40

Jaargang 122, Nr. 40

In deze editie

Redactioneel

Redactioneel

Emily en haar spookprins

Toen kroonprins Willem-Alexander ongeveer twee jaar regelmatig aan de zijde van zijn Leidse burgerliefje Emily Bremers was gesignaleerd, begon de royalty-redactie van dit weekblad waarschuwingen uit doorgaans welingelichte kringen binnen te krijgen als zou het hier gaan om een zogeheten ‘spookrelatie’, een kolossaal koninklijk rookgordijn dat op advies van de betere pr-bureaus was gelegd ter verhulling van de ware strategie van het Huis van Oranje op de ‘ebenbürtige’ Europese huwelijksmarkt. ‘Let maar op’, aldus een onzer bronnen, ‘over een tijdje wordt Emily gedumpt en komen ze op de proppen met de echte toekomstige koningin, een Hohenzollerntje, of desnoods een Bourbon of een van Bernadotte uit Zweden.’ En inderdaad, het was moeilijk voor te stellen dat de zo op traditie gestelde Beatrix de majesteitelijke zegen zou geven aan een huwelijk tussen haar eersteling en zijn Leidse burgerliefje. Zou het kostbare Oranjebloed, dat volgens de koninklijke mythologie helemaal teruggaat naar koning David en sindsdien met kolkende schuimkoppen door de aderen van de Romanov-tsaren en de keizers van Hohenzollern had gevloeid, dan worden verspild aan de dochter van een Limburgse tandarts, fiscaal balling te België bovendien? Zou de van graalmystiek uit zijn voegen barstende genealogische lijn van de graven en vorsten van Oranje op de drempel van het nieuwe millennium culmineren in Koningin Emily uit Groesbeek?

René Zwaap, 30 september 1998

Dichters&Denkers