De Groene Amsterdammer

Sluiten

De corridor van de georganiseerde misdaad

Onderzeeërs vol cocaïne

Midden-Amerika is het nieuwe front in de uitzichtloze oorlog tegen drugs. In Guatemala en El Salvador vallen momenteel meer doden dan tijdens de burgeroorlogen. De regeringen staan machteloos. 

door CEES ZOON

'WE HADDEN niet voorzien dat de grens van de Río Bravo, tussen de Verenigde Staten en Mexico, zich zou verplaatsen naar Guatemala, en nu nog verder naar beneden naar Honduras', bekende president Álvaro Colom van Guatemala afgelopen zomer. Volgens Colom komt vijftig procent van het ongebreidelde geweld in zijn land voor rekening van de drugsorganisaties. Marlen Banegas, de chef van de openbaar aanklagers in het buurland Honduras, gaat nog een stap verder: 'De hele landengte Midden-Amerika is vandaag de dag een corridor van de georganiseerde misdaad.'
De Wereldbank stelt dat de 'Midden-Amerikaanse landen stuk voor stuk hard op weg zijn naar de status van failed state, want ze hebben nog slechts een heel beperkte controle over hun grondgebied'. De Mexicaanse kartels hebben hun invloed uitgebreid over heel Midden-Amerika, de dunne landsliert die de voornaamste cocaïneproducent Colombia verbindt met de thuishaven van de kartels. De enorme toename van het geweld komt vooral doordat Los Zetas en het Kartel van Sinaloa elkaar ook in Midden-Amerika op leven en dood bestrijden over de cocaïneroutes. Het resultaat is dat de landen in Midden-Amerika, decennialang het toneel van guerrillaoorlogen en het westelijke front van de Koude Oorlog, grotendeels in handen van de georganiseerde misdaad zijn gevallen. De reactie is een verregaande militarisering. Opnieuw oorlog dus, deze keer zonder enige ideologische inzet en zonder dat de plaatselijke bevolking er ook maar iets mee te maken heeft. En zowel in Guatemala als in El Salvador vallen nu meer doden dan tijdens de lange burgeroorlogen.
Het maakt al lang niet meer uit wat voor regering de kleine landen hebben. In Midden-Amerika zit tegenwoordig van alles. Een rechtse president in Honduras (na de militaire staatsgreep van twee jaar terug), een gematigde, zij het zwakke man in Guatemala (al heeft een rechtse ex-generaal de eerste ronde van de verkiezingen gewonnen), een linkse ex-guerrillafiguur in El Salvador, een van revolutionair tot evangelist verworden sandinist in Nicaragua, een conservatieve dame in Costa Rica en een multimiljonair in Panama. Wat zij in hun verscheidenheid gemeen hebben, is dat ze allen dag in, dag uit terrein verliezen aan de drugsmaffia's.
Guatemala is al geruime tijd het toneel van de grootschalige moordpartijen die we van Mexico kennen, met tientallen doden die eerst zwaar gemarteld zijn. Bij een bloedbad eind mei in El Petén, de jungleprovincie die grenst aan Mexico, werden 27 boeren onthoofd. Een week later werd een openbaar aanklager vermoord. In Guatemala is niemand meer veilig, en de regering staat machteloos. 'De regering kan niet een geblindeerde auto geven aan elke bedreigde rechter', bekende de minister van Binnenlandse Zaken. Guatemala geldt als de eerste narcostaat van Midden-Amerika.
In El Salvador heeft het kartel van Sinaloa een filiaal, Los Perrones. Zij brengen de uit Colombia en Ecuador afkomstige cocaïne aan de kust van de Stille Oceaan aan land en zijn verantwoordelijk voor het transport naar Guatemala en Honduras, waar de handel aan de Mexicanen wordt overgedragen. In het kleinste land van Midden-Amerika geldt hetzelfde verhaal als in Mexico en Guatemala: medeplichtigheid en corruptie van instanties die de drugsorganisaties in naam bestrijden. Sinds 2008 zijn meer dan vijftig politieofficieren beschuldigd van banden met Los Perrones, onder wie velen van de antinarcoticabrigade. De justitie in alle landen van Midden-Amerika heeft een miserabele reputatie als corrupt en direct gestuurd door politici. Corrupte rechters worden gedekt tot in de hoogste colleges als het Constitutionele Hof. President Funes zegt dat zijn regering bewijzen heeft dat ook het Mexicaanse kartel Los Zetas Salvadoraanse politieagenten rekruteert, met voor deze regio astronomische gages van vijfduizend dollar per maand.
