De Groene Amsterdammer

Sluiten

'schrijven over seks is een interessante ervaring' interview

Gesprek met de schrijver van Kasper Valentijn. Uitgeverij Atlas, 255 blz., 334,90 BIJ DE hoofdpersoon, Kasper Valentijn, uit het gelijknamige tweede boek van Willem Melchior, openbaart zich reeds op prille leeftijd een buitengewone hartstocht voor zijn eigen lichaam.

door Sander Pleij; Mirjam Vosmeer

De vierjarige Kasper kan uren doorbrengen met het bekijken en onderzoeken van zijn eigen buik en tepels. Behalve deze verliefdheid op het eigen lichaam, ontwikkelt zich nòg een hartstocht: diep in hem groeit het onweerstaanbare verlangen het object van zijn verliefdheid te pijnigen. Aanvankelijk kan hij deze driften nog in kinderspelletjes botvieren. Vol overgave speelt hij de rol van de cowboy die door Indianen wordt overmeesterd en blootgesteld aan de vreselijkste martelingen. Maar naarmate Kasper ouder wordt, krijgen zijn destructieve verlangens een steeds grimmiger karakter. Op zijn twintigste kan hij ze onder woorden brengen: '''Wat wil je eigenlijk van het leven?'' had Mario zijn boutade onderbroken. ''Ik bedoel, heb je een doel in je leven, iets ultiems dat je meer verlangt dan wat anders ook? Iets...'' - en de handen van de jongen hadden gezwaaid alsof de woorden in de lucht gevangen moesten worden - ''iets waarvoor je je leven bij wijze van spreken zou willen geven?'' ''Gedood worden'', had hij geantwoord, lachend alsof het een grapje was; onwillekeurig had hij zijn stem gedempt. ''Met messteken in de buik.''
WILLEM MELCHIOR: 'Kasper Valentijn is volkomen in de ban van de schoonheid van zijn eigen lichaam, maar tegelijkertijd beseft hij, van meet af aan, dat er met die schoonheid niets te doen valt. Naarmate hij ouder wordt, wordt dat besef alleen maar sterker. Dat geeft hem iets wanhopigs en doet hem balanceren tussen wanhoop en euforie.
De schoonheid van het lichaam komt in mijn boek nadrukkelijk samen met het verlangen naar de dood. Wanneer hij als klein jongetje voor de spiegel staat en zijn lichaam bewondert, nog voordat hij weet dat hij klaar kan komen, heeft hij al de ontluikende seksuele verlangens om zich vanaf zijn adamsappel naar beneden open te kunnen ritsen. Hij zit zo vol van binnen dat hij open zou willen barsten.
Ik heb niet de indruk dat Kasper echt ijdel is. Hij is in de eerste plaats verwonderd over zijn eigen schoonheid, maar het blijft iets ongrijpbaars voor hem en daar lijdt hij onder. Hij loopt niet heel trots met zijn schoonheid te pronken. Hij is geen narcist. Kasper wil dat hij zijn leven om lichamelijke schoonheid draait, maar als puntje bij paaltje komt, is er niks mee aan te vangen. Het lichaam is een vervoermiddel. Wanneer je op het land staat, heb je het nodig om ermee te kunnen hakken en zaaien. Of dit er nu ook nog eens mooi uitziet, is eigenlijk helemaal niet relevant. Net als het ondergaan van de zon. Je kunt best op een bepaald moment even van je bezigheden opkijken en denken: ''Goh, prachtig!'' Maar daarna moet je gewoon weer verder.'
'TOEN IK AAN dit boek begon, had ik duidelijk voor de geest dat bepaalde gevoelens er gewoon van meet af aan zijn. Ik geloof niet in een eenduidige gebeurtenis in de jeugd die verklaart waarom het ene jongetje slachtoffer wil zijn en het andere niet. Ik vind die vraag naar de oorzaak ook nooit zo interessant. Bij seks, en vooral als je praat over gewelddadige verlangens, is er een buitengewoon dringende behoefte om het te willen verklaren. Vroeger deed men dat ook met homoseksualiteit. Daarmee wordt de status van afwijking bekrachtigd en het verschijnsel onschadelijk gemaakt of in ieder geval geplaatst. Ik heb geen behoefte om het verhaal heen te psychologiseren. De beschouwing wordt in de literatuur al snel tot hoofdzaak gemaakt - alsof de pudding nog een sausje nodig heeft. Ik wil het verhaal zo vertellen dat je de gebeurtenissen meebeleeft zonder dat ik er meteen een interpretatie bij geef.
