De Groene Amsterdammer

Sluiten

‘Opgestaan uit ruïnes’*[*eerste regel van het DDR-volkslied]

Portret van de Berliner Zeitung

De Berliner Zeitung heeft heel wat rampen overleefd. Eerst de DDR, nu Mecom. De Britse investeerder, die niets investeerde, heeft de krant, hoewel die winst maakte, moeten verkopen. De beste krant van Berlijn gaat nieuwe tijden tegemoet.

door ANTOINE VERBIJ

‘HAUSVERBOT’, fluistert redacteur Peter Riesbeck mij toe. Ik luister net naar de beraadslagingen van de politieke redactie van de Berliner Zeitung over de voorpagina van de volgende dag. Dan roept hij mij al weer weg. Laat die Nederlandse journalist eerst maar een officiële aanvraag indienen, heeft hoofdredacteur en bedrijfsleider Josef Depenbrock tegen Riesbeck gezegd. Nu moet ik sofort het pand uit. Riesbeck voert mij ijlings af naar de kantine.
Riesbeck, in de redactie onder meer verantwoordelijk voor de berichtgeving uit Nederland, gaat mij voor door de smalle, grijze gangen van de redactieburelen. We zijn op de dertiende verdieping van een hoog en smal gebouw uit DDR-tijden, met uitzicht op de Alexanderplatz en de Fernsehturm. Aan het einde van een gang laat hij me nog snel de webredactie zien. Minder dan de helft van de bureaus is bezet. ‘Kapotbezuinigd’, krijg ik te horen.
In een onopvallende hoek van de kantine vertellen redacteuren mij over de spanningen in het gebouw. ‘Unter drei’, zeggen ze erbij, Duits journalistenjargon voor: noem mijn naam niet. Voor het eerst sinds weken is hoofdredacteur Depenbrock weer op de redactievergadering verschenen. Het is een van zijn laatste vergaderingen met een redactie die hem haat.

DEPENBROCK is de zetbaas van investeringsmaatschappij Mecom, eigenaar van de Berliner Zeitung. Ruim drie jaar geleden kocht Mecom de Berliner Verlag, die naast de krant het boulevardblad Berliner Kurier, het stadsmagazine Tip en de advertentiekrant Berliner Abendblatt uitgeeft. Mecom-baas David Montgomery installeerde Depenbrock in de ongebruikelijke dubbelfunctie van bedrijfsleider en hoofdredacteur.
Nog vóór de deal gesloten was, kwam de redactie in opstand. En niet alleen de redactie, ook lezers demonstreerden. Overal in de burelen van de krant hingen stickers met verbodsborden voor sprinkhanen, ‘Heuschrecken’ in het Duits. Zo had SPD-leider Franz Müntefering de hedgefondsen gedoopt: ze komen plotseling, vreten alles kaal en zijn even plotseling weer weg.
Depenbrocks voorganger als hoofdredacteur, Uwe Vorkötter, schreef op de prominente pagina 3 een vlammend protest tegen de komst van de nieuwe eigenaar – een unieke daad in de Duitse krantengeschiedenis. ‘Ik heb drie uur lang de gelegenheid gehad met David Montgomery over zijn plannen voor de Berliner Zeitung te spreken’, schreef Vorkötter. ‘Als er zulke plannen waren, zou ik die nu moeten kennen. Dat is niet het geval.’
Dat is niet helemaal waar. Montgomery had ten minste één plan: de krant moest twintig procent rendement opleveren. Dat had hij zijn aandeelhouders beloofd. Het was Depenbrocks taak dat rendement eruit te persen. Daar hoefde hij niet veel voor te doen. Negentien redacteuren, onder wie veel gerenommeerde, verlieten uit eigen beweging de redactie. ‘Mijn imago bij de redacteuren interesseert mij niet’, zei Depenbrock tegen Spiegel-redacteur Alexander Osang. En: ‘De term “gerenommeerd” zegt mij niets.’
‘Unter eins’, zegt Christian Bommarius, oftewel: noem gerust mijn naam. Hij is de meest geprofileerde redacteur van het moment en neemt geen blad voor de mond wanneer hij mij in de kantine te woord staat. De krant is volgens hem in een ‘razende stilstand’ terechtgekomen. De redactie draait op routine, de lezers lopen weg. Twintigduizend opzeggers hebben de oplage tot 160.000 doen dalen.
‘Depenbrock interesseert zich niet voor redactionele competentie’, zegt Bommarius. ‘De commentaren die hij voor de krant schrijft, hebben cultstatus. We lachen ons slap. Herschrijven helpt niet, ze blijven inhoudsloos.’ Bommarius mag het zeggen, zijn pen is een van de weinige scherpe die nog op de redactie te vinden zijn.
‘De schade die Mecom heeft aangericht is onmetelijk. Niet alleen redactioneel, vooral ideëel.’ Bommarius doelt op de reputatie die de krant sinds de val van de Muur had opgebouwd. Het was de enige ‘gesamtdeutsche’ krant in het herenigde Duitsland. Bij geen enkel ander medium werkten journalisten uit oost en west zo harmonisch samen. Het was een laboratorium voor de nieuwe verhoudingen. Nergens werd het verdeelde verleden zo consequent, serieus en integer verwerkt als in de Berliner Zeitung.

