nummer
nummer 6 / 08-02-2012   bestel
KlaversNext
meer klavers
 

Stuur «Tony Judt 2 januari 1948 - 6 augustus 2010» door






8 + 3 = annuleer
11-08-2010
LeesPrint
Tony Judt 2 januari 1948 - 6 augustus 2010 Buitenland

We zijn verleerd over de moraal van politiek te spreken, vond historicus Tony Judt. 'We weten wat dingen kosten, maar we hebben geen idee wat ze waard zijn.'

CASPER THOMAS
Stuur

ER BESTAAN GROFWEG twee soorten publieke intellectuelen. De ene soort is strijdlustig, ideologisch en gericht op polemiek. Het zijn bovengemiddeld vaak Fransen, het type Sartre of Raymond Aron. Het andere type is koeler, afstandelijker en meer analytisch. Denkers als Jürgen Habermas of Simon Schama; meer thuis in de studeerkamer dan op de barricade.
   Voor Tony Judt geldt dat hij een voorbeeld is van beide soorten. Hij was gevierd wetenschapper en aanjager van het publieke debat in gelijke mate. Hij wist al vroeg dat hij zijn leven wilde besteden aan de geschiedwetenschap. Op zijn twaalfde rekende hij uit hoe snel hij de benodigde diploma's kon halen. Zijn magnum opus was Na de oorlog: Een geschiedenis van Europa na 1945, waarin hij beschrijft hoe Oost- en West-Europa opklauterden uit verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog. Het boek oogstte niets dan lof. In het publieke debat zaaide Judt aanzienlijk meer tweespalt. Hij kon hard afrekenen met wat hij zag als misplaatste ideologische overtuiging. Tot zijn doelwitten behoorden Christopher Hitchens ('een verdwaalde linkse havik' die de inval in Irak steunde), de marxistische filosoof Louis Althusser ('verschool onwetendheid achter ondoorgrondelijk gebrabbel'), de studentenopstanden in Parijs 1968 ('er gebeurde eigenlijk niets') en de staat Israël ('een land dat weigert volwassen te worden'). In zijn strijd tegen ideologische verblinding mocht Judt graag Albert Camus aanhalen: 'Als er een partij bestond van mensen die niet zeker weten of ze gelijk hebben, dan zou ik er lid van worden.' Noem het Judts politieke motto. Zijn afrekeningen wekten onvermijdelijk wrevel. Het tijdschrift The New Republic verbrak de banden met Judt naar aanleiding van zijn Israël-kritiek. Pas nog klaagde de directeur van de École Normale Supérieure dat Judt deze Franse topuniversiteit ten onrechte afschilderde als elitair en wereldvreemd. Dit stak de directeur bijzonder omdat Judt zelf een Normalien was geweest en een eredoctoraat van het instituut had.
   Zijn levensloop is een naoorlogse geschiedenis van Europa in het klein. Tony Robert Judt werd in 1948 geboren in Londen als kind van joodse ouders met Belgische, Russische en Roemeense achtergronden. Hij groeide op onder omstandigheden die de Engelsen zo mooi austerity noemen: in een stad gehavend door bombardementen waar voedsel tot 1954 op de bon was. Als tiener was hij actief binnen het arbeiderszionisme. Op zijn zestiende hield hij een toespraak over 'roken als dwaling van de bourgeoisie' tijdens de Jonge Zionisten Conferentie in Parijs. Na de Zesdaagse Oorlog in 1967 werkte Judt als tolk op de bezette Golanhoogte. De Israëlische houding ten opzichte van de overwonnen Arabieren aldaar was een reden voor Judt om te breken met het zionisme. Deze ontnuchterende evaring behoedde hem, naar eigen zeggen, voor de verleidingen van linkse ideologieën die in zwang waren tijdens zijn studentenjaren. Het is niet toevallig dat naast Camus ook Arthur Koestler en Leslek Kolakowski tot Judts helden behoren. Het zijn alledrie intellectuelen die zich afkeerden van waar ze ooit vurig in geloofden: het marxisme.
   Judt woonde gedurende zijn leven in Engeland, Israël, Frankrijk en de Verenigde Staten. In een recent stuk in The New York Review of Books (zeker de laatste jaren zijn belangrijkste podium) omschreef hij zichzelf dan ook als een 'grenspersoon'. Het type wortelloze kosmopoliet dat overal - en daardoor nergens - thuis is. Anderhalf jaar geleden vroeg ik Judt of hij wilde meewerken aan een boek over de toekomst van Europa na de economische crisis. Hij reageerde enthousiast: niet enkel economen en politici, maar juist ook historici moesten zich over deze kwestie buigen. Zijn gezondheid verhinderde de samenwerking uiteindelijk. 'I was diagnosed not too long ago with a very serious illness and am not able to undertake lengthy interviews or any new work', schreef hij. Kort daarna werd bekend dat hij leed aan Amyotrofische Lateraal Sclerose, beter bekend als de Ziekte van Lou Gehrig, die hem tot aan de nek verlamde.
   Desondanks slaagde Judt erin te blijven publiceren, onder meer over zijn ziekte. 'Een gevangenneming zonder vrijlating op borgtocht', noemde hij het. Een aangrijpend detail was dat hij in The New York Review of Books schreef dat hij één ding nog het meest miste nu hij aan bed en rolstoel gekluisterd was: het reizen met de trein. Treinen, spoorwegen en monumentale stations vertegenwoordigden voor Judt de allure van grote publieke werken.
   Zijn laatste stukken moest Judt dicteren. Op die manier kwam onlangs Ill Fares the Land tot stand, een testament waarin Judt verrassend ideologisch uit de hoek komt. Judt bevecht hierin wat hij zelf als een vergeten ideaal beschouwt: de zegeningen van de sociaal-democratie. Hij verzet zich tegen de neoliberale minachting voor de publieke sector en onze obsessie met groei en geldvermeerdering.
   Voor iemand die is opgegroeid in een tijd waarin de sociaal-democraten vooral hun ideologische veren moesten afschudden deed Judts lofzang op de publieke sector in eerste instantie wat ouderwets aan. De publieke sector associeerde ik bijna automatisch met de woorden 'log', 'bureaucratisch' en 'duur'. Juist deze impuls wil Judt bestrijden. We zijn verleerd over de moraal van politiek te spreken, meent hij. In het streven naar efficiëntie en besparingen raken verworvenheden als gelijkheid van kansen en een eerlijke verdeling van welvaart uit het zicht. 'We weten wat dingen kosten, maar we hebben geen idee wat ze waard zijn', luidt de ijzersterke opening van zijn betoog. Wijze woorden in een tijd waarin de verzorgingsstaat opnieuw klappen dreigt te krijgen.

