De Groene Amsterdammer

Exclusief

De Groene Amsterdammer jaargang 2014 nummer 17

Pamflet: Minder hippe onzinstudies, graag

Leuke studies met een & erin

door Ewald Engelen

beeld Milo

Mbo, hbo en wo moeten iets minder horig zijn aan de arbeidsmarkt. En iets meer algemene vorming zou zo gek nog niet zijn. door Ewald Engelen beeld Milo Leuke studies met een & erinMbo, hbo en wo bieden tezamen maar liefst vijfhonderd studies aan, waaronder talloze die toegang bieden tot slechts één gespecialiseerd beroep. Iets minder horigheid aan de arbeidsmarkt en iets meer algemene vorming zou zo gek nog niet zijn.

Lezen

Iedereen

Hans Koning (1921-2007) 

Mieters socialist

Hans Koning hoorde tot de laatste gebruikers van het woord ‘mieters’. En nu is ook hij dood.

door Geert Mak

Hij overleed afgelopen vrijdag in Easton, Amerika, na een intens leven: van sergeant in het Britse bevrijdingsleger via een redacteurschap bij De Groene Amsterdammer tot de loopbaan van een gevierd Amerikaans auteur.

Hij werd 85 jaar. Het kost me moeite dit neer te schrijven, omdat die leeftijd helemaal niet bij hem paste. In werkelijkheid was hij, zo lang ik hem kende, altijd zo’n jaar of 25, met die jeugdige flair waarop vooral Amerikanen het patent lijken te hebben. En maar al te vaak straalden de hoofdrolspelers in zijn boeken een soortgelijke jeugdigheid uit, onbevangen mensen die op weg waren naar een heldenfeit: een moord op een tiran, een ontsnapping uit het nazi-land. Of ze moesten juist leven met de problemen van hun jeugd, waren op het laatste moment teruggedeinsd voor de ultieme consequenties van hun idealen en gingen daarna voor eeuwig gebukt onder de bittere last van verraad en lafheid.

Hans Koning – in 1921 geboren als Hans Koningsberger – schreef, naast een indrukwekkend oeuvre in fictie en non-fictie, decennia lang voor The New Yorker, The Atlantic Monthly en The New York Times. Altijd bleef hij ook zeer betrokken bij De Groene Amsterdammer, waar hij vlak na de oorlog als journalist was begonnen. Het was een cyclus van gaan en terugkomen, de eeuwige zoektocht van de emigrant naar een wereld die bij het vertrek was gestold en die al lang niet meer bestond.

De jeugd van Hans Koning was de jeugd van het herrijzende Nederland, de jeugd van links en rechts en niets ertussen, de jeugd ook van het eeuwig geborgen Nederland tegenover het Atlantische vergezicht van het onbegrensde Amerika.

Hij groeide op in het Amsterdam van de jaren twintig en dertig. Zijn omgang met geld was zijn leven lang enigszins verkrampt. Toen ik hem beter leerde kennen begreep ik waarom: hij was het kind van een alleenstaande moeder met krachtige politieke denkbeelden, veel allure en geen cent in de keukenla. Het is gebeurd dat, toen er helemaal geen geld meer was, zij hem in hun beste kleren meetroonde naar de welgestelde bodega Keizer, daar een grootse maaltijd liet opdienen en na afloop uitriep dat ze niets kon betalen: ‘Doet u maar wat u wilt.’

Tijdens de Tweede Wereldoorlog wist Hans Koning via Zwitserland naar Engeland te ontkomen – zijn ervaringen werden deels verwerkt in zijn laatste roman Zeeland or Elective Concurrences – en tijdens de Italiaanse opmars maakte hij deel uit van een Britse tankdivisie. ‘Als ik erop terugkijk ben ik blij dat ik, voordat ik ontsnapte, die paar bezettingsjaren in Nederland heb meegemaakt’, zei hij over die periode. ‘Het leerde me hoe de duisternis van middeleeuwse steden gevoeld moet hebben, waarom de heldinnen van Jane Austen er een punt van maakten om bij volle of bijna volle maan te reizen, hoe mensen vroeger leefden bij de dag, hoe koud het werkelijk kan zijn in de winter.’

