7

Jaargang 120, Nr. 7

In deze editie

Redactioneel

Paul van ostaijen

Stadhuisklerk was hij, worstelaar, cocainesnuiver en flamingant. Maar voor alles was Paul van Ostaijen de eerste moderne dichter in het Nederlandse taalgebied. Op 22 februari is het honderd jaar geleden dat hij geboren werd. Een levensbeschrijving. Naar aanleiding van de honderdste geboortedag van Paul van Ostaijen heeft uitgeverij Bert Bakker zijn verzamelde gedichten en de monumentale Paul van Ostaijen-documentatie van Gerrit Borgers opnieuw uitgegeven. Bij dezelfde uitgeverij verschijnt onder redactie van Geert Buelens en Erik Spinoy de artikelenbundel De stem der Loreley, over Paul van Ostaijen. Het Vlaamse tijdschrift Gierik wijdde een dubbelnummer aan de dichter. Dietsche Warande & Belfort publiceerde poetische hommages. De Slaa en Perdu organiseren ieder een literaire avond. ER IS IETS merkwaardigs aan de hand met Paul van Ostaijen. Hoewel er sinds de Tweede Wereldoorlog stapels artikelen en boeken over hem zijn geschreven, is het toch moeilijk je een beeld van hem te vormen. Hij was een gedreven politiek activist; een scherpzinnig kunstcriticus; de eerste werkelijk moderne dichter in het Nederlandse taalgebied; de schrijver van hilarische grotesken; een dandy, nachtbraker en cocainesnuiver; overtuigd expressionist, dadaist en constructivist; anarchist en nihilist; journalist, stadhuisklerk, nachtclubportier en kunstpaus. De Vlaamse poeet was een Man met Zoveel Eigenschappen dat iedereen onbekommerd zijn eigen visie op hem kan projecteren.

Xandra Schutte, 14 februari 1996

Dichters&Denkers