11

Jaargang 123, Nr. 11

In deze editie

Redactioneel

De calculerende politicus

DEN UYL WAS DOL op het Statistisch Jaarboek. In de ministerraad hield hij het graag bij de hand. Er is een anekdote dat hij een slepend conflict over de financiering van een plan beslechtte door de collega’s met het jaarboek in de hand voor te rekenen dat een verhoging van de posttarieven met vijf cent volstond om het benodigde geld bij elkaar te sprokkelen. Den Uyls omgang met cijfers klinkt romantisch en hopeloos achterhaald. In het voorbeeld dienen de cijfers om de speelruimte van politici te vergroten. Den Uyl behield ook de controle over de berekeningen. Vandaag de dag is er geen enkele politicus die zich nog aan zo'n exercitie zou wagen, want zelfs voor de simpelste voorspellingen worden tegenwoordig al ingewikkelde modellen gebruikt. Politici zijn daarom permanent afhankelijk van cijfers waarvan zij de totstandkoming en dus de waarde niet kunnen beoordelen. Bij elke mogelijke beslissing wordt berekend wat het effect is voor de koopkracht van de verschillende groepen. Bij discussies over de uitbreiding van Schiphol duiken berekeningen op over te verwachten geluidsoverlast en de uitstoot van CO2. En ook bij de asielzoekersproblematiek wordt het debat gedomineerd door de prognoses van het aantal vluchtelingen dat hier asiel zal aanvragen. Van oudsher stond de macht van het getal voor de macht van de meerderheid. Nu is het getal zelf machtig en het deelt die macht hooguit met de experts die de getallen produceren. Het gros van de politici en de burgers mist echter de deskundigheid om zicht te krijgen op de wereld achter de cijfers. Wat betekent dit voor het primaat van de politiek? Wat is democratie in een statistisch universum?

Pieter Hilhorst, 17 maart 1999

Dichters&Denkers