Terug in Nederland werkte hij tussen 1947 en 1950 voor De Groene Amsterdammer, daarna vertrok hij voor een radiobaan naar Indonesië en in 1951 arriveerde hij aan boord van een vrachtschip in New York. Daar ontwikkelde hij zich tot een van de meest succesvolle Amerikaanse auteurs van Nederlandse origine. Grote bekendheid kreeg hij onder meer met The Revolutionary (1967, verfilmd met Jon Voight in de hoofdrol), Death of a Schoolboy (1974, over de gymnasiast Gavrilo Princip die met één schot in Sarajevo de Eerste Wereldoorlog in gang zette), A Walk with Love and Death (1961, over een veertiende-eeuwse ontsnappingstocht aan de pest, verfilmd door John Huston) en De Witt’s War (1983). Ook schreef hij veel non-fictie, met name reisverslagen. Voor Love and Hate in China (1966) wist hij als een van de eerste Amerikaanse journalisten China te bereizen.

Konings boek over de werkelijke betekenis van Columbus (Columbus: His Enterprise: Exploiding the Myth, 1991), waarin hij op grond van nieuw bronnenmateriaal Columbus beschreef als een meedogenloze goudzoeker en massamoordenaar, werd een ongekende bestseller. Noord- en Zuid-Amerika, zo toonde hij aan, waren in 1492 vermoedelijk zelfs dichter bevolkt dan grote delen van Europa. Dat betekent dat er door de veroveringen van de Europeanen veel meer mensen zijn omgekomen – schattingen lopen uiteen van vijftig tot negentig miljoen – dan aanvankelijk werd aangenomen. Zijn studie maakte in de Verenigde Staten een einde aan de heroïsche mythe rond deze ontdekkingsreiziger. Kurt Vonnegut schreef: ‘Ik ben voor dit boek dankbaarder dan voor enig ander boek dat ik de laatste jaren las.’

Hans Koning bleef tot het laatst een ijzeren socialist. Ook daarin was hij trouw aan zijn oude wereld. ‘Ik heb het socialisme met de moedermelk ingedronken’, zei hij zelf. ‘In mijn jeugd, in de jaren twintig en dertig, was een net mens socialist.’

Zelfs de val van de Muur zag hij als een groot drama. Ooit vertelde hij hoe hij, toen de Duitsers voor het eerst in Rusland tot staan waren gebracht, door het winterse Vondelpark liep en hoe, midden in dat donkere en bezette Amsterdam, opeens een man voorbij fietste die zachtjes de Internationale floot. Dat was voor hem allesbepalend geweest – al had hij zelf meegevochten met de Britten en de Amerikanen, en al was hij bij de dood van Roosevelt totaal van de kaart geweest.

Naarmate hij ouder werd trok hij meer naar Nederland. Maar zijn oude vrienden – onder anderen de tekenaar Opland en zijn uitgever Rob van Gennep – stierven. Zijn laatste boek Zeeland kon, ongeacht de kwaliteit, tot zijn verdriet zelfs geen Nederlandse uitgever meer vinden. Voor het huidige Nederland was Hans een vreemdeling. Een paar jaar geleden trof ik hem bij de dodenherdenking op de Dam, zijn verzetskruis en zijn Britse medailles wat onhandig op de borstzak van zijn colbert gespeld. Een jong agentje had hem weggeblaft bij de afzetting: ‘U hoort hier niet!’ Hij was diep geschokt.

Tijdens de laatste dagen van zijn leven konden zijn Amerikaanse vrouw en kinderen hem vaak amper begrijpen: op zijn sterfbed sprak hij enkel nog Nederlands.

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?