De Groene Amsterdammer

Sluiten

Hard Times

Het einde van de krant aller kranten?

Van sommige dingen verwacht je dat ze altijd blijven bestaan. Zoals de goeie ouwe New York Times. Maar nu zit zelfs de meest gezaghebbende aller kranten in de problemen. In mei kan de Times al verdwenen zijn.

door TOM RONSE

DE AMERIKAANSE PERSWERELD is een bloedbad. De reclame-inkomsten zijn alarmerend gedaald. Journalisten en ander personeel worden afgedankt bij de vleet, om de haverklap gaat er een krant bankroet, het lot van vele andere kranten is onzeker. In andere sectoren gaat het ook slecht, maar vroeg of laat zal de wind daar weer in de zeilen komen. Wat de kranten betreft is dat minder zeker. Hun verval begon al voor de huidige recessie. Het business model van de old media is voorbijgestreefd, beweren Wall Street-experts. De krant heeft geen toekomst meer.
Dat sommige kranten de huidige crisis niet zullen overleven is misschien onvermijdelijk, maar The New York Times? Velen kunnen zich geen wereld zonder dit eerbiedwaardige icoon voorstellen. Met zijn bijna dertienhonderd journalisten is het de grootste nieuwsorganisatie ter wereld. ‘Niet alleen zijn eigen lezers zouden de krant missen’, zegt Richard Perez-Pena, mediareporter van de Times, ‘iedereen zou verliezen, want andere media recyclen wat de Times rapporteert. Zonder de Times zou heel wat informatie nooit het licht zien.’ Dat is niet overdreven gesteld. Welke andere media geven steengoede reporters een half jaar of meer om een door anderen verwaarloosd verhaal uit te spitten? Welke andere media kunnen het zich veroorloven om miljoenen te besteden aan verslaggeving uit Irak? Zeker niet de ‘blogosfeer’ die door sommigen gezien wordt als de gedoodverfde opvolger van de gedrukte pers. Achterhaald of niet, voorlopig blijft de Times onmisbaar.
Maar intussen stapelt het slechte nieuws zich op. De aandelen van de New York Times Company verloren al zestig procent van hun waarde. In het laatste kwartaal van 2008 waren de inkomsten 48 procent lager dan in dezelfde periode vorig jaar. De schulden van het bedrijf werden door bureau Moody’s en andere analisten gedegradeerd tot ‘rommelstatus’. Die schulden bedragen meer dan één miljard dollar, waarvan het bedrijf vierhonderd miljoen moet ophoesten in mei en nog eens vierhonderd miljoen in 2011. Toen vorig najaar bleek dat het bedrijf nog geen vijftig miljoen dollar cash in voorraad had, leek het plots niet onmogelijk dat het bankroet zou gaan.
Hoe kon de schuldenlast van The New York Times zo gigantisch worden? Katherine Mathis, senior vice-president van de New York Times Company, antwoordt ontwijkend als ik haar de vraag stel. ‘Een jaar geleden vond niemand onze schuld abnormaal hoog’, zegt ze. ‘Wat veranderd is, is de perceptie van die schuld. Men maakt zich zorgen vanwege het economisch klimaat. Iedereen staat onder druk om zijn schuldenlast te verminderen. Maar The New York Times staat er beter voor dan vele andere kranten omdat wij de nodige stappen gezet hebben om onze positie te verbeteren.’ Om dat te onderstrepen somt Mathis een lange reeks maatregelen op die het bedrijf heeft genomen om kosten te besparen.
Maar het valt niet te ontkennen dat ook de New York Times Company zich in het voorbije decennium liet meeslepen door de tijdgeest. De aanzwellende zeepbel maakte geld verdienen te gemakkelijk om het te weerstaan. De grote baas van de Times, Arthur ‘Pinch’ Sulzberger, kocht voor meer dan drie miljard dollar aandelen op van zijn eigen bedrijf om de aandelenkoers omhoog te drijven. Aangezien de Ochs-Sulzberger Family Trust de voornaamste aandeelhouder is, voer de hele familie daar wel bij. Om de familie nog gelukkiger te maken werd het dividend vorig jaar met 31 procent verhoogd. Ook de explosief groeiende vastgoedmarkt in Manhattan was te