TOTDAT een jaar geleden bleek dat de redacteur die zich het meest met de DDR-jaren bezighield een Stasi-verleden heeft. Thomas Leinkauf was als redacteur verantwoordelijk voor de grote reportages en interviews. Hij werkte al vanaf 1979 bij de krant. Vorig voorjaar werd bekend dat hij daarvóór twee jaar lang inlichtingen aan de Stasi had verstrekt.
Het was een enorme klap voor de toch al zo geplaagde krant. Vooral toen even later bleek dat nóg meer redacteuren de geheime dienst hadden toegefluisterd. Een ‘ereraad’ moest de krant zuiveren. Drie redacteuren vertrokken, evenals honderden abonnees. Leinkauf mocht blijven, zijn vergrijp was relatief gering, zijn verantwoordelijke functies moest hij opgeven.
De affaire spleet de redactie en doet dat nog steeds. Voor Bommarius, een Wessi, is Leinkauf als journalist niet langer geloofwaardig. ‘En geloofwaardigheid is het enige kapitaal waarover journalisten beschikken’, schreef hij in een open brief aan de hoofdredacteur. Anderen houden Leinkauf de hand boven het hoofd en prijzen zijn verdiensten. Twee jaar fout en dertig jaar goed, daar valt, menen zij, mee te leven.
Bommarius vindt dat je goed kunt merken wie van de redacteuren uit het oosten komt en wie uit het westen. ‘De oudere Ossi’s zijn strakker en autoritairder. Je kunt merken dat ze aan de leiband hebben gelopen van het DDR-regime.’ Vóór de val van de Muur was de Berliner Zeitung het orgaan van de Socialistische Eenheidspartij Duitsland, afdeling Berlijn. De krant was een doorgeefluik voor wat de partij de mensen wilde doen geloven.

DE GESCHIEDENIS van de krant begon op 21 mei 1945, negentien dagen nadat het Rode Leger Berlijn had ingenomen. De Berliner Zeitung was de eerste Berlijnse krant van na de oorlog. Een avontuurlijk stuk krantengeschiedenis. De drukpersen moesten uit kelders vol lijken worden opgedolven. Het eerste nummer bejubelde de bevrijders uit het oosten. Streamers met citaten van Josef Stalin sierden de pagina’s. Geen woord over plunderingen en verkrachtingen door dronken sovjetsoldaten.
De eerste hoofdredacteur was een Russische officier met een map vol instructies uit Moskou. Na twee maanden werd hij opgevolgd door de legendarische Rudolf Herrnstadt. De communistische intellectueel werd snel een machtig man, met zitting in het Centraal Comité van de Socialistische Eenheidspartij. Hij waagde het te schrijven over het brute optreden van de Russen in Berlijn. Hij sprak partijleider Walter Ulbricht regelmatig tegen. In 1953 werd hij benoemd tot archivaris in de provincie.
In het jubileumnummer dat in mei 2005 verscheen, schrijft samensteller Thomas Leinkauf met een zeker respect over de partijgetrouwe maar ‘nette’ hoofdredacteuren die Herrnstadt opvolgden. Andere auteurs leggen in dezelfde uitgave genadeloos bloot hoe de krant gemaakt werd. Elke deelredactie overlegde wekelijks met een ministerie.
Christoph Links, tegenwoordig een respectabel uitgever, beschrijft hoe hij in de jaren tachtig als redacteur uit balorigheid een alfabetische lijst van taboe-onderwerpen aanlegde. A: Altstadtsanierung – het verval van oude stadskernen was anathema, de redacteuren moesten de lof zingen van de troosteloze nieuwbouwwijken. M: Marokko – omdat de DDR fosfaten uit dat land nodig had, diende het repressieve koninklijke regime van kritiek verschoond te blijven. Links’ legendarische ‘Tabu-Buch’ verdween eind jaren tachtig op mysterieuze wijze uit zijn bureaula. Sporen ervan zijn alleen nog terug te vinden in de Stasi-dossiers.

