De Groene Amsterdammer

Sluiten

Boekenbah

Propria Cures op het Bal

Niet het thema van de Boekenweek – dieren – was een miskleun, de verzamelde Nederlandse sterauteurs zaten er flink naast. ’s Lands oudste studentenblad tekende de ellende voor ons op, met gevaar voor eigen welzijn.

door JOHANNES VISSER

IN ZIJN DAGELIJKSE Vrijplaats in de Volkskrant had literair agent Paul Sebes het vorige week, behalve heel veel over Paul Sebes, tot tweemaal toe over de vraag hoe je het Boekenbal binnenkomt. Er is weinig hoop volgens hem (mits je Paul Sebes heet, dan kom je uiteraard gewoon binnen, aldus Paul Sebes). ‘En als u nog niet hebt gedebuteerd, kunt u het helemaal vergeten.’
De redactie van Propria Cures was er ook dit jaar, niet gedebuteerd en zonder uitnodiging, weer bij.
In de urinoirs van de Stadsschouwburg hangen plastic insecten, op de derde verdieping staat een gigantische vogelkooi en overal lopen mensen met dierenmaskers. De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) weet ook dit Boekenbal weer op subtiele wijze te refereren aan het Boekenweekthema: ‘Tjielp, tjielp, de literaire zoo’. En zo oud als de Boekenweek zelf, zo oud is ook de kritiek van schrijvers op het thema van de week. ‘De dood’ was te somber, ‘muziek’ te vrolijk en ‘ouderdom in de literatuur’, het thema van vorig jaar, te confronterend. Dit jaar is het weer niet goed, nu de dieren aan de beurt zijn: ‘Een beetje kinderachtig’, noemt Harry Mulisch het thema; ‘hebben we niets leukers?’ merkt Kluun op; ‘onzin’, zegt Nico Dijkshoorn.
Want de schrijver is niets meer dan iemand die zijn cynisme onder woorden weet te brengen. Dat cynisme is een makkelijke autorespons, de intellectuele tegenhanger van ‘ja, leuk’, maar daarmee niet beter doordacht. Wat de schrijver is vergeten: een feestje is dat wat je er zelf van maakt. Ieder thema is leuk of interessant te maken voor degene die er iets langer over nadenkt. Zij die het best over het thema hebben nagedacht verschijnen in de tofste outfits en hebben de leukste avond. De Elvis die op zijn feestje niet alleen een pruik op zet maar ook de moeite heeft genomen om diamantjes op zijn pak te stikken, daar wil iedereen mee dansen.
De schrijver gaat naar een feest maar is vergeten goed na te denken over het thema. Hij verschijnt in spijkerbroek en een overhemd met eenden. Hooguit een vlinderdas, maar c’est tout. En dus wil ook niemand met hem dansen. Het is niet het dierenthema dat kinderachtig is, maar de schrijver weet het thema niet te verheffen boven het kinderachtige omdat hij zich totaal afzijdig houdt van enige vorm van publiek debat.
En dat terwijl er juist nu genoeg aanknopingspunten zijn om iets interessants over dieren te schrijven. Nederland is het enige land met een politieke partij die in de eerste plaats opkomt voor de rechten van het dier. Een zich almaar herhalende discussie over de bio-industrie. De documentaire Meat the Truth werd door tienduizenden mensen bekeken. Er is een omroep in de maak die zich specifiek op dieren wil richten. Maar de schrijver vertikt het om daar iets over te schrijven. Het dier lijkt voor hem niets te maken te hebben met de rest van de wereld.
En dat is jammer. Ook het dier is een interessant thema, als je de moeite neemt iets verder te kijken dan de paar honderd dierenboeken die rond de Boekenweek zijn verschenen. Het dierenthema blijft nu bij leuke plaatjesboeken, dierenverhalen en vogelgidsen. En op die manier is zo’n thema inderdaad doodsaai. Iedereen moet iets vertellen over zijn of haar huisdieren en daarmee basta. Joost Zwagerman heeft drie cavia’s, Maarten ’t Hart een bok en Harry Mulisch slangetjes.
Literatuur is een en al ambiguïteit, vol dubbele lagen en motieven. Waarom lukt het een schrijver dan niet om met een helder thema als ‘het dier’ verder te komen dan deze Triviant-feitjes? Ik kan me een gesprek tussen redacteur en schrijver voorstellen:

‘KNAP hoe u in uw laatste roman het morele bankroet van Europa weet te verbinden met een postkoloniale kijk op de mondiale crisis.’
‘Dank u, dank u.’
‘En zoals u het hyperconsumentisme weet te beschouwen vanuit een genderperspectief, daarmee legt u de vinger precies op de zere plek, geweldig.’
‘Dank u, dank u.’
‘Bent u klaar voor weer een nieuw project?’
‘Altijd.’
‘Zou u bereid zijn om, ik zeg het maar gewoon, mee te werken aan de Grote Vogelgids, die begin maart zal verschijnen?’
‘…’
‘Nou?’
‘… Ik vrees van wel.’

MISSCHIEN DAT het ‘kinderachtige’ thema ook wel bij de Boekenweek past, want respect moet je afdwingen. Een korte samenvatting van het Boekenbal: L.H. Wiener wordt de deur uit gegooid wegens racistische opmerkingen aan het adres van de donkere vrouw van Abram de Swaan; Gerrit Komrij doet voor de camera van NOS Headlines een glimworm na; de cameraman van documentairemaakster Mildred Roethof (Sex Sells) dreigt een fototoestel kapot te gooien nadat een PC-redactrice een foto van haar heeft gemaakt, en Midas Dekkers zingt over ‘Rudolf the red eyed reindeer’, waarna hij met een verslaggeefster de vogeltjesdans doet.

VIJFTIG jaar heeft het postmodernisme erover gedaan om de schrijver van zijn troon te stoten. Eén avond Boekenbal was voldoende geweest.

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?