verleidelijk. De Times liet in 2007 in het hartje van New York een nieuw hoofdkwartier bouwen. Een mastodont van 52 verdiepingen, ontworpen door de Italiaan Renzo Piano, waar een prijskaartje aan hing van ruim zeshonderd miljoen dollar. Aanvankelijk leek het een wijze beslissing, want het duurde niet lang of de waarde van het gebouw werd op een miljard dollar geschat, maar dat was voor de crash, of course. Het bedrijf deed nog andere investeringen die op overmoed wezen. Zoals de overname van The Boston Globe, een gerespecteerde maar verliesgevende krant die de Times nog geen cent heeft opgeleverd.
Toch zijn de speculaties over de nakende ondergang van The New York Times op z’n minst prematuur. Zelfs zwartkijker Michael Hirschorn van The Atlantic Monthly gaf in een geruchtmakend artikel toe dat er nog ‘veel stappen kunnen worden genomen’ om het bestaan van de Times te verlengen. Die stappen zijn intussen genomen. In februari leende het bedrijf 250 miljoen dollar van de Mexicaanse miljardair Carlos Slim, de tweede rijkste man ter wereld, die eerder al bijna zeven procent van de aandelen van het bedrijf kocht – een transactie waar hij zwaar op verloor. Op 9 maart sloot de Times een langverwacht sale and lease back-akkoord met een investeringsfirma. Dat akkoord houdt in dat de krantengroep 21 verdiepingen van het hoofdkwartier verkoopt met de optie om ze binnen tien jaar terug te kopen. In feite komt dat neer op een lening van 225 miljoen dollar met de 21 verdiepingen als onderpand. Verder werden distributienetten geconsolideerd en niet-essentiële eigendommen te koop aangeboden. Het onmiddellijke gevaar is bezworen.
Dat betekent nog niet dat ze bij The New York Times op rozen kunnen slapen. Een nachtmerriescenario luidt dat er een kaper komt opdagen die genoeg aandelen koopt om controle te verwerven en die het bedrijf – negentien kranten, vijftig websites en een radiostation – vervolgens in stukken hakt. Volgens dat scenario zou de nieuwe eigenaar daarna de bijl zetten in de grootste kostenpost van de krant: de journalisten. Omdat de Ochs-Sulzbergers de dominante aandeelhouders zijn, lijkt het bedrijf weliswaar immuun voor overnamepogingen, toch kan die familiale band juist een achilleshiel blijken. Om de kosten te drukken heeft het bedrijf het dividend eerst scherp verminderd, daarna geschrapt. Maar voor een groot deel van de Sulzbergers zijn die dividenden hun enige inkomen. Als de geldkraan dicht blijft, zal hun bereidheid om te verkopen snel toenemen. ‘Vroeg of laat zullen ze het opgeven’, voorspelt media-expert Steve Brill, ‘want hun middelen zijn beperkt.’
Zoals de Bancrofts, die, na onderlinge ruzie, The Wall Street Journal aan Rupert Murdoch verkochten. Maar voor de Bancrofts was de krant enkel een geldkoe, terwijl de Sulzbergers al vijf generaties lang intensief bij het bedrijf zijn betrokken. De Times heeft net de jongste telg van het geslacht, die evenals zijn vader en grootvader Arthur heet, aangetrokken als blogger. Voor de Sulzbergers is de krant een stuk van hun ziel, en dat leg je niet zomaar op de toonbank. Bovendien, wie zou de Times kopen? Vele namen doen de ronde: Carlos Slim, Rupert Murdoch, David Geffen van de DreamWorks-studio’s. Zelfs New Yorks burgemeester Michael Bloomberg wordt genoemd. Microsoft en Google zouden van de Times een ‘content mill’ (informatiefabriek) willen maken voor hun websites. Maar geen van hen heeft openlijke interesse getoond.
Daar komt nog bij dat de New York Times-aandelen nu zo laag staan – de beurswaarde van het bedrijf, dat vorig jaar een jaaromzet had van 2,9 miljard dollar, zou nog nauwelijks een miljard bedragen – dat de meeste aandeelhouders wellicht geneigd zijn om te wachten en te geloven in de verzekering van de bedrijfsleiding dat, met het nodige geduld, alles goed zal komen.

