De Groene Amsterdammer

Sluiten

beste Boeken 2011

Gespleten ziel

De katholieke Flannery O'Connor (1925-1966) schreef over religieus getroebleerde ontheemden in het protestante Diepe Zuiden van Amerika, zonder een blad voor haar mond te nemen.

door GRAA BOOMSMA

Wie het titelverhaal van haar postume bundel Everything that Rises Must Converge (1966) leest, krijgt ingewreven dat het langzame opheffen van de Apartheid - blank en zwart in één autobus - tot veel meer dan gemengde gevoelens leidt.
Dit jaar verscheen de, welhaast onopgemerkte, vertaling van O'Connors De geweldenaars (1966), een roman vol godsdienstfanaten (vertaling Else Hoog, Kok, € 19,50). Een van hen, de jonge gespleten ziel Tarwater, wil per se zijn idiote neef Bishop, 'vijf jaar oud tot in de eeuwigheid', dopen. Maar die poging loopt uiteindelijk uit op de dood door verdrinking. Water en vuur spelen een hoofdrol in De geweldenaars. Het vuur is puur en verteert de duivel. Het brandend braambos aan het slot is een teken voor Tarwater, weer terug op de plek waar hij zijn religieuze leermeester probeerde te begraven. Dat vuurbos kondigt een gloednieuwe tijd aan waarin hij als profeet terugkeert naar 'de donkere stad waar de kinderen Gods lagen te slapen'. Aan de religieuze gekte komt geen eind in De geweldenaars. De geweldplegers proberen via terreur anderen te bekeren of een kopje kleiner te maken. Naastenliefde is non-existent.
Wie de katholieke Flannery O'Connor leest krijgt niet met een simpele literaire missiepost te maken maar met een schrijfster die al vertellend het raadsel van het bestaan uitbuit.

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?