De Groene Amsterdammer

Exclusief

De Groene Amsterdammer jaargang 2014 nummer 17

Pamflet: Minder hippe onzinstudies, graag

Leuke studies met een & erin

door Ewald Engelen

beeld Milo

Mbo, hbo en wo moeten iets minder horig zijn aan de arbeidsmarkt. En iets meer algemene vorming zou zo gek nog niet zijn. door Ewald Engelen beeld Milo Leuke studies met een & erinMbo, hbo en wo bieden tezamen maar liefst vijfhonderd studies aan, waaronder talloze die toegang bieden tot slechts één gespecialiseerd beroep. Iets minder horigheid aan de arbeidsmarkt en iets meer algemene vorming zou zo gek nog niet zijn.

Lezen

Iedereen

Jorge Zorreguieta, het WK van Argentinië en Afghanistan

Het kán hem niet ontgaan zijn

Zorreguieta

In Nederland en Argentinië zijn de afgelopen maand opnieuw juridische procedures in gang gezet waarbij Jorge Zorreguieta betrokken is. Tijdens zijn bewind is hij aantoonbaar verantwoordelijk geweest voor zaken die bij ons onderbelicht zijn gebleven.

door Roel Janssen

Jorge Zorreguieta moet op 30 april de inhuldiging van koning Willem Alexander en koningin Máxima op de televisie volgen. Zijn afwezigheid is in lijn met de beslissing van het kabinet-Kok in 2002 dat Zorreguieta niet aanwezig mocht zijn bij het huwelijk van zijn dochter met de kroonprins. Toen leverde dat een harde botsing op tussen premier Kok en een getergde prins van Oranje, nu zou Máxima zelf hebben aangegeven dat haar vader beter thuis kan blijven. Zoiets wekt ontroering, maar staatsrechtelijk is het onzin, want in het Nederlandse bestel zijn de ministers verantwoordelijk voor het koninklijk huis.

Zorreguieta was staatssecretaris van Landbouw (1976-1981) tijdens de militaire dictatuur in Argentinië van 1976 tot 1983. Het waren de jaren van de ‘vuile oorlog’ tegen de subversie, waaronder alles viel wat links, vies en voos was, een niets ontziende strijd die zich met name richtte tegen de militanten en sympathisanten van de peronistische en marxistische guerrillabewegingen die toen in Argentinië actief waren. De onderdrukking begon trouwens al voordat de militairen de macht grepen tijdens de regering van de labiele Isabel Perón, die haar man generaal Juan Perón in 1973 als president was opgevolgd. Het chaotische bewind van deze voor­malige nachtclubdanseres die onder invloed was van een wichelroedeloper, vormde de opmaat naar de nachtmerrie die volgde. In die periode begonnen de Montoneros, de guerrillabeweging die voortkwam uit de peronistische jeugd, met hun spectaculaire acties en kregen de moordcommando’s van de Triple A (Alianza Anticomunista Argentina) vrij spel.

Het is onmogelijk om de gebeurtenissen in Argentinië in de jaren 1973-1983 – de aanloop naar en de periode van het militaire regime – te plaatsen zonder aandacht te schenken aan de politieke beweging die het land nu al zo’n zeventig jaar in zijn greep heeft: het peronisme. Het peronisme is vernoemd naar generaal Perón, het prototype van een caudillo, een volksmenner, en het vormt het klassieke model van een populistische beweging in Zuid-Amerika. In de Argentijnse geschiedenis sinds 1945 vormen het peronisme en de strijd tégen het peronisme de rode draad. De huidige president, Cristina Kirchner, is in alle opzichten een hedendaagse vertegenwoordiger van het peronistische populisme. Ze gebruikt de hernieuwde reeks processen tegen verdachten van misdaden tijdens de ‘vuile oorlog’ – onder wie de tot Nederlander genaturaliseerde ex-piloot Julio Poch – als afleiding om het falende economische beleid van haar regering te maskeren.

Het peronisme bestrijkt een ideologisch panopticum van onvervalst fascistisch en xenofoob nationalistisch tot progressief en extreem links. De ‘vuile oorlog’ die in de jaren zeventig werd uitgevochten, was in belangrijke mate een machtsstrijd tussen deze stromingen, een peronistische broedermoord waarbij de Montoneros en de vakbondsonderwereld elkaar naar het leven stonden in naam van de erfenis van de heilig verklaarde ‘Evita’, de tweede vrouw van Perón. Toen de militairen in 1976 de macht grepen die ze achter de schermen al uitoefenden, legitimeerden ze dat als onvermijdelijke stap om een einde te maken aan het politieke geweld.

Volgens het rapport Nunca Más dat uitkwam in 1984, ruim een jaar na de val van de militaire dictatuur, verdwenen in de jaren van terreur negenduizend gedocumenteerde gevallen en in totaal mogelijk twaalfduizend tegenstanders van het regime. Het rapport was in opdracht van burgerpresident Raúl Alfonsín opgesteld door de Comisión Nacional sobre la Desaparición de Personas, de Conadep. De slachtoffers van de terreur werden gemarteld, vermoord en in een aantal gevallen gedrogeerd uit Fokker­vliegtuigen van de Argentijnse luchtmacht in de oceaan gegooid.

Zorreguieta heeft steeds volgehouden dat hij hiervan pas op de hoogte kwam na de publicatie van het Conadep-rapport eind 1984. Dat is klinkklare onzin. Iedereen wist in Argentinië van de vuile oorlog, de slachtoffers, de verdwijningen en de terreur. De ontvoeringen vonden op klaarlichte dag plaats. Vanaf oktober 1977 demonstreerden de ‘dwaze moeders’, moeders wier zonen en dochters verdwenen waren, wekelijks met gevaar voor hun eigen veiligheid voor het presidentiële Casa Rosada in Buenos Aires. In 1979 hield de Organisatie van Amerikaanse Staten een onderzoek naar de schendingen van mensenrechten in Argentinië waarbij familieleden in kilometerslange rijen op straat stonden om gehoord te worden en in 1980 ontving Adolfo Pérez Esquivel, een Argentijnse mensenrechtenactivist, de Nobelprijs voor de vrede. Dat alles kán Zorreguieta niet ontgaan zijn.

 

zowel in Nederland als in Argentinië zijn de afgelopen maand opnieuw juridische procedures in gang gezet waarbij Zorreguieta betrokken is. Het draait hierbij om het Inta, een instituut voor landbouwonderzoek van het ministerie van Landbouw dat na de staatsgreep onder toezicht van de marine werd gesteld. Zo ging dat in Argentinië: overheidsinstellingen werden verdeeld onder de krijgsmachtonderdelen. Bij het Inta vielen politieke ontslagen en vier medewerkers verdwenen. Mensenrechtenadvocaat Rodolfo Yanzón wil nu namens nabestaanden opheldering over wat er is gebeurd en wie daarvoor verantwoordelijk waren. De ontslagen en verdwijningen bij het Inta begonnen in 1974, twee jaar voor de militaire coup. Zorreguieta was toen geen staatssecretaris van Landbouw maar secretaris van de Sociedad Rural, de lobby van Argentijnse grootgrondbezitters. Als het tot een zaak komt zal hij mogelijk als getuige gehoord worden.

In Nederland heeft advocaat Liesbeth Zegveld opnieuw aangifte tegen Zorreguieta gedaan. Op basis van materiaal dat in Argentinië is verzameld door journalist Arnold Karskens eist ze dat het Openbaar Ministerie onderzoekt of Zorreguieta wist van de verdwijningen van medewerkers van het landbouwinstituut.

Deze vraag is in zijn algemeenheid allang beantwoord. Michiel Baud, die in 2001 op verzoek van het kabinet-Kok onderzoek deed naar Zorreguieta, schrijft in zijn rapport Militair geweld, burgerlijke verantwoordelijkheid: ‘Het is praktisch uit te sluiten dat Zorreguieta persoonlijk betrokken is geweest bij de repressie, […] het is even ondenkbaar dat hij niets van de praktijk van de repressie en de mensenrechtensituatie geweten zou hebben.’

Een kenmerk van een dictatuur is dat gruwelijke gebeurtenissen vrienden of zelfs familieleden van de machthebbers kunnen treffen. Ze kunnen die verschrikkingen afkeuren, maar ze zijn onmachtig daar iets aan te doen. Dat was het geval tijdens de Argentijnse dictatuur. Er bestond een scheiding tussen de militaire machthebbers die zich – vaak ook nog in felle onderlinge strijd – bezighielden met de ‘vuile oorlog’, en de burgerbestuurders die zich ten doel hadden gesteld om de economie te hervormen. Bij dat eerste was Zorreguieta niet betrokken, bij het tweede speelden hij en zijn politieke baas, de minister van Economie José Martínez de Hoz, een sleutelrol. Het doel van hun beleid was de economie te moderniseren, de landbouwsector te liberaliseren, de bescherming van de nationale industrie te verminderen en de macht van de peronistische vakbonden te breken. Dit beleid mislukte totaal en zowel Zorreguieta als zijn baas Martínez de Hoz trad in 1981 gedesillusioneerd af.

Zorreguieta is tijdens zijn bewind aantoonbaar verantwoordelijk geweest voor zaken die in Nederland onderbelicht zijn gebleven. Ten eerste was hij jarenlang secretaris-generaal van de Argentijnse Sociedad Rural. De lobby van grootgrondbezitters was de ideologische wegbereider van het militaire regime in 1976 en de belangrijkste steunpilaar ervan in de jaren daarna. Het ‘proces van nationale reorganisatie’ zoals het eufemistisch heette, kwam uit de koker van de Sociedad Rural.

Ten tweede speelde Zorreguieta als staats­secretaris van Landbouw een rol in de afloop van het wereldkampioenschap voetbal dat in 1978 in Argentinië werd gehouden. Argentinië dreigde uitgeschakeld te worden en kon de finale slechts bereiken door een monsteroverwinning te behalen op Peru (6-0). Peru, zo is naderhand vastgesteld, is omgekocht met een enorme graanlevering van Argentinië en Zorreguieta was als staatssecretaris van Landbouw verantwoordelijk voor alle graanexporten. Zonder die omkoping had Nederland in de finale niet tegen Argentinië gespeeld en verloren, maar tegen Brazilië – en dan wellicht ook verloren. Niet alleen voor het regime was het ondenkbaar dat Argentinië de finale van het WK niet zou bereiken. Zelfs de ideologische scherpslijpers van de Montoneros besloten dat het toegestaan was te juichen voor Argentijnse doelpunten, ook al diende het hysterische voetbalnationalisme het imago van het militaire bewind.

Van economisch groter belang was een landbouwactiviteit die Zorreguieta in 1980 ontplooide en die in Nederland nooit tot enige ophef heeft geleid. Op Kerstmis 1979 viel de ­Sovjet-Unie binnen in Afghanistan. Als represaille kondigde de Amerikaanse president Jimmy Carter een Amerikaanse graanboycot af tegen de Sovjet-Unie. Andere grote graanexporteurs, Canada en Australië, volgden.

Het militaire regime had de pest aan Carter vanwege zijn aanhoudende kritiek op de schending van de mensenrechten in Argentinië. Nu zagen de machthebbers hun kans schoon om de Amerikanen te treffen. Zorreguieta reisde naar Moskou en na maanden van geheime onderhandelingen kwam hij triomfantelijk terug met een megadeal voor Argentinië. Gedurende vijf jaar zou Argentinië 4,5 miljoen ton graan en jaarlijks honderddertigduizend ton vlees aan de Sovjet-Unie leveren. Hierdoor nam de Sovjet-Unie zo’n zestig procent van de Argentijnse graanexport af. De deal leverde het land een miljard dollar per jaar aan extra inkomsten op.

Zorreguieta was de architect van het graanakkoord met de Sovjet-Unie en had daarmee het Amerikaanse embargo ontkracht. Het stelde de Sovjet-Unie in staat de oorlog in Afghanistan voort te zetten. Het laat zich raden waaraan het militaire regime de miljarden van de graaninkomsten besteedde. In 1982 verleende de Sovjet-Unie steun aan Argentinië bij de inval in de Falklands. De kleine Argentijnse communistische partij, aartsvijand van de peronisten, heeft het militaire regime nooit veroordeeld.


Roel Janssen was van 1977 tot 1983 correspondent in Brazilië en Argentinië voor NOS en NRC Handelsblad


Beeld: Reuters
Bijschrift: Buenos Aires, augustus 1979. Minister van landbouw Jorge Zorreguieta (rechts) staande in een auto naast generaal Jorge Rafael Videla tijdens de opening van een landbouw beurs

 

 

 

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?