde lopen officieus en officieel constant door elkaar – Lambertz lacht er een beetje om, hij accepteert het als de dagelijkse praktijk. ‘De crisis die nu speelt is misschien nog maar een voorbode; wij bemiddelaars zoeken naar een compromis tussen de Vlamingen en Walen, maar tegelijkertijd weten we dat er medio volgend jaar Europese en gemeenteraadsverkiezingen zijn in Vlaanderen. Op dit moment regeert daar een paradoxale coalitie tussen pro-België- en pro-onafhankelijkheid-partijen. Als bij de verkiezingen de macht een van die twee kanten op valt, kunnen we weer opnieuw beginnen. Tot die tijd is het pappen en nathouden.’

In het restaurant naast het parlement legt een ober ober – opnieuw met snor, veel snorren in Eupen -  uit dat het dagmenu ‘obergebacken’ (ovengebakken) spaghetti bolognese is, ‘avec fromage’. Dat is precies de spagaat waar de Deutschsprachige Gemeinschaft in zit: de taalgrenzen zijn niet waterdicht en de cultuurgrenzen nog minder. Ze kunnen zoveel autonomie krijgen als ze zelf willen, ze blijven een gemeenschap in de tang tussen twee dominante culturen, de Duitse en de Franse. De auto’s op de parkeerplaatsen mogen dan ‘DG’-stickers op hun nummerbord hebben, maar dat is zo ongeveer het enige waar je een DG’er aan herkent.
Identiteit blijft lastig, maar in de politieke realiteit ook inwisselbaar, blijkt uit de woorden van Lambertz. Hij voorziet helemaal geen problemen mocht België uit elkaar vallen: ‘Wij hebben een breed palet aan mogelijkheden. We kunnen zelfstandig doorgaan, we kunnen aansluiten bij Duitsland, bij Luxemburg, we zouden bij Wallonië kunnen blijven. Misschien zouden we zelfs bij Nederland kunnen aansluiten. Wij hoeven ons geen zorgen te maken.’

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?