De Groene Amsterdammer

Exclusief

De Groene Amsterdammer jaargang 2014 nummer 17

Pamflet: Minder hippe onzinstudies, graag

Leuke studies met een & erin

door Ewald Engelen

beeld Milo

Mbo, hbo en wo moeten iets minder horig zijn aan de arbeidsmarkt. En iets meer algemene vorming zou zo gek nog niet zijn. door Ewald Engelen beeld Milo Leuke studies met een & erinMbo, hbo en wo bieden tezamen maar liefst vijfhonderd studies aan, waaronder talloze die toegang bieden tot slechts één gespecialiseerd beroep. Iets minder horigheid aan de arbeidsmarkt en iets meer algemene vorming zou zo gek nog niet zijn.

Lezen

Iedereen

Leerling wil tovenaar worden

Opening-venlo_1972 Meindert Fennema, Geert Wilders. De tovenaarsleerling . € 19,95

door XANDRA SCHUTTE

beeld DICK TUINDER

Het schijnt dat Frits Bolkestein als fractieleider van de vvd zelf altijd even de nieren van sollicitanten wilde proeven voordat ze werden aangenomen. Daarbij vroeg hij zich in zijn achterhoofd altijd af: 'What makes him tick?' Hij hield er niet van om met zijn medewerkers over privé-zaken te praten, hij was wars van social talk, maar hij wist heel goed dat een persoonlijke motivatie de sleutel is voor succes. 'What makes him tick?' - het is de vraag die Nederland in de ban houdt als het om Geert Wilders gaat, en het is jammer dat Bolkestein zich daar niet over uitlaat, want hij nam de jonge Venloër in 1990 aan als fractiemedewerker.
Geen politicus is zo veel in beeld als Wilders, maar tegelijk vormt niemand een groter raadsel dan hij. Dat lijkt een paradox, maar misschien staren we ons juist zo blind op Wilders omdat het gissen blijft naar zijn diepste motieven. Is hij een gedrevene of een aandachttrekker, die verslaafd is geraakt aan de ruimte die de media geven aan zijn provocaties? Wordt hij gedreven door een onbuigzame overtuiging of is hij een razend slimme opportunist? En laat hij zich bij zijn handelen leiden door grillige impulsiviteit of door politiek-strategisch vernuft? Al die uitersten zijn inmiddels in ernstige analyses onderbouwd.
Voor Wilders, the Movie, de documentaire die de vpro zondagavond uitzond, volgde maker Joost van der Valk de blonde Mozart zeven maanden. Hoogleraar politieke theorie Meindert Fennema, die onlangs een biografie aan hem wijdde, leefde, naar eigen zeggen, een jaar met Wilders. Beiden hebben zogezegd lang in hem geïnvesteerd. Het is beiden dan ook te doen om wat tot nog toe niemand gelukt is: Wilders begrijpen.
Maar hoe doe je dat, iemand begrijpen die niet met je wil praten? Die je niet in zijn buurt laat, en een directe entourage heeft die de kaken stijf op elkaar houdt? Hoe kruip je achter het pantser van de zwaarst beveiligde politicus van het land? Hoe duid je iemands beweegredenen als je hoegenaamd niets weet van zijn jeugd? Hoe ontfutsel je het geheim van iemand die er alle belang bij heeft een groot enigma te blijven? Joost van der Valk heeft ervoor gekozen zijn onmacht te thematiseren. In een slap aftreksel van Michael Moore's beroemde documentaire Roger & Me uit 1989 bestaat een van de lijnen in Wilders, the Movie uit Van der Valks pogingen 'het fenomeen' te spreken te krijgen. Het levert lijzige telefoongesprekjes op met een pvv-medewerkster die hem keer op keer afpoeiert, en sneue shots van de wachtende regisseur, die als de pvv-leider ergens aankomt of vertrekt als een jengelend kind 'Meneer Wilders! Meneer Wilders' roept. Voor het overige biedt de film geen nieuwe inzichten.