IN 1987 was Alexander Osang, vers gekneed in de finesses van de partij-journalistiek, aan de Berliner Zeitung toegewezen, afdeling economie en jongeren. Het liefst had hij sport gedaan, ‘vanwege de reizen naar het kapitalistische buitenland’. Nu bleef zijn buitenlandse ervaring beperkt tot de Jugendfestspiele in Noord-Korea. Osang, een pur sang Oost-Berlijner, zegt in die jaren veel van Leinkauf te hebben opgestoken.
Het waren de laatste jaren van de volksrepubliek, maar dat wist toen niemand. ‘De redactie was een soort ruimteschip, ver van de werkelijkheid verwijderd’, vertelt Osang in zijn Oost-Berlijnse penthouse. ‘Terwijl op straat de mensen demonstreerden, schreef de krant op pagina 1 over gezonde voeding. Mijn moedigste artikel bestond uit tien retorische vragen, zoals: “Zijn fakkels in de optocht van de jeugdorganisatie nog wel bij de tijd?” De hoofdredacteur had overal “ja” achter gezet.’
Rond de val van de Muur legde Osang zich toe op onthullingsjournalistiek. ‘Toen begon ik eigenlijk het vak pas te ontdekken. Maar ach, wat waren dat nou helemaal voor onthullingen? Dat partijbonzen luxe badkamers hadden met kranen uit de Bondsrepubliek. We speelden journalistje.’ In de West-Duitse media werd hij als held gevierd.
‘Over de hereniging dachten we niet na. We waren trotse burgers van ons land. De mensen die “Wij zijn één volk” riepen, waren in onze ogen nazi’s.’ Vrede met de hereniging kreeg Osang pas toen hij reportages ging schrijven. ‘Allemaal over gewone mensen in het oosten, allemaal Wende-verhalen. Toen ontdekte ik wat de hereniging betekende.’
Osang werd er beroemd mee, bundelde de verhalen in boeken, gaf drukbezochte lezingen, kreeg de prominente Egon Erwin Kisch-prijs. ‘Toen kwamen de aanbiedingen van West-Duitse bladen. Spiegel, Stern, Süddeutsche Zeitung. Die hoopten met mijn verhalen abonnees in het oosten aan te trekken. Het werd Der Spiegel. Ze beloofden mij naar Amerika te sturen. Daar had ik altijd al van gedroomd. Het werd de gelukkigste tijd van mijn leven.’
Zijn banden met de Berliner Zeitung zijn gebleven. Jarenlang schreef hij nog een column voor de krant en elk jaar het kerstverhaal. Zijn vrouw werkt er nu in de functie van zijn vriend Thomas Leinkauf: ‘Het is nog altijd een aantrekkelijke titel met goede auteurs. En geen enkele krant heeft zo’n band met zijn lezers. Naar lezingen die ze voor hun abonnees organiseren, komen altijd zo’n zeven-, achthonderd mensen.’

OSANGS GESCHIEDENIS is exemplarisch. Overal bij de grote Duitse bladen werken voormalige redacteuren van de Berliner Zeitung in prominente posities. Vooral rond de eeuwwisseling was de krant een proeftuin van journalistiek talent. ‘Nu het Mecom-tijdperk op zijn eind loopt’, zegt Osang, ‘zou het goed zijn wanneer ze weer een aantal van die goede auteurs weten terug te halen. De krant heeft de laatste jaren aan gewicht verloren.’
Dat is precies wat er staat te gebeuren. Omdat Mecom een schuld van ruim zeshonderd miljoen euro moet afbouwen, heeft ze haar Duitse pakket verkocht, inclusief de winstgevende Berliner Zeitung. Voor 152 miljoen is de keurige Keulse uitgeverij Dumont Schauberg eigenaar van de krant geworden. Die is ook al eigenaar van de links-liberale Frankfurter Rundschau, waar Uwe Vorkötter (voorheen Berliner Zeitung) hoofdredacteur is. Het gerucht wil dat hij terugkeert naar Berlijn om hoofdredacteur Depenbrock te vervangen. De opvolger van bedrijfsleider Depenbrock is al bekend: de Akense krantenman Oliver Rohloff (voorheen Berliner Zeitung).
Inmiddels heeft de chef van de Berlijnse redactie van Die Zeit, Brigitte Fehrle (voorheen Berliner Zeitung), haar baan opgezegd. Haar is door uitgever Alfred Neven Dumont een plaats in de hoofdredactie van de Berliner Zeitung toegezegd. ‘We verlangen allemaal naar de maand april’, fluistert Peter Riesbeck me in de kantine toe. ‘Dan mogen de uitgever en de nieuwe mensen het gebouw in. Nu hebben ze nog Hausverbot.’

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?