Los Perrones proberen nadrukkelijk hun Mexicaanse heren te imiteren. Ze rijden rond in peperdure auto's, hebben een voorliefde voor volbloed renpaarden, waarvoor zij de ene renbaan na de andere aanleggen, en zijn verzot op narcocorridos, de populaire Mexicaanse drugsballades. Volgens specialisten proberen de Salvadoraanse epigonen 'kleine Mexicaanse kartelletjes' te worden. Een van de leiders is Flores Lazo, eigenaar van het transportbedrijf Transportes de Jesús. Hij vervoert geen religieuze artikelen, maar drugs in zijn trucks. Vorig jaar werd Lazo gearresteerd in Honduras en uitgeleverd aan zijn eigen land, waar hij wordt beschuldigd van het transport van drugs met een waarde van 82 miljoen dollar voor de Mexicaanse kartels. Veel van de leiders zijn afkomstig uit de armste bevolkingsgroepen en in zeer korte tijd schatrijk geworden. Lazo begon zijn handel met de verkoop van water op de rug van een ezel in zijn dorp Bolívar. Daarna verdiende hij zijn geld met het smokkelen van kaas uit Honduras, aleer hij zich op de drugs stortte.
De route van Colombia naar Mexico is een soort hink-stap-sprong, van het ene landje naar het andere. De cocaïne wordt naar de strandjes van El Salvador gebracht in razendsnelle speedboten die vanuit Nicaragua opereren. De lanchas maken zelfs gebruik van tankschepen, die gecamoufleerd zijn als vissersboten. Ze hebben een capaciteit voor tien ton cocaïne, maar vervoeren doorgaans de helft om niets aan snelheid te verliezen. Steeds vaker gebruiken de kartels de laatste jaren ook eenvoudige maar technologisch perfect uitgeruste onderzeeërs om de drugs rechtstreeks uit Colombia te halen.
El Salvador is een van de gewelddadigste landen ter wereld, met name door toedoen van jeugdbendes als de Mara Salvatrucha. De bendes ontstonden in de jaren negentig in Los Angeles. Toen de Amerikaanse autoriteiten de leiders begonnen te deporteren naar El Salvador begonnen ze daar aan een onstuimige expansie en inmiddels zijn de maras uitgegroeid tot een plaag die heel Midden-Amerika teistert. Tegenwoordig worden ze op grote schaal ingezet als huurmoordenaars en begeleiders van drugstransporten. Dat gebeurt bepaald niet onopvallend, want door hun overdaad aan tatoeages, meestal ook over hun hoofden en gezichten, kunnen de maras niet ongemerkt voorbijlopen.
De Costa Ricaanse president Laura Chinchilla voorspelde een paar jaar geleden dat 'Midden-Amerika het slagveld wordt van de eindoorlog tegen de drugshandel', en zegt nu dat 'die voorspelling helaas een feit is geworden'. Overal in de isthmus zie je volgens haar 'ondermijning van de democratie door de infiltratie van maffia's in de politieke partijen en de instituties, in een regio die nog altijd aan het bijkomen is van decennia oorlog tussen 1960 en 1996'.
Haar collega Álvaro Colom, president van Guatemala, heeft herhaaldelijk toegegeven dat de autoriteiten flinke delen van het land niet langer controleren, dat de Mexicaanse drugsorganisaties daar de baas zijn: 'Het is zo ver gekomen dat de kartels vier zones van Guatemala controleren. De doorgangsroute over de weg in het noorden, die loopt van Honduras naar Chiapas. Izabal en San Marcos, waar de situatie heel complex is doordat de streek dichtbevolkt is en de narcos er zijn neergestreken met een hoop geld. En de Laguna del Tigre, in het noordwesten aan de grens met de Mexicaanse staat Tabasco. Daar ligt een indrukwekkend kerkhof van afgedankte vliegtuigjes van de narcos.'

