1

Jaargang 123, Nr. 1

In deze editie

Redactioneel

Dichters&Denkers

Rubriek

Petersburgse vertellingen

Het het woord ‘Ara’ bedoelden Russen oorspronkelijk alleen Armeniërs, maar tegenwoordig wordt het gebruikt voor alle volkeren van de republieken rond de Kaukasus: Armeniërs, Azerbeidjanen, Georgiërs, Oseten, Tsjetsjenen. ‘Ara’ is een bijnaam, maar geen belediging, zoals het groffe ‘zwartkont’. ‘Ara’ staat voor iemand die licht ontvlambaar is en overmatig trots. En als ik zeg dat ze dat meestal zijn, hou ik geen pleidooi voor het Russische racisme: ik kan het weten; ik heb het een half jaar uitgehouden met een Armeense Georgiër. Ik herinner me een scène in de Albert Heijn, waar hij een volle tas met boodschappen naast de kassa op de vloer liet vallen en zei: ‘Raap op, vrouw!’ omdat ik hem een stommeling had genoemd. Zijn neef, Arek Bagdassarian, adviseerde hem naar aanleiding van dit voorval mij wat vaker te slaan, maar daar begon Misha niet aan omdat hij wist dat ik eens een Tsjetsjeen had getrotseerd die nog veel groter was dan hij. Dat was in 1992, in een trein naar Vladikavkaz, Noord-Osetië. Tsjetsjenen kunnen behalve goed vechten heel goed goochelen, en dus hadden ze mij in hun coupé enkele waanzinnige goocheltrucs geleerd. Waarschijnlijk stond daar wel iets tegenover, want die nacht opende ik mijn ogen om op mijn bed een reusachtige Tsjetsjeen aan te treffen die dreigend verklaarde: ‘Ik wil alleen maar even naar je kijken…’ Dit was niet het geval, want hij draaide mijn armen op mijn rug en hield een enorme vuist voor mijn gezicht.

Marente de Moor, 6 januari 1999