De Groene Amsterdammer

Exclusief

De Groene Amsterdammer jaargang 2014 nummer 17

Pamflet: Minder hippe onzinstudies, graag

Leuke studies met een & erin

door Ewald Engelen

beeld Milo

Mbo, hbo en wo moeten iets minder horig zijn aan de arbeidsmarkt. En iets meer algemene vorming zou zo gek nog niet zijn. door Ewald Engelen beeld Milo Leuke studies met een & erinMbo, hbo en wo bieden tezamen maar liefst vijfhonderd studies aan, waaronder talloze die toegang bieden tot slechts één gespecialiseerd beroep. Iets minder horigheid aan de arbeidsmarkt en iets meer algemene vorming zou zo gek nog niet zijn.

Lezen

Iedereen

Moordland

In België is de opwinding over de verloving van de kroonprins groter dan die over de onthullingen van Ludo De Witte. Niet de CIA, maar België bleek direct verantwoordelijk voor de moord op Patrice Lumumba in 1961.

door Peter Vermaas

TWEE HOEKTANDEN werden uit zijn kaken losgewrikt en door de Belgische hoofdcommissaris van politie in Katanga op een veilige plaats opgeborgen. Achtendertig jaar lang bleven de tandjes daar. Tot twee weken geleden, toen de man ze naar eigen zeggen in de Noordzee gooide. Om af te rekenen met een verleden, wellicht, om in de documentaire op de Belgische tv tenminste niet als de allergrootste slechterik te worden gepresenteerd. De tanden behoorden toe aan Patrice Lumumba, de vermoorde ex-premier van Congo. De voormalige hoofdcommissaris is Gerard Soete, na de moord in 1961 verantwoordelijk voor het opgraven en wegwerken van de lijken van de Afrikaanse revolutionair en zijn twee in dezelfde nacht vermoorde medestanders.
De documentaire waarin Soete zijn verhaal deed was gebaseerd op het vorige maand verschenen boek De moord op Lumumba van onderzoeker Ludo De Witte dat nieuw licht werpt op de verantwoordelijken voor de moord op Congo's nog immer populaire revolutionair. Tot in het kleinste dorp in midden Afrika kennen ze hem. En waar straten namen hebben, dragen ze die van Patrice Lumumba - een legende, een icoon. Lumumba stak zijn afkeer van de Belgische kolonisator nooit onder stoelen of banken. Hij was het die de overheersing van de blanken aan de kaak stelde, hij was het die het zelfrespect van de Afrikanen terugvond. Maar ook hij was het, die door de Amerikaanse president Eisenhower in het heetst van de Koude Oorlog 'een Castro of erger' werd genoemd. En hij was het, die op 30 juni 1960 en plein public de Belgische koning Boudewijn schoffeerde op de officiële plechtigheid in het Paleis der Natie in Leopoldstad (nu: Kinshasa), waar de Belgische kolonie werd overgedragen aan het nieuwe in mei gekozen eigen bestuur van president Joseph Kasavubu en premier Patrice Emery Lumumba. De Belgen hadden ervoor gekozen om een versnelde dekolonisatie door te voeren om te voorkomen dat de nationalistische beweging (van Lumumba) zou radicaliseren. Wanneer de onervaren Congolese politici officieel de macht kregen, zou België - omwille van de trusts die de kolonie als wingewest ontgonnen - feitelijk de touwtjes in handen houden. Boudewijn beet op de feestelijke overdracht het spits af en blies voor de laatste maal in niet mis te verstane bewoordingen van de koloniale toren. Hij poogde België, in het bijzonder Leopold(II, stichter van de 'Vrijstaat Congo', vrij te pleiten. 'De onafhankelijkheid van Congo is de bekroning van het werk, dat door het geniale brein van Leopold(II werd ontworpen. (...) Brengt de toekomst niet in gevaar door overhaaste hervormingen en vervangt de organen die België u overdraagt niet eer gij zeker zijt dat gij het beter kunt doen.' Een toespraak, kortom, vanuit Congolees perspectief bezien wat ongepast bij deze gelegenheid.
De volgende redevoering, van president Kasavubu, was ongevaarlijk. Luttele momenten, als premier Lumumba het woord neemt, trekt koning Boudewijn lijkbleek weg. In een vlammend requisitoir vat de jongbakken premier driekwart eeuw koloniaal bestuur samen. 'Wie zal vergeten dat men tegen een zwarte "jij" zei, niet zoals men dat tegen een vriend zegt, maar omdat het eerbare "u" enkel voor blanken was voorbehouden?' zegt hij onder luid applaus van de Congolese aanwezigen op de plechtigheid. 'We hebben ervaren dat de wet, naargelang het om een blanke of een zwarte ging, verschillend werd toegepast: inschikkelijk voor de ene, wreed en onmenselijk voor de andere. (...) Wie zal er ten slotte de terechtstellingen vergeten waarbij zo veel van onze broeders omkwamen, en de kerkers waarin diegenen brutaal gegooid werden die zich niet meer wilden onderwerpen aan het regime van onderdrukking en uitbuiting?'
