48

Jaargang 119, Nr. 48

In deze editie

Redactioneel

Dichters&Denkers

Dichters & Denkers

Het geleende leven van een lezer

De jury - Yves van Kempen, Marc Reugebrink, Xandra Schutte en Jacq Vogelaar - koos De lijnen van het lot van Mark Charitonov tot Boek van de Maand. De andere mededingers waren: Guido Ceronetti, De stilte van het lichaam (vert. Wilfred Oranje, De Bezige Bij, f44,50). Een hoogst eigenzinnige, excentrieke en apocalyptische geschiedenis van de geneeskunde, gepresenteerd als een mozaiek van brokstukjes cultuur, die bij elkaar gebracht een bijna vergeten wereld in beeld brengen. Leon Gommers, De hondewacht (De Bezige Bij, f39,50). Zeeman herinnert zich zijn jeugd in Limburg: de harde wereld van de mijnwerkers, van zijn vader die hem als een hond behandelt en die lijkt op Anthony Quinn, zijn pillenmoeder en het ‘zwarte vaandel van de dood’, beschreven in uiterst beeldende taal. Milan Kundera, De traagheid (vert. Joop van Helmond, Ambo, f29,90, geb. f39,90). In deze lichtvoetige, essayistische roman verplaatst Kundera zich naar zijn favoriete tijd, de tijd van de Verlichting. Daarin was hedonisme nog niet de snelle bevrediging maar het langzaam rekken van het genot. Tegenover de snelheid van nu looft hij de traagheid van toen. Mark Charitonov, De lijnen van het lot, of: Het kistje van Milasjevitsj. Uit het Russisch (1994) vertaald door Arthur Langeveld, uitgeverij Van Gennep, 460 blz., f59,50 IN 1992 WON Mark Charitonov met deze roman de eerste Russische Bookerprijs. Wat die waard is, weet ik niet, maar in elk geval hebben we daar nu ook in het Nederlands een bijzondere roman aan te danken. De enige feiten omtrent de schrijver die ik ken, zijn twee verschillende geboortejaren, 1937 en 1947; het zal wel het eerste zijn, als waar is dat Charitonov debuteerde in 1971. De lijnen van het lot, of: Het kistje van Milasjevitsj - het raadselachtige aan de titel wordt bij het lezen wel opgelost; van andere raadsels in het boek zou ik dat, ook na tweede lezing, niet durven zeggen. Het schijnt dat je sommige mensen ermee afschrikt als je het zegt, maar dit is zo'n boek dat je pas echt kunt gaan lezen nadat je het eerst een keer op de bonnefooi tot je hebt genomen, maar misschien is dit alleen een bekentenis van eigen onvermogen. Het is zo'n beetje als met de titel: over de lijnen - van het noodlot - valt pas iets te zeggen als duidelijk is wat er in dat geheimzinnige kistje zit.

Jacq Vogelaar, 29 november 1995