De Groene Amsterdammer

Exclusief

De Groene Amsterdammer jaargang 2014 nummer 17

Pamflet: Minder hippe onzinstudies, graag

Leuke studies met een & erin

door Ewald Engelen

beeld Milo

Mbo, hbo en wo moeten iets minder horig zijn aan de arbeidsmarkt. En iets meer algemene vorming zou zo gek nog niet zijn. door Ewald Engelen beeld Milo Leuke studies met een & erinMbo, hbo en wo bieden tezamen maar liefst vijfhonderd studies aan, waaronder talloze die toegang bieden tot slechts één gespecialiseerd beroep. Iets minder horigheid aan de arbeidsmarkt en iets meer algemene vorming zou zo gek nog niet zijn.

Lezen

Iedereen

De defensietop na Screbenica

Geen generaal pardon

Uit het Srebrenica-rapport blijkt dat de top van de landmacht belangrijke informatie achterhield voor de minister van Defensie. Dergelijke zwijgzaamheid is niet nieuw. Oud-minister Vredeling: «Er moeten onmiddellijk maatregelen worden genomen om de top te saneren.»

door Joeri Boom


«Een uniform is slechts een dun stukje stof», luidt een legendarische uitspraak van de voormalige minister van Defensie Henk Vredeling. In de jaren zeventig kreeg hij herhaaldelijk te maken met halsstarrige generaals. «Je kunt niet wantrouwend genoeg zijn», zegt hij nu tegen De Groene Amsterdammer. «Als je niet alert genoeg bent op de bedoelingen van je bevelhebbers, dan ga je als minister voor de bijl.»
«De generaals mogen niet winnen», beaamt Ton Heerts, voorzitter van de militaire vakbond afmp/fnv. «We moeten alles op alles zetten om het vertrouwen van de burgers in de politiek en de krijgsmacht te behouden. Elke defensieminister moet een gezonde achterdocht hebben tegenover zijn uitvoerders, de top van de krijgsmacht. Hij moet continu navraag doen naar hun handelen.»
Ook Bert Kreemers, voormalig vice-directeur van het departement voorlichting van Defensie, meent dat wantrouwen jegens zijn bevelhebbers de grondhouding van een minister van Defensie moet zijn. In 1999 nam hij ontslag nadat hij in een ingezonden stuk in de NRC al schreef dat er een doofpot was bij Defensie. «Dat wantrouwen zou ook meer aanwezig moeten zijn bij journalisten. Generaal Couzy kon roepen wat hij wilde. Hij gebruikte de publieke opinie als tribune.»
Al voordat het voltallige paarse kabinet besloot af te treden, overwoog minister van Defensie Frank de Grave de eer aan zichzelf te houden. Hij had dan ook een enorm probleem. De conclusies die het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (Niod) trekt in zijn lang verwachte Srebrenica-rapport, logen er niet om waar het zijn departement aanging. De Graves voorganger Joris Voorhoeve had volgens de onderzoekers geen greep op de landmachttop. Die hield willens en wetens voor de minister cruciale informatie achter die de landmacht in een kwaad daglicht kon stellen. Frank de Grave, die in 1998 naar eigen zeggen aantrad op een ministerie dat door de constante Srebrenica-affaires «verlamd» was, liet de zaak onderzoeken door Jos van Kemenade, toen nog commissaris der koningin in Noord-Holland. Die concludeerde dat er bij de landmacht menige fout was gemaakt, maar dat van een doofpot geen sprake was.
Volgens het Niod heeft Van Kemenade broddelwerk geleverd. Er was «naast onvermogen, sprake van een welbewuste poging van de landmachttop om tegen de wil van de minister de informatiestroom te beperken en waar mogelijk onwelgevallige onderwerpen te schonen. Aanwijzingen daarvoor onderkende Van Kemenade niet; die hadden op zijn minst tot een grote argwaan kunnen leiden jegens zijn vroege conclusie dat er geen doofpot was.» Heerts: «Ik ben ook gehoord door Van Kemenade. We zijn met zijn allen politiek misbruikt door die man.»
Staatsrechtelijk gezien was De Grave verantwoordelijk voor het verdoezelen van feiten over Srebrenica door zijn generaals, ook al gebeurde dat onder zijn voorganger Voorhoeve. Ook heeft hij wegens het doofpotbeleid van de landmacht het parlement niet juist kunnen inlichten over de gang van zaken rond Srebrenica. «Ik maak er geen ge heim van dat bij onwil van de landmachttop de minister zijn verantwoordelijkheid naar de Tweede Kamer niet kan dragen», zei hij in Nova.