Koning Boudewijn, die eerder op zíjn manier een weinig gepaste toespraak hield, voelde zich voor schut gezet door de bij deze ceremoniële gelegenheid evenzeer wat ongepaste redevoering. De Belgische premier Gaston Eyskens wist de koning er nog net van te weerhouden het vliegtuig naar huis te nemen. Pas veel later verscheen Boudewijn aan het buffet. De haat was diep en een vete werd geboren. Volgens het boek zou de jonge Boudewijn deze terechtwijzing niet over zijn kant laten gaan.
HET VERLOOP VAN de eerste dagen van het onafhankelijke Congo is bekend. Op donderdag werd het land zelfstandig en op maandag kreeg Lumumba de eerste crisissituatie te verwerken: opstandige onderbetaalde legereenheden uit de lagere regionen. Lumumba herstelde de rust door de Belgische officieren te degraderen tot adviseurs. Voor Brussel het teken dat het de premier menens was met de 'afrikanisering' van Congo. Niet alleen woorden, ook daden: geen goed vooruitzicht voor de neokoloniale plannen van de Belgen.
Op 9 juli besluit de Belgische regering te interveniëren. Dit is een aanslag op de Congolese soevereiniteit, schrijft De Witte in zijn ontluisterende relaas, en een overtreding van het handvest van de Verenigde Naties - maar wordt niet door hun secretaris-generaal Hammerskjöld verhinderd. Die is volgens een intern telegram, aangehaald door De Witte, immers van mening dat in een noodtoestand 'het recht op een liberale interpretatie' van het VN-mandaat 'zich automatisch verruimt'. Beschermd door Belgische troepen en niet gehinderd door de VN roept de koperprovincie Katanga twee dagen na de interventie de onafhankelijkheid uit. President Tshombe aldaar blijkt wel in de Belgische pas te willen lopen. Koning Boudewijn persoonlijk zorgt ervoor dat in de heftigste maanden van de Congo-crisis Tshombe wordt onderscheiden met het Grootlint in de kroonorde als 'uiting van de erkentelijkheid van België voor Uw moed'.
De op verzoek van Lumumba ingevlogen VN-troepen zijn te afwachtend en de premier wendt zich tot Moskou voor militair materieel om Katanga te heroveren. Ondanks de door België gesteunde coup van Kasavubu op 5 september, twee maanden na de onafhankelijkheid, is het voor de CIA nu overduidelijk: Lumumba moet uit de weg geruimd. 'Lumumba in de oppositie is bijkans even gevaarlijk als wanneer hij aan de macht is', schrijft de Amerikaanse inlichtingendienst in een geheime nota. Immers, Lumumba blijft populair en kan zich in het democratisch gekozen parlement nog steeds op een meerderheid verheugen.
En dus gaat voor de CIA de huurmoordenaar QJ/WIN naar Congo, gewapend met dodelijk gif om te vermengen met de tandpasta van Lumumba. QJ/WIN is reeds onderweg naar de residentie waar de afgezette premier door VN-troepen en het leger van de bij de afrikanisering nog door Lumumba aangestelde kolonel Mobutu 'bewaakt' wordt, maar feitelijk opgesloten zit. Omdat Lumumba uit de villa ontsnapt en zich klem rijdt in de armen van de troepen van de door de VS gesteunde Mobutu, blaast de CIA de operatie voorlopig af. De VS hebben het op de met Moskou heulende nationalist evenwel nog altijd niet begrepen en zullen hem op 17 januari 1960, nog geen jaar na de onafhankelijkheid, koud laten maken. Tot zover laat Ludo De Witte de handboeken redelijk intact.
Maar dat verhaal is slechts de halve waarheid, onthult De Witte. Ondertussen maakten de Belgen net zo goed plannen om de personificatie van het antikolonialisme uit de weg te ruimen. De Witte snorde een telegram op waarin de Belgische minister van Buitenlandse Zaken, Pierre Wigny, op 10 september 1960 onomwonden stelde: 'De autoriteiten hebben de plicht om Lumumba onschadelijk te maken.' Aan de hand van spijkerharde documenten toont De Witte aan dat het vooral de Belgen waren die hier ook in slaagden: Lumumba was niet zozeer een van de eerste prominente dodelijke slachtoffers van de Koude Oorlog, als wel een eerste slachtoffer van het Belgische neokolonialisme. In het diepste geheim werd gewerkt aan de riskante Operatie Barracuda waarvoor de Belgische minister van Afrikaanse Zaken zijn toestemming verleende. Lumumba (codenaam: Satan) moest weggewerkt.