Meindert Fennema lijkt veel minder gebukt te gaan onder Wilders' ontoegankelijkheid. Die bood hem de mogelijkheid te grijpen naar een literair procédé: inleving. Hij heeft geprobeerd, schrijft hij al meteen in de eerste zin van zijn verantwoording, zich in de positie van Geert Wilders te verplaatsen. Niet dat dat niet problematisch is, want hoe consequent de keuze ook lijkt voor een alwetende verteller die in de huid van Wilders kruipt, het levert de nodige perspectivistische onhelderheid op. Wanneer ligt het perspectief bij wie? Literatuurwetenschappers schreven inmiddels een narratologische bibliotheek vol over hoe in een roman die op het eerste gezicht gewoon vanuit de derde persoon of door een alwetende verteller wordt verteld zelfs binnen één alinea het perspectief kan verspringen. In de biografie van Fennema is het niet anders. Als hij schrijft: 'Wilders voelde zich een gevangene, al deden de bewakers er alles aan om zijn leven draaglijk te maken', ga je als lezer met hem mee: natuurlijk moet Wilders zich een gevangene voelen. Maar als Fennema, na de alarmerende reacties van Ed van Thijn, Marcel van Dam en Thom de Graaf op Pim Fortuyns islamkritiek (ze halen er alle drie de jodenvervolging bij), beweert: 'Het was weerzinwekkend. Anne Frank zou zich, dacht Wilders, in haar massagraf hebben omgedraaid', vraag je je al af of dit werkelijkheid was of de projectie van de auteur. Bij een zin als: 'Een ogenblik sloot hij zijn ogen en voelde hij zich als Mozes, die met zijn eigen tienpuntenplan de woestijn in was gestuurd', is de alwetende verteller onmiskenbaar God zelf geworden.
Natuurlijk, het alwetende perspectief maakt de biografie van Wilders bij voorbaat smeuïg, maar als je goed leest, zie je dat Fennema het helemaal niet nodig had gehad. Naarmate het boek vordert, wordt hij ook steeds minder alwetende verteller, stelt hij zich steeds minder op als buikspreekpop van Wilders. Misschien omdat hij over diens tijd bij de vvd nog de nodige informanten had en hij bij de recente pvv-periode was aangewezen op min of meer openbare bronnen. Maar juist dan, als Fennema gewoon schrijft als de hoogleraar politieke theorie die hij is, vergast hij de lezer op belangrijke inzichten.
De ondertitel van Fennema's biografie luidt Tovenaarsleerling. Die is meteen ook sturend, want van wie is Wilders dan de tovenaarsleerling? Het simpelste antwoord is: van zijn leermeester Bolkestein, de politieke leider toen hij fractiemedewerker werd bij de vvd. Bolkestein hekelde al in 1991 het cultuurrelativisme van de politieke elite in Nederland en lanceerde toen ook al een aanval op de islamitische cultuur. En hoewel hij, vooral door links, als racist werd bestempeld bond hij niet in. In 2005 schreef Wilders in zijn boek Kies voor vrijheid over de lessen die hij van Bolkestein leerde: 'Neem een standpunt in, onderbouwd met goede argumenten, wees niet bang voor kritiek en houd je rug recht en beweeg geen millimeter, zeker niet als de linkse goegemeente in politiek en journalistiek Den Haag je aanvalt en je in de verkeerde hoek probeert te drukken.' Hij vertelde er meteen bij waarin hij van zijn leermeester verschilde: 'Maar ik vind het wel jammer dat Bolkestein uiteindelijk het dienen van de partij toch belangrijker vindt dan het uitdragen van een mening. Dat is typerend voor de Haagse elite. Daar maakt hij ook gewoon onderdeel van uit.'
Maar als je het begrip tovenaarsleerling wat metaforischer opvat, niet letterlijk als iemand die bij een meester in de leer is geweest, dan is Wilders ook een tovenaarsleerling van links. Fennema geeft aan hoe hij op cruciale punten afwijkt van het extreem-rechtse gedachtegoed: als voorvechter van homorechten en vrouwenemancipatie; als voorstander van een snelle dekolonisatie van de Nederlandse Antillen; als verdediger van de joden, zowel in Nederland als in Israël; en als criticaster van het koningshuis. Allemaal prerogatieven van links.