Het Niod wees de voormalige bevelhebber der landstrijdkrachten Hans Couzy aan als hoofdschuldige. Die is inmiddels met pensioen. Luitenant-generaal Ad van Baal, de toenmalige plaatsvervanger van Couzy die volgens het Niod ook niet vrijuit gaat, is tegenwoordig de bevelhebber van de landstrijdkrachten. Hij zou disciplinair kunnen worden aangepakt voor het doofpotbeleid van de toenmalige landmachtstaf.
Volgens het Niod heeft de top van de landmacht na de val van Srebrenica «welbewust een poging ondernomen de informatiestroom beperkt te houden en waar mogelijk onwelgevallige onderwerpen uit de weg te gaan».
Couzy moedigde de Dutchbatters al meteen na de val van de enclave aan niets te zeggen over wat ze hadden gezien, en hield later gevoelige informatie over het vermoorden van moslimmannen door Mladic’ troepen uit het debriefingsrapport. «De top van de Koninklijke landmacht had andere prioriteiten, zoals bescherming van het imago van Dutchbat en van de Koninklijke landmacht, waardoor de minister relatief laat, dikwijls inadequaat of een enkele keer zelfs helemaal niet werd geïnformeerd», concluderen de Niod-onderzoekers. Bovendien saboteerde hij het onderzoek naar een kolonel die vertrouwelijke informatie had verspreid. «Couzy heeft het onderzoekers moeilijk gemaakt om over zijn kennisniveau uit die dagen iets wijzer te worden. Niet alleen de zwijgzaamheid en onduidelijkheid die zijn optreden lange tijd kenmerkten waren daar debet aan, maar ook het ontbreken van schriftelijke documentatie die hierover opheldering kon verschaffen. Couzy heeft zelf verklaard dat hij later al zijn aantekeningen uit die dagen vernietigd heeft.»
Couzy kwam al eerder in aanvaring met zijn hoogste baas. Tijdens het ministerschap van Relus ter Beek oefende hij openlijk kritiek op diens reorganisatieplannen, waaronder het afschaffen van de dienstplicht. Ter Beek reageerde fel. Om ontslag te voorkomen liet Couzy haastig een loyaliteitsverklaring jegens de minister van Defensie uitgaan. Volgens de Nederlandse Officierenvereniging was die verklaring afgedwongen en betrof het hier een ongeoorloofde inperking van de vrijheid van meningsuiting. Couzy bleef regelmatig zijn uitspraken doen in de media, die ze gretig optekenden. Al snel botste Couzy wéér met de politiek. Ditmaal vond hij dat de uitzending van Nederlandse troepen naar Joegoslavië «een te lichtvaardig besluit was». Premier Kok riep hem publiekelijk tot de orde. Van Couzy’s kritiek was overigens niets meer te merken toen hij door de commissie-Bakker, die in 2000 de procedures omtrent vredesoperaties onderzocht, werd gehoord over zijn mening over de uitzending naar Srebrenica.
Volgens het Niod zorgde Couzy’s plaatsvervanger Van Baal ervoor dat debriefingsgesprekken van Dutchbat een vertrouwelijke status kregen. Verder informeerde hij Voorhoeve vijf maanden lang niet over onderzoek naar het wangedrag van blauwhelmen, waardoor de minster op een persconferentie ernstig in verlegenheid werd gebracht. Ook verzuimde hij de minster te informeren over de door Mladic opgestelde verklaring, die Franken op 17 juli ondertekende, dat de moslimvluchtelingen correct waren afgevoerd. Daarnaast regelde hij de uiterst omstreden bevordering van Karremans en bleek hij op de hoogte van de opdracht van Couzy aan de Sectie Militaire Geschiedenis om in het diepste geheim te onderzoeken of de landmacht wel alle informatie had gekregen van het departement inzake de val van Srebrenica. Dat gebeurde náást het debriefen van Dutchbatters in Zagreb. Het hoofd van de sectie, P. Kamphuis, repte tegenover Niod-onderzoekers van een «geheime agenda» van de landmachttop.

