De Groene Amsterdammer

Sluiten

Het imago van Nederland Wilders als lakmoestest

'Het politieke midden heeft geen oplossing'

De Oostenrijkse schrijver Robert Menasse zag de opkomst van Jörg Haider en aanschouwde van dichtbij Pim Fortuyn en Geert Wilders. Hij ziet parallellen. 'Wilders komt hooguit in de regering omdat andere politici het willen.'

door Mels Dees

Geert Wilders is niet meer welkom in Monschau. De burgemeester van het Duitse stadje verbiedt Wilders toegang tot zijn gemeente, onder meer vanwege de vergelijking die de Nederlandse politicus maakte tussen de koran en Mein Kampf.
Protesten zijn niet nieuw als radicale partijen groot worden. Toen de extreem-rechtse fpö in 2000 toetrad tot de Oostenrijkse regering legden EU-staten Oostenrijk sancties op, terwijl het in het land zelf ook bepaald niet rustig was. Al jaren werd de opkomst van Jörg Haider bestreden door tegenstanders, zoals bij het Lichtermeer, de grote kaarslichtdemonstratie tegen vreemdelingenhaat in 1993. Ook de protesten bij het jaarlijkse Opernball, de demonstraties tegen racisme in 1999 na de grote verkiezingswinst van Haider en pamfletten op straat maakten de onvrede over het rechtse succes duidelijk.
De Oostenrijkse schrijver Robert Menasse uitte zich bij herhaling kritisch over de politieke cultuur in zijn land, onder meer in de essaybundels Das war Österreich en Dummheit ist Machbar. Politici namen hem dat niet in dank af. Oud-kanselier Franz Vranitzky noemde Menasse eens denigrerend die herrieschopper uit een buitenwijk, en de minachting was wederzijds.
Menasse, die een woning heeft in Amsterdam, maakte van nabij de opkomst mee van Pim Fortuyn en ziet nu de groeiende populariteit van Geert Wilders. Staat Nederland aan de vooravond van een hete zomer, of blijft de stemming mat en is de burgemeester van een klein Duits stadje de enige die zich meldt? vraag ik Menasse in een Amsterdams café. Demonstreren we alleen nog massaal als een kabinet met bezuinigingen dreigt en ontbreekt het ons verder aan engagement?
'Onzin', zegt de schrijver. 'Let op: Wilders wordt geen premier. Hollanders hebben de traditie te vechten tegen reële gevaren. Oostenrijkers maken zich in uitgebreide filosofische theorieën druk over gevaren die zouden kunnen komen maar die niet bestaan - en geven niet thuis als het echt fout gaat. Het ontstaan van de Nederlandse natie ging gepaard met een bevrijdingsoorlog. Oostenrijk heeft nooit een opstand of bevrijdingsoorlog gehad.'
Volgens Menasse zijn Hollanders in die strijd ook nog eens pragmatisch. Nederlanders vochten niet tegen de katholieke Spanjaarden 'vanwege het wereldbeeld van de paus en het feit dat deze in de katholieke filosofie de plaatsvervanger op aarde is van et cetera, maar gewoon omdat ze de vrijheid wensten te kiezen en wilden kunnen denken wat ze wilden.' Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging het ook zo. 'Geen uitgebreide maar vrijblijvende formuleringen als dat Nederlanders niet in de Pruisische idee van de Germaanse staat zouden passen, ook geen andere mooie filosofie die Oostenrijkers waarschijnlijk zouden uiten, maar gewoon strijden tegen de bezetter.'
Menasse is met zijn luide betoog het centrum van de aandacht in het café en gaat gegeneerd zitten. Ik relativeer de mythe dat alle Nederlanders dagelijks tegen de bezetters streden. Hij reageert: 'Natuurlijk deden ze dat niet. Elk volk overdrijft naderhand de moed en relativeert de lafheid. Maar in Oostenrijk streed er niemand tijdens de oorlog. Iedereen vocht terugkijkend. Iedereen overwon Hitler toen die al dood was, en we maakten zo snel mogelijk een Duitser van hem. Als Nederlanders niet willen dat Wilders premier wordt, gaan ze niet demonstreren, maar geven ze hem simpelweg niet genoeg stemmen.'