Nabestellen van de special over Tony Judt kan op www.groene.nl/2010/18

Stuur

reacties op dit artikel
eGast 12 aug 15:08

"aanjager van het publieke debat" -- nou, dat gold alleen voor zijn standpunten over Israel en het Zionisme. Daarbuiten was hij gewoon een Schama. Je schrijft zelf al over "Na de oorlog" (over Europa, zijn leerstoel nota bene): "Het boek oogstte niets dan lof".

Het zou illustratiever zijn wat dat betekent: in de VS tegen het Zionisme schrijven. "publiek debat" - noem het maar zo. Je zou ook kunnen beschrijven wat The New Republic voor blad is, en het hoe & waarom van zijn afscheid daar.

Jerome 12 aug 17:27

Monumentale stations en de verzorgingsstaat, dat zijn twee dingen. Ik baal, net als Judt, van de verwaarlozing van de publieke ruimte, de privatisering van gas, elektra, spoorwegen enzovoort enzoverder. Tegelijkertijd moet er wel iets veranderen aan het klakkeloos verstrekken van uitkeringen, het betuttelen van burgers en het idee van staat als opvoerder. De overheid moet de hardware beheren (treinen, gasleidingen, postkantoren) maar de software (mensen) met rust laten. Ik weet niet of Judt dat onderscheid maakte.

Maarten 26 okt 13:29

Kan iemand mij er op wijzen wat er mis is met betutteling en het idee van de staat als opvoeder? Uiteraard lonkt hierbij het gevaar van confirmeren naar maatschappij bedreigende gedachten. Maar kijk eens naar de tegen argumentatie: de Homo Economicus, in het land van de vrije keus leidt 60% aan zwaarlijvigheid en 20% aan obesitas. Is de mens wel goed af zonder opvoeding? En what about right winged populisme? Naar mijn idee hebben we een staat nodig die tevens de "hardware" als de opvoedende functie dient te vervullen. Tegelijk dient er ook in het onderwijs en door middel van de media een podium voor kritiek en goede alternatieven geboden te worden. Maar helaas moet de media ook afhankelijk zijn van het ideaal van de Homo Economicus en is onderzoeksjournalistiek te duur. Wat betreft de te dure, onderzoeksjournalistiek ben ik het ook eens met Judt.'We weten wat dingen kosten, maar we hebben geen idee wat ze waard zijn'.

Jerome 26 okt 15:37

Met betutteling is onder meer mis dat ik mij niet de les wil laten voorschrijven voor allerlei ambtenaren en zogeheten deskundigen. Dat er mensen te dik zijn, dat is toch vooral hun probleem, al zien ze er niet uit. Stel, dat de regering op een dag zegt: we moeten allemaal verplicht een uurtje op ochtendgymnastiek, zou u daar voor zijn, Maarten, zou u daar mee aan willen doen? Het afsluitende citaat heeft Judt fraai gejat van Oscar Wilde.

Maarten 28 okt 02:00

"Good artists copy great artists steal." Volgens mij doet het er niet zoveel toe wie iets bedacht heeft, maar des te meer of het wordt begrepen opdat er iets mee gedaan wordt.

Wat betreft uw direct vraag aan mij: ik ben geen groot voorstander van het paternalistische overheid die mij exact verteld wat te doen, ongeacht de plicht. Maar ik ben wel voor een overheid die rekenschap geeft aan de gezondheid van zijn burgers. Niet door hen verplicht ochtendgymnastiek op te dragen, maar wel door hen een verscheidenheid aan opties aan te rijken die een gezond leven kunnen bieden. Wat inhoud dat de overheid middelen ter beschikking stelt om iedere burger hierin te voorzien. En ja, dat aanbod wil ik graag onderbouwd zien door deskundigen in dit betreffende gebied.
En indien u vervolgens weer struikelt over de vrijheid van keus en de kosten ervan, dan wil ik u graag verzoeken om eens na te denken over wat die vrijheid exact inhoud en wederom nadenkt over de uitspraak van Judt.

Wat betreft keuze mogelijkheden wil ik u graag als eerst wijzen op de 'paradox of choice' en als u hier nog meer over wil weten dan deel ik hier graag meer kennis over.
Wat betreft de kosten, heb ik nog een leuke vraag: wat denkt u dat meer kost? Een gezonde geest en een gezond lichaam of het tegenovergestelde? Ik ben benieuwd...

reageer op dit artikel



Vul bovenstaande woorden in het tekstveld hieronder in.
Als de woorden niet goed leesbaar zijn dan kan je er op klikken.
Je krijgt dan twee nieuwe woorden.