«Het ministerschap van Defensie is een slechte baan. Op je ambtenaren kun je wel rekenen, maar met de krijgsmachttop is het een heel ander verhaal», meent oud-minister Vredeling. Tijdens zijn bewind kreeg hij te maken met een «generaalsconflict». Verschillende krijgsmachtdelen vlogen elkaar in de haren over een reorganisatie. Dat was in 1973. Vredeling dwong vijf opperofficieren ontslag te nemen. Later kreeg hij te maken met generaal Klumpkens. «Die kwam met een valse aantijging jegens mijn secretaris-generaal. Hij zei dat die uit de kas geklauwd had. Ik heb alles in het werk gesteld om hem oneervol te ontslaan; zelfs advies gevraagd aan de president van de Hoge Raad. Maar uiteindelijk moest ik hem zeer tot mijn spijt toch eervol ontslag verlenen.»
De krijgsmachttop bleef zich tot het uiterste tegen Vredeling verzetten. Toen hij bezuinigingen trachtte door te voeren bij de marine, verschenen er vliegtuigen boven het Binnenhof. De Kamer pikte het niet en riep de minister tot de orde. Vredeling: «Ik pikte het zelf natuurlijk ook niet. Ik verordonneerde dat de raddraaier die dat op zijn geweten had, werd overgeplaatst. Maar de marine handhaafde die man! Toen heb ik keihard moeten optreden.»

In het enige interview dat Couzy gaf na de presentatie van het Niod-rapport probeerde hij de schuld af te schuiven op de politiek. «Je kunt 86 kisten met informatie geven aan de minister», zei hij tegen verslaggevers van de GPD-bladen. «Je maakt een keuze wat voor hem van belang is. Maar je maakt nooit een goede keuze. De vraag is of een minister elk detail moet weten. Voorhoeve zat bijna zelf leiding te geven aan de operaties. Hij zat links en rechts te bellen en opdrachten te geven. Zijn betrokkenheid was buitengewoon groot, maar verstandig was het niet, want hij begreep sommige dingen niet. Hij heeft niet doorgeleerd voor militaire vaktaal. Het probleem is: oorlogvoering gaat heel chaotisch. Dat realiseerde hij zich niet. (…) Het is niet zo dat wij niet loyaal zouden zijn, maar dat zal Voorhoeve voortdurend gezegd hebben tegen het Niod. De Koninklijke landmacht is echt loyaal geweest.»
Heerts reageert getergd: «De kunst is juist die ene kist met cruciale informatie aan de minister te overhandigen. Ik vind dat bij de officiersopleidingen veel meer burgerinbreng moet zijn. Als officier ben je weliswaar een militair vakman, maar je moet wél beschikken over een politieke antenne. Als je een gevechtstaak hebt, moet je dondersgoed beseffen dat je in dienst bent van de minister. Je staat voor de publieke zaak. Het eigen rechter spelen moet worden geneutraliseerd. De Grave heeft zijn best gedaan, maar het blijkt verdomd moeilijk.»

Oud-minister Henk Vredeling: «Over die Couzy heb ik me al hogelijk verbaasd toen Ter Beek nog defensieminister was. Als ik er toen had gezeten, was hij er meteen uitgevlogen.» Aftreden, tenzij gedwongen door het kabinet of het parlement, zou voor hem geen optie zijn geweest. «Er moeten nu onmiddellijk maatregelen worden genomen om de top te saneren. Ministers die uit zichzelf aftreden omdat hun mensen niet doen wat ze moeten doen, lopen voor de problemen weg.»
Ton Heerts van afmp/fnv: «Waarom zou Couzy een ander lot moeten treffen dan de Dutchbatters? Die zijn blootgesteld aan onderzoek door het Openbaar Ministerie. Omdat Couzy informatie achterhield en er steeds weer wat vrijkwam, zijn ze jarenlang negatief in het nieuws geweest. Wij vinden dat er een justitieel onderzoek moet komen naar de handel en wandel van Couzy. Hij heeft de archiefwet overtreden door informatie te vernietigen.»
De vakbond eist het aftreden van de hele landmachttop, inclusief Van Baal. «We moeten ons in dit land eens gaan afvragen wanneer bepaald gedrag nu eindelijk eens gevolgen heeft. We hebben tegenwoordig ‹politieke waarheid›, ‹juridische waarheid› en waarheid achteraf. Voor mij is er maar één waarheid. We hebben niet voor niets wetten. Die moet je gebruiken, of je moet ze in de prullenbak flikkeren.»

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?