16

Jaargang 120, Nr. 16

In deze editie

Redactioneel

De betere soap

Het boek over Joris Ivens van Hans Schoots heeft de nodige voorpubliciteit gehad, maar te weinig napubliciteit. Nog voordat het tijdens het Documentaire Festival ten doop werd gehouden, hadden de dagbladen het boek al besproken. Ik had grote bewondering voor de ijver van de boekbesprekers die een kloeke biografie van ruim vijfhonderdvijftig pagina’s in minder dan geen tijd beoordeelden. Zelf heb ik de turf tot de paasdagen laten rijpen. Nu ik het boek dan eindelijk gelezen heb, is mijn bewondering voor de snelle besprekers danig verminderd. Zonder uitzondering wordt in alle stukken uitvoerig stilgestaan bij de vooraf opgediende politiek-historische krenten in de pap: het bewezen lidmaatschap van Ivens van de communistische partij en de kwestie rond het al dan niet intrekken van Ivens’ paspoort tijdens de Koude Oorlog. Aardige details, nieuwsfeitjes wellicht, maar in de schildering van het leven van de meest curieuze cineast uit onze geschiedenis zijn het slechts enkele toetsen in een pointilistisch tableau. De recensenten waren het er verder over eens dat het boek van Schoots voorbeeldig en voortreffelijk was, maar waarom werd uit de besprekingen eigenlijk niet goed duidelijk. De zorgvuldige reconstructie van de malle ambtelijke molens die het paspoort van Ivens vermaalden is onberispelijk, maar daarmee breng je nog niet het leven van een kameleontische figuur als Ivens in kaart. De bewijslast rond het partijlidmaatschap van Ivens is overtuigend, maar uiteraard niet schokkend te noemen, want wat is er onthullend aan het feit dat een communistische filmmaker communist blijkt te zijn geweest? Het boek van Schoots is inderdaad voorbeeldig en voortreffelijk - maar niet vanwege de nieuwtjes die de krant haalden. De kwaliteit van het werk van Schoots zit juist in het feit dat hij alle mogelijke facetten van het leven van Ivens met een ijver en inventiviteit benaderde of het partij- of paspoortkwesties waren. Daarom weten we nu niet alleen op welke datum, bij welk consulaat en voor hoeveel maanden het paspoort van Ivens werd verlengd, maar ook welke spelletjes hij als kind in het park speelde en wie in zijn laatste minuten zijn hand vasthield. Schoots heeft het totale leven van Ivens onderzocht en zich bovendien verdiept in de context ervan. In bijna alle besprekingen is in een terloopse tussenzin gemeld dat Ivens de nodige verhoudingen met vrouwen heeft gehad. Daar kan iedereen zich van alles bij voorstellen, maar Schoots maakt zich er niet zo gemakkelijk van af. Iedere vrouw in het leven van Ivens is voor hem even belangrijk als een paspoort en minutieus wordt beschreven hoe een vrouw in het leven van de geroutineerde charmeur verscheen, hoe ze daar een plaats (naast anderen) kreeg en hoe ze weer uit dat leven verdween. Schoots heeft goed begrepen dat die vrouwen in het leven van Ivens heel belangrijk waren, en ze kregen in zijn boek dan ook een plaats die gelijkwaardig is aan het politieke gemarchandeer en het gemodder aan films die volgens de partijlijn werden opgenomen maar tegen de tijd dat ze afgemonteerd waren al niet meer spoorden met de stand van de politieke windvanen. Schoots componeerde een omvattend beeld van Ivens in een boek dat leest als een roman. Een roman met een zich mysterieus transformerende hoofdpersoon en doortekende nevenpersonages als Welmoedina Welsch (Quick), Miep Balguerie-Guen, Germaine Krull (Polletje Piekhaar), Anneke van der Feer (Hondje), Helene van Dongen, Marion Michelle (Mrs. Pumpkin), Ewa Fiszer en Marceline Loridan. Nevenpersonages die op zijn minst zo intrigerend zijn als de figuranten Josif Stalin, Mao Zedong en Fidel Castro. Soap van de betere soort en dat tegen de achtergrond van wereldoorlogen, revoluties en terreur. Een faustiaans epos over een handige en mooie jongen die zijn ziel aan de rode duivel verkocht en toen nog een eindeloos lang leven verder moest, vele Gretchens vond, maar nooit de ware. Het boek van Schoots is meer dan voorbeeldig. Het is groots.

Gertjan Zuilhof, 17 april 1996

Dichters&Denkers

Dichters & Denkers

Het licht van de verwondering

De jury - Yves van Kempen, Jacq Vogelaar, Marc Reugebrink en Rob van Erkelens - koos Het licht van Torgny Lindgren tot Boek van de Maand. De andere mededingers waren: Pearl Abraham, Vreugde der wet. Meulenhoff, 286 blz., f39,90. Een fascinerende roman over een orthodox-joodse gemeenschap in New York. Vanuit vrouwelijk perspectief gunt Abraham de lezer een blik op de gesloten wereld van de chassidische joden. In een subtiele stijl vertelt ze het verhaal van een dochter van een rabbijn die zich verzet tegen de religieuze traditie en tracht te ontsnappen aan haar isolement. Anil Ramdas, De beroepsherinneraar en andere verhalen. De Bezige Bij, 280 blz,. f34,90. Verhalen en beschouwingen waarin kennis van zaken, een grote emotionele betrokkenheid bij de onderwerpen die hij behandelt en gematigd optimisme hand in hand gaan. Ermanno Cavazzoni, Een kalender van gekkenlevens. Van Gennep, 132 blz., f34,90. Voor elke dag van de maand schreef Cavazzoni een portret van een opmerkelijk mens, de levensbeschrijving van een soort heilige, door anderen gek of idioot genoemd. Misschien is dit boek wel een eeuwigdurende kalender, met op iedere rustdag een serie zelfmoorden. Torgny Lindgren, Het licht. Uit het Zweeds vertaald door Bertie van der Meij. Uitg. De Bezige Bij, 293 blz., f44,90 ECHT ZIE JE iets misschien alleen als je het voor de eerste keer ziet, maar ik betwijfel of dat verwondering is. Als het denken begint bij de verwondering, dat is wanneer dingen niet meer vanzelf spreken, gaat het niet al meer om een directe beleving maar om herbeleving die om vergelijking vraagt. En als iemand wil vertellen hoe de dingen er op het eerste gezicht uitzagen, toen ze nieuw voor hem waren, stelt hij ze voor als ziet hij ze voor het eerst. Met dat als begint het vertellen, begint ook de literatuur, en voor dat ‘alsof het de eerste keer is’ (waarom hebben we daar eigenlijk geen apart woord voor) gebruikt de echt grote schrijver ook de taal alsof hij die herontdekt - en ontdekken is iets anders dan uitvinden.

Jacq Vogelaar, 17 april 1996