Tot Barracuda komt het niet omdat de Belgische regering inziet, evenals eerder de CIA, dat het veel gemakkelijker kan. Als Lumumba aan zijn vijanden wordt uitgeleverd, is hij evenmin zijn leven zeker en wordt het aanzien van de vroegere kolonisator het minst geschaad. Wanneer in december 1960, de maand van het huwelijk van koning Boudewijn, een politieke comeback van de ex-premier onafwendbaar lijkt, wordt dan ook in het diepste geheim zijn overplaatsing van Thysstad (nu: Mbanza Ngungu) naar Katanga's hoofdstad Elisabethstad (nu: Lubumbashi) voorbereid. Door de Belgen. De Witte schrijft: 'Anders dan voortdurend wordt beweerd, speelden de VS en de CIA geen enkele rol in de voorbereiding van de transfer, de transfer en de gebeurtenissen in Katanga zelf, op 17 januari en de dagen voordien.'
Een telegram van de minister van Afrikaanse Zaken op 16 januari was genoeg om (pro forma) het lot van Lumumba in handen te leggen van satellietpresident Tshombe van Katanga: Lumumba kon worden overgeplaatst. En iedereen wist, leidt De Witte af uit de archiefstukken, dat dat Lumumba's dood zou betekenen. Een dag later al vertrok het vliegtuig. Onderweg werden de ex-premier en zijn medestanders zwaar mishandeld. De piloot zou vanuit de cockpit zelfs vriendelijk hebben gevraagd iets gas terug te nemen omdat het vliegtuig te veel schudde. Lumumba's karakteristieke baardje werd uitgerukt en gedurende de lange tocht werd hij onafgebroken geslagen, volgens de getuigen. Niettemin was 'het pakje' volgens kolonel Louis Marlière, adviseur van Mobutu, in Elisabethstad 'goed' gearriveerd.
Nog dezelfde dag wordt de zesendertigjarige ex-premier onder het toeziend oog en volgens De Witte 'op bevel van' ten minste twee Belgische politiefunctionarissen even buiten de stad geëxecuteerd - 'de bekroning van zes maanden westerse interventie in Congo', concludeert de auteur. Om ook op te merken: 'Politieke moorden zijn niet het voorrecht van de Amerikaan se, Franse en Britse regeringen.' Omdat de regering van Tshombe, vanwege de innige band met de Belgen, niet te veel bloed aan de handen mocht krijgen, werd - bijna een maand later - een van de ware gebeurtenissen afwijkende nogal onwaarschijnlijke 'officiële versie' van de moord gegeven: Lumumba, Okito en Mpolo hadden geprobeerd te ontsnappen en waren in een val van woedende Congolezen terechtgekomen. 'De papieren megafoon van alle krachten die de regering Lumumba naar het leven stonden' (De Witte) oftewel de Waalse krant La Libre Belgique was er veel aan gelegen dit verhaal te geloven en concludeerde, zoals de Belgen en Congolezen in Elisabethstad het hadden bedoeld: 'Het gebeuren toont helaas aan dat in Afrika, en in bepaalde landen met een soortgelijke evolutie, het verwerven van de democratie verwordt tot een zaak van moorden.'
DE TANDEN UIT Soete's verzameling hebben België maar even in de greep gehouden. In weekblad Knack verwonderde redacteur Marc Reynebeau zich vorige week nog over de stilte die na de onthullingen over de Belgische betrokkenheid in de moord was ontstaan. In december 1960, voor het leven van Lumumba een cruciale maand, waren de Belgen drukker met koninklijke beslommeringen (het huwelijk van Boudewijn). En nu hebben de Belgen andere koninklijke zaken aan het hoofd: de verloving van de kroonprins. Alleen het Vlaams Blok stelde in de Kamer vragen over het boek van De Witte. Politiek België bleef verder 'zo stom als een vis'. De minister van Buitenlandse Zaken gaf als antwoord in de regel op historische studies niet te reageren.
Ondertussen is het 'hopen' op een reactie uit Congo, waar nu langzaam de eerste in het Frans vertaalde passages van het boek van De Witte circuleren. De hoop op Congo lijkt vergeefs. Het is er daar de laatste jaren niet bepaald georganiseerder op geworden. Niettemin zal de legende van Lumumba in Afrika voortleven. Het wachten is nog op de resultaten van het in 1997 door de Congolese president Kabila beloofde onderzoek naar de moord. Of was dat slechts propaganda?

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?