IN JUNI belegde de Organisatie van Amerikaanse Staten een speciale veiligheidsconferentie in San Salvador. 'We hebben geen oorlogen in Midden-Amerika op dit moment', zei secretaris-generaal José Miguel Insulza bij de opening daarvan. 'Maar de misdaad, de drugshandel en het geweld vormen een bedreiging voor de democratische stabiliteit, de versterking van de rechtstaat en de economische ontwikkeling.'
De Wereldbank oordeelt dat de hoge moordcijfers in Guatemala, Honduras en El Salvador 'de hoop op vrede en stabiliteit verstikken die bestond aan het einde van de regionale burgeroorlogen'. De marginalisatie en de hoge werkloosheid drijven grote groepen jongeren direct in de armen van de georganiseerde misdaad, dat wil zeggen de Mexicaanse drugskartels. Het is een vicieuze cirkel: de Midden-Amerikaanse staten zijn zonder uitzondering bijzonder zwak, waardoor de groei van de georganiseerde misdaad en het geweld vrijwel onbelemmerd kunnen doorgaan, wat weer een economische aderlating voor de toch al zwakke middenklasse veroorzaakt. De Verenigde Naties schatten dat de strijd tegen de georganiseerde misdaad de Midden-Amerikaanse landen acht procent van het bruto nationaal product kost, en volgens de Midden-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (BID) is dat zelfs twaalf procent.
'We hebben één gemeenschappelijke vijand: de georganiseerde misdaad', zei de Salvadoraanse president Mauricio Funes op de conferentie. Maar helaas is die zo langzamerhand sterker dan alle staten op de landengte bij elkaar.
De economische machthebbers zoeken niet naar een sociale en economische oplossing, maar kiezen geheel voor de militaire aanpak. Net zo evident als het uitdijen van de macht van de drugskartels in Midden-Amerika is de toenemende militarisering van de hele regio. Insulza had ongelijk met het eerste deel van zijn analyse: in Midden-Amerika is het wel degelijk oorlog. Geen traditionele oorlog tussen landen onderling, of een ideologische guerrillaoorlog tussen dictaturen en opstandelingen, maar een overlevingsoorlog van de staten tegen machtige paramilitaire misdaadorganisaties.
In Guatemala heeft president Colom de laatste twee jaar verschillende keren de noodtoestand afgekondigd voor grote delen van het land om het leger meer armslag te geven bij het bestrijden van de kartels. Dergelijke maatregelen jagen de bevolking de stuipen op het lijf, want het Guatemalteekse leger heeft een ijzingwekkend verleden met moorden en martelen als voornaamste strijdmiddelen. De financiële armslag van de strijdkrachten wordt verruimd. Het bij de vredesakkoorden van 1996 vastgelegde maximum van 0,66 procent van het bnp voor defensie is geschrapt. En na de verkiezingen van november krijgt Guatemala zo goed als zeker weer een ex-generaal als president.
Mexico heeft onlangs de zuidgrens met Guatemala gemilitariseerd. Bij de vier officiële grensovergangen tussen beide landen verliest de eenvoudige reiziger uren met bureaucratische rompslomp, terwijl de drugs, wapens en illegalen ongehinderd buiten de posten om passeren. Het leger heeft vooral manschappen gestuurd naar de grens met de provincie El Petén, waar de kartels zelfs voor eigen rekening wegen door de jungle hebben aangelegd.
Costa Rica heeft sinds 1948 geen leger. Vorig jaar nam het parlement echter een wet aan die de Amerikaanse strijdkrachten vrij toegang geeft ter land, ter zee en in de lucht. Op dit moment zijn er al tussen de zevenduizend en dertienduizend marines in Costa Rica, voorzien van zwaar materieel. Die moeten, op uitnodiging van president Laura Chinchilla, samen met de plaatselijke politie de strijd tegen de groeiende macht van de drugskartels voeren.
