De Groene Amsterdammer

Sluiten

Film: Punch-Drunk Love

Psychopaat in de maak

Paul Thomas Anderson
Punch-Drunk Love
Te zien vanaf 24 april

door Gawie Keyser

Punch-Drunk Love, de nieuwe romantische komedie van de Amerikaanse regisseur Paul Thomas Anderson, is een film die vooral dwingt tot luisteren. De muziek op het geluidsspoor bestaat uit hallucinerende draaiorgelmuziek afgewisseld met Hawaïaanse pop. De prachtigste verrassing in deze vreemde droomwereld is het liedje He Needs Me van Harry Nilsson uit de obscure film Popeye (1980). De zangeres is actrice Shelley Duvall, die de rol van Olijfje vertolkt. Ze kan niet zingen, maar dat is juist goed. Haar stem heeft iets broos en eerlijks en dat past volmaakt bij de onzekerheid van een ontluikende liefdesrelatie, in het geval van Punch-Drunk Love die tussen de mooie Lena Leonard (Emily Watson) en de stuntelaar Barry Egan (Adam Sandler), een verkoper van badkamerproducten die kampt met zelfhaat en opgekropt geweld.
Het liedje knoopt de hele film aan elkaar. Punch-Drunk Love lijkt veel op een klassieke filmmusical waarin de muziek niet alleen een structurele functie heeft, maar vooral ook dient als uiting van verborgen gevoelens. Het geluid suggereert een prettig, beneveld gevoel dat terug te vinden is in de titel en dat de regisseur koppelt aan verliefdheid. Behalve liefde bevat de titel ook de suggestie van geweld, twee dingen die in de film hand in hand gaan. Door deze ambiguïteit is Punch-Drunk Love een verhaal over de moderne tijd, over stedelijke angst, eenzaamheid, depressie en bovenal verlangen naar liefde. Het is een dapper werk, juist in tijden van een veranderende wereld en maatschappelijke onzekerheid in Amerika en Europa.
De ironie is dat dit werk, ondanks de dromerige kwaliteit en het feit dat het een liefdesverhaal betreft, allerminst oppervlakkig of escapistisch is. Te midden van patriottistische actiefilms, stripheldavonturen, buddy movies, sitcomachtige komedies en stroperige Eurotrash zoals Amelie of Hable con ella, is Andersons film exemplarisch voor de wijze waarop de Amerikaanse cinematografie inventief en relevant kan zijn. Met zijn vorige drie films — de neonoir Hard Eight, de pornosatire Boogie Nights en het epische Magnolia — heeft Anderson zijn voorliefde laten blijken voor de ideologische films van Robert Altman, de meester uit het gouden tijdperk in de jaren zeventig. Evident in de eerste Anderson-films is de Altman-stijl volgens welke vele personages en verhaallijnen door elkaar lopen. In Punch- Drunk Love duikt Altman op een andere manier op: hij is de regisseur van Popeye, de film waarin Shelley Duvall als Olijfje He Needs Me zingt.

Maar het gaat verder; Punch-Drunk Love voelt als een film uit de jaren zeventig. De vervreemding van de personages van cineasten als Robert Altman, Francis Ford Coppola en Steven Spielberg werd in die tijd ingegeven door Vietnam, Watergate en de strijd om de burgerrechten. Bij Paul Thomas Anderson is de moderne consumptiemaatschappij de oorzaak van de neuroses waarmee de personages kampen. Barry Egan is de moderne Everyman in Punch-Drunk Love. Hij is de eigenaar van een bedrijf dat badkamerproducten levert. Zijn werk interesseert hem nauwelijks. Hij is in de ban van een Air Miles-promotie die mensen in staat stelt gratis te vliegen als ze de bonnetjes van bepaalde producten bewaren. Barry denkt een gat in de markt te hebben ontdekt. Hij struint supermarkten af op zoek naar goedkope producten.
In een sleutelscène zien wij hem tegen de achtergrond van een plafondhoge koelkast vol etenswaren. Hij voelt zich nietig tegenover het enorme aanbod aan verbruiksgoederen. Toch denkt hij een gelukkig mens te worden als hij maar de juiste producten aanschaft. Nerveus sloft hij door de gangen achter zijn karretje aan, murmelend: «Wat heb ik nodig? Wat heb ik nodig? Zeg het mij! Zeg het mij!» Hij is verloren; liefde zoekt hij bij een sekslijn. Sociaal is hij onaangepast — een psychopaat in de maak. Tijdens zijn eerste etentje met Lena Leonard excuseert hij zich en gaat naar het toilet. Daar slaat hij de boel kort en klein. Deze ontmoeting roept een ander beroemd afspraakje in herinnering: dat tussen Travis Bickle (Robert De Niro) en Betsy (Cybill Shepherd) in Taxi Driver. De sociopaat Bickle brengt de tere Betsy namelijk naar een pornofilm, in de veronderstelling dat men dat nu eenmaal doet.
Bickle heeft Betsy nodig om hem te redden van de totale waanzin, maar voor de ingang van de pornobioscoop rent ze hard weg.
«He needs me, he needs me...» klinkt het liedje, en dat is zo: Barry heeft Lena nodig om hem te redden van de totale waanzin. Op straat vindt hij een versleten orgeltje. Hij brengt het instrument naar zijn kantoor en plaatst het op zijn bureau. Regelmatig keert hij terug naar het orgel, alsof het zijn laatste redmiddel is. Dat is het ook. De orgelmuziek leidt hem — en de kijker — naar Lena Leonard en de verrukkelijke liefdesrelatie. Barry volgt haar — op de maat van He Needs Me — naar Hawaï. Daar voltrekt zich een kusscène die tot een van de beste uit de filmgeschiedenis gerekend moet worden. De scène is tevens te zien op het affiche voor de film: in een sprookjesachtige omgeving, onder een boog van marmer, rent de in wit geklede Lena als een nimf uit het bos tot in de armen van Barry. De achtergrond is helder verlicht, de voorgrond donker. Lena en Barry zijn slechts zichtbaar in silhouet. Zij duwt haar lichaam tegen hem aan. Hij leunt voorover. Ze kussen. Hij heeft haar nodig. En zij hem. Muziek!

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?