49

Jaargang 118, Nr. 49

In deze editie

Redactioneel

Dichters&Denkers

Dichters & Denkers

Poolse tegenpolen

Maria Nurowska, Brieven der liefde. Uit het Pools vertaald door Gerard Rasch, uitgeverij De Geus, 217 blz., f39,90 De jury, bestaande uit Graa Boomsma, Yves van Kempen, Jacq Vogelaar en Xandra Schutte, koos Maria Nurowska, Brieven der liefde tot boek van de maand december. De andere kandidaten waren: Andrzej Szczypiorski, Zelfportet met vrouw (vertaald door Esselien ‘t Hart, uitgeverij Wereldbibliotheek, 223 blz., f36,50). Een interview over ervaringen in het Polen van voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog loopt uit op een openbare biecht die het karakter krijgt van een zelfonderzoek. Szczypiorski weet te boeien met de stelling dat de liefde een krachtbron is en de onmogelijkheid ervan een kwaal van deze tijd. Hans Magnus Enzensberger, Oog in oog met de burgeroorlog (vertaald door Gerry Bruil, uitgeverij De Bezige Bij, 34 blz., f34,50). 'Dieren vechten, maar ze voeren geen oorlog.’ Zo begint Enzensbergers uitdagende essay over vreemdelingenhaat in een dakloos Europa en een tijdperk waarin overtuigingen zijn weggevallen. De lezer wordt geconfronteerd met z'n eigen dubieuze denkbeelden. Europa, wat nu? Vergilius, Het boerenbedrijf (vertaling Ida Gerhard, uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep, 109 blz., f38,50). Het leerdicht De Georgica wordt door velen als het literaire hoogtepunt van de klassieke schrijver gezien. Verschillende aspecten van het landleven - veldgewassen, wijnbouw, het vee en de bijenteelt - zijn in zeer rijke taal gegoten. De oude vertaling van Gerhard in een nieuwe aparte uitgave. VIJFTIEN JAAR is Elzbieta Elsner als zij in het najaar van 1940 met haar vader, hoogleraar filosofie, naar het getto in Warschau verhuist. Daarmee heeft zij tegen haar moeder gekozen, die arisch is en haar bij zich wilde houden. Als na een jaar het getto dichtgaat, wordt de wereldvreemde geleerde volledig afhankelijk van zijn dochter. Wanneer hij moet zien wat zij doet om hen in leven te houden, houdt hij zich blind. Vroeg oud sterft hij op de eerste dag van het jaar 1943, terwijl het meisje in een schamel bordeel het bed deelt met Lachende Otto, de Beul van het Getto.

Jacq Vogelaar, 7 december 1994