De Groene Amsterdammer

Sluiten

Geëlektrocuteerd

Michel Houellebecqs De kaart en het gebied was niet mijn boek van het jaar, maar zijn hoofdpersoon, de kunstenaar Jed Martin, was wel het romanpersonage van 2011: zelden bedacht een schrijver beeldende kunstwerken van een zodanig kaliber dat je zou hopen dat Jed Martin de Franse inzending voor de volgende Biënnale van Venetië was.

door JOOST DE VRIES

Van Maartje Wortel (1982) had ik nog nooit gehoord toen ze met haar verhalenbundel Dit is jouw huis vorig jaar de Anton Wachterpijs won: dit jaar publiceerde ze haar eerste roman, Half mens, en dat is een wonderlijk werk geworden, over mensen die in bizarre omstandigheden naar elkaar toe getrokken worden. Hoewel de taal wat te matter-of-factly is, is Half mens een gedurfde en toch schijnbaar moeiteloze oefening in vorm, perspectief en overtuigingskracht.
Maar het mooiste en rijkste boek van dit jaar vond ik Pulphead (Farrar, Straus and Giroux, $ 9,60), de essaybundel van John Jeremiah Sullivan, een Amerikaanse journalist (1974) die ik nog niet kende, maar die in de VS inmiddels door alle literati is omarmd. In een perfecte mengeling van reportage, beschouwing en memoire schrijft hij over de dood van zijn mentor, over hoe zijn broer zichzelf elektrocuteerde tijdens een jamsessie en over diens merkwaardige herstel, over bezoeken aan een christelijk rockfestival en een opvangtehuis tijdens Hurricane Katrina, over de entourage van Michael Jackson en de white trash wortels van Guns N' Roses-zanger Axl Rose. Sullivans stijl is helder, de 'ik' prevaleert zonder dat het narcistisch wordt; wanneer hij over zichzelf schrijft verklaart dat zijn binding met of zijn perspectief op, waardoor elk essay een mini-roman lijkt. Maar het gekst, het onverwachtst, is dat Sullivan telkens zo'n begrip voor zijn onderwerp weet te creëren dat hij als schrijver bijna dat meest ongrijpbare weet te bereiken: wijsheid.

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?