15

Jaargang 119, Nr. 15

In deze editie

Redactioneel

Dichters&Denkers

Dichters & Denkers

Leerschool van het gevoel

De jury - Graa Boomsma, Yves van Kempen, Xandra Schutte en Jacq Vogelaar - koos ditmaal Tekens van vuur van Jorge de Sena als Boek van de Maand. De overige mededingers waren: Zbigniew Herbert, Barbaar in de tuin (Inleiding Willem van Toorn, vertaling Karol Lesman, Uitg. De Bezige Bij, 250 blz., f44,50): Kathedralenbouw, ketters, kruistochten, kunstenaarslevens en kerkelijke terreur in de middeleeuwen. Prachtige persoonlijke observaties van een bewogen Pools dichter die een andere blik bieden op wat de lezer dacht te weten van de dark ages. Graciliano Ramos, Angst (vert. August Willemsen, Uitg. Coppens & Frenks, 271 blz., f56,90): De Braziliaanse auteur Ramos presenteert in Angst (1936) een beklemmend en broeierig psychologisch portret van de armzalige kantoorklerk en journalist Luis da Silva - een weergaloos boek over obsessie en frustratie. Marie Kessels, De god met gouden ballen (Uitg. De Bezige Bij, 157 blz., f32,50): Ook in Kessels nieuwe roman is de hoofdpersoon een vrouw die bezig is de wereld naar haar hand te zetten. Hier doet zij dat als een spin in een stationskiosk en als tegenspeler neemt zij een rijke scheepsbouwer die de strijd aangaat met een kankerbal in zijn buik. Jorge de Sena, Tekens van vuur. Uit het Portugees vertaald door Arie Pos, Uitg. De Prom, 498 blz., f49,50 HET IS DAT de titel Tekens van vuur in de roman uitvoerig wordt toegelicht, anders zou een bestaande titel goed hebben gepast: l'Education sentimentale. Ik weet niet of het Portugees voor ‘sentimentale’ een neutraal woord heeft; het Nederlands in elk geval niet. Dat is wellicht de reden waarom de roman van Flaubert als Leerschool der liefde is vertaald, als zou de liefde het voornaamste of zelfs enige gevoel zijn. Overigens had het woord ‘sentimentale’ toen Flaubert in 1845 zijn eerste l'Education sentimentale schreef een ronduit negatieve betekenis, door hem gebruikt voor zijn persiflage op de amoureuze perikelen van een jonge provinciaal in de grote stad.

Jacq Vogelaar, 12 april 1995