Schrijven over seks is een interessante ervaring. Als je moet beschrijven hoe iemand door een bos loopt, dan doe je je ogen dicht en je denkt heel hard aan een bos, tot je helemaal in de sfeer van een bos bent. Dan probeer je het zo op te schrijven dat de lezer de blaadjes hoort ritselen en de geur van het bos ruikt. Maar als je over seks gaat nadenken word je ook seksueel opgewonden en die opwinding vereist directe, rechtstreekse ontlading. Dat is geen stemming die makkelijk duurzaam te koesteren is en dat wil in het begin nog wel eens moeilijkheden geven. Maar op een bepaald moment krijg je toch meer greep op de tekst. Ook dan ontstaat er opwinding, omdat je erin slaagt de dingen te verwoorden. Het is een soort samengaan van de opwinding over wat je schrijft met de opwinding over het schrijven zelf.'
'HET BOEK IS opgedragen aan Johan Polak. Ik keek altijd erg tegen hem op, omdat zijn fonds zo belangrijk voor me was. Op de middelbare school heb ik de romantisch-decadenten uit zijn fonds met grote hartstocht gelezen. Dat heeft me erg beïnvloed. Later ben ik met Polak in contact gekomen en liet ik hem mijn verhalen lezen. Door de jaren heen hebben we het gesprek over literatuur voortgezet. Hij kon heel stimulerend zijn, hoewel hij toch altijd vrij gereserveerd bleef. Pas toen het eerste verhaal van mijn vorige bundel in Optima verscheen, sloeg hij ineens om.
Aanvankelijk had ik het idee dat Kasper Valentijn een roman over liefde zou worden, en dat seksuele en zelfs destructieve fantasieën veel met de liefde te maken zouden hebben. Dat is tot op zekere hoogte natuurlijk ook wel zo, maar de seksualiteit alleen was al zo ingewikkeld dat de liefde geleidelijk aan op de achtergrond is geraakt.'
'SCHRIJVEN IS voor mij in wezen heel eenvoudig: ik wil opschrijven wat ik mooi vind. Dat kunnen ook pijnlijke of gruwelijke dingen zijn. Het ging mij erom dat Kasper Valentijn bepaalde dromen en verlangens koesterten er zijn leven lang naar streeft die te verwezenlijken of in ieder geval te onderzoeken. In elk hoofdstuk komt hij een stap verder, tot hij aan het einde van het boek om het leven komt op de manier die hij altijd al wenste.
Ik denk dat het einde tamelijk gruwelijk afsteekt bij alle hooggespannen verwachtingen die hij ervan had. Maar ik vind het moeilijk om daar over te oordelen. Het is als bij de dood van de Japanse schrijver Mishima. Dat ging ook minder soepel dan gepland. Er zijn foto's van het moeizaam afgehakte hoofd die iedereen heel gruwelijk vindt. Yourcenar heeft een essay over zijn leven en werk geschreven, waarin ze vertelt hoe na Mishima's rituele zelfmoord het huis bestormd werd door journalisten. Iedereen was ontzet en vol afschuw. Ze beschrijft hoe de grootmoeder van Mishima, de vrouw die hem had grootgebracht, als enige iets zei dat van enig begrip en medeleven en ontroering getuigde. ''Heren'', zei ze tegen de journalisten, ''u hoeft zich helemaal geen zorgen te maken. Hij heeft eindelijk gedaan wat hij zijn hele leven al had willen doen.'' Dat vind ik mooi. Je kunt de gruwelijkheid van Mishima's einde veroordelen - je kunt je zelfs afvragen of het was wat hij verlangde -, maar hij heeft in ieder geval gedaan wat hij wilde doen, en dat is iets waar ik respect voor heb.'

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?