HET STRUCTURELE PROBLEEM is volgens Hirschorn en Wall Street-analisten als Henry Blodget evenwel niet verdwenen. De oplage van The New York Times daalt, de reclameopbrengsten nemen af en de kosten blijven te hoog. Er worden schulden gemaakt om schulden af te betalen. De stappen die genomen zijn betekenen slechts uitstel van executie. De cijfers tonen onweerlegbaar aan dat Amerikanen steeds minder kranten kopen – nu al minder dan in 1946, terwijl de bevolking meer dan verdubbeld is – en dat de jongere generaties steeds meer hun informatie gratis via het internet consumeren. De modale winstvoet van de Times is in de laatste vijftien jaar meer dan vijftig procent gedaald. De enige oplossing die men zich kan voorstellen is dat de Times zijn gedrukte versie opgeeft en nog enkel als website opereert. De websites van de krant zijn een fenomenaal succes. nytimes.com trekt 21 miljoen bezoekers per maand, tijdens de presidentsverkiezingen waren dat er zelfs meer dan vijftig miljoen. Andere sites van het bedrijf, zoals about.com, doen het ook goed.
Toch maakt de gedrukte krant voorlopig nog wel winst. ‘De losse verkoop is wat gedaald’, zegt Katherine Mathis, ‘maar ons abonneebestand is, ondanks een prijsstijging, al drie jaar aan het groeien. Dat zijn 830.000 klanten die gehecht zijn aan de gedrukte versie. Zij zijn winstgevend voor ons, dus waarom zouden we er dan mee stoppen? Onze strategie is om op elk informatieplatform aanwezig te zijn. Als krant, als website, op Kindle en wat zich maar voordoet.’
Ook Michael Hirschorn geeft toe dat de grootste omzet, zowel uit verkoop als uit reclame, voorlopig nog van de gedrukte krant komt, niet van de websites. Met alleen de reclame van de websites als inkomstenbron zou de Times tachtig procent van zijn journalistieke personeel moeten afdanken. Dat zou overigens geen ramp zijn, vindt Hirschorn. De nieuwe media zullen op een of andere manier de lacune vullen.
Anderen zijn minder koelbloedig over het vooruitzicht van een gedecimeerde redactie. ‘Ik zou het heel erg vinden’, zegt media-expert Ken Doctor, ‘maar ik zie geen strategie die kan werken. Zo’n grote redactie is op termijn niet vol te houden.’
Misschien kan de website meer opbrengen? ‘Er zijn twee manieren om geld te verdienen met het internet’, zegt Mathis. ‘De eerste is microbetalingen door gebruikers, de tweede is reclame. Maar voor de tweede is de eerste een hinderpaal, want hoe minder consumenten je bereikt, hoe minder de reclame opbrengt. Je moet dus kiezen. We hebben eerst geëxperimenteerd met het betalen voor een deel van de inhoud, maar we opteerden uiteindelijk voor een volledig vrije inhoud in het belang van de schaalvergroting. Dat werd een succes.’
Maar intussen dalen ook de reclame-inkomsten van de website. Mathis sluit niet uit dat de Times opnieuw een deel van zijn site voor betalers zal reserveren, hoewel het tricky is om voor iets wat gratis was weer geld te vragen. De stroom van vrije informatie op het internet wordt elke dag groter. Alleen gespecialiseerde sites kunnen een betaalpolitiek lonend maken.
Zelfs voor de onmisbare New York Times zou het lastig zijn om tegen de stroom in te roeien. Toch is dat een van de opties. Een ander plan, gepubliceerd op de opiniepagina van de Times zelf, stelt voor om de krant te verkopen aan een stichting die gefinancierd wordt door rijke Amerikanen, zoals prestigieuze universiteiten zich door rijke oud-studenten laten helpen. Twee miljard zou volstaan om van de Times een vereniging zonder winstoogmerk te maken. Alleen in Amerika zou zo’n plan kunnen werken, maar Sulzberger heeft er geen oren naar.
Op de redactie is men intussen ongerust. ‘Er heerst een gevoel van dreigend onheil, dat er iets gaat gebeuren. We weten alleen niet wat of wanneer’, zei een New York Times-journalist tegen The Guardian. Er zit niets anders op dan dag na dag een kwaliteitsproduct te maken – sinds het begin van de crisis zijn er nog geen journalisten ontslagen – en, zoals zo velen in deze dagen, te zwoegen om de schulden af te betalen.

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?