39

Jaargang 119, Nr. 39

In deze editie

Redactioneel

De groene wener

Vorig jaar was het Nederland, dit jaar Oostenrijk: ‘Schwerpunkt’ op de Frankfurter Buchmesse. Het land is twee maal zo groot als Nederland, telt half zo veel inwoners, maar kent een veelvoud aan literaire talenten. In deze Groene: een gesprek met Robert Menasse, openingsredenaar te Frankfurt; een beschouwing over zeventien, door uitgeverij Balans gebundelde en vertaalde schrijvers; en een portret van Marlen Haushofer, analytica van de Oostenrijkse vrouwenziel. Maar eerst een profiel van ‘profil’, het weekblad dat nu al een kwart eeuw de Oostenrijkers van vrijmoedige gedachten voorziet. IK BEN, DENK IK, in Nederland de enige lezer van het blad, behalve natuurlijk de Oostenrijkse ambassadeur. Al vijfentwintig jaar, zij het met lange onderbrekingen, want er zijn immers belangrijker dingen onder de zon dan de Alpenrepubliek. De sectie binnenland sla ik altijd over, behalve als er weer eens een hypocriete bisschop met zijn vingers aan kleine jongetjes of een sociaal-democratische minister met zijn vingers in de kas heeft gezeten. Ik lees de sectie cultuur, want op dat gebied speelt Oostenrijk, met zijn Burgtheater en zijn Wiener Philharmoniker, een disproportioneel belangrijke rol op ‘s werelds schouwtoneel. En ik lees de sector buitenland. Oostenrijk vormt een vooruitgeschoven post op de Balkan, tijdens het communisme en na de val van het communisme een politiek interessant gebied, waar de krant - om geografische en traditionele redenen - veel verstand van heeft.

Martin van Amerongen, 27 september 1995

Dichters&Denkers