3

Jaargang 120, Nr. 3

In deze editie

Redactioneel

Dichters&Denkers

Dichters & Denkers

Honger naar werkelijkheid

Bruno Schulz, Verzameld werk. Uit het Pools vertaald en van een nawoord voorzien door Gerard Rasch, uitgeverij Meulenhoff, 443 blz., f100,- De jury - Yves van Kempen, Marc Reugebrink, Xandra Schutte en Jacq Vogelaar - koos het verzamelde werk van Bruno Schulz tot Boek van de Maand. De andere mededingers waren: Andre Aciman, Uit Egypte: Herinneringen (uit het Engels vertaald door Babet Mossel, uitgeverij Meulenhoff, 324 blz., f45,-). Qua sfeer tussen Proust en Canetti’s autobiografie pendelende herinneringen van een joodse jongen aan een in Egypte doorgebrachte jeugd ten tijde van Nasser. Francois Rabelais, Gargantua en Pantagruel (vertaling Theo Buckinx, uitgeverij Bert Bakker, 352 blz. f45,-). In zijn gigantenboek toont Rabelais ons het menselijk bedrijf in een lachspiegel. Het is de roman van een onovertroffen satirische geest die humanistisch denken en hilarische verbeeldingskracht moeiteloos weet te vermengen met humanistisch denken. Cesare Pavese, Leven als ambacht: Dagboek 1935-1950 (vertaling Anton Haakman, De Bezige Bij, 501 blz., f49,50). ‘Geen woorden. Een gebaar. Ik schrijf niet meer.’ Dat zijn de laatste woorden van het dagboek waarin Pavese duidelijk maakt dat zijn kunst het enige middel was om zijn gevecht tegen de zelfmoord te rekken. Het journaal dat na zijn zelfgekozen dood achterbleef, is een van de grootste en meest overrompelende testamenten van deze eeuw. ALS SCHRIJVER was Bruno Schulz (1892-1942) een laatbloeier, en dat kan haast geen toeval zijn bij iemand die verrukt was over de lente die barst van de beloften, met volle teugen genoot van de krankzinnige vrijheid van de zomer maar zijn hart verpand had aan de nazomer, de barokke tijd van het uitstel wanneer de zomerse vruchtbaarheid, zolang de wrede herfst op zich laat wachten, alle mogelijke uitwassen begint te vertonen - ‘de dertiende maand’ noemt hij die tussentijd in ‘De nacht van het hoogtij’, het slothoofdstuk van de roman De kaneelwinkels. Deze ‘historien over zijn vader’ moffelt de zoon weg in de overvolle marge van het grote uiteenvallende boek van de kalender.

Jacq Vogelaar, 17 januari 1996