De Groene Amsterdammer

Sluiten

‘Ik zal Afrika bevrijden met mijn pik’

TAYYIB SALIH
SEIZOEN VAN DE TREK NAAR HET NOORDEN
Eerste (Arabische) druk: 1967 in Beiroet. Herdruk: december 2008.
Vertaald door Kees Versteegh
Atlas, 171 blz., € 18,90

door ANNA BUKHARI

In februari overleed de Soedanese schrijver Tayyib Salih, twee maanden nadat in Nederland de herdruk van Seizoen van de trek naar het Noorden was verschenen. In 2001 werd dit boek door de Arabische Literaire Academie in Damascus uitgeroepen tot de ‘belangrijkste Arabische roman van de twintigste eeuw’. Het verscheen in 1966 als tijdschriftpublicatie, tien jaar na de onafhankelijkheid van Soedan. Twee jaar later maakte de Engelse vertaling het een internationaal succes.
Het verhaal begint met de terugkeer van de – naamloze – verteller, na zeven jaar studie in Engeland, in zijn geboortedorpje aan de Nijl. Het is begin jaren zestig, de verteller is 23, vol blijdschap over zijn terugkeer en genietend van alle bewondering voor zijn reis. Hij treft echter ook een mysterieuze vreemdeling, die hem niet met bewondering ontvangt, maar met nauw verborgen spot. Zonder dat hij precies begrijpt waarom roept de man niet alleen nieuwsgierigheid, maar ook irritatie, woede en zelfs een ‘afgrijselijk nachtmerrieachtig gevoel’ bij hem op.
Het raadselachtige verhaal ontwikkelt zich als een confrontatie tussen de twee mannen, waarbij de ietwat naïeve verteller steeds verder het leven van deze onpeilbare Moestafa Sa’ied wordt ingezogen. Ook Sa’ied heeft in Engeland gestudeerd, maar waar de verteller zich niet bewust was van enig innerlijk conflict tussen hemzelf en zijn Engelse omgeving is het verblijf van Moestafa Sa’ied dramatisch verlopen.
De onthulling van Sa’ieds levensverhaal en de invloed daarvan op de verteller worden gekenmerkt door een rijke gelaagdheid, waarbij voortdurend wordt gespeeld met de verwevenheid van het persoonlijke en het politieke. Niet alleen vertegenwoordigen de mannen twee verschillende karakters, maar ook de verschillende generaties van voor en na de onafhankelijkheid.
Moestafa Sa’ied werd twee weken voor de slag bij Umdurman in september 1898 geboren. Tijdens deze slag onder aanvoering van Lord Kitchener, vielen meer dan tienduizend Soedanese doden, tegen 48 Engelse. Het Britse leger, waarin ook de jonge Churchill meevocht, gebruikte de Maxim Gun, het eerste moderne machinegeweer, geladen met een andere Britse uitvinding, de dumdumkogel. De primitieve wapens van het Soedanese Mahdi-leger hadden hiertegen geen schijn van kans. Na de overwinning werd het Anglo-Egyptische Soedan (1899-1956) gesticht.

Als Sa’ied als jongetje bij toeval op een Britse school komt, ontdekt hij zijn wonderbaarlijke verstand, maar ook zijn onvermogen om ergens door geraakt te worden. Hij is ‘als een rubberbal: je gooit hem in het water en hij neemt niets op, je gooit hem op de grond en hij stuitert weg’. Op zijn twaalfde vertrekt hij naar Caïro, waar Mrs. Robinson, in tegenstelling tot zijn afstandelijke biologische moeder, zich liefdevol over hem ontfermt. Voor Mrs. Robinson koestert hij zijn eerste erotische gevoelens.
Na zijn studie in Oxford ontwikkelt Sa’ied zich tot een succesvol econoom, maar vooral tot een ‘seksueel roofdier’. Een van de verklaringen die het boek suggereert is dat Moestafa Sa’ied met zijn – soms dodelijke – macht over Britse vrouwen wraak neemt voor de Britse overheersing. Zo zegt hij tijdens de slotzitting van zijn rechtszaak: ‘Ik ben hier de kolonisator... Ik ben tot u gekomen als een veroveraar in uw eigen huis.’ Later vertelt een ex-collega lachend aan de verteller dat een van Sa’ieds geliefde uitspraken was: ‘Ik zal Afrika bevrijden met mijn pik.’
De Palestijns-Amerikaanse criticus Muhammed Siddiq ziet deze verklaring echter als de rationalisatie van een gebrek in Sa’ieds persoonlijkheid, veroorzaakt door de gevoelloze relatie die de vaderloze Moestafa had met zijn moeder. Siddiq leunt hierbij sterk op The Archetypes and the Collective Unconscious (1959) van Jung.
Salihs mysterieuze stijl roept herinneringen op aan het magisch realisme van Hubert Lampo of Gabriel García Márquez. Prachtig zijn de sfeertekeningen en dialogen. Zoals de bijeenkomst van de vier oudste bewoners van het dorp. Salih laat ze roken, drinken en vrijmoedig opscheppen over hun seksuele avonturen. De open wijze waarop Salih over seks schreef, maakte overigens dat het boek in de jaren negentig in Soedan werd verboden.
Tayyib Salih zelf werd in 1929 geboren in al-Dabbah in noord-Soedan. Hij bezocht de lagere school in Umdurman, verhuisde naar Port Soedan en beëindigde zijn middelbare school aan het Wadi Sayyidna in Umdurman, een prestigeschool in Engelse stijl. In 1949 schreef hij zich in voor landbouwkunde in Khartoem, maar toen hij hoorde dat hij kakkerlakken en ratten moest ontleden, schreef hij zich onmiddellijk weer uit. Later rondde hij zijn studie Engelse literatuur af aan de Universiteit van Rafa’ah, in midden-Soedan.
Een advertentie van de BBC betekende een keerpunt in zijn leven. Hij solliciteerde en verhuisde naar Londen. Zijn eerste jaren was hij diep ongelukkig, maar las hij ook alles wat hem interesseerde. Hij trouwde een Engelse en kreeg drie dochters. In 1953 verscheen zijn eerste korte verhaal, De palmboom bij de beek, waarna hij zeven jaar zweeg. Daarna schreef hij Seizoen van de trek naar het Noorden, een aantal korte verhalen en drie novellen, waaronder De bruiloft van Zain, dat ook werd verfilmd.
Zelf zei Tayyib Salih over zijn werk: ‘Ik voel mezelf niet belangrijk door wat ik schreef. Dat is geen bescheidenheid, dat is de waarheid. Als mensen het wel belangrijk vinden, dan is dat hun zaak. Ik ben slechts een druppel in de zee en een Qasidah van Mutanabbi is meer waard dan alles wat ik heb gedaan.’

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?