De Groene Amsterdammer

Sluiten

Stationair draaiende vrachtauto's

In zijn boek Schiet niet op de pianist voelt J. Bernlef diverse jazzmusici aan de tand over het verschil tussen componeren en improviseren. Uit de uiteenlopende observaties blijkt dat een eenduidig antwoord niet voor het oprapen ligt, maar men is het erover eens dat louter improviseren niet bestaat. Improviseren in zijn meest zuivere en ideale vorm, het volstrekt 'autobiografisch' spelen - de musicus verzint zijn eigen muzikale materiaal en de vorm ontstaat ter plekke - is een illusie. Nog afgezien van de buitengewoon romantische originaliteitsopvatting die hieraan ten grondslag ligt.

door Jaqueline Oskamp

De free jazz uit de jaren zestig en zeventig bracht deze misvatting ondubbelzinnig aan het licht. 'Want ironisch genoeg draaien alle pogingen om aan een idioom te ontkomen zelf weer uit op een harnas van verboden, op een nieuw idioom dus', schrijft Bernlef. Vandaar dat sindsdien bijna alle improviserende musici regels, structuren en afspraken verzinnen - of zelfs grote delen uitschrijven - om vrije improvisaties in goede banen te leiden. Improviseren en componeren zijn zodoende nauw met elkaar verweven geraakt. Bernlefs nieuwsgierigheid naar de verhouding tussen die twee is dan ook geheel op zijn plaats.
Voor de luisteraar is deze achtergrondinformatie maar ten dele relevant. Bij een optreden in het Stedelijk Museum van klarinettist/saxofonist Peter van Bergen, die samen met de klarinettisten Hans Koch en Wolfgang Fuchs een buitenlandse toernee onder de titel Holz fur Europa afsloot, betrapte ik mezelf erop te veel naar de onderliggende codes en afspraken te willen zoeken. Voor je het weet beland je dan in het soort gezelschapsspel waarbij de buitenstaander moet uitvinden op welk moment de overige aanwezigen aan hun neus of hun oor gaan zitten pulken.
Het gaat om de muziek zoals die uiteindelijk klinkt. En dit trio liet met zijn harde, rauwe idioom het aanwezige publiek alle hoeken van de zaal zien. Want hoe saai een klarinettrio op papier ook mag lijken, het stilleven van instrumenten bij binnenkomst - van de kleinste sopranino's tot aan de manshoge contrabasklarinetten - voorspelde een hoop herrie.
Canon is een betrekkelijk speels stuk. Als bij een estafette geven de musici elkaar een motiefje door dat steeds meer gevarieerd en omspeeld raakt. In Hoge bes - lage c wordt op een Scelsi-achtige manier een toon van binnenuit steeds verder opgerekt en ingekleurd. Als contrast dient een gebrom op de contrabasklarinetten dat nog het meest doet denken aan het geluid van een stationair draaiende vrachtauto.
Worden in dit stuk twee extremen op een overzichtelijke manier tegen elkaar uitgespeeld, Turnaround lijkt daarentegen op het eerste gezicht een onvervalste vrije improvisatie: een vrolijk-anarchistisch door elkaar heen schetteren, waarbij het hard tegen hard kan gaan. De regelmatige ademhaling (letterlijk in de vorm van korte rusten) doet echter vermoeden dat er toch meer aan de hand is. Veel klassieker van opbouw is Holzwurm, dat begint met een inleiding van lang aangehouden tonen op de basklarinetten, onderbroken door staccato plopjes. In het 'middendeel' verzorgen Fuchs en Koch de begeleiding in de vorm van dunne flageoletten, terwijl Van Bergen een ruige solo op de tenorsax ten beste geeft: als met een van hysterie overslaande stem, gierend en vol schrille dissonanten. De coda is in haar stilte minstens even virtuoos: Hans Koch weet een melodie te produceren die zo zacht is dat zij door het geluid van de kleppen haast overstemd wordt.
In een kort tijdsbestek passeerden de meest uiteenlopende stukken. Van klankexperimenten, stukken met een heel vrije inslag tot zeer gestructureerde composities. Het intrigerende Foo3 behoort tot die laatste categorie. Een snerpend hoog gekrijs (waardoor de trommelvliezen zich in alle bochten wringen) wordt onmiddellijk afgewisseld met een laag, haast toonloos gepruttel. Dat is een mooi idee: het een of het ander. Daar tussenin is niets mogelijk. Als een aan-uitschakelaar switcht de muziek heen en weer.
Het is dan ook eigenlijk jammer als uiteindelijk dat grijze .middenveld toch wordt ingevuld door een agressieve, om zich heen schoppende improvisatie. Alsof een strak compositorisch idee wordt verstoord door de drang er op los te spelen.

Wachtwoord toesturen Problemen met inloggen?