Haar voorganger Óscar Arias, die tijdens een eerder mandaat in 1987 de Nobelprijs voor de vrede kreeg voor zijn bemiddeling bij het beëindigen van de burgeroorlogen in Midden-Amerika, besloot al in 2007 Costa Ricaanse politieagenten naar de VS te sturen voor een training op de Western Hemisphere Institute for Security Cooperation (WHISC) in Fort Benning, Georgia, de opvolger van de beruchte School of the Americas, waar in het verleden duizenden Latijns-Amerikaanse militairen inclusief coupplegers leerden martelen. Uit een door WikiLeaks gepubliceerd memo van de Amerikaanse ambassade blijkt dat Arias akkoord ging 'op voorwaarde dat het geen schade berokkent aan zijn bekende reputatie aangaande demilitarisering en mensenrechten'. Costa Rica, dat in een lang grensconflict met Nicaragua is verwikkeld, heeft bovendien besloten tot het opzetten van een militaire reserve binnen de politie. Nicaragua op zijn beurt militariseert steeds verder met het oog op een 'oorlogssituatie'. Het leger speelt hier al een belangrijke rol in de strijd tegen de drugshandel.
De Amerikaanse militaire presentie op de landengte groeit gestaag. In Honduras, waar de militairen na de staatsgreep van twee jaar geleden nog altijd grote invloed hebben, is een gezamenlijke task force met de Amerikaanse strijdkrachten opgezet. In Guatemala werd tijdens de afgelopen verkiezingscampagne aan alle kandidaten gevraagd of zij akkoord gingen met de aanwezigheid van buitenlandse troepen om de drugshandel te bestrijden, en zonder uitzonderingen zeiden ze 'ja'. Sandra Torres, tot een paar maanden geleden de vrouw van president Colom, stelde zelfs ronduit voor de Amerikaanse soldaten die terugkeren uit Irak hiervoor in te zetten.
Ondanks de toenemende militarisering zegt de Costa Ricaanse president Chinchilla dat 'geen enkel land de strijd tegen de drugsmaffia's wint alleen met een leger'. Belangrijker is naar haar idee een rechterlijke macht die echt functioneert en niet corrupt is. Maar dat is nu juist een van de kernproblemen van Midden-Amerika.
Alle regeringen in de regio zeggen ook dat economische ontwikkeling de sleutel tot de oplossing is: met zo'n hoge werkloosheid en zo weinig kansen voor jongeren belanden die al gauw in de klauwen van de kartels. Maar als we kijken wat er op dit vlak de laatste twintig jaar is gebeurd, is er weinig reden tot optimisme. Ondanks de overvloedige buitenlandse hulp leven nog steeds veertig miljoen mensen onder de armoedegrens. Dat is ruim de helft van de totale bevolking, en hun aantal neemt alleen maar toe.
Dat de Verenigde Staten een hoofdrol spelen komt niet alleen door de historische status van Midden-Amerika als achtertuin. De VS zijn nu eenmaal de grootste consument van de drugs die uit het zuiden komen én de voornaamste leverancier van de wapens, zowel die van de kartels als van de bestrijders daarvan. De Mexicaanse president Calderón benadrukte het nog eens in zijn laatste toespraak tot de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Ook de meeste wapens die in Colombia worden geconfisqueerd, komen uit de VS, aldus president Santos, met Calderón de beste bondgenoot van Washington in Latijns-Amerika.
Na het Plan Colombia (1,2 miljard dollar aan Amerikaanse steun voor de drugsoorlog in dat land) en het Plan Mérida (ruim een miljard dollar voor de drugsoorlog in Mexico) heeft Washington nu het Plan Midden-Amerika gelanceerd. De militaire aanpak blijft dus prevaleren. Terwijl we weten dat de war on drugs, waarvan deze programma's deel uitmaken, een complete mislukking is.
