47

Jaargang 120, Nr. 47

In deze editie

Redactioneel

Dichters&Denkers

Dichters & Denkers

`je hebt vietnam vergeten’

De jury - Yves van Kempen, Marc Reugebrink, Xandra Schutte, Jacq Vogelaar - koos dit keer Tim O'Brien In het Meer van de Wouden tot Groene Boek van de Maand. De overige drie mededingers waren: John Berger, Een ander antwoord: Verhalen en beschouwingen (samengesteld door K. Michel, vertaling Sjaak Commandeur, De Bezige Bij, 248 blz., 339,90). Door K. Michel uit een vijftal bundels gekozen stukken van Berger, waarin de auteur via beschouwingen over beeldende kunst en verhalen over het landleven zijn manier van kijken en vertellen uitlegt. Ben Okri, Een gevaarlijke liefde (Vertaling Tinke Davids, uitg. Van Gennep-Novib, 399 blz. 345,90). Okri geeft een zinderend en bedwelmend beeld van de menselijke mierenhoop in een Nigeriaanse sloppenwijk. Het boek is tegelijkertijd een ontwikkelingsroman over een kunstenaar uit het duistere continent. John Arbuthnot, Alexander Pope e.a., Herinneringen aan het buitengewone in leven, werken en ontdekkingen van Martinus Scriblerus (Vertaling door Atte Jongstra. Uitg. De Bezige Bij, 180 blz., 339,50). Achttien-karaats satire waarin de spot wordt gedreven met wanen en dwaze theorieën uit de achttiende eeuw. Tim O'Brien, In het Meer van de Wouden. Uit het Amerikaans vertaald door Maarten Elzinga. Uitg. De Prom, 280 blz., 335,- IN DE LENTE van 1975, ten tijde van de val van Saigon, ontving de jonge Amerikaanse schrijver Tim O'Brien een lange verwarde brief van een vroegere vriend, Norman Bowker, waarin die vertelt dat hij sinds zijn terugkeer uit Vietnam nergens zijn draai meer heeft kunnen vinden. Hij heeft het gevoel in Vietnam gestorven te zijn, dat hij in de stront is verdwenen waarin hij zijn vriend Kiowa zag verdrinken, die hij misschien had kunnen redden als hij niet overweldigd was geweest door de stank. Op grond van O'Briens eerste boek vraagt hij of deze niet zijn verhaal zou kunnen schrijven, over een man die zou willen praten over wat hem is overkomen, maar het niet kan.

Jacq Vogelaar, 20 november 1996