38

Jaargang 119, Nr. 38

In deze editie

Redactioneel

Dichters&Denkers

Dichters & Denkers

De produktieve ambivalentie

Oppervlakkig gezien is de Engelse literatuur onverzoenlijk blank en Brits. Maar wie dieper blikt, vindt vele vreemde invloeden. Van zwarten, maar ook van blanke Britten die buiten hun land geboren werden. Hun bijdrage kon wel eens van groot belang worden nu de post-imperiale crisis toeslaat. Vertaling: Tinke Davids. Dit essay werd door de auteur onlangs voorgedragen in het programma “In Other Words”, dat plaatsvond in het Soeterijn-theater te Amsterdam. Van Caryl Phillips verscheen dit jaar in het Nederlands De rivier over (vertaling Rene Kurpershoek, uitgeverij De Bezige Bij). GROOT-BRITTANNIE IS in raciaal opzicht nooit een homogene maatschappij geweest, en daardoor is het land ook nooit in cultureel opzicht homogeen geweest. Het is echter verkeerd aan te nemen dat de “bastaardering” van Groot-Brittannie slechts een gevolg is van de post- imperiale status die het land in de tweede helft van de twintigste eeuw heeft gekregen. Al in de derde eeuw n. Chr. brachten de Romeinen een divisie zwarte soldaten uit Noord-Afrika naar het land, en ze werden gestationeerd in Carlisle. Deze militairen zijn vijf jaar gebleven, van 253 tot 258 n. Chr. Daarna zwijgen de annalen weer tot aan het begin van de zestiende eeuw, toen een kleine groep Afrikanen aan het hof van koning Jacobus IV van Schotland verbleef. Zij waren waarschijnlijk afkomstig van Portugese slavenschepen, en naar Schotland overgebracht om bekeken te worden door de modieuze society.

