De Groene Amsterdammer

Sluiten

Sport

Droom

door Rob van Erkelens

Denis Mentsjov, Rus, de kopman van de Rabobank-wielerploeg, stond eerste in het algemeen klassement van de Ronde van Italië en leek te gaan winnen. De laatste etappe was een tijdrit, van nog geen vijftien kilometer, en Mentsjov is een goede tijdrijder. Beter dan zijn belager Danilo di Luca.
Di Luca stond op slechts twintig seconden achter Mentsjov en had in theorie dus nog kans om de roze leiderstrui te pakken. Maar de stemming bij Rabobank was opgewekt: alleen een lekke band of een val zou nog roet in het avondmaal kunnen gooien, lachte ploegleider Erik Breukink vol vertrouwen.
Mentsjov beschaamde het vertrouwen niet. Na een aanvankelijke achterstand veroverde hij zelfs een kleine voorsprong op Di Luca. Met nog elfhonderd meter te rijden lag hij veertien tellen voor. De champagne ging al uit de ijskast en de cateraar werd gebeld voor 35 keer Diner Extra Super de Luxe Plus in plaats van weer het toeristenmenu.
‘Ladieda’, zong de Raboploeg. Alles ging goed. Niks geen lekke band.
Het was in Rome en soms regende het en soms niet. De weg was nat, de weg was glad – en Denis Mentsjov ging op z’n gat.
De Rus – bijgenaamd de Grote Zwijger – viel. Toen hij de winst al rook, zwiepte hij onderuit. Hij gleed tien meter door over de natte gladde weg en zijn fiets gleed mee.
De champagne ging weer terug en het werd toch weer het toeristenmenu. En geen toetje voor Denis.
‘O! O! Owowowo-o!’ riep de Raboploeg. De jongens hadden het niet meer. ‘Kom op! Kom op Denis! Denis kom op! Ooww!’
Ze zagen de Giro uit hun vingers glippen.
Maar dan is daar een Superman-moment: tadaa! Terwijl de vlammen aan het wiegje likken en alle 41 verdiepingen onder de kinderkamer al in brand staan en de torenflat begint te scheuren, is daar plotseling Superman, die als een bliksemschicht het raam binnenvliegt, de baby in zijn armen neemt en weer naar buiten vliegt, uit de vlammenzee. Achter hem stort het gebouw krakend in, en met een zachte glimlach overhandigt hij het kind aan de huilende moeder. Voordat zij iets kan stamelen is Superman al weer verdwenen, op naar een volgende redding.
Superman heette in Rome Vincent Hendriks. Mecanicien van Rabobank. In het wielrens heet dat ‘mekanieker’. Mekanieker Vincent Hendriks zat in de volgauto achter Mentsjov. Terwijl Mentsjov over het asfalt schoof gooide Hendriks het portier open, sprong uit de auto, greep een reservefiets van het dak en zette die voor zijn kopman klaar. Verbouwereerd sprong Mentsjov op het zadel. Vincent Hendriks duwde hem op gang.
Mentsjov finishte met een kleine voorsprong op Di Luca en won de Giro. ‘Vincent Hendriks redt Mentsjov’, riep het nieuws.
Hendriks werd gebeld door de NOS. ‘Zit je als mecanicien steeds te hopen op zo’n voorval?’ vroegen ze. Was dat niet de droom van iedere mekanieker, zo’n moment? Zoals het voor de verzorger langs de lijn een droom is dat de spits na een botsing zijn tong inslikt maar het overleeft door zijn manhaftig optreden? Zoals het voor de ballenjongen een droom is dat hij Roger Federer redt van de verstikkingsdood met een alert toegepaste Heimlich-greep?
Vincent had er als mekanieker toch altijd van gedroomd dat hij op een dag het verschil zou maken? Dat hij de reddende engel was? Natuurlijk zag Vincent voor zich dat de kranten hem een held noemden, toch? Dat hij op televisie werd bejubeld? Dat er een Vincent Hendriks-fanclub kwam. Standbeelden en monumenten? Vincent Hendriks-action figures om mee te spelen. Vincent Hendriks-posters en sjaals. Jongetjes die gaan wielrennen. Dan ben ik Breukink, zegt de een. En ik Zoetemelk! Ja, en ik Denis Mentsjov, zegt het jongetje dat nooit veel zegt. En ik ben Vincent Hendriks! Nee, ik! Nee, ik! En dat ze dan gaan wielrennen en het jongetje dat Mentsjov is, dat valt, en dan komt Vincent Hendriks er heel alert aan om hem overeind te helpen en aan te duwen. Toch, Vincent?
Ja, daar moest Vincent van dromen, vond de NOS: meisjes die met hem willen trouwen. Een lintje van de koningin. Een levenslang salaris van Rabobank. Op bezoek bij de Russische president. Vincent Hendriks-muispads. Vincent Hendriks-lookalike-wedstrijden. Het is toch de droom van iedere mekanieker dat de kopman van zijn ploeg onderuit gaat?
‘Nee, het is een nachtmerrie’, antwoordde Vincent Hendriks. ‘Op voorhand dan, hè.’

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?