nummer
nummer 6 / 08-02-2012   bestel
KlaversNext
meer klavers
 

Stuur «Hardnekkige fout» door






0 + 1 = annuleer
08-09-2009
LeesPrint
Hardnekkige fout

In de bijdrage ‘Missionaris in openbare dienst’ over Tariq Ramadan herhaalt Aart Brouwer een hardnekkige fout. Hij eindigt zijn openingscitaat met de woorden ‘Op straat, zo is de wet, moeten vrouwen hun ogen strak richten op het trottoir’.

Nelleke van Zessen.
Stuur

Er zijn twee dingen mis met dit citaat. Ten eerste is het niet van Ramadan. Wel heeft hij iets gezegd dat erop lijkt: ‘Als ik op straat ben, wat wil dat zeggen? Dat wil zeggen dat men de hele tijd de ogen op het beton geplakt zal hebben’.  Te verwaarlozen verschillen? In het geheel niet. Want als we de context van het citaat erbij betrekken blijkt dat Ramadan met zijn toehoorders bespreekt dat het nauwelijks mogelijk is zich te onttrekken aan opzichtige en (voor moslims) aanstootgevende seksueel getinte reclame-uitingen in de publieke ruimte. Hij noemt een situatie waarvan hij veronderstelt dat velen hem zullen herkennen: bij het verlaten van een luchthaven, meelopend met de stroom van reizigers, wordt hij - dus Ramadan zelf - plotseling geconfronteerd met een meer dan levensgrote poster van een vrouw in bikini. Hoe zich te  onttrekken aan die ongewenste reclame-uiting is de vraag.  Dat kan alleen als je na de eerste aanblik de ogen direct neerslaat en vervolgens ‘de hele tijd de ogen op het beton geplakt zal hebben’. Uit hetgeen volgt blijkt dat Ramadan dit als een onmogelijke vermaning beschouwt. Hoe dan ook, zijn punt was aan te geven dat vooral mannen op straat, in de Westerse steden, veelvuldig ‘blootgesteld’ worden aan onzedelijke reclames. In het citaat zoals het in de Groene is terecht gekomen veranderen de toevoegingen ‘zo is de wet’ en ‘moeten vrouwen’ de betekenis van het citaat volledig en dat is mijn tweede bezwaar. Was het eerst nog onduidelijk wie de uitspraak deed, nu geven de  woorden ‘zo is de wet’  de uitspraak het karakter van een godsdienstig gebod. Kon eerst iedereen zich door ‘ik’ en ‘men’ aangesproken voelen, was het feitelijk tot mannen gericht, nu gaat het expliciet om vrouwen. Het aldus verdraaide citaat dient zo als een illustratie van de zienswijze dat de islam voor vrouwen beperkende of onderdrukkende wetsvoorschriften predikt. Dit te beweren is één ding, op basis van deze uitspraak van Ramadan raakt het kant noch wal.
Hoe krijgt uw verslaggever het voor elkaar om zo ver van het origineel te geraken? Een reconstructie.  In september 2008 wordt Frits Bolkestein gevraagd in debat te gaan met Tariq Ramadan en te spreken over het thema ‘Wat ons bindt’.  Bolkestein gebruikt zijn spreektijd echter om juist een pittige aanval te openen op  de islam en Ramadan in het bijzonder.  De bron voor zijn beschuldigingen blijkt voornamelijk de Franse onderzoeksjournalist Caroline Fourest te zijn, van wiens hand een boek vol verwijten aan het adres van Ramadan is verschenen, te weten “Frère Tariq” (2004). In de Engelse vertaling van dat boek vindt Bolkestein ook het gewraakte citaat dat hij wel correct overneemt maar waarvan hij de context negeert. Hij maakt kennelijk de gedachtefout dat het wel over vrouwen zal gaan want hij neemt de woorden ‘Als je over straat loopt, moet je je ogen strak gericht houden op het plaveisel’  op in een rijtje met andere ‘vrouwonvriendelijkheden’. De Gaykrant van maart 2009 neemt die veronderstelling over en is verantwoordelijk voor de toevoegingen ‘volgens de wet’ en ‘moeten vrouwen’.  Zoals bekend liet de Rotterdamse wethouder Grashoff kort daarna onderzoek verrichten naar de authenticiteit van deze en andere uitspraken van Ramadan omdat ze op gespannen voet zouden kunnen staan met zijn rol als bruggenbouwer in diezelfde stad. Als lid van de betreffende onderzoekscommissie kan ik zeggen dat het eenvoudig was om aan te tonen dat de Gaykrant er wat dit citaat betreft naast zat, getuige bovenstaande. Ik heb me toen ook oprecht verbaasd over de onzorgvuldigheid van Bolkestein en over het klakkeloos overschrijven van die fout door de Gaykrant. Temeer daar beide zich beroepen op Caroline Fourest die citaat én context wel op correcte wijze weergeeft. In haar boek treffen we de connotatie met een voor vrouwen beperkend islamitisch gebod niet aan, eenvoudigweg omdat die er in dit citaat niet is. Overigens probeert zij met behulp van andere citaten die vermeende ondergeschiktheid van vrouwen wel aan te tonen, maar dat is niet waar het hier om gaat. Mij gaat het erom dat ook uw verslaggever zich op Caroline Fourest beroept, maar in werkelijkheid de foute interpretatie van Bolkestein via het door de Gaykrant veranderde citaat reproduceert. De conclusie lijkt me gerechtvaardigd dat het controleren van bronnen is nagelaten. Ik was dan ook opnieuw verbaasd die - zo makkelijk te weerleggen - aantijging in een serieus medium als de Groene weer aan te treffen. Dat doet Ramadan maar ook Fourest tekort. Over de interpretatie van feiten valt te twisten en dat gebeurt veelvuldig in het geval van Ramadan. Maar het zou het debat ten goede komen als we het eerst eens kunnen worden over de juistheid van die feiten, zonder vooringenomenheid.

Stuur