De war on drugs is de langstlopende oorlog van de VS. Hij werd precies veertig jaar geleden verklaard door president Richard Nixon en aan de vele slagen hebben ontelbare beroemdheden deelgenomen, van Elvis Presley tot generaal Barry McCaffrey, van Pablo Escobar tot Milton Friedman, van George Soros tot Sting. 'Public enemy nummer één is het drugsmisbruik', zei Nixon, en de oorlog tegen drugs die hij aanging was een 'offensief op wereldschaal om de bronnen van het aanbod aan te pakken'.
Dat de war on drugs een mislukking is die desondanks gewoon doorgaat, is een conclusie die niet alleen door linkse doordravers wordt getrokken. George Shultz, minister van Buitenlandse Zaken onder Ronald Reagan, en Paul Volcker, ex-directeur van de FED, schreven onlangs in een artikel in The Wall Street Journal dat de oorlog tegen drugs 'een fiasco' is en dat er een nieuwe strategie moet komen, inclusief depenalisatie en zelfs regulering: 'De verliezen in de drugsoorlog in Mexico zijn van dezelfde orde als het verlies van Amerikaanse levens in de oorlogen in Korea en Vietnam.'
De enige winnaars in deze verloren oorlog zijn de Amerikaanse fabrikanten van oorlogsmaterieel en de zogenaamde contractors, de privé-bedrijven die een deel van de Amerikaanse oorlogvoering hebben overgenomen. De Subcommissie Binnenlandse Veiligheid van de Amerikaanse Senaat maakte in juni dit jaar bekend dat 1,8 miljard van de 3,1 miljard dollar die de Verenigde Staten tussen 2005 en 2009 uittrokken voor de drugsoorlog in Latijns-Amerika is terechtgekomen bij vijf Amerikaanse bedrijven: Dyncorp, Lockheed Martin, Raytheon, ITT, en ARINC.
Dyncorp, een van de grootste profiteurs van de privatisering van de Amerikaanse oorlogvoering en nu op grote schaal aanwezig in Colombia en Peru, was het bedrijf dat Oliver North gebruikte in de Iran-Contra-affaire van de jaren tachtig, waarin wapens geruild werden voor cocaïne. Noch Defensie noch het State Department volgt waar het geld blijft, en bijna een miljard is uitgegeven zonder de wettelijk voorgeschreven aanbestedingsprocedures. 'Er wordt met belastinggeld gesmeten zonder te weten wat ze ervoor krijgen', aldus commissievoorzitster senator Claire McCaskill. De overheidsuitgaven voor antinarco-contracten zijn tussen 2006 en 2009 jaarlijks gestegen met 36 procent.
Maar terwijl de oorlog doorgaat, zit Washington tot de nek in de financiële problemen. De Amerikanen zegden bij de presentatie van het Plan Midden-Amerika in juni 'slechts' driehonderd miljoen dollar toe. De Wereldbank beloofde een miljard en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank een half miljard 'om te verhinderen dat Midden-Amerika volledig in handen van de drugskartels valt'. Maar dat zijn leningen die de regio moet terugbetalen.
Het Plan Midden-Amerika zal gefinancierd worden met het heffen van nieuwe belastingen. Honduras heeft al een nieuwe wet aangenomen die een 'antimisdaadbelasting' invoert, onder meer op de verkoop van mobiele telefoons en fast food. President Funes heeft voor El Salvador een soortgelijk initiatief aangekondigd, al zegt hij dat hij, geheel volgens de laatste mode, het geld bij de rijken wil halen. Dus betalen de Midden-Amerikanen, met name de toch al zo zwakke middenklasse, een oorlog die niet de hunne is en die bovendien bij voorbaat verloren is. Het slechte voorbeeld van Mexico wordt blind gevolgd. En allemaal, van de productielanden Colombia en Peru tot het consumptieland bij uitstek de Verenigde Staten en de slachtofferlanden op de route Mexico en Midden-Amerika, blijven ze eendrachtig roepen dat legaliseren niet de oplossing is. Midden-Amerika is niet het slagveld van de eindstrijd tegen de drugshandel, zoals president Chinchilla zei, maar gewoon een nieuw front in een uitzichtloze oorlog.

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?