Caryl Phillips, 20 september 1995

Rubriek

Grrr

Platte helmen In De Groene van 16 augustus trof ik een foto aan waarvan het onderschrIft suggereert dat hier Nederlandse troepen (KL of Knil) en Indonesiers worden afgebeeld. Het lijkt mij waarschijnlijker dat hier sprake is van Brits-Indiers die, in de periode kort na de Japanse capitulatie, gevangen Indonesiers afvoeren. Indien u de gezichten van de met platte Engelse helmen uitgeruste soldaten bestudeert, zult u het wellicht met me eens zijn. Bloemendaal,E. VERBUNT Artoteek Als reactie op “Kunst op een koopje” van Martin Hendriksma in De Groene van 16 augustus, waarin de installatie Portraits of Reflection beschreven wordt die in 1994 te zien was in artoteek Oost in Amsterdam, wil ik mijn bevreemding uitspreken dat de auteurs van dit kunstwerk niet genoemd worden. Concept en uitvoering van deze installatie zijn van Quirijn Kuchlein en Lonnie van Brummelen. In het artikel wordt de indruk gewekt dat Portraits of Reflection een idee en initiatief was van artoteek Oost. Hetgeen dus niet het geval is. Kesteren, JOSKE JANSZEN Pierre Audi Het is verbazingwekkend hoe hardnekkig de mythe van de alom bewonderde programmering van de Nederlandse Opera is. Ook Mariannne Broeder doet het in haar artikel over Pierre Audi in De Groene van 23 augustus voorkomen alsof Amsterdam een internationaal toonaangevend operahuis heeft, waar een beleid wordt gevoerd “dat langzamerhand uitzonderlijk voor Europa mag heten”. Vol ontzag vermeldt zij dat de produktie Il ritorno d’‘Ulisse zelfs door de Brooklyn Academy of Music werd aangekocht! Dat klinkt natuurlijk beter dan de Stadsgehoorzaal te Appelscha. Wij dienen hier blijkbaar meteen van onder de indruk te zijn, want ons wordt niet meer onthuld over de kwaliteiten van de Brooklyn Academy of Music dan dat het een eind vliegen is. Als men enigszins is ingevoerd in de materie, bijvoorbeeld door de internationale operabladen te lezen, kan men constateren dat “Amsterdam” slechts een van de kleinere stipjes op de internationale operakaart is (en de Brooklyn Academy of Music vrijwel onvindbaar). Het ontbreken van internationaal vermaarde “grote stemmen” bijvoorbeeld (het geld gaat naar de ongein van Dario Fo) doet Amsterdam wel heel bleekjes afsteken bij operahuizen als Hamburg, Munchen of Parijs. Wel is de Nederlandse Opera een verwoede strijd aangegaan om zo “gedurfd” mogelijk te programmeren, met een indrukwekkende lijst uitglijers als gevolg. Audi zelf noemt slechts Benvenuto Cellini en Un ballo in maschera, waarvoor hij de omschrijving “expressionistisch, kleurrijk en verward” gebruikt. Beide produkties werden indertijd niet zozeer als “expressionistisch” maar vrij algemeen als een regelrechte artistieke mislukking beschouwd. En zo waren er meer. Ook de dubieuze La boheme uit 1993 in de regie van Pierre Audi zelf mag in dit verband niet onvermeld blijven: een gammele, vlees- noch-vis-visie en een houterige personenregie te midden van een obligaat, met behulp van de meccanodoos in elkaar geknutseld toneelbeeld, waarbij tot overmaat van ramp de vocale bezetting ook nog eens middelmatig tot uitgesproken zwak was. De mythe van de Nederlandse Opera lijkt voornamelijk in stand te worden gehouden door de bezoekersaantallen. “In Amsterdam zijn we gezegend met een fantastisch publiek”, aldus Audi. Met fantastisch veel publiek vooral. Operazanger Jan Derksen legt in hetzelfde nummer van De Groene de vinger op de zere plek wanneer hij het jammer vindt “dat opera zo'n snob-appeal heeft gekregen”. Inderdaad, opera is “in”. Maar laten we uit de volle zalen nu niet gaan afleiden dat de Nederlandse Opera onfeilbaar is. Amsterdam,OLIVIER KEEGEL Koren In De Groene van 23 augustus stond een aardig interview met Kenneth Montgomery. Daarin beweert hij dat hier geen enkele zangcultuur bestaat in de vorm van school- of kerkkoren. Dit is voor een belangrijk deel onzin. Ons land kent zelfs de grootste “koordichtheid” ter wereld. Nergens zijn er per vierkante kilometer zoveel koren als in ons land. In maar liefst 9000 koren zingen zo'n 400.000 mensen en het aantal stijgt nog jaarlijks. Niet alleen met kerkkoren, maar juist met close-harmony ensembles, popkoren, jazz-ensembles, kinderkoren (jazeker), zeemans- ensembles, kamerkoren, allochtonenkoren, homokoren, zingende zagen en allerlei andere clubs. Het is zelfs zo dat het korenveld de grootste georganiseerde sector van de amateurmuziek is, waaraan bijvoorbeeld ons professionele ondersteuningsinstituut (Stichting Samenwerkende Nederlandse Korenorganisaties) haar bestaansrecht ontleent. Het is overigens wel zo dat het zingen op school niet veel meer voorstelt. Amsterdam, ANDRIES PONSTEEN Cultuurkunst In het essay “De Cultuurinfectie” in De Groene van 30 augustus schrijft Leo de Haes: “Elke hedendaagse kunstenaar weet namelijk (en houdt niet op dat te beklemtonen) dat hij kunst maakt, en niet zomaar kunst, maar hedendaagse kunst.” “Is dat nou kunst?” vroegen mensen mij vroeger vaak als ik, liefst ergens bij het water, te schilderen zat. Wat doelden ze eigenlijk op? Dat ik daar zo fijn zat, of dat ik wat schilderde? Wel ontdekte ik dat het bij meisjes nog weleens indruk maakte: “O, je bent kunstenaar…!” “Nou ja, zoiets”, mompelde ik dan. Voluit heb ik het nog nooit kunnen beamen. Hoewel ik ook boeiende dingen lees in het essay, zit ik toch met het woord “Elke…” in mijn maag. Mocht het waar zijn wat hij schrijft, dan voel ik mij zelfs niet zoiets als een hedendaagse kunstenaar. Wat ik kan, is iets laten zien van hoe kijken onvoorspelbaar kan overgaan in doordrongen raken van leven, vervolgens in werken, en andersom. Onthand voel ik mij als wat daaruit voortkomt, kunst genoemd wordt. Kunst als kunst gemaakt, is het in ieder geval niet. Verder meen ik te weten dat er meer mensen zijn die ervaren dat je kunst jezelf niet kunt opleggen. Of, is dat het, als je kunstenaar wilt zijn, juist wel? Het zou goed zijn het woord kunst, zoals Leo de Haes het woord cultuur, eens fijn ter discussie te stellen. Holwerd,FRED. LANDSMAN Carrington In de recensie van de film Carrington (De Groene van 30 augustus) staan twee fouten. De muziek van Michael Nyman is niet “afschuwelijk” , en het terugkerende strijkkwartet is niet van Nyman maar van Schubert. Amsterdam,MARIANNE WIERSMA Nota bene In de programmagegevens die vermeld staan bij het interview met Pierre Boulez in De Groene van 23 augustus zijn enkele wijzigingen opgetreden. De opera Moses und Aron wordt niet op 12 maar op 11 oktober uitgevoerd, en natuurlijk op alle andere vermelde datums. De Boulez-workshop en het colloquium, op respectievelijk 23 en 30 september, beginnen niet om 12.00 maar om 11.00 uur.

20 september 1995