45

Jaargang 119, Nr. 45

In deze editie

Redactioneel

Dichters&Denkers

Dichters & Denkers

De onomkeerbare jaren zestig

Ze zetten de wereld op zijn kop en zadelden ‘de verloren generatie’ met de brokken op. Maar wat we tegenwoordig ook vinden van deze ‘onzindelijke’ generatie, hun ideeen over persoonlijke vrijheid laten we ons niet meer afpakken. Net zomin als hun muziek. Hans Righart, De eindeloze jaren zestig: Geschiedenis van een generatieconflict, Uitgeverij De Arbeiderspers, 328 blz., f49,90; James C. Kennedy, Nieuw Babylon in aanbouw: Nederland in de jaren zestig, Uitgeverij Boom, 342 blz., f45,-; Marcel Reijmerink, Alles moet anders: Een roman over de verloren generatie, Uitgeverij Aspekt, 146 blz., f34,50 HET MOET EEN RAAR gezicht zijn geweest, daar voor die Haarlemse bioscoop, begin jaren zeventig. Tussen de langharige, puisterige, met opa-brilletjes en Afghaanse jassen uitgedoste jongeren die voor de kassa in de rij stonden om een kaartje te kopen voor de film Woodstock, stond een bejaarde heer in overjas en met een garibaldi op het hoofd. Het was Jacques de Kadt, oud-Kamerlid voor de PvdA, vermaard politiek essayist en berucht anticommunist. In 1939 had hij zijn klassieke boek Het fascisme en de nieuwe vrijheid gepubliceerd. Nu werkte de gepensioneerde politicus aan wat de waardige opvolger ervan moest worden: Politiek der gematigden: Een open wereld voor de jaren zeventig. De Kadt wilde in dat nieuwe boek een analyse geven van de krachten die de internationale politiek beinvloedden en tevens wilde hij de weg wijzen die de politieke leiders te gaan hadden. Omdat in die jaren de revolte der jongeren de gemoederen nogal bezighield, besloot De Kadt zelf eens te gaan kijken wat de jeugd nu eigenlijk bezielde.

Rob Hartmans, 8 november 1995