De Groene Amsterdammer

Exclusief

De Groene Amsterdammer jaargang 2014 nummer 35

Iedereen

Opera

HEIMWEE NAAR GHANA

OPERA Kwasi & Kwame

door MAX ARIAN

In 1602 verscheen een schitterend boek van de Nederlandse koopman Pieter de Marees: Beschrijvinge ende Historische verhael vant Gout koninkrijck van Gunea, anders de Gout-custe de Mina genaemt. Het boek is voorzien van gravures over planten, dieren en mensen in het deel van de westkust van Afrika waar nu Ghana ligt en het is dringend aan een moderne herdruk toe. Het duurde bijna vier eeuwen voor een volgend Nederlands boek over Ghana verscheen: De zwarte met het witte hart (1997) van Arthur Japin. Daartussen liggen eeuwen van goud- en slavenhandel van een in Nederland volstrekt vergeten geschiedenis, waarbij wij een belangrijke rol in Ghana speelden.



In opdracht van het Onafhankelijk Toneel uit Rotterdam heeft Japin zijn boek tot een indrukwekkend libretto bewerkt. De Engelse componist Jonathan Dove maakte de (iets té) mooie muziek: het klinkt naar Bernsteins Westside Story en past daarmee toch bij het verhaal van twee zwarte jongetjes, de Ashanti-prinsjes Kwasi en Kwame, die in 1837 naar Nederland worden gehaald om hier een christelijke opvoeding te krijgen.



Japin snijdt thema’s aan die ook nu van belang zijn: vervreemding en discriminatie; onderwerping en verzet; verscheurdheid en aanpassing. Kwasi en Kwame krijgen het moeilijk op school in Delft, waar ze worden gepest en uitgescholden. Maar ze worden ook, als curiositeiten, ontvangen aan het hof, en prinsesje Sophie lijkt zelfs een bijzondere genegenheid voor Kwasi op te vatten. Als het erop aankomt laat het hof hen echter vallen.



De twee jongens groeien uit elkaar. Kwasi kiest voor aanpassing aan de Nederlandse cultuur en verloochent zijn Afrikaanse achtergrond. Kwame kan niet wennen in Nederland; hij wordt geteisterd door heimwee. Het is een somber verhaal, want met beide prinsjes loopt het niet goed af. Kwame gaat naar Ghana terug en wordt daar niet geaccepteerd, omdat hij de taal niet meer spreekt. Kwasi probeert carrière te maken in Nederland en Nederlands Indië, maar krijgt als zwarte geen enkele kans en eindigt vernederd en berooid in Indië. Ook degene die hen naar Nederland haalde, de Nederlandse officier Van Drunen, zien we op het laatst terug, verscheurd door schuldgevoel over zijn rol in het koloniale bedrijf.



Het relaas is grotendeels op historische feiten gebaseerd. Japin laat zien hoe iedereen verstrikt raakt in machtsrelaties, of het nu in Afrika is of in Nederland. Exemplarisch is het jongetje Cornelius, de enige die de zwarte prinsjes helpt als ze op school worden geplaagd. Maar doordat hij zichzelf door hen vernederd voelt keert hij zich later tegen ze en wordt hun grootste kwelgeest.



Mirjam Koen en Gerrit Timmers hebben de opera eenvoudig, effectief en heel menselijk geënsceneerd. Er komen veel kinderen in voor, nu eens geen lieve kindertjes maar vaak hooghartige pestkopjes. Kwasi en Kwame, prinses Sophie en Cornelius zien we als kinderen en als jonge volwassenen. Het is een opera geworden die tegelijk mooi is, ontroert en veel te denken geeft. Volgend jaar april zijn er nog twee voorstellingen van in Amsterdam en in mei een in Rotterdam. Wat zou het mooi zijn als hij ook in Ghana te zien kon zijn, al was het maar in een goede videoregistratie.





Kwasi & Kwame – De zwarte met het witte hart



Onafhankelijk Toneel, 15 en 17 april in Muziektheater Amsterdam



Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?