35

Jaargang 123, Nr. 35

In deze editie

Dichters&Denkers

Rubriek

Naschokken

Istanboel telde eind jaren vijftig rond de 700.000 inwoners, zoveel als Amsterdam. Nu zijn dat er bijna vijftien miljoen, zoveel als Nederland. De letterlijke betekenis van het woord voor sloppenwijk, ‘gecekondu’, is dan ook ‘in één nacht gebouwd’. Van toepassing op kartonnen hutten maar figuurlijk, zoals we inmiddels allemaal weten, op stadsuitbreidingen in flatvorm. Waar geldzucht, corruptie en onverschilligheid met een natuurramp samenvallen, kwadrateert dat minimaal de aantallen slachtoffers en het leed. Als ook nog de ene ramp, de schok van 45 seconden, de andere, de mensenstroom van 45 jaar kruist, is de ellende niet te overzien. Naar die stroom kun je ook anders kijken: trans- en emigratie zijn ‘van alle tijden’ en brengen naast ontworteling en heimwee kansen en mogelijkheden. Maar wie uit de dorpen van Midden- en Oost-Turkije vertrok, deed dat meestal noodgedwongen. Mechanisatie van de landbouw betekende uitstoot van arbeidskracht in een land zonder sociale voorzieningen. Vooral vroege migranten naar West-Europa (zij waren niet de armsten) die naar hun streek van herkomst terugkeerden, profiteerden. Maar hun succes leidde onder meer tot aanschaf van tractoren en dus werkloosheid voor streekgenoten - voor wie migratie niet zozeer het grijpen van een kans als wel bittere noodzaak werd. Europa is inmiddels min of meer gesloten. Dus houd ik het maar op een ramp: als rijke westerse democratieën moeite hebben met het opvangen van migratiestromen die hierbij in het niet vallen, hoe moet Turkije dat dan oplossen?

Walter van der Kooi, 1 september 1999

Rubriek

Een volbloed militair

Het Openbaar Ministerie in Assen onderzoekt momenteel een klacht over vermeende oorlogsmisdaden in voormalig Nederlands-Indië, waar niemand minder dan prins Bernhard een curieus - en wellicht ook strafbaar - bijrolletje in vervult. De prins schreef in juli 1998 een voorwoord bij de memoires van luitenant-kolonel b.d. Bert Schüssler, het in eigen beheer en in beperkte oplage uitgegeven Naar eer en geweten. Schüssler diende in 1947 als tweede luitenant aan de zijde van de gevreesde Raymond Westerling, commandant van het Korps Speciale Troepen. In zijn boek beschrijft de oud-militair op enthousiaste toon allerlei beruchte strijdtechnieken van Westerling, alias ‘de bloedhond van Celebes’. Samen met twee mede-officieren, kapitein Faber en sergeant Vermeer, zou Schüssler betrokken zijn geweest bij het in koelen bloede doodschieten van een gevangengenomen Koreaan. Ook worden er in Naar eer en geweten bloedstollende staaltjes beschreven van de gehanteerde martelpraktijken. Zo zegt kapitein Faber, die in 1947 werd onderscheiden met de Militaire Willems Orde, in het boek: ‘Op onze acties worden krijgsgevangenen gemaakt. Als ze in onze handen vallen, wacht ze een keiharde ondervraging. We bevelen hen bijvoorbeeld een plank met lange spijkers boven het hoofd te houden. Daar wordt een kei bovenop gelegd. Dat houdt geen mens lang vol, dus de man heeft de keuze tussen praten en praten. Althans, als hij liever geen spijker in zijn schedeldak wil voelen.’

René Zwaap, 1 september 1999