Volgens Wilders kijkt links weg bij de jodenhaat in Marokkaanse kring en is deze van links naar rechts verschoven, een verschuiving die liep via de kritiek op het zionisme. Fennema spreekt zelfs, met enige ironie, van een 'schaamteloze diefstal van de antifascistische retoriek': 'Wilders had hun de antifascistische wapens uit handen geslagen en richtte die nu op henzelf. Zíj werden door Wilders beschouwd als de wegbereiders van het nieuwe fascisme; zíj waren de handlangers geworden van een totalitaire ideologie die het gemunt had op het vrije Westen, op de principes van de liberale democratie.' En was het tot voor kort links dat het patent had op vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog, nu is het Wilders die minister-president Balkenende met Chamberlain vergelijkt, van capitulatie rept, en zich met de veren van Churchill tooit - die vergeleek de koran immers ook met Mein Kampf. En in metaforische zin is Wilders allicht ook een tovenaarsleerling van Israël, het landje dat hij als voorpost ziet in de strijd tegen de gewelddadige islam. Zoals Fennema schrijft: 'Van de Israëliërs had hij geleerd dat de Arabieren alleen respect hadden voor kracht, niet voor zwakte.'
In zijn politieke biografie, die begint bij Wilders' sollicitatiegesprekken als fractiemedewerker van de vvd, laat Fennema zien hoe Wilders al van begin af aan tot de uiterst rechtse vleugel van de partij behoorde. Hoe hij grote moeite had met het 'linkse geneuzel' van Hans Dijkstal, de opvolger van Bolkestein als politiek leider, en zich gefrustreerd voelde over het gat op rechts dat ontstond met de opkomst van Pim Fortuyn. Hij beschrijft Wilders' woede over het glazen plafond dat voor hem in de vvd bestond: in 2002 werd hij, door de electorale afstraffing van de partij, aanvankelijk niet herkozen als Kamerlid; later werd hij gepasseerd voor een post in het kabinet. Hij toont aan hoe Wilders zelf behendig de breuk met de vvd forceerde: hij blijkt zelf de voornaamste bron van een Volkskrant-primeur waarin anonieme vvd'ers werden opgevoerd die hem niet meer lustten. En hij laat doorschemeren dat de vvd Wilders had kunnen behouden, als de partij hem wél een verantwoordelijke functie - als fractiesecretaris of staatssecretaris - had gegeven.
Meindert Fennema ziet de radicalisering van Geert Wilders niet als pose. Al in zijn beginjaren had hij een hekel aan 'het spijkerbroekenproletariaat' van de pvda en moest hij, gevoed door zijn verbondenheid met Israël, weinig van de islam hebben. Als er niet-inhoudelijke oorzaken zijn die hebben bijgedragen aan zijn radicalisering, dan is dat volgens Fennema vooral het isolement waarin hij na de doodsbedreigingen aan zijn adres en de strikte beveiliging terechtkwam. Buiten de politiek had hij nauwelijks meer een leven, de ruimten waar zijn fractie in Den Haag gevestigd was, waren voor hem 'steeds meer een gezinsvervangend tehuis' geworden, 'met de Tweede Kamer als de recreatiezaal'. De spanning van de bedreigingen en de permanente aandacht in de media die hem ten deel valt, voeden zijn narcisme.
Fennema wilde Wilders begrijpen, wilde verklaringen geven voor zijn verzengende succes, geen oordelen. 'Het boek laat de beoordeling aan de lezer', meldt de flaptekst ferm. Dat is tot op grote hoogte waar, maar voor de enigszins onderlegde lezer bevat de ondertitel 'tovenaarsleerling' een onmiskenbare boodschap. In het beroemde gedicht Der Zauberlehrling van Goethe grijpt de leerling zijn kans als de 'alte Hexenmeister' van huis is. Hij probeert de toverspreuken van zijn leermeester uit, maar het loopt al snel uit de hand. Hij heeft geen greep meer op wat hij tot leven heeft gewekt, en roept wanhopig om hulp: 'Herr, die Not is Gross!/ Die ich rief, die Geister,/ Werd' ich nun nicht los.' In het gedicht wordt de leerling gered door de 'alte Meister' - in het geval van Wilders is het hoogst onwaarschijnlijk dat een hogere macht zo eenvoudig redding biedt.

MEINDERT FENNEMA
GEERT WILDERS: TOVENAARS-LEERLING
Bert Bakker,  284 blz., € 19,95

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?