Het is ook Menasse ter ore gekomen dat Job Cohen de socialisten zal aanvoeren tijdens de verkiezingen: 'Dat is precies wat ik bedoel. Nu is er een duidelijke, reële keuze tussen Wilders enerzijds en fatsoen, traditie, tolerantie anderzijds. De populistische uitdager tegenover de staatsman.' Relativerend: 'Wilders wordt geen premier omdat het publiek het wil, hij komt hooguit in de regering omdat andere politici het willen. Haider kwam in 2000 uitsluitend in de regering omdat Wolfgang Schüssel, als aanvoerder van de burgerlijke övp en de kleinere partij in de coalitie, zo premier kon worden. Haider was niet het gevaar, maar Schüssel. Als Wilders in een regering komt, zal dat zijn omdat het andere partijen electoraal beter uitkomt om in de oppositie te gaan.'
Wie zal dan onze Schüssel zijn. Balkenende? 'Ik weet niet of jullie een Schüssel hebben.' De cda-leider ging met de Lijst Pim Fortuyn in zee en had net als Schüssel de kans voor het eerst premier te worden, maar de situatie was anders. Nederland was na de moord op Fortuyn in shock. De regering die toen gevormd werd leed onder de interne chaos bij de lpf. Passief gadeslaan hoe een populistische partij er regerend een zooitje van maakt is echter volgens Menasse onverstandig, hoe verleidelijk het ook is, want populisten neigen vaak tot zelfdestructie: 'De ondergang van de ene partij leidt direct tot de oprichting van de volgende zolang het onderliggende probleem niet wordt opgelost. Populisten verwijten dat ze geen ideeën hebben of een one issue-beweging aanvoeren is dan ook dom, de andere partijen hebben namelijk ook geen oplossing. Sterker nog, doordat de middenpartijen geen oplossingen hebben voor problemen die bij de kiezer leven, ontstaat de ruimte voor populisten.' Of, zoals Haider het in november 1999 zelf formuleerde na een demonstratie in Wenen tegen racisme: liever een opportunist met een ideaal dan, zoals alle andere politici, een opportunist zonder idealen.
Wat kunnen we dan leren van een Oostenrijkse criticus, hoe te ageren tegen Wilders? 'Eigenlijk is het simpel. Daar waar hij zich aantoonbaar schuldig maakt aan discriminatie, vreemdelingenhaat of volksmennerij moet de rechter oordelen. Dat proces loopt in Nederland en dat is goed. Is het niet mogelijk hem juridisch aan te pakken, dan moet je proberen de man als boodschapper te zien van onvrede onder een deel van de bevolking. Zie Wilders als een lakmoestest, als een jaarlijks bloedonderzoek waarna de arts tips geeft hoe je jouw levensstijl moet veranderen.'
Daarom is het goed dat er populistische partijen zijn, zolang ze niet te groot worden en er daadwerkelijk iets met de signalen wordt gedaan. 'Als je cholesterolwaarde omhoog gaat en je past je levensstijl niet aan, dan hoef je ook die test niet te doen.' Het probleem is dat gevestigde partijen zelden adequaat reageren op de uitdagers. 'In Oostenrijk zouden politici bij het voorbeeld dat ik gaf waarschijnlijk stellen dat nieuw wetenschappelijk onderzoek uitwijst dat een hoge cholesterolwaarde helemaal niet zo slecht is. Dan neem je de waarneming niet serieus.' Wat ook niet werkt is de standpunten van de uitdagers overnemen, zoals de huidige socialistische burgemeester van Wenen doet. Je lost niets op als je ook 'Ausländer raus' gaat roepen, als je de populist als wegbereider neemt. 'Het publiek kiest dan toch voor het origineel of dwingt je tot nog radicalere uitspraken, die doorzien worden door het publiek.'

Van het politieke inzicht van zijn landgenoten was Menasse nooit onder de indruk. Hij kwalificeerde de Oostenrijkers eens door te stellen dat het meelopers zijn die immer de verkeerde kant uit lopen. Gaat het nu in Nederland niet net zoals in Oostenrijk? Eerst brengt Fortuyn de massa in beweging, nu loopt men achter Geert Wilders aan. Menasse ziet het anders: 'Jörg Haider was actief in de fpö, werd er de leider van, stapte eruit en richtte een nieuwe partij op. Iedereen met wie hij werkte of die hem in een van de partijen opvolgde stond en staat qua ideeën, qua ageren op dezelfde lijn als Haider. Er is continuïteit, die is er in Nederland niet.'
Wilders en Fortuyn zijn volgens Menasse niet met elkaar te vergelijken: 'Biografisch leek Fortuyn op een leider als Mussolini of op Juan Perón. Zijn houding had ook dat autoritaire. Hij wilde bewondering afdwingen.' Fortuyn was van oorsprong marxist, hij kwam uit de linkerhoek en was lang socialist. 'Hij voegde aan zijn populistische stijl iets persoonlijks toe, zoals ook Perón deed. Fortuyn werd als een Romeins volkstribuun.'
Menasse is ervan overtuigd dat het voor Fortuyn begon als een spel, als een theaterstuk met zijn privé-chauffeur en zijn Casa di Pietro in Rotterdam. 'Intellectueel had hij beslist bagage. De dynamiek binnen de beweging die hij ontketende werd echter steeds groter en op een gegeven moment bleek het geen spel meer, het ontsnapte hem. Fortuyn werd totaal euforisch, waardoor het ego groter werd dan de inhoud.' Het electoraat sloeg los bij de verkiezingen, toen mensen op hem stemden terwijl hij al dood was. 'Alsof er massaal op een hyperlink werd geklikt die naar een niet meer actieve site verwijst.'
In de deelstaat Karinthië gebeurde na het overlijden van Haider hetzelfde. Menasse herinnert zich een 'onvrijwillige komische woordspeling' die het absurde van de situatie illustreert. 'Haider lag opgebaard, iedereen kon afscheid van hem nemen. In lange rijen liepen mensen langs de baar en sloegen een kruisteken. Daarna kregen alle bezoekers een bidprentje, een foto van Haider, mee. Een journalist vroeg aan een bezoeker wat deze met het bidprentje ging doen. De man gaf aan de foto in de urn te willen gooien.' Het antwoord leidde tot verwarring onder bezoekers en journalisten. Werd Haider gecremeerd in plaats van begraven, hoe zat dat met die urn, waarom wist niemand hier iets van af? Tot men zich realiseerde dat de bezoeker de Wahlurne had bedoeld, de stembus. Ook hier won Haider totaal virtueel. Zijn Bündnis Zukunft Österreich, die hij oprichtte na de breuk met de fpö, won in de deelstaat met 47 procent van de stemmen.
In de persoonlijkheid van Fortuyn was zeker een overeenkomst te zien met Haider: de warmte, maar ook de conflicten die Fortuyn in zijn loopbaan had. Menasse, met ironie: 'Binnen het spectrum van populisten, binnen het wereldwijde genre, was Fortuyn niet alleen een van de besten maar ook een van de meest interessante.'
Hij schreef naar aanleiding van de moord op Fortuyn het toneelstuk Das Paradies der Ungeliebten. In het stuk wordt een moord beraamd op een politicus, maar de moordenaar ziet ervan af. 'De moord heeft geen zin. Niet alleen staat er achter elke dode weer een nieuwe levende politicus op, daarnaast leeft de dode virtueel verder. Doden krijgen zelfs meer stemmen dan bij leven. Het is als bij Plato, de volkomen scheiding van ziel en lichaam. Bovendien: wat is een politieke moord als de politiek al lang dood is?'

Voor Geert Wilders is de politiek echter nog existent en vrij van theater. Hij heeft een missie. Menasse: 'De man is geen acteur. Hij heeft die vrijheid van denken niet, geen relativeringsvermogen, geen humor. Als er al een spel is, dan hooguit af en toe de poging tot een pokerspel.' Volgens hem heeft Wilders nog niet tien procent van de intellectuele bagage die Fortuyn inbracht. Ook het gevoel voor spotlights dat Fortuyn en Haider hadden ontbreekt bij Wilders: 'Natuurlijk is ook hij ijdel, met dat kapsel, dat uiterlijk, maar op een heel andere manier. Fortuyn was op een Romaanse manier zelfbewust, de ster van de avond. Wilders stelt toch alles in dienst van een ideologie.'
Menasse aarzelt even, hij weet dat het een beladen term is, maar hij kiest er bewust voor: 'Bij Wilders zie je wel degelijk een element van rassenideologie terug, alsof hij een speciaal Nederlander-gen of een puur Vlaamse mens die niet bestaat wil koesteren of zelfs beschermen. Het liefst zou hij zichzelf klonen en vermenigvuldigen. Zo ziet hij er ook uit, als een soort Dolly, het gekloonde schaap. Klonen gebeurt immers vanuit één cel en die eencelligheid straalt Wilders uit.'
Later vraagt Menasse bezorgd: 'Heb ik nou voldoende duidelijk gemaakt wat het werkelijke probleem is? Niet rechts, maar het midden is het probleem. Daar ontbreekt het aan oplossingen!'
Heeft een cordon sanitaire zin, zoals ook Cohen wil? Moeten racistische partijen worden uitgesloten van regeringsdeelname? 'Natuurlijk moeten serieuze partijen niet met deze populisten regeren, maar dan moeten ze wel het lef hebben om zelf met oplossingen te komen. En inderdaad, voor de middenpartijen zijn die oplossingen complex. Links zegt: hoofddoekjes zijn een cultuurattribuut, dus die staan we toe. Rechts ziet het als onderdrukking en verbiedt ze. De middenpartijen zoeken. Maar niets beslissen is ook fout.'

 

Vertroebelde presidentsverkiezingen
De extreem-rechtse FPÖ schoof eerder deze maand Barbara Rosenkrantz naar voren als kandidaat voor de Oostenrijkse presidentsverkiezingen van 25 april. Rosenkrantz noemt zichzelf ‘nationaal conservatief’ en profileert zich met tien kinderen als brave Oostenrijkse huisvrouw, maar ze ventileerde in het verleden regelmatig nationaal-socialistische opvattingen. Zo was ze tegen de wet die het ontkennen van de holocaust verbiedt. Rosenkrantz is de enige uitdager van de huidige socialistische president Heinz Fischer en maakt weinig kans de verkiezingen te winnen. De ophef rond haar kandidatuur leidde tot reacties in binnen- en buitenland.
Hoewel ze afgelopen week afstand nam van eerdere uitspraken vonden politici van de sociaal-democratische partij en de Groenen dat Rosenkrantz nogal vaag was over het bestaan van gaskamers tijdens de oorlog. De invloedrijke Weense kardinaal Christoph Schönborn sprak zich daarop uit tegen haar kandidatuur. ‘Pas op’, zegt Robert Menasse. ‘Niets is wat het lijkt in Wenen. Schönborn heeft zich nog nooit gestoord aan nationaal-socialistische uitlatingen en had zich ook nu niet gemeld als Rosenkrantz zich niet met veel bombarie had uitgeschreven uit de katholieke kerk, terwijl zelfs socialistische politici in Oostenrijk doorgaans trots foto’s tonen waarop ze afgebeeld staan als misdienaar. En natuurlijk zijn de socialisten fel, ze verdedigen immers hun eigen kandidaat. Maar de ideeën van Rosenkrantz weerhielden president Fischer er eerder niet van haar het Bundesverdienstkreuz te verlenen, een